Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:439

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10-02-2014
Datum publicatie
12-05-2014
Zaaknummer
23-000943-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het meermalen afpersen in vereniging en een poging tot afpersing. Gedurende een periode van vier jaar werd het slachtoffer bedreigd en zeer ernstig mishandeld, waardoor hij werd bewogen tot de afgifte van geldbedragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Parketnummer: 23-000943-12

Datum uitspraak: 10 februari 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 februari 2012 in de strafzaak onder parketnummer 13-650481-11 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

27 januari 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman mr. J.M. Keizer, advocaat te Amsterdam, naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

1:
hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 januari 2006 tot en met 11 mei 2010 te Amsterdam en/of Alkmaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] (telkens) heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) van in totaal (ongeveer) 40.000 euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 1] een of meer ma(a)l(en) tegen zijn lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of met traangas in zijn o(o)g(en) en/of gezicht heeft/hebben gespoten en/of een heet strijkijzer en/of (een) he(e)t(e) mes(sen) op zijn penis en/of borst en/of rug en/of hand(en) en/of voetzo(o)l(en) en/of wang, in elk geval op zijn lichaam en/of gezicht heeft/hebben gedrukt en/of (gedrukt) gehouden en/of electroshocken heeft/hebben gegeven en/of een pistool in de richting van het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft/hebben gehouden en/of zijn hoofd heeft/hebben vastgehouden en zijn tanden over de stoep heeft/hebben geschraapt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (te weten brandwonden op zijn penis en/of borst en/of hand(en) en/of afgebroken voortanden);

en/of

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2006 tot en met 11 mei 2010 te Amsterdam en/of Alkmaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 1] (telkens) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten brandwonden op zijn penis en/of borst en/of hand(en) en/of afgebroken voortanden, heeft toegebracht, door die [slachtoffer 1] met dat opzet een heet strijkijzer en/of (een) he(e)t(e) mes(sen) op zijn penis en/of borst en/of hand(en), in elk geval op zijn lichaam te drukken en/of (gedrukt) te houden en/of met zijn mond tegen de stoprand te drukken en/of zijn tanden over de stoep te schrapen;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2006 tot en met 11 mei 2010 te Amsterdam en/of Alkmaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] een of meer ma(a)l(en) tegen zijn lichaam heeft/hebben geslagen en/of gestompt en/of met traangas in zijn o(o)g(en) en/of gezicht heeft/hebben gespoten en/of een heet strijkijzer en/of (een) he(e)t(e) mes(sen) op zijn penis en/of borst en/of rug en/of hand(en) en/of voetzo(o)l(en) en/of wang, in elk geval op zijn lichaam en/of gezicht heeft/hebben gedrukt en/of (gedrukt) gehouden en/of electroshocken heeft/hebben gegeven en/of met zijn mond tegen de stoeprand heeft/hebben gedrukt en/of zijn tanden over de stoep heeft/hebben geschraapt, tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel (te weten brandwonden op zijn penis en/of borst en/of hand(en) en/of afgebroken voortanden), althans enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 01 mei 2006 tot en met 11 mei 2010 te Amsterdam en/of Alkmaar, in elk geval in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een vuurwapen en/of een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een mes in de richting van en/of tegen het lichaam en/of het hoofd van die [slachtoffer 1] gehouden;

2:
hij in of omstreeks 05 november 2008 tot en met 23 juni 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) (van in totaal ongeveer 5000 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (dreigend) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Je moet gewoon betalen anders heb je een probleem", althans woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard en/of (terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] vast had(den) gepakt) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat die [slachtoffer 2] bij verdachte en/of zijn mededader(s) in de auto moest stappen en/of tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Waar is mijn geld?", althans woorden van gelijke strekking en/of aard en/of tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "Je moet 600 euro betalen omdat je die nog schuldig bent aan [medeverdachte]", en/of door te zeggen dat als [slachtoffer 2] hem, verdachte, niets zou geven, hij problemen zou krijgen” en/of “als je niks geeft, dan maak ik je kapot, dan ga ik maar naar de iso”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (dreigend) tegen de moeder van die [slachtoffer 2], [moeder slachtoffer 2], heeft/hebben gezegd: "Ik maak je zoon dood" en/of "Ik trap je deur in" en/of "Ik gooi die ramen van je in", althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) strekking en/of aard;

3:
hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 03 mei 2008 tot en met 7 juni 2008 te Amsterdam, op of aan een openbare weg, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 3] (telkens) te dwingen tot de afgifte van enig geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

- voornoemde [slachtoffer 3] aan te spreken en/of (daarbij) te zeggen dat voornoemde [slachtoffer 3] zijn, verdachtes, bekeuring moest betalen en dat als bovengenoemde [slachtoffer 3], niet zou betalen hij, verdachte, de familie van voornoemde [slachtoffer 3] op zou komen zoeken en ze zou gaan terroriseren en/of (vervolgens)

- ( op dreigende toon) te zeggen dat voornoemde [slachtoffer 3], de boete (van verdachte) moest betalen en/of (vervolgens)

- ( op dreigende toon) te zeggen: "Als jij je geld hebt dan bel je me op, op 24 mei en dan spreken we ergens af om daar te betalen en/of (vervolgens)

- ( nadat hij, verdachte, een briefje met daarop geschreven "[telefoonnummer] soes 24 belle", had afgegeven aan voornoemde [slachtoffer 3]) te zeggen dat als voornoemde [slachtoffer 3], niet zou betalen zijn hele familie zou worden geruïneerd en/of (vervolgens)

- ( nadat hij, verdachte, dichtbij voornoemde [slachtoffer 3] is gaan staan) te zeggen: "Als je niet betaald dan wordt je in elkaar geslagen en doodgestoken" en/of daarbij (dreigend) zijn arm ophief en/of omhoog deed (en hierdoor de intentie heeft gewekt voornoemde [slachtoffer 3] te gaan slaan);

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 03 mei 2008 tot en met 7 juni 2008 te Amsterdam, in elk geval in Nederland (telkens) [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend - voornoemde [slachtoffer 3] aangesproken en/of (daarbij) gezegd dat voornoemde [slachtoffer 3] zijn, verdachtes, bekeuring moest betalen en dat als bovengenoemde [slachtoffer 3], niet zou betalen hij, verdachte, de familie van voornoemde [slachtoffer 3] op zou komen zoeken en ze zou gaan terroriseren en/of (vervolgens)

- ( op dreigende toon) gezegd dat voornoemde [slachtoffer 3], de boete (van verdachte) moest betalen en/of (vervolgens)

- ( op dreigende toon) gezegd: "Als jij je geld hebt dan bel je me op, op 24 mei en dan spreken we ergens af om daar te betalen en/of (vervolgens)

- ( nadat hij, verdachte, een briefje met daarop geschreven "[telefoonnummer] soes 24 belle", had afgegeven aan voornoemde [slachtoffer 3]) gezegd dat als voornoemde [slachtoffer 3], niet zou betalen zijn hele familie zou worden geruïneerd en/of (vervolgens)

- ( nadat hij, verdachte, dichtbij voornoemde [slachtoffer 3] is gaan staan) gezegd: "Als je niet betaald dan wordt je in elkaar geslagen en doodgestoken" en/of daarbij (dreigend) zijn arm heeft opgeheven en/of omhoog heeft gedaan (en hierdoor de intentie heeft gewekt voornoemde [slachtoffer 3] te gaan slaan);

4:
hij op of omstreeks 03 november 2010 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, ten overstaan van de rechter-commissaris, mr. P.B. Martens als getuige in de zaak tegen [verdachte andere zaak], nadat hij in handen van voornoemde rechter-commissaris op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed / belofte had afgelegd de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, in elk geval in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vorderde en / of daaraan rechtsgevolgen verbond, mondeling, persoonlijk, opzettelijk valselijk, geheel of ten dele in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - heeft verklaard: "U zegt mij dat ik uit Alkmaar kom. Ik heb nooit in Alkmaar gewoond".

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring en tot een andere straf komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 2 en 4 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Overwegingen ten aanzien van feit 2

De verdachte wordt ervan beschuldigd in of omstreeks de periode van 5 november 2008 tot en met

23 juni 2010 tezamen met een ander of anderen [slachtoffer 2] te hebben afgeperst. Uit de aangifte van [slachtoffer 2] volgt dat hij werd afgeperst door [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]), omdat deze meende dat [slachtoffer 2] hem geld schuldig was wegens misgelopen onderverhuur van de woning van [medeverdachte].

Over de verdachte heeft [slachtoffer 2] verklaard dat deze hem in de gevangenis heeft benaderd. Verdachte heeft bij die gelegenheid tegen hem gezegd dat hij aan verdachte 600 euro moest betalen omdat [slachtoffer 2] deze nog schuldig zou zijn aan [medeverdachte]. [slachtoffer 2] heeft daarop [medeverdachte] vanuit de gevangenis [medeverdachte] gebeld. Bij de rechter-commissaris heeft [slachtoffer 2] daarover verklaard dat [medeverdachte] zei dat hij de verdachte geen geld moest geven, omdat het niet klopte dat de verdachte geld voor [medeverdachte] zou innen.

Gelet hierop acht het hof het niet bewezen dat - nu het dossier geen overige bewijsmiddelen bevat op grond waarvan in samenhang met de aangifte anders zou moeten worden geoordeeld - de verdachte tezamen en in vereniging met [medeverdachte] [slachtoffer 2] heeft afgeperst.

Dat laat de mogelijkheid open dat de verdachte op eigen houtje en voor eigen rekening [slachtoffer 2] in de gevangenis heeft afgeperst. Voor die afpersing ontbreekt echter naar het oordeel van het hof het wettig bewijs nu alleen slachtoffer [slachtoffer 2] hierover verklaart.

Daarbij overweegt het hof dat de verklaring van de getuige [slachtoffer 1] - welke door de rechtbank voor het bewijs is gebezigd - niet aan het bewijs kan bijdragen, nu deze verklaring enkel ziet op de afpersing van [slachtoffer 2] door [medeverdachte].

Verder heeft verdachte zelf wel verklaard dat hij geld van [slachtoffer 2] ontving, maar dat was omdat, zo verklaarde verdachte, [slachtoffer 2] geld van hem had geleend in verband met de geboorte van zijn kind.

Bij die stand van zaken zal het hof de verdachte vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde.

Overwegingen ten aanzien van feit 4

Zowel uit het dossier als uit hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht blijkt dat de verdachte in het kader van een opgelegd toezicht gedurende enkele maanden ingeschreven heeft gestaan in Alkmaar op het adres van de instelling voor begeleid wonen Vast en Verder van Het Leger des Heils. Niet is gebleken dat de verdachte daar ook feitelijk zijn verblijfplaats had. Volgens eigen zeggen verbleef de verdachte in die tijd in overleg en met instemming van de instelling veel bij zijn vriendin en houdt de verdachte vast aan zijn verklaring dat hij in een periode van vijf maanden tien maal bij voornoemde instelling heeft overnacht. Nu door het openbaar ministerie - ook in de fase van het hoger beroep - geen aanvullend onderzoek is gedaan naar de feitelijke verblijfplaats van de verdachte en de verklaring van de verdachte hieromtrent het hof niet onaannemelijk voorkomt, is het hof van oordeel dat op grond van bovengenoemde omstandigheden niet kan worden geconcludeerd dat de verdachte opzettelijk in strijd met de waarheid over zijn woonplaats heeft verklaard. Het hof zal de verdachte derhalve vrijspreken van het onder 4 ten laste gelegde.

Partiële vrijspraak ten aanzien van feit 1

Het hof spreekt de verdachte partieel vrij van het tenlastegelegde spuiten met traangas, het drukken van hete messen tegen het lichaam van [slachtoffer 1] en het drukken van een heet strijkijzer op andere plaatsen op het lichaam van [slachtoffer 1] dan volgt uit de bewezenverklaring, nu [slachtoffer 1] heeft verklaard dat de verdachte niet bij deze mishandelingen aanwezig was en zijn betrokkenheid bij deze feitelijkheden anderszins ook niet is gebleken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 11 mei 2010 te Amsterdam en Alkmaar, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] telkens heeft gedwongen tot de afgifte van geldbedragen, toebehorende aan [slachtoffer 1], welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en zijn mededader die [slachtoffer 1] meermalen tegen zijn lichaam hebben geslagen en/of gestompt en een heet strijkijzer op zijn penis hebben gedrukt en een pistool in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] hebben gehouden en zijn hoofd hebben vastgehouden en zijn tanden over de stoep hebben geschraapt, ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen (te weten brandwonden op zijn penis);

3:
hij in de periode van 3 mei 2008 tot en met 7 juni 2008 te Amsterdam, op een openbare weg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 3] telkens te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 3], door

- voornoemde [slachtoffer 3] aan te spreken en daarbij te zeggen dat voornoemde [slachtoffer 3] zijn, verdachtes, bekeuring moest betalen en dat als bovengenoemde [slachtoffer 3], niet zou betalen hij, verdachte, de familie van voornoemde [slachtoffer 3] op zou komen zoeken en ze zou gaan terroriseren en vervolgens

- op dreigende toon te zeggen: "Als jij je geld hebt dan bel je me op, op 24 mei en dan spreken we ergens af om daar te betalen” en

- nadat hij, verdachte, een briefje met daarop geschreven "[telefoonnummer] soes 24 belle", had afgegeven aan voornoemde [slachtoffer 3] te zeggen dat als voornoemde [slachtoffer 3], niet zou betalen zijn hele familie zou worden geruïneerd en vervolgens

- nadat hij, verdachte, dichtbij voornoemde [slachtoffer 3] is gaan staan te zeggen: "Als je niet betaald dan wordt je in elkaar geslagen en doodgestoken" en daarbij dreigend zijn arm ophief.

Hetgeen onder 1 en 3 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bewijsoverweging ten aanzien van het medeplegen feit 1

De raadsman heeft het verweer gevoerd dat - indien het hof van oordeel is dat er voldoende steunbewijs voorhanden is dat de verdachte betrokken is geweest bij een aantal specifieke mishandelingen - de verdachte niet (mede) verantwoordelijk kan worden gehouden en daarmee niet kan worden veroordeeld voor het medeplegen van de jarenlange afpersing, zware mishandelingen, martelingen en bedreigingen.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] volgt dat de verdachte niet alleen betrokken is geweest bij een aantal specifieke mishandelingen, maar ook een rol heeft gespeeld bij de jarenlange afpersing van [slachtoffer 1], waarbij hij werd bedreigd, mishandeld en martelingen heeft moeten ondergaan. Uit de verklaring van [slachtoffer 1], afgelegd bij de rechter-commissaris, volgt dat [medeverdachte] de verdachte inschakelde om [slachtoffer 1] telkens terug te halen en te mishandelen als hij was weggelopen. [slachtoffer 1] heeft daarover verklaard dat hij in de periode van 2006 tot 2010 zo’n twintig keer is weggelopen en dat de verdachte ongeveer tien keer is ingeschakeld om hem met geweld angst in te boezemen en hem weer in het gareel te brengen. De verdachte heeft daarbij niet alleen geweld gebruikt, maar ook bedreigingen geuit om [slachtoffer 1] onder druk te zetten om terug te komen wanneer hij was weggelopen. Dat niet alleen [medeverdachte] de martelingen uitvoerde, maar ook de verdachte blijkt uit het incident, waarbij de verdachte het hoofd van [slachtoffer 1] tegen de stoep aandrukte, hem dwong zijn mond open te doen en vervolgens de tanden van [slachtoffer 1] over de stoep schraapte. [slachtoffer 1] werd daarbij verteld dat als hij niet zou doen wat ze wilden, het net zo af zou lopen als in de film ‘American History X’ waarin, terwijl de tanden van het slachtoffer op de stoep liggen, op het achterhoofd van het slachtoffer wordt getrapt.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, meermalen gepleegd.

Het onder 3 bewezen verklaarde levert op:

poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 3 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder feit 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden.

Tegen voormeld vonnis is zowel door de verdachte als door het Openbaar Ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 jaren.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich gedurende een periode van een aantal jaren samen met in ieder geval één ander op berekende wijze schuldig gemaakt aan zeer gewelddadige afpersingspraktijken. Verdachte heeft

daarbij weliswaar geen leidinggevende rol gehad, maar wel een zeer gewelddadige rol vervuld en is betrokken geweest bij gruwelijke martelingen. De verdachte en zijn mededader hebben het slachtoffer jarenlang opgejaagd, bedreigd en ernstig mishandeld.. De martelingen die het slachtoffer heeft moeten doorstaan zijn mensonterend en hebben, naast de geestelijke gevolgen, ook permanente lichamelijke sporen in de vorm van een litteken achtergelaten. Het hof rekent dit de verdachte zeer zwaar aan.

Daarnaast heeft de verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan een poging tot afpersing. Dat dit niet gelukt is, is geenszins aan de verdachte te danken.

Ten nadele van de verdachte neemt het hof voorts in aanmerking dat hij, blijkens een hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 13 januari 2014 eerder ter zake van afpersing is veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en

geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 47, 57, 63 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 en 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 3 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beveelt de gevangenneming van verdachte ten aanzien van het onder 1 en 3 bewezenverklaarde. Deze beslissing is afzonderlijk geminuteerd.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P. Greve, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. A.M.P. Geelhoed, in tegenwoordigheid van

mr. A.T. de Muinck - Dezentje, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 10 februari 2014.