Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4408

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-09-2014
Datum publicatie
28-10-2014
Zaaknummer
200.150.518/01
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vanwege psychische beperkingen os er een beschermingsbewind ingesteld en worden de administratie van saniet geordend en de financiën beheerd. De beschermingsbewindvoerder zou uitvoering geven aan het plan van aanpak om de boedelachterstand en de nieuwe schulden die in de schuldsanering waren ontstaan, in te lopen. Met het oog hierop heeft de rechtbank de looptijd van de schuldsanerings-regeling verlengd. In hoger beroep is echter duidelijk geworden dat de beschermingsbewindvoerder niet alleen geen (volledige) uitvoering heeft gegeven aan het plan van aanpak, maar ook geen inkomen stabiliserende maatregelen heeft getroffen, waardoor nieuwe schulden zijn ontstaan. Onder deze omstandigheden acht het hof het feit dat saniet de boedelachterstand niet volledig heeft ingelopen en nieuwe schulden heeft laten ontstaan niet in die mate toerekenbaar dat dit tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling dient te leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2014/282

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.150.518/01

insolventienummer rechtbank Amsterdam : C/13/10/128-R

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 4 september 2014

in de zaak van

[X]

wonend te Amsterdam,

appellante,

advocaat: mr. J.C.R. de Lyon te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Appellante wordt hierna [X] genoemd.

[X] is bij op 12 juni 2014 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 juni 2014, waarbij ten aanzien van haar de toepassing van de schuldsaneringsregeling tussentijds is beëindigd.

Het hoger beroep is behandeld ter terechtzitting van 26 augustus 2014. Bij die behandeling is [X] verschenen, vergezeld van[Y] namens de beschermingsbewindvoerder, en bijgestaan door mr. De Lyon voornoemd, die het beroepschrift mondeling heeft toegelicht aan de hand van door hem overgelegde pleitnotities. Voorts is verschenen de bewindvoerder in de schuldsaneringsregeling,

E. Switters.

Het hof heeft kennis genomen van het beroepschrift, het dossier van de rechtbank, waaronder het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg, de namens [X] op 22 augustus 2014 ter griffie van het hof ingekomen akte overlegging producties tevens inhoudende aanvullende gronden, en het verslag van de bewindvoerder van 23 juni 2014. [X] heeft verklaard eveneens kennis te hebben genomen van de genoemde stukken.

2 Beoordeling

2.1

Op voordracht van de rechter‑commissaris heeft de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van [X] op de voet van artikel 350 van de Faillissementswet (Fw) tussentijds beëindigd. Blijkens het vonnis van 4 juni 2014 heeft [X] - samengevat - een boedelachterstand laten bestaan van € 960,71 en is sprake van nieuwe schulden aan het UWV ad € 524,68, aan de verhuurder van € 2.629,79 en aan de Dienst Wonen Zorg en Samenleven van € 2.167,26. De rechtbank heeft geoordeeld dat [X] verwijtbaar is tekortgeschoten en dat niet aannemelijk is dat zij de boedelachterstand en de nieuwe schulden voor het einde van de looptijd zal kunnen inlossen. De rechtbank heeft de schuldsaneringsregeling beëindigd aangezien zij er onvoldoende vertrouwen in heeft dat [X] de regeling tot een goed einde zal kunnen brengen.

2.2

[X] - geboren op […] - is op 19 februari 2010 tot de schuldsaneringsregeling toegelaten. Bij vonnis van 13 maart 2013 heeft de rechtbank Amsterdam de looptijd van de schuldsanering bepaald op vijf jaar, derhalve tot 19 februari 2015, teneinde [X] in staat te stellen een boedelachterstand van € 4.492,24 en de nieuwe schulden aan het UWV ad € 524,68, aan de verhuurder ad € 2.629,79 en aan de Dienst Wonen ad € 2.167,26 af te lossen.

2.3

[X] is van mening dat het tekortschieten in de schuldsanering haar niet valt toe te rekenen en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Omdat [X] door haar psychische beperkingen niet in staat is haar post te ordenen en haar financiën te beheren zijn haar goederen op […]2012 onder bewind gesteld van Stichting CAV (hierna CAV). Er waren op dat moment al nieuwe schulden ontstaan en met hulp van haar beschermingsbewindvoerder heeft zij een plan van aanpak gemaakt om de nieuwe schulden en de boedelachterstand in te lopen. In verband daarmee heeft de rechtbank de looptijd van de schuldsaneringsregeling verlengd. CAV is als beschermingsbewindvoerder echter ernstig tekortgeschoten in het bijstaan van [X]. Niet alleen heeft CAV het inkomen van [X] niet gestabiliseerd, waardoor nieuwe schulden zijn ontstaan, ook heeft zij vanaf november 2013 niet meer afgelost op de boedelachterstand, niet tijdig aangifte inkomstenbelasting gedaan, niet tijdig een parkeervergunning aangevraagd waardoor er parkeerboetes zijn opgelegd, en heeft zij evenmin herziening verzocht bij het College van B&W van de terugvordering van het persoonsgebonden budget. [X] heeft in verband met deze tekortkomingen CAV aansprakelijk gesteld voor de daardoor geleden schade. In reactie daarop heeft CAV laten weten dat zij gelden ter beschikking stelt waarmee de boedelachterstand en de nieuwe schulden voor het einde van de looptijd kunnen worden afgelost. [X] verzoekt de schuldsaneringsregeling te laten voortduren.

2.4

De bewindvoerder heeft desgevraagd verklaard dat thans geen reden meer bestaat de schuldsanering te beëindigen.

2.5

Het hof stelt bij zijn beoordeling voorop dat uit de wettelijke schuldsaneringsregeling voor de schuldenaar verplichtingen voortvloeien, die hun grond vinden in de doelstelling van die wet. Deze doelstelling komt erop neer dat natuurlijke personen die in een uitzichtloze financiële positie zijn gekomen de kans moet worden geboden weer met een schone lei verder te gaan. Daar staat echter tegenover dat van de schuldenaar een actieve medewerking aan een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling wordt gevergd. Van het ontbreken van de vereiste medewerking kan, onder meer, sprake zijn indien de schuldenaar zijn informatie- en/of sollicitatieplicht niet nakomt dan wel een boedelachterstand en/of bovenmatige nieuwe schulden heeft laten ontstaan.

2.6

Op grond van het verhandelde ter zitting in hoger beroep en de overgelegde stukken is naar het oordeel van het hof genoegzaam gebleken dat [X] de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen. De boedelachterstand werd niet meer ingelopen en er is een huurachterstand van ten minste € 1.525,72 ontstaan terwijl geen regeling is getroffen voor de schuld aan de Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Bovendien zijn nieuwe schulden ontstaan aan de Belastingdienst, het CJIB en de kinderopvang. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat [X] niet in die mate is tekortgeschoten dat tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is. Daartoe overweegt het hof als volgt. Vanwege psychische beperkingen, waaronder agorafobie en een paniekstoornis, zijn de goederen van [X] onder bewind gesteld en ontvangt zij bijstand bij het ordenen van de administratie en het beheren van de financiën. De beschermingsbewindvoerder zou uitvoering geven aan het plan van aanpak om de boedelachterstand en de nieuwe schulden die in de schuldsanering waren ontstaan, in te lopen. Met het oog hierop heeft de rechtbank de looptijd van de schuldsanerings-regeling verlengd. In hoger beroep is echter duidelijk geworden dat de beschermings-bewindvoerder niet alleen geen (volledige) uitvoering heeft gegeven aan het plan van aanpak, maar ook geen inkomen stabiliserende maatregelen heeft getroffen, waardoor nieuwe schulden zijn ontstaan. Ook overige zaken die de financiën van [X] betreffen zijn niet naar behoren verzorgd door de beschermingsbewindvoerder. Deze gang van zaken is ter zitting in hoger beroep bevestigd door mevrouw [Y] van CAV. Onder deze omstandigheden acht het hof het feit dat [X] de boedelachterstand niet volledig heeft ingelopen en nieuwe schulden heeft laten ontstaan niet in die mate aan haar toerekenbaar dat dit tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling dient te leiden. Bovendien blijkt uit de brief van CAV van 20 augustus 2014 dat de huurschuld en de schuld aan het UWV inmiddels zijn voldaan, dat voor de schuld aan de Dienst Wonen, Zorg en Samenleven herziening gevraagd zal worden en dat, in het geval deze aanvraag tot niets leidt, CAV ook deze schuld op zich neemt. Verder blijkt uit voornoemde brief dat inkomen reparerende maatregelen zijn getroffen, dat CAV in afwachting van het inkomensherstel een voorschot zal verlenen van € 5.883,30 teneinde de ontstane achterstanden te kunnen voldoen en, ten slotte, dat CAV de boete Inkomstenbelasting 2012 en de boetes Dienst Belastingen van de Gemeente Amsterdam zal betalen. Aldus bestaat met het voorgaande voldoende vertrouwen dat de boedelachterstand en de nieuwe schulden binnen afzienbare tijd worden ingelost.

2.7

Het vorenoverwogene in aanmerking genomen bestaat thans geen grond meer voor tussentijdse beëindiging van de schuldsanering. Het hof zal [X] dan ook in de gelegenheid stellen de schuldsaneringsregeling met goed gevolg af te ronden. Daarbij wordt opgemerkt dat alle voor [X] geldende verplichtingen onverkort van kracht blijven en dat zij deze dient na te komen. Het vonnis waarvan beroep wordt vernietigd.

3 Beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep en opnieuw rechtdoende:

wijst de voordracht tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling af;

verstaat dat de rechtbank te zijner tijd bij gelegenheid van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling alsnog zal bepalen of aan [X] de zogenoemde schone lei wordt verleend.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.L.D. Akkaya, H.J.M. Boukema en

D.L.M.T. Dankers-Hagenaars en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

Van dit arrest kan gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld door middel van een verzoekschrift in te dienen ter griffie van de Hoge Raad.