Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4668

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
18-08-2014
Datum publicatie
14-11-2014
Zaaknummer
23-001670-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mishandeling (ex) levensgezel. Strafmaatappel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 23-001670-14

Datum uitspraak: 18 augustus 2014

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 augustus 2013 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-077663-13 en 13-155197-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 4 augustus 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Zaak A (parketnummer 13-155197-12)

hij op of omstreeks 28 februari 2012 te Amsterdam opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), een of meermalen (met kracht) op/tegen de rug, althans het lichaam, heeft geschopt en/of getrapt (zulks ook terwijl die [slachtoffer] (weerloos) op de grond lag), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

Zaak B (parketnummer 13-077663-13)

1.

hij op of omstreeks 6 juni 2012 te Amsterdam opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], een of meermalen met (gebalde vuist(en)) in/tegen het gezicht, in elk geval op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt (ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen) en/of (vervolgens) (terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) een of meermalen (met kracht) (met geschoeide voet(en)) in/tegen het gezicht en/of op het hoofd en/of tegen/op de borst, in elk geval het lichaam, heeft getrapt en/of geschopt, waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2

hij op of omstreeks 6 juni 2012 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een scooter, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt door een of meermalen met kracht tegen die scooter te trappen en/of die scooter (aldus) omver te trappen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in zaak A en in zaak B onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:



Zaak A (parketnummer 13-155197-12)

hij op 28 februari 2012 te Amsterdam opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], meermalen tegen het lichaam heeft getrapt, zulks ook terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, waardoor deze pijn heeft ondervonden;

Zaak B (parketnummer 13-077663-13)

1.

hij op 6 juni 2012 te Amsterdam opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer], meermalen met gebalde vuisten tegen het gezicht heeft geslagen en gestompt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer] ten val is gekomen, en vervolgens, terwijl die [slachtoffer] op de grond lag, meermalen met kracht, met geschoeide voet in het gezicht en op het hoofd en tegen de borst heeft getrapt en geschopt, waardoor die [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2

hij op 6 juni 2012 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk een scooter, toebehorende aan [slachtoffer], heeft vernield door een of meermalen met kracht tegen die scooter te trappen en die scooter aldus omver te trappen.

Hetgeen in de zaak met parketnummer 13-155197-12 en in de zaak met parketnummer 13-077663-13 onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 13-155197-12 en in de zaak met parketnummer 13-077663-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in zaak A bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Het in zaak B onder 1 bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Het in zaak B onder 2 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in zaak A met parketnummer 13-155197-12 en in zaak B met parketnummer 13-077663-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder A en B onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de verzoening met het slachtoffer en het feit dat zij nu zwanger is van de verdachte, de verdachte schuldig dient te worden verklaard zonder dat hem een straf wordt opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

Uit het dossier volgt dat er veelvuldig relationele problemen waren tussen de verdachte en het slachtoffer. De verdachte heeft zich meer dan één keer schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn (destijds) ex-vriendin en heeft bij één van die gelegenheden haar scooter vernield. Bij de mishandelingen op 28 februari 2012 en 6 juni 2012 heeft de verdachte het slachtoffer onder meer geschopt en getrapt terwijl zij op de grond lag. Mishandeling vormt een inbreuk op de lichamelijke integriteit van personen en veroorzaakt daarnaast gevoelens van onveiligheid bij het slachtoffer.

De verdachte heeft bovendien met zijn openlijk agressieve gedrag en het door hem uitgeoefende geweld gevoelens van angst teweeg gebracht; niet alleen bij het slachtoffer, maar ook bij haar familieleden en vrienden. Het hof rekent dit de verdachte aan.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 21 juli 2014 is de verdachte eerder voor geweldsmisdrijven onherroepelijk veroordeeld, hetgeen in zijn nadeel weegt.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden. Het hof ziet, gelet op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, alsmede het hiervoor overwogene, geen aanleiding om artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht toe te passen dan wel een voorwaardelijk strafdeel met een proeftijd op te leggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57, 300 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in zaak A met parketnummer 13-155197-12 en in zaak B met parketnummer 13-077663-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak A met parketnummer 13-155197-12 en in de zaak B met parketnummer 13-077663-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering zal worden gebracht, volgens de maatstaf van twee uren taakstraf per in voorarrest doorgebrachte dag, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.W.H.G. Loyson, mr. A.P.M. van Rijn en mr. H. Manuel, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 augustus 2014.

mr. H. Manuel is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...]