Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4670

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-08-2014
Datum publicatie
14-11-2014
Zaaknummer
23-003556-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hennepteelt. Vrijspraak diefstal elektriciteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 23-003556-13

Datum uitspraak: 18 augustus 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 11 september 2012 in de strafzaak onder parketnummer 15-660097-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 augustus 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:

Feit 1

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2011 tot en met 15 september 2011 te Krommenie, gemeente Zaanstad, (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand/woning aan de [adres 2]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 134 hennepplanten, althans (telkens) een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2

op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 juni 2011 tot en met 15 september 2011 te Krommenie, gemeente Zaanstad, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V., in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich (telkens) de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Ten laste is gelegd de diefstal van een hoeveelheid elektriciteit. Vast is komen te staan dat de elektriciteit voor de hennepkwekerij niet buiten de meter om is betrokken. Blijkens het bij de aangifte bijgevoegde aangifteformulier van Liander, opgemaakt door D.M. Hofmann, staat vast dat de ijkschroefgleuven op de elektriciteitsmeter waren beschadigd en dat er geen originele ijkzegels op de meterkast zaten. De vaststelling van voornoemde Hofmann dat het verbreken van de originele zegels de mogelijkheid biedt de kap van de meterkast te verwijderen en daarmee de mogelijkheid ontstaat het telwerk te beïnvloeden, noopt geenszins tot de conclusie dat dit ook is gebeurd. Daarbij merkt het hof op dat, zo op basis van overige feiten en omstandigheden het hof al tot het wettig en overtuigend bewijs van het terugdraaien van de meterstand door de verdachte zou komen, dit niet leidt tot een bewezenverklaring van de ten laste gelegde diefstal. Het terugdraaien van de meterstand met als doel om zichzelf te bevoordelen door Liander te bewegen tot afgifte van elektriciteit zonder dat daar betaling van de gebruiker tegenover staat, kan slechts leiden tot de bewezenverklaring van oplichting. Nu dit niet is ten laste gelegd moet de verdachte worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde.

Bewijsoverweging

Op 15 september 2011 is er een hennepkwekerij aangetroffen in de woning van de verdachte. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij de kamer waarin de hennepplanten zijn aangetroffen (onder)verhuurde aan een persoon genaamd [persoon] en dat hij, de verdachte, geen wetenschap heeft gehad van de hennepkwekerij. Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De verdachte heeft wisselend verklaard over zijn ontmoetingen met deze [persoon] en de periode dat hij de kamer aan hem verhuurde. In zijn verhoor bij de politie van 15 september 2011 heeft de verdachte verklaard dat de tijd die [persoon] bij hem de kamer huurde ‘bijna drie maanden’ betrof (doorgenummerde dossierpagina 13). In datzelfde verhoor heeft de verdachte die huurperiode bijgesteld tot ‘2 a 2 en een halve maand’ (doorgenummerde dossierpagina 14). Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat [persoon] reeds een periode van negen tot twaalf maanden bij hem huurde gerekend vanaf september 2011.

De verdachte heeft bij zijn politieverhoor verklaard [persoon] ‘een keer of zes’ te hebben gezien (doorgenummerde dossierpagina 15). Ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij verklaard vijftien keer een vluchtige ontmoeting met [persoon] te hebben gehad.

Voorts bevat het dossier twee, de verdachte belastende, verklaringen. Op 15 september 2011 wordt [getuige 2], (destijds) een vriend van de verdachte, als verdachte verhoord door de politie. Voornoemde [getuige 2] heeft in dat verhoor verklaard dat de verdachte sinds een jaar werkloos is en ‘volgens hem’ zijn huur en (levens)onderhoud betaalt met de plantjes (het hof begrijpt: de opbrengsten uit de hennepkwekerij) (doorgenummerde dossierpagina 20). De andere verklaring is afgelegd door [getuige 1], sinds

1 februari 2011 eigenaar van de woning die de verdachte destijds huurde. Voornoemde [getuige 1] heeft verklaard onder meer te hebben vernomen dat een andere huurster is verhuisd door de overlast die verdachte bezorgde. Deze overlast bestond uit geluid, bedreiging en de geur van hennep. De nieuwe huurder verklaarde volgens [getuige 1] hetzelfde, waarop hij de verdachte daarop heeft aangesproken (doorgenummerde dossierpagina 22).

De verklaring van de verdachte dat hij de kamer verhuurde aan ene [persoon] en dat hij geen wetenschap had van de in zijn woning aanwezige hennepkwekerij, acht het hof niet aannemelijk. De verdachte kan, behalve de voornaam van deze huurder, geen nadere gegevens verstrekken om zijn identiteit te achterhalen. In het licht hiervan en tegen de achtergrond van verdachtes wisselende verklaringen over de aanvang van de huur door [persoon], de op het aangetroffen kweekschema vermelde datum, alsmede de verklaringen van [getuige 2] en [getuige 1], acht het hof de door de verdachte naar voren gebrachte alternatieve gang van zaken onaannemelijk en ongeloofwaardig.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

Feit 1:
in de periode van 1 juni 2011 tot en met 15 september 2011 te Krommenie, gemeente Zaanstad, telkens opzettelijk heeft geteeld, in een woning aan de [adres 2], een hoeveelheid van in totaal 134 hennepplanten.

Hetgeen onder 1 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het onder 1 en onder 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van hennep. Het gebruik van hennep kan schadelijke gevolgen meebrengen voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien leidt de teelt van hennep veelal tot negatieve maatschappelijke effecten en gaat zij niet zelden gepaard met vormen van zware criminaliteit.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 21 juli 2014 is de verdachte niet eerder strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn voordeel weegt.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Deze zal lager zijn dan door de advocaat-generaal gevorderd nu het hof de verdachte zal vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 60 (zestig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. A.P.M. van Rijn en mr. H. Manuel, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 augustus 2014.

mr. H. Manuel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...].