Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4761

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
11-11-2014
Datum publicatie
24-02-2015
Zaaknummer
200.092.393-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg tussenarrest 15 oktober 2013. Schadeposten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.092.393/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 121853/ HA ZA 10-706

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 11 november 2014

inzake

1 [appellant],

2. [appellante],

beiden wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

appellanten in het principaal appel,

tevens geïntimeerden in het incidenteel appel,

advocaat: mr. R.S. Ariëns te Amsterdam,

tegen:

1 [geïntimeerde sub 1],

2. [geïntimeerde sub 2],

beiden wonende te [woonplaats], gemeente [gemeente],

geïntimeerden in het principaal appel,

tevens appellanten in het incidenteel appel,

advocaat: mr. O. Diemel te Rosmalen.

1 Het verdere procesverloop

In het tussenarrest van 15 oktober 2013 heeft het hof bepaald dat een deskundigenbericht dient te worden uitgebracht. [deskundige] is daartoe als deskundige benoemd en hem is opdracht gegeven de door het hof gestelde vragen te beantwoorden.

De deskundige heeft op 11 februari 2014 zijn rapport uitgebracht

Hierna heeft [geïntimeerde sub 1] een memorie na deskundigenbericht genomen.

Vervolgens heeft [appellant] een memorie na deskundigenbericht genomen, tevens houdende wijziging van eis.

[geïntimeerde sub 1] heeft een antwoord-akte wijziging eis genomen.

Vervolgens hebben partijen wederom arrest gevraagd.

2. De verdere beoordeling

2.1

In het tussenarrest van oktober 2013 heeft het hof de volgende aanvullende vragen voorgelegd aan de deskundige:

1. Kunt u aangeven, in aanvulling op de door u op 1 oktober 2009 voor de rechtbank Alkmaar uitgebrachte rapportage, of, en zo ja, welke, aanvullende werkzaamheden redelijkerwijs noodzakelijk uitgevoerd moeten worden bij de integrale vervanging van de begane grondvloer en de balkenlaag in de woning aan de [adres] te [gemeente]?

U wordt hierbij verzocht puntsgewijs de in het rapport van [C&L] d.d. 19 september 2011 op p. 8 tot en met 11 vermelde werkzaamheden te bespreken. De hier opgesomde werkzaamheden bouwen voort op een offerte van Krachtwerk BV van 19 april 2010 (bijlage 3 bij het rapport). Ook wordt u verzocht hierbij te betrekken het verweer dat [geïntimeerde sub 1] in de memorie van antwoord voor de verschillende posten heeft gevoerd.

2. Kunt u per post - voor zover het gaat om redelijkerwijs noodzakelijk werkzaamheden - aangeven welke kosten daarmee redelijkerwijs gemoeid zijn?

3. Kunt u aangeven wat de gebruikelijke levensduur is van een vloer zoals hier aan de orde? Dit met het oog op de (door het hof te beantwoorden vraag) of een aftrek van de kosten van de vloer in verband met 'nieuw voor oud' dient plaats te vinden.

4. Heeft u verder nog opmerkingen die voor deze zaak van belang zijn?

2.2

Uit het deskundigenrapport van 11 februari 2014 blijkt dat de deskundige thans van mening is - anders dan hij in zijn rapportage uit 2009 had aangenomen - dat een integrale vervanging van vloerhout met balkenlaag niet nodig is, maar dat plaatselijk herstel mogelijk is. De deskundige heeft hiervoor hetzelfde bedrag begroot als voor volledige vervanging, namelijk € 9.950,--.
Ook het hof zal van dit bedrag uitgaan voor de kosten die gemoeid zijn met het herstel van de vloer.

2.3

Het hof begrijpt de stellingen van [geïntimeerde sub 1] aldus dat op de herstelkosten een bedrag van € 855,-- in mindering dient te worden gebracht, omdat ten onrechte kosten voor het aanbrengen van ventilatieroosters zijn opgenomen. Hierdoor zou [appellant] namelijk in een betere situatie komen dan eerder het geval was, hetgeen niet de bedoeling is.
Het hof volgt [geïntimeerde sub 1] hierin niet, nu uit de reactie van de deskundige valt af te leiden dat het aanbrengen van ventilatieroosters behoort bij deugdelijk herstel van de vloer.

2.4

Het hof zal thans de verschillende, aanvullende schadeposten bespreken, waarbij de volgorde wordt aangehouden die [C&L] (C&L), Krachtwerk en de deskundige hebben gehanteerd.

1. Aftrek kosten ‘nieuw voor oud’

Door de deskundige is opgemerkt dat een aftrek in verband met nieuw voor oud voor de kosten die betrekking hebben op plaatselijk herstel van de vloerconstructie en balkenlaag, door hem niet redelijk worden geacht, om de volgende redenen:

- De deskundige stelt voorop dat een houten begane grondvloer inclusief een houten balkenlaag doorgans de levensduur van een woning meegaat.

  • -

    Delen van het bestaande vloerhout worden gehandhaafd om bijkomende kosten te voorkomen.

  • -

    [appellant] ondervindt mede door deze uitvoeringsmethode geen voordeel; hij krijgt immers geen compleet nieuwe vloer.

  • -

    Bij vervanging van de vloer vindt geen verbetering plaats. De balken worden niet vergroot/verbreed en er wordt geen isolatie toegepast. De nieuwe vloer levert [appellant] ook geen verhoogd woongenot op.

  • -

    Uitgangspunt van de berekening is dat een niet waterpas gelegde vloer, overeenkomstig de bestaande vloer wordt teruggeplaatst. Een eventueel waterpas liggende vloer en de hiermee verband houdende meerkosten zijn niet opgevoerd in de kostenraming.

Het hof acht deze argumenten overtuigend en zal op de herstelkosten van de vloer ad
€ 9.950,-- geen aftrek ‘nieuw voor oud’ toepassen. Het standpunt van [geïntimeerde sub 1], dat hij handhaaft in zijn akte na deskundigenbericht, wordt derhalve verworpen.

2. Extra kosten krimpvrije mortel

Krachtwerk is uitgaan van € 60,-- extra voor krimpvrije mortel. De deskundige heeft in zijn rapport opgemerkt dat een zak krimpvrije mortel geschikt als ondersabelingsmortel per zak à 25 kg circa € 32,-- kost en dat deze hoeveelheid voldoende wordt geacht om op zes posities een oplegging van de stalen IPE

profielen te onderkauwen; de in 2009 begrote materiaalkosten € 30,-- worden daarmee als afdoende beoordeeld.

Het hof zal dit standpunt overnemen en derhalve geen extra kosten voor deze post toewijzen.

3. Extra kosten opslag

Krachtwerk heeft in zijn begroting € 1.500,-- extra opgenomen voor opslag van huisraad tijdens het herstel van de vloer. De deskundige heeft onderschreven dat

tijdelijke opslag van de goederen nodig is en dat opslag in de schuur niet reëel is. De deskundige heeft de omschreven omvang van goederen in het rapport van C&L gecontroleerd en correct bevonden. De deskundige heeft hiervoor in totaal een post van € 1.469,-- berekend (verhuizen naar meubelopslag, Citybox huur, Citybox administratiekosten en slot, verhuizen en verzekering). [geïntimeerde sub 1] verzet zich tegen deze berekening en stelt dat de begroting van [X] Verhuizingen kan worden gevolgd. Voorts is [geïntimeerde sub 1] van mening dat wel opslag van goederen in de schuur mogelijk is.

Het hof ziet onvoldoende aanleiding af te wijken van de bevindingen van de deskundige en zal voor deze post € 1.469,-- rekenen.

4. Extra kosten marmoleumvloer

Krachtwerk heeft in haar begroting een bedrag van € 640,-- opgenomen in verband met extra kosten voor verwijdering van de marmoleumvloer, er vanuit gaande dat geen asbest houdende ondervloer is gebruikt. Volgens de deskundige is geen sprake van een asbesthoudende ondervloer, maar hij acht een aanvullende kostenpost van € 320,-- realistisch. Volgens [geïntimeerde sub 1] dient hier een aftrek ‘nieuw voor oud’ te worden toegepast.
Het hof zal de bevindingen van de deskundige overnemen en een aanvullend bedrag van € 320,-- opnemen. Voor een aftrek ‘nieuw voor oud’ ziet het hof geen aanleiding, nu het hier gaat om verwijderingswerkzaamheden, die niet hadden hoeven te worden uitgevoerd indien de vloer niet hersteld had hoeven te worden.

5. Extra kosten voor afvoer bouw- en sloopafval

In het rapport van Krachtwerk is een extra post van € 180,-- opgenomen, vanwege de afvoer van het marmoleum waarmee geen rekening is gehouden. Volgens de deskundige zijn de containers voor afvoer van bouw- en sloopafval, waarmee hij reeds rekening heeft gehouden bij de berekening van het bedrag van € 9.950,--, voldoende groot om ook het linoleum inclusief mdf/underlayment ondervloer af te voeren. Voor een extra kostenpost is derhalve geen aanleiding.
Het hof volgt de bevindingen van de deskundige en zal op dit punt geen extra schadepost toewijzen.

6. Extra kosten voor verwijdering trap
Volgens de deskundige is een tijdelijke onderslag voor de trap, conform het standpunt en uitleg van C&L noodzakelijk en zijn de kosten ad € 60,-- realistisch. Het verwijderen en hermonteren van de trap conform Krachtwerk acht de deskundige

overbodig. De deskundige begroot voor deze post € 60,--.

Het hof neemt het door de deskundige begrote bedrag over.

7. Extra kosten voor demontage keuken

Krachtwerk heeft een bedrag van € 240,-- gerekend in verband met de kosten die gemaakt moeten worden voor het demonteren van de keuken. De deskundige merkt op dat met een tijdelijke opvangconstructie van het vloerhout kan worden voorkomen dat de onderkasten gedemonteerd en opnieuw gemonteerd moeten worden. Een dergelijke ondersteuningsconstructie is buiten beschouwing gelaten in de opgestelde kostenraming van 2009. De deskundige begroot hiervoor € 250,--.
Het hof neemt het door de deskundige begrote bedrag over.

8. Extra kosten voor demonteren en herplaatsen van de wanden

Krachtwerk heeft voor demontage en herplaatsen van verschillende wanden in de woning extra kosten berekend, in totaal € 2.720,--. Volgens de deskundige is (a) het demonteren en herplaatsen van de keukenwand overbodig; de kosten voor het opvangen van de wand zijn reeds verwerkt in de kostenpost vermeld bij punt 7. Ook (b) het verwijderen van de scheidingswanden tussen hal/keuken en hal/woonkamer acht de deskundige niet noodzakelijk. Er is echter wel ondersteuning nodig voor het regelwerk op de wand hal/keuken aan de keukenzijde, waarmee € 120,-- aan kosten is gemoeid. Van extra montagekosten van de begane grondvloer als gevolg van het handhaven van de gemetselde wanden is volgens de deskundige geen sprake. Voor wat betreft (c) de voorzetwanden aan de binnenzijde van de buitenmuren acht de deskundige verwijdering ook niet noodzakelijk. Wel dienen de plinten te worden verwijderd. De kosten daarvoor en het plaatsen van nieuwe plinten begroot de deskundige op € 440,--. Voorts merkt de deskundige op dat een aftrek ‘nieuw voor oud’, zoals [geïntimeerde sub 1] wenst, voor de plinten niet aan de orde is.
Ten slotte acht de deskundige nog realistisch (d) kosten voor een tijdelijke opvangconstructie voor de (lambrisering/betimmering aan de) voorgevel ad € 150,--, (e) kosten voor het hakken van een aantal kassen in de gevel voor het opleggen van de nieuwe balklaag, waarmee € 520,-- is gemoeid alsmede (f) kosten voor het nastellen van de keukenkasten en herstel van kleine schaden ad € 350,--.

Het hof acht de bevindingen van de deskundige overtuigend en toereikend onderbouwd, zodat deze zullen worden overgenomen, Het hof zal derhalve extra kosten van (b) € 120,--, (c) € 440,--, (d) € 150,--, (e) € 520,-- en (f) € 350,-- opnemen, zonder aftrek ‘nieuw voor oud’.

9. Extra kosten voor demontage plafond keuken en plafond woonkamer

Krachtwerk heeft voor demontage van plafond keuken en woonkamer een extra kostenpost van € 1.920,-- opgenomen. De deskundige stelt echter dat de scheidingswanden worden gehandhaafd, waardoor geen werkzaamheden aan het plafond benodigd zijn. Er is dus geen aanleiding om deze kosten toe te wijzen.
Het hof volgt de deskundige en zal op dit punt geen extra kosten toewijzen.

10. Extra kosten vuile grond

Krachtwerk heeft een kostenpost opgenomen van € 480,-- voor de afvoer van vuile grond. De deskundige stelt echter dat dit geen verband houdt met de werkzaamheden aan de balklaag en het vloerhout van de begane grond.
Het hof volgt de bevindingen van de deskundige en zal op dit punt geen kosten toewijzen.

11. Herplaatsen nieuwe wanden

Krachtwerk heeft hiervoor een post opgenomen van € 5.912,50. De deskundige stelt dat zowel de scheidingswanden als de plafonds worden gehandhaafd, zodat deze post

in zijn geheel te vervalt.
Het hof neemt de bevindingen van de deskundige over.

12. Extra kosten herplaatsen marmoleum

Krachtwerk heeft voor het herplaatsen van het marmoleum een kostenpost van
€ 5.500,-- opgenomen. Volgens de deskundige heeft [appellant] hier inderdaad recht op, zij het dat op deze post wel een aftrek voor ‘nieuw voor oud’ plaats te vinden. Een aftrek van 75% acht de deskundige realistisch. Gebruikmakend van de prijsopgave van [S] Wonen komt de deskundige op een bedrag van € 3.949,--. Na aftrek van 75% resteert een bedrag van € 987,--
Het hof neemt de bevindingen over en zal voor deze post € 987,-- toewijzen.

13. Extra kosten herplaatsen keuken

Krachtwerk heeft voor het herplaatsen van de keuken een kostenpost van € 1.010,-- opgenomen. De deskundige stelt hiertegenover dat de keuken niet wordt verplaatst en dat voor eventuele kleine schade aan bij punt 8 sub (f) een voorziening is opgenomen.
Het hof volgt de bevindingen van de deskundige en wijst op dit punt geen kosten toe.

14. Extra kosten herplaatsen plinten

Krachtwerk heeft voor het herplaatsen van de plinten een bedrag gerekend van
€ 960,--. Volgens de deskundige is toewijzing van dit bedrag niet aan de orde, omdat deze kosten ad € 440,-- reeds zijn verwerkt bij punt 8 sub (c).
Het hof volgt de bevindingen van de deskundige en wijst op dit punt geen kosten toe.

15. Kosten schilderen en stuken wanden

Krachtwerk heeft voor deze werkzaamheden een bedrag van € 4.750,-- gerekend. Volgens de deskundige moet er echter vanuit worden gegaan dat deze werkzaamheden verband houden met het demonteren en herplaatsen van wanden. Nu dit niet noodzakelijk is, ziet de deskundige geen aanleiding deze post op te nemen. Voor zover herstel van de vloer zou leiden tot vervuiling van het behang en/of sauswerk van wanden, gaat de deskundige ervan uit dat de onkosten voor plaatselijk herstel zijn verwerkt in de post onder punt 8 sub (f).
Het hof volgt de bevindingen van de deskundige en zal op dit punt geen kosten toewijzen.

16. Extra kosten voor herplaatsen meubelen en ophalen uit opslag
Krachtwerk heeft hiervoor een bedrag gerekend van € 714,--. Volgens de deskundige zijn de kosten voor het terugplaatsen van de meubels/goederen echter verwerkt bij punt 3. Van het terugplaatsen van de keuken is geen sprake nu de keukenkasten niet verplaatst worden.
Het hof volgt de bevindingen van de deskundige en wijst deze post af.

17. Algemene kosten, winst en risico 12%

De deskundige is van mening dat over alle kosten, dus ook de kostenpost van
€ 9.950,-- een opslagpercentage van 12% realistisch is. Voorts heeft de deskundige volgens een 55 (arbeidt) - 45 (materiaal) verdeling btw in het lage c.q. in het hoge tarief toegepast.
Het hof neemt deze posten over.

18. Verblijfkosten

In de opgave van C&L is ten slotte nog een post van € 2.000,-- opgenomen voor verblijfkosten in de periode dat de werkzaamheden worden uitgevoerd. De deskundige schat de kosten voor verblijf elders op € 1.400,--. [geïntimeerde sub 1] betwist deze kosten, omdat verblijf in een hotel niet nodig is en omdat de kosten te hoog zijn.
Het hof volgt [geïntimeerde sub 1] niet in zijn stelling dat [appellant] op de eerste etage kan slapen, nu de werkzaamheden alleen op de begane grond plaatsvinden. Wanneer de begane grondvloer niet begaanbaar is, kan redelijkerwijs niet in de woning worden verbleven. Onzeker is bovendien of de eerste etage dan wel bereikbaar is. Dat [appellant] thuis ook kosten voor avondeten had gemaakt, doet niet terzake nu het een feit van algemene bekendheid is dat het aanzienlijk duurder is om buitenshuis te eten dan thuis. Het hof neemt de bevindingen van de deskundige over en gaat uit van een bedrag van
€ 1.400,--.

2.5

De deskundige komt aldus tot een totaalbedrag aan schade voor [appellant] van
€ 19.287,--, inclusief btw. Het hof zal dit bedrag overnemen. Dit betekent dat grief 1 in het principaal appel in zoverre slaagt.
In hetgeen hiervoor is overwogen ligt voorts besloten dat grief 2 in het principaal appel slaagt: er dient geen aftrek ‘oud voor nieuw’ plaats te vinden in verband met herstel van de balkenlaag en vloer.

2.6

Vast staat dat [geïntimeerde sub 1] al een bedrag van € 9.282,--, vermeerderd met rente, heeft voldaan aan [appellant], zulks uit hoofde van het vonnis van 18 mei 2011. Nu het vonnis vernietigd zal worden, is er geen reden dit bedrag in het dictum in mindering te brengen op het bedrag van € 19.287,--. Wel zal worden vermeld dat het bedrag van

€ 9.282,-- reeds is betaald; de wettelijke rente dient dan berekend te worden over het resterende bedrag van € 10.005,--. Dit is het bedrag dat het hof zal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, 23 juli 2010.

2.7

Bij grief 3 in het principaal appel heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de rechtbank om de helft van de kosten van het (eerste) deskundigenonderzoek van [deskundige] voor rekening van [appellant] te brengen (r.o. 4.11 vonnis). Volgens [appellant] is het terecht dat de kosten die de deskundige heeft gemaakt voor onderzoek aan de fundering niet voor rekening van [geïntimeerde sub 1] komen, maar die kosten zijn volgens [appellant] veel minder dan de helft van de totale kosten. De deskundige heeft zelf aangegeven dat 80% van de werkzaamheden zijn besteed aan de vloerconstructie (brief 9 januari 2012, prod. D memorie van grieven).
Gelet op de verklaring van de deskundige zal het hof 80% van de kosten van het deskundigenonderzoek ad € 5.236,-- (incl. btw), derhalve € 4.188,80 voor rekening van [geïntimeerde sub 1] brengen (waarvan € 2.618,-- is betaald uit hoofde van het vonnis). De grief slaagt derhalve.

2.8

Grief 5 in het principaal appel is gericht tegen de afwijzing door de rechtbank van de door [appellant] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten. Het hof overweegt dat de door [appellant] gegeven opsomming van verrichte werkzaamheden (memorie van grieven punt 31) voor een groot deel ziet op werkzaamheden die vallen onder de kostenveroordeling ex art. 237 Rv. Deze komen derhalve niet in aanmerking voor vergoeding wegens buitengerechtelijke incassowerkzaamheden. Nu het slechts gaat om één of twee brieven die als buitengerechtelijke incassowerkzaamheden kunnen worden aangemerkt, zal het hof de kosten daarvan begroten en een bedrag toewijzen van € 300,--.

De grief slaagt in zoverre.

2.9

Ook de kosten van het rapport van [C&L] ad € 1.626,73 dienen voor rekening van [geïntimeerde sub 1] te komen, nu het hier gaat om redelijke kosten ter vaststelling van schade. Die vordering wordt derhalve eveneens toegewezen, te vermeerderen met rente.

2.10

Het grotendeels slagen van de grieven in het principaal appel brengt mee dat de kosten in het principaal appel voor rekening van [geïntimeerde sub 1] zullen worden gebracht, daaronder begrepen de kosten van het (tweede) deskundigenbericht.
In het tussenarrest van 4 december 2012 is reeds beslist dat de grieven in het incidenteel appel falen. De kosten van het incidenteel appel komen derhalve eveneens voor rekening van [geïntimeerde sub 1].

Beslist wordt als volgt.

3 Beslissing

vernietigt het vonnis van de rechtbank Noord-Holland (Alkmaar) van 18 mei 2011;

en opnieuw rechtdoende in het principaal appel en in het incidenteel appel:

1. veroordeelt [geïntimeerde sub 1] tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 19.287,-- (incl. btw) voor herstel van de vloer (waarvan reeds € 9.282,-- is betaald door [geïntimeerde sub 1]), te vermeerderen met de wettelijke rente over het nog te betalen bedrag van € 10.005,-- vanaf 23 juli 2010;

2. veroordeelt [geïntimeerde sub 1] tot betaling aan [appellant] van € 4.188,80 (incl. btw) voor de kosten van het eerste deskundigenbericht (waarvan reeds € 2.618,-- is betaald door [geïntimeerde sub 1]), te vermeerderen met de wettelijke rente over het nog te betalen bedrag van € 1.570,-- vanaf 1 juni 2009;

3. veroordeelt [geïntimeerde sub 1] tot betaling aan [appellant] van € 1.626,73 voor de kosten van [C&L], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 oktober 2011;

4. veroordeelt [geïntimeerde sub 1] tot betaling aan [appellant] van € 300,-- wegens buitengerechtelijke incassowerkzaamheden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 juli 2010;

5. veroordeelt [geïntimeerde sub 1] in de kosten van de procedure en begroot die aan de zijde van [appellant]

in eerste aanleg: op € 1.367,93 aan verschotten en € 1.788,00 voor salaris;

in het principaal appel: op € 3.543,14 aan verschotten en € 4.893,00 voor salaris;

in het incidenteel appel: op nihil op verschotten en € 815,50 voor salaris;

6. verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;

7. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.C. Meijer, R.H. de Bock en R.H.C. van Harmelen en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 11 november 2014.