Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4649

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
05-11-2014
Datum publicatie
16-01-2015
Zaaknummer
23-001965-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Witwassen. Bevestiging vonnis waarvan beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-001965-13

datum uitspraak: 6 november 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 8 april 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-801493-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

adres: [adres].

Omvang van het appel

Nu blijkens de appelakte het hoger beroep onbeperkt is ingesteld – overigens in strijd met de uitdrukkelijke schriftelijke opdracht van de raadsman aan de griffier die geen hoger beroep tegen de vrijspraak heeft willen instellen – en dus mede betrekking heeft op de vrijspraak voor feit 2 op de tenlastelegging zal de verdachte in zijn appel in zoverre niet-ontvankelijk worden verklaard.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 oktober 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof het vonnis aanvult met de hiernavolgende bespreking en verwerping van de ter terechtzitting in hoger beroep gevoerde verweren.

Gevoerde verweren

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit op de gronden die zijn aangevoerd in de zaak tegen haar medeverdachte [medeverdachte] en zoals hieronder aangegeven.

Het hof verwerpt de verweren van de raadsman en overweegt daartoe als volgt.

ten aanzien van feit 1:

De raadsman heeft – zo begrijpt het hof de raadsman – in deze zaak naar voren willen brengen dat de verdachte heeft voldaan aan het vereiste dat zij een concrete en in beginsel verifieerbare verklaring heeft gegeven voor de herkomst en de bestemming van het bij hem aangetroffen geld door te verklaren over het verzoek van zijn moeder om de tas waarin het geld was opgeborgen voor haar te dragen op weg naar haar huwelijk in Brazilië.

Het hof is van oordeel dat, op basis van de door de rechtbank in het vonnis opgesomde feiten en omstandigheden, het vermoeden van de douane dat de verdachte zich aan witwassen schuldig maakte gerechtvaardigd was. Daar tegenover heeft de verdachte noch in de fase van de opsporing, noch bij latere gelegenheden concrete en in beginsel verifieerbare gegevens geleverd om de door hem gestelde herkomst van de bij hem en zijn reisgenoten aangetroffen bedragen te staven. Zijn verwijzing naar de verklaringen van zijn moeder met betrekking tot het reisdoel baten niet nu dat reisdoel van de groep – een huwelijk van zijn moeder in Brazilië – niet aannemelijk is geworden. Daarmee staat de verklaring van de verdachte over het voorhanden krijgen van het geld bij de aanvang van de reis op losse schroeven.

Ook als dat anders zou zijn had van de verdachte in ieder geval enig onderzoek mogen worden verwacht naar de herkomst van geld dat hij in opdracht van zijn moeder bij zich droeg, welk onderzoek de verdachte juist niet heeft willen doen.

De raadsman heeft voorts betoogd dat in de tenlastelegging betrokkenheid van de verdachte bij een gronddelict ontbreekt, terwijl van verheimelijkende gedragingen geen sprake is. Het hof overweegt dat voor het bewijs van de tenlastegelegde variant van witwassen niet vereist is dat komt vast te staan uit welk misdrijf de gelden voortkomen; nu zoals hierboven is overwogen de verdachte geen concrete en in beginsel verifieerbare verklaring heeft gegeven voor de herkomst en de bestemming van het bij hem aangetroffen geld is de criminele herkomst van dat geld voldoende aannemelijk. Voorts is niet ten laste gelegd enig door de verdachte gepleegd misdrijf, zodat geen verhullende gedraging bewezen hoeft te worden. De rechtbank heeft in haar vonnis dan ook het juiste criterium gehanteerd.

BESLISSING

Het hof:

Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. H.W.J. de Groot en mr. M. Iedema, in tegenwoordigheid van

mr. M. Venderbosch, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

6 november 2014.

Mr. M. Venderbosch is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.