Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4754

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-11-2014
Datum publicatie
16-01-2015
Zaaknummer
23-000504-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Veroordeling snorder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000504-14

datum uitspraak: 14 november 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank Amsterdam van 7 februari 2014 in de strafzaak onder parketnummer 13-110389-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 oktober 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 maart 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met een auto ([kenteken]) taxivervoer heeft verricht zonder een daartoe verleende vergunning.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 13 maart 2012 te Amsterdam, met een auto, [kenteken], taxivervoer heeft verricht zonder een daartoe verleende vergunning.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld, kort en zakelijk weergegeven, dat de verdachte is uitgelokt tot het plegen van het ten laste gelegde feit. Voorts heeft zij aangevoerd, dat de verbalisanten zich mogelijk vergist hebben in de persoon, nu de verklaring van de verdachte haaks staat op het proces-verbaal van bevindingen.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het ten laste gelegde ontkend; hij heeft gesteld alleen de verbalisanten een lift te hebben aangeboden toen ze op zijn auto tikten. Voorts heeft hij na de rit niet om geld gevraagd. Desgevraagd heeft hij verklaard, dat hij de mannen niet kende.

Het hof overweegt naar aanleiding hiervan als volgt.

Op 13 maart 2012 is de verdachte aangehouden in het kader van een zogenaamde snordersactie van de politie in Amsterdam Zuid-Oost (proces-verbaal van bevindingen van 13 maart 2012).

De verdachte bevond zich volgens verbalisanten in een personenauto met kenteken [kenteken] en reed stapvoets. Hij wenkte met zijn vingers naar de verbalisanten en maakte oogcontact. De verdachte liet toe dat de verbalisanten vervolgens in zijn auto stapten. De verdachte heeft gevraagd: ‘waar naar toe?’ Na aankomst op de plaats van bestemming heeft hij de verbalisanten, die al uitgestapt waren, gezegd dat ze nog niet hadden betaald. Op hun vraag ‘hoeveel’ heeft hij een bedrag genoemd. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan hetgeen door de verbalisanten is gerelateerd over de aanhouding van de verdachte en aan hetgeen daaraan vooraf is gegaan. Naar het oordeel van het hof is niet aannemelijk geworden, dat de verdachte twee hem onbekende mannen zonder betaling een lift heeft aangeboden en dat hij door de verbalisanten is gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds tevoren gericht.

Het verweer wordt verworpen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van het voorschrift, gesteld bij artikel 76 eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De economische politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete van € 1500,00, te vervangen door 25 dagen hechtenis, waarvan € 500,00, te vervangen door 10 dagen hechtenis voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

De raadsvrouw heeft het hof verzocht de verdachte, in verband met zijn financiële situatie, geen geldboete op te leggen, maar een geheel voorwaardelijke straf. De verdachte is na het plegen van het onderliggende feit niet meer met politie of justitie in aanraking geweest.

De verdachte heeft daar desgevraagd aan toegevoegd, dat hij op dit moment naast hoge schulden geen werk en geen inkomen heeft en dat hij bereid en in staat is een taakstraf uit te voeren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoer van personen zonder dat hij over een daartoe benodigde taxivergunning beschikte.

De verdachte heeft zich door zijn handelen, dat gericht was op eigen financieel gewin, onttrokken aan de regelgeving die het beroepspersonenvervoer reguleert en beschermt. Dit heeft niet alleen oneerlijke concurrentie tot gevolg maar brengt ook met zich mee dat niet kan worden gecontroleerd of het vervoer voldoet aan alle eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid. Snorders vormen daarmee een risico voor de veiligheid van hun passagiers. Voorts is gebleken dat in de gebieden waar snorders actief zijn, de verkeersveiligheid in gevaar kan komen door bepaald rijgedrag, dat bovendien als overlast gevend wordt beschouwd.

Het hof is van oordeel dat een straf zoals voorgesteld door de raadsvrouw in dit geval niet passend is.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 15 oktober 2014 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld, echter niet voor overtreding van de Wet personenvervoer.

Het hof heeft in hetgeen door de raadsvrouw en de verdachte is aangevoerd aanleiding gezien de verdachte geen geldboete op te leggen. Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 76 en 103 van de Wet personenvervoer 2000.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en de eerder uitgevaardigde strafbeschikking en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige economische kamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.J.M.W. Paridaens-van der Stoel, mr. P.F.E. Geerlings en mr. A.M.C.C. Tubbing, in tegenwoordigheid van mr. A. Scheffens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 november 2014.

Mrs. Geerlings, Tubbing en Scheffens zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...]

[...][...]

[...]