Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4442

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
30-10-2014
Datum publicatie
19-11-2014
Zaaknummer
200.151.673/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gegronde redenen om aan een juist beleid te twijfelen. Onderzoek bevolen en onderzoeker benoemd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 345; 349a; 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2015/12
JONDR 2015/217
OR-Updates.nl 2014-0422
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer : 200.151.673/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 30 oktober 2014

inzake

[A]

wonende te Jeruzalem, Israël,

VERZOEKER,

advocaat: mr. A.D. van Koningsveld, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HYDRODENT ORAL INNOVATION B.V.

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

niet verschenen.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen worden hierna aangeduid als [A] en Hydrodent.

1.2

[A] heeft bij op 2 juli 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Hydrodent over de periode van 29 december 2011 tot 1 juli 2014, alsmede om de bestuurder van Hydrodent, subsidiair de vennootschap te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 2 oktober 2014. Bij die gelegenheid is [B] als gevolmachtigde van [A] verschenen en heeft diens advocaat het standpunt van verzoeker toegelicht en vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.

2 De feiten

2.1

Hydrodent is op 29 december 2011 opgericht. [A] en [C], verder [C], houden elk 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Hydrodent. [C] is enig bestuurder van de vennootschap. Enig bestuurder van [C] is [D], hierna verder [D], op wiens laatst bekende woonadres te Amsterdam Hydrodent en [C] zijn gevestigd.

2.2

De aandeelhouders hebben op 10 januari 2012 een overeenkomst gesloten, waarin onder meer is bepaald dat de bestuurder op basis van een managementovereenkomst haar diensten zal verlenen. Deze managementovereenkomst behoeft de goedkeuring van de vergadering van aandeelhouders.

2.3

De vennootschap heeft onder meer tot doel het importeren en distribueren van tandheelkundige apparatuur. Yerashalmi heeft een dergelijk product ontwikkeld, de OralJet, en de vennootschap zou deze op de Europese, Amerikaanse en Israëlische markt brengen.

2.4

Ter verwezenlijking van dat oogmerk heeft [A] een bedrag van € 150.000 aan de vennootschap ter beschikking gesteld op een bankrekening, tot het gebruik waarvan zowel [A] als [D] (naar de Ondernemingskamer begrijpt, beiden voor de vennootschap) bevoegd waren.

2.5

[A] heeft [D] verzocht hem op de hoogte te houden van de ontwikkelingen in de vennootschap, het beleid en de bestedingen. Aan dit verzoek is stelselmatig geen gehoor gegeven.

2.6

In januari 2013 is [A] naar Nederland gekomen en heeft bij de bank afschriften van de bankrekening opgevraagd. Het banksaldo was toen € 10.000. De uitgaven kon [A] niet of onvoldoende in verband brengen met het project om de OralJet te vermarkten of anderszins thuisbrengen. [A] stelde verder een aantal overboekingen naar de bestuurder vast.

2.7

Ondanks herhaalde verzoeken daartoe van de zijde van [A], zijn geen algemene vergaderingen van aandeelhouders gehouden in 2012, 2013 en 2014, noch is over 2012 en 2013 een jaarrekening door de bestuurder opgemaakt.

2.8

[A] heeft bij brief van 20 maart 2013 bezwaren tegen het beleid en de gang van zaken in de vennootschap kenbaar gemaakt, in het bijzonder ten aanzien van de niet zakelijke onttrekkingen aan de bankrekening van Hydrodent. [C] heeft daarop niet gereageerd, noch is sedertdien enige activiteit van de vennootschap bekend. De vennootschap is in juni 2014 uit het Handelsregister uitgeschreven.

3 De gronden van de beslissing

3.1

[A] heeft aan zijn stelling dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid van Hydrodent ten grondslag gelegd dat niet duidelijk is waaraan Hydrodent het door [A] ter beschikking gestelde bedrag van € 150.000 heeft uitgegeven, dat Hydrodent weigert daarover opheldering te verschaffen en de bestuurder zich onbereikbaar houdt.

3.2

De Ondernemingskamer overweegt als volgt.

3.3

Binnen de statutaire termijnen is geen (jaarlijks verplichte) aandeelhouders vergadering gehouden, noch is een jaarrekening over de jaren (2011) 2012 en 2013 opgemaakt, terwijl [A] als aandeelhouder evenmin op ander wijze is geïnformeerd.

3.4

Daarbij komt dat [A] bij herhaling om de informatie over de (in zijn ogen niet zakelijke) betalingen door Hydrodent heeft gevraagd, de bestuurder heeft verzocht om een aandeelhoudersvergadering te doen uitschrijven en dat de bestuurder van Hydrodent daarop niet heeft gereageerd.

3.5

Aan overboekingen aan de persoonlijke holding van [D], die als bestuurder optrad, had volgens de aandeelhoudersovereenkomst van 10 januari 2012 bovendien een door de aandeelhoudersvergadering goed te keuren managementovereenkomst (afspraak over de managementfee) ten grondslag moeten liggen, waarvan niet is gebleken.

3.6

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer zijn er op grond van vorenstaande gegronde redenen om te twijfelen aan een juist beleid van Hydrodent. De Ondernemingskamer zal overeenkomstig het verzoek een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken vanaf 29 december 2011 tot 1 juli 2014 bevelen.

3.7

Ter zitting heeft [A] verklaard zich tot een bedrag van € 15.000 garant te willen stellen voor de kosten van het onderzoek.

3.8

Hydrodent zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Hydrodent Oral Innovation B.V., over de periode vanaf 29 december 2011 tot 1 juli 2014;

benoemt mr. F. Kemp teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 10.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Hydrodent en voor de betaling daarvan ten genoege van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;

verwijst Hydrodent in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [A] begroot op € 2.990;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. G.C. Makkink en mr. J.G. Sijmons, raadsheren, en E.R. Bunt en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. H.H.J. Zevenhuijzen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 30 oktober 2014.