Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4343

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
22-10-2014
Datum publicatie
30-01-2015
Zaaknummer
23-004346-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vrijspraak invoer MDMA.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-004346-12

Datum uitspraak: 22 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 4 oktober 2012 in de strafzaak onder parketnummer 15-800754-12 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 april 2013 en 8 oktober 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 12 juni 2012 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, een of meer tablet(ten) en/of pil(len) (in totaal ongeveer 810 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof anders dan de rechtbank tot een vrijspraak van het tenlastegelegde komt.

Vordering van het Openbaar Ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vrijspraak

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is het volgende gebleken.

De verdachte heeft op 9 juni 2012 op de luchthaven Schiphol bagage ingecheckt. Vervolgens is de verdachte met een tussenstop op de luchthavens van Frankfurt en Z├╝rich naar Nairobi (Kenia) gereisd. Op de luchthaven van Nairobi is de verdachte om grens technische redenen de toegang tot Kenia geweigerd, wat maakte dat hij gelijk weer terug reisde en op 11 juni 2012 weer op de luchthaven Schiphol is gearriveerd. Zijn bagage arriveerde pas later op Schiphol. De verdachte heeft zijn bagage op 12 juni 2012 willen ophalen maar bij een controle van de douane bleek dat hierin verdovende middelen waren verpakt.

De verdachte heeft enige wetenschap van de aanwezigheid van verdovende middelen in zijn bagage ontkend. Voorts heeft hij verklaard dat hij zijn bagage op 9 juni 2012 heeft ingecheckt en deze pas op 12 juni 2012 op Schiphol voor de eerste maal weer heeft gezien. Uit het dossier blijken geen feiten en omstandigheden die dit laatste anders doen blijken. Tevens is niet gebleken waar, wanneer en door wie de verdovende middelen in de bagage van de verdachte zijn gestopt. Mitsdien kan door het hof onder meer niet worden vastgesteld of de verdovende middelen reeds in de bagage zaten toen de verdachte Nederland verliet of dat deze op een later tijdstip in de bagage zijn gestopt. Ook is niet gebleken dat het verdachtes kennelijke bedoeling is geweest om in Nairobi geweigerd te worden en gelijk weer terug naar Nederland te reizen.

Het bovenstaande maakt dat het hof van oordeel is dat er teveel onduidelijkheden zijn om te komen tot het wettig en overtuigende bewijs van het opzet van de verdachte op de invoer van verdovende middelen vanuit Kenia in Nederland. Het hof komt aldus tot het oordeel dat niet is bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. I.M.A.M. Berben en mr. H.M.J. Quaedvlieg, in tegenwoordigheid van mr. S.P.H. Brinkman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 oktober 2014.

Mr. I.M.A.M. Berben is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]