Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:486

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
20-02-2014
Datum publicatie
26-02-2014
Zaaknummer
13/00312
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Uitleg van post 8714 93 van het Geharmoniseerd Systeem. Het Hof oordeelt dat indeling van de tandwielcassettes zonder vrijloopmechanisme onder post 8714 93 niet mogelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 13/00312

20 februari 2014

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[A] B.V. te [P], belanghebbende,

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 12/3251 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft op 21 november 2011, onder nummer NL-RTD-2011-04247, ten

name van belanghebbende een bindende tariefinlichting (BTI) gegeven voor een tandwielcassette met indeling in onderverdeling 8714 93 90 van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN).

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak, gedagtekend 2 juli 2012, de BTI gehandhaafd.

1.3.

Bij uitspraak van 2 april 2013 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde

beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 14 mei 2013. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 februari 2014. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

De rechtbank heeft in de onderdelen 2.1 en 2.2 van haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. De inspecteur wordt daarin aangeduid als ‘verweerder’.

2.1.

De tandwielcassette is in de aanvraag voor de bti als volgt omschreven:

“Tandwielcassettes, voor bevestiging op een zg “Freehub”

De cassette wordt bevestigd op een zogeheten Freehub, die een freewheel-mechanisme bevat waardoor het mogelijk is tijdens het fietsten de trappers stil te houden alsook achteruit te trappen. Deze body is op zijn beurt aan de naaf van het achterwiel bevestigd. Tussen de kettingwielen individueel zijn vulringen geplaatst die voor een vaste afstand tussen de kettingwielen zorgen. Een moderne cassette zit door middel van een bijbehorende sluitring aan de body gemonteerd.

In tegenstelling tot de zg. freewheels hebben de tandwielcassettes geen freewheel(vrijloop)-mechanisme en kunnen alleen functioneren op een zg. Freehub (vrijloopnaaf)”

2.2.

In de bti is de tandwielcassette als volgt omschreven:

“Tandwielen voor vrijloop, zijnde een cassette pocket voor een rijwiel, met onder meer de volgende uiterlijke en technische kenmerken:

- vervaardigd van onedele metalen;

- voorzien van 7, 8 of 9 tandwielbladen;

- bestemd om op de vrijloopnaaf (freehub) te worden bevestigd;

- de tandwielen zijn voorzien van merktekens, die voor de montage dienen;

- het grootste en het kleinste blad is voorzien van de merknaam.

Het geheel is tezamen verpakt, is opgemaakt voor de verkoop in het klein en wordt aangeboden in een kartonnen verpakking met montage-instructie.”

Verweerder heeft de tandwielcassette ingedeeld onder code 8714 93 90 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN).

3 Geschil in hoger beroep

Evenals bij de rechtbank is in hoger beroep in geschil of de tandwielcassette dient te worden ingedeeld onder onderverdeling 8714 93 90 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: GN), zoals de inspecteur voorstaat, dan wel onder GN-onderverdeling 8714 99 90, zoals belanghebbende bepleit.

4 Relevante bepalingen

Teksten van de GN (tekstversie 2011)

8712 00 Rijwielen (bakfietsen daaronder begrepen), zonder motor:

(…)

8714 Delen en toebehoren van de voertuigen bedoeld bij de posten 8711 tot en met 8713:

– van motorrijwielen:

(…) (…)

8714 20 00 – van invalidenwagens

– andere:

(…) (…)

8714 93 – – naven (andere dan remnaven) en tandwielen voor vrijloop (freewheels):

8714 93 10 – – – naven

8714 93 90 – – – tandwielen voor vrijloop

(…) (…)

8714 99 – – andere:

(…)

8714 99 90 – – – andere; delen

Engelse taalversie:

8714 93 – – Hubs, other than coaster braking hubs and hub brakes, and free-wheel sprocket-wheels:

8714 93 10 – – – Hubs without free-wheel or braking device

8714 93 90 – – – Free-wheel sprocket-wheels

Franse taalversie:

8714 93 – – Moyeux (autres que les moyeux à frein) et pignons de roues libres:

8714 93 10 – – – Moyeux

8714 93 90 – – – Pignons de roues libres

Teksten van het Geharmoniseerd Systeem

Engelse taalversie:

8714.93 – – Hubs, other than coaster braking hubs and hub brakes, and free-wheel sprocket-wheels

Franse taalversie

8714.93 – – Moyeux (autres que les moyeux à frein) et pignons de roues libres

5 De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank heeft ten aanzien van het geschil het volgende overwogen.

“5.1 Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-post zijn omschreven. Voorts kan volgens de rechtspraak van het HvJ de bestemming van het goed een objectief indelingscriterium zijn, wanneer die bestemming inherent is aan het goed; de inherentie moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het goed.

5.2.1.

Eiseres wijst ter onderbouwing van haar standpunt op het ontbreken van een vrijloopmechanisme in de tandwielcassette en stelt dat zonder een dergelijk mechanisme de tandwielcassette niet als een ‘freewheel’ als bedoeld onder code 8714 93 kan worden ingedeeld. Onder deze code kunnen uitsluitend tandwielcassettes met ingebouwd vrijloopmechanisme worden ingedeeld; dergelijke tandwielcassettes zijn namelijk volgens de fietsbranche de ‘freewheels’ als bedoeld onder voormelde code. De Engelse en Duitse versie van de GN waarin respectievelijk gesproken wordt van ‘freewheel sprocket-wheels’ en ‘Freilaufzahnkrӓnze’ ondersteunen deze opvatting, aldus eiseres. Nu de tandwielcassette ook niet in andere codes wordt genoemd, moet de tandwielcassette worden ingedeeld onder GN-code 8714 99 90 als ‘andere; delen’, concludeert eiseres.

5.2.2.

Verweerder erkent dat de tandwielcassette geen geïntegreerd vrijloopmechanisme bevat, maar dit neemt niet weg dat de tandwielcassette als ‘tandwielen voor vrijloop’ zijn aan te merken. De interpretatie van eiseres volgt niet uit de tekst van code 8714 93. Uit de bewoordingen van de code in de Duitse en Engelse versie van de GN kan evenmin worden afgeleid dat ‘vrijloop’ moet worden uitgelegd als ‘voorzien van vrijloopmechanisme’.

5.3.

De rechtbank overweegt als volgt. Indien een fietser tijdens het fietsen in staat is de trappers stil te houden alsook achteruit te trappen, is de aandrijfas van het achterwiel losgekoppeld van de aandrijving, hetgeen ook een vrijloop wordt genoemd. De fietser die een vrijloop wenst, heeft daartoe zoals blijkt uit de stukken van het geding, de keuze uit verschillende systemen. De onderhavige tandwielcassette, die dient te worden bevestigd op een vrijloopnaaf, zijnde een naaf met ingebouwd vrijloopmechaniek, is één van die systemen. De tandwielcassette kan alleen functioneren door bevestiging op die vrijloopnaaf en – zoals de gemachtigde van eiseres ter zitting heeft verklaard – kan ook alleen maar gebruikt worden in voormeld systeem. Dat de tandwielcassette niet anders dan op een vrijloopnaaf kan worden bevestigd, blijkt ook uit de wijze waarop de verbinding tussen beide geschiedt; zonder een match van de groeven en tanden van respectievelijk de tandwielcassette en de vrijloopnaaf is geen verbinding mogelijk. Gelet op voormelde objectieve kenmerken en eigenschappen is de tandwielcassette naar het oordeel van de rechtbank bestemd om te worden gebruikt voor vrijloop, zodat indeling onder GN-code 8714 93 90 als ‘tandwielen voor vrijloop’ moet plaatsvinden.

5.4.

De stelling van eiseres die in de kern erop neerkomt dat voormelde indeling uitsluitend is voorbehouden aan tandwielcassettes met ingebouwd vrijloopmechanisme kan niet worden gevolgd, reeds omdat uit de tekst van de code niet volgt dat het vrijloopmechanisme in de tandwielcassette moet zijn ingebouwd. Wettelijk bepalend bij een indeling zijn immers de bewoordingen van de – in het onderhavige geval – postonderverdelingen. Het door eiseres aangevoerde onderscheid in de fietsbranche tussen enerzijds een ‘freewheel’ en anderzijds een tandwielcassette zonder vrijloopmechanisme speelt, wat daar ook van zij, dan ook geen rol. Uit de Engelse en Duitse versies van de GN volgt, naar het oordeel van de rechtbank, evenmin dat een vrijloopmechanisme moet zijn ingebouwd in een tandwielcassette om onder voormelde code te worden ingedeeld.

5.5.

Eiseres heeft nog gewezen op de in 4.2 genoemde verordening tot uitbreiding van het antidumpingrecht voor rijwielen op de invoer van bepaalde onderdelen van rijwielen. Het antidumpingrecht kan volgens eiseres niet bedoeld zijn voor de tandwielcassette, omdat het hier om individueel verpakte fietsonderdelen gaat die bestemd zijn voor de verkoop in de winkel aan eindverbruikers (een zogenoemd 'after-market-product’). Om die reden kan de indeling in postonderverdeling 8714 93 90 volgens eiseres niet juist zijn.

De rechtbank is van oordeel dat een verordening waarbij een antidumpingrecht is ingesteld geen licht kan werpen op de indeling van een goed in de GN. Reeds hierom kan het door eiseres gestelde niet tot een ander oordeel leiden.”

6 Beoordeling van het geschil

6.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat de onderwerpelijke tandwielcassette dient te worden ingedeeld onder post 8714, als deel van een rijwiel van post 8712. Partijen houdt enkel verdeeld of het artikel kan worden ingedeeld onder onderverdeling 8714 93 van het geharmoniseerd systeem (hierna: het GS), waarvan de bewoordingen in de Nederlandse vertaling luiden: “naven (andere dan remnaven) en tandwielen voor vrijloop (freewheels)”. Meer in het bijzonder verschillen partijen van mening over het antwoord op de vraag of sprake is van “tandwielen voor vrijloop”. Zo indeling onder deze onderverdeling niet mogelijk is, is tussen partijen niet in geschil dat het artikel dient te worden ingedeeld onder onderverdeling 8714 99 (andere), GN-onderverdeling 8714 99 90 (andere; delen). Het Hof volgt laatstgenoemde zienswijze van partijen, nu deze geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en ook overigens wordt gedragen door de feiten.

6.2.

Het Hof stelt voorop dat volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU), in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gevonden in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de tekst van de posten en in de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven (vgl. HvJ EU 12 december 2013, HARK GmbH & Co KG Kamin- und Kachelofenbau, C-450/12, punt 30).

6.3.

Voor de beantwoording van de in geding zijnde vraag moeten de bewoordingen van onderverdeling 8714 93 van het GS worden bezien in het licht van de Engelse en Franse taalversie van het GS, nu slechts deze taalversies van oorsprong authentiek zijn (vgl. HR 26 november 2004, nr. 39.193, BNB 2005/90, r.o. 3.2). In deze authentieke talen van het GS, worden respectievelijk de termen “pignons de roues libres” en “free-wheel sprocket-wheels” (vrijlooptandwielen) gebruikt. Hieruit volgt dat onderverdeling 8714 93 ziet op “vrijlooptandwielen” en niet op “tandwielen voor vrijloop”, zoals in de Nederlandse vertaling is vermeld. Het objectieve kenmerk van een vrijlooptandwiel is naar ’s Hofs oordeel dat een dergelijk tandwiel beschikt over een vrijloopmechanisme, waardoor de buitenzijde (het getande wiel) vrijelijk linksom kan draaien ten opzichte van de binnenzijde, die aan de naaf van het achterwiel wordt bevestigd.

6.4.

Blijkens de stukken van het geding en het overgelegde monster beschikt de onderwerpelijke tandwielcassette niet over een vrijloopmechanisme. Het artikel bestaat enkel uit een negental tandwielen, oplopend van klein naar groot, waarin in het midden een uitsparing is aangebracht. De zeven grootste tandwielen vormen tezamen permanent een geheel, de twee kleinste tandwielen en een sluitring worden los meegeleverd. Het product dient te worden geplaatst op een “freehub” (body), die is bevestigd aan de naaf van het achterwiel van het rijwiel, en vervolgens te worden vastgezet met de sluitring. De “freehub” is uitgerust met een vrijloopmechanisme, waardoor de tandwielcassette (na montage) tezamen met de buitenzijde van de freehub (linksom) vrijloopt ten opzichte van de binnenzijde van de freehub en het daarmee verbonden achterwiel. Hierdoor kan de fietser, ondanks het ontbreken van een vrijloopmechanisme in de tandwielcassette, toch de pedalen stilhouden en desgewenst achteruit trappen, terwijl het rijwiel in voorwaartse richting beweegt.

6.5.

Nu vaststaat dat de tandwielcassette niet is uitgerust met een vrijloopmechanisme beschikt het artikel naar ’s Hofs oordeel niet over de objectieve kenmerken en eigenschappen van “vrijlooptandwielen” als bedoeld in onderverdeling 8714 93 van het geharmoniseerd systeem. De stelling van de inspecteur dat de tandwielcassette, ondanks het ontbreken van vrijloopmechanisme, vatbaar is voor indeling als “vrijlooptandwiel”, omdat de inherente bestemming van de tandwielcassette is gelegen in de montage op een “freehub” waarin wel een vrijloopmechanisme is begrepen, vindt geen steun in het recht. De bestemming van een product kan weliswaar een objectief indelingscriterium zijn, wanneer die bestemming inherent is aan het product (vgl. HvJ EU 4 maart 2004, Krings, C-130/02, punt 30), doch de bestemming van het product is slechts een relevant criterium indien de indeling niet uitsluitend op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product kan worden verricht (vgl. HvJ EU 16 december 2010, Skoma-Lux s.r.o, C-339/09, punt 47).

6.6.

Uit het vorenoverwogene volgt dat indeling onder onderverdeling 8714 93 niet mogelijk is en indeling met toepassing van indelingsregel 1 en 6 dient plaats te vinden onder GN-onderverdeling 8714 99 90.

Slotsom

6.7.

De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd.

7 Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

8 Beslissing

Het Hof:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vernietigt de bestreden beschikking;

- gelast de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht ad € 310 (beroep bij de rechtbank) en € 478 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 788 te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, C.J. Hummel en A. Bijlsma, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch als griffier. De beslissing is op 20 februari 2014 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.