Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4094

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-10-2014
Datum publicatie
19-11-2014
Zaaknummer
200.149.231/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Herstel ex art. 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Benoeming bestuurder en onderzoeker.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2015/2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.149.231/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 7 oktober 2014

inzake

[verzoekster] ,

wonende te [.......],

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. P.M. Verwijs, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NIEUWENDIJK MONUMENTEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaat: aanvankelijk mr. V. Bakker, kantoorhoudende te Amstelveen, thans mr. K.D. Smeele, kantoorhoudende te Leiderdorp,

e n t e g e n

1 [belanghebbende 1],

wonende te [.......],

BELANGHEBBENDE,

advocaat: aanvankelijk mr. A.K. Oostlander-Vos, kantoorhoudende te Haarlem, thans geen,

2 [mogelijk belanghebbende 2],

wonende te Torrevieja, Spanje,

MOGELIJK BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. V. Bakker, kantoorhoudende te Amstelveen.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen zullen hierna [verzoekster], Nieuwendijk Monumenten en [belanghebbende 1] worden genoemd.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikking van 1 oktober 2014.

1.3

Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Nieuwendijk Monumenten over de periode vanaf 2008, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede - bij wijze van onmiddellijke voorzieningen en vooralsnog voor de duur van het geding – [belanghebbende 1] geschorst als bestuurder van Nieuwendijk Monumenten en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder van Nieuwendijk Monumenten.

1.4

De secretaris van de Ondernemingskamer heeft bij brief van 3 oktober 2014 aan partijen bericht dat de Ondernemingskamer voornemens is om een kennelijke verschrijving in de voorlaatste zin van rechtsoverweging 3.18 van de beschikking van 1 oktober 2014 te herstellen in de hieronder onder 2 bedoelde zin en partijen in de gelegenheid gesteld zich hierover uit te laten.

1.5

Bij faxbericht aan de Ondernemingskamer van 6 oktober 2014 heeft mr. Scheele namens Nieuwendijk Monumenten bezwaar gemaakt tegen het door de Ondernemingskamer voorgenomen herstel.

1.6

Bij faxbericht van 6 oktober 2014 heeft mr. T. Vink, advocaat te Amsterdam, namens [mogelijk belanghebbende 2] op voormeld bericht van de Ondernemingskamer gereageerd.

1.7

Van (de advocaten van) de overige partijen is niet – binnen de door de secretaris van de Ondernemingskamer gestelde termijn – vernomen.

2 De gronden van de beslissing

Herstel van kennelijke verschrijving

2.1

De Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat de voorlaatste zin van rechtsoverweging 3.18 van haar beschikking van 1 oktober 2014 luidt: ‘De door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder kan zich bij de uitoefening van zijn bestuurderstaak naar eigen inzicht doen bijstaan door [belanghebbende 1], tegen door de onderzoeker te bepalen voorwaarden’, terwijl het slot van die zin had moeten luiden ‘(…) tegen door de bestuurder te bepalen voorwaarden’. De beschikking van 1 oktober 2014 bevat aldus een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Ondernemingskamer zal die fout daarom verbeteren.

2.2

Het onder 1.5 genoemde bezwaar van Nieuwendijk Monumenten houdt kort gezegd in dat het slot van de desbetreffende zin zou moeten luiden “(…), tegen door [belanghebbende 1] (als voormalig bestuurder) te bepalen voorwaarden”, omdat [belanghebbende 1] voorwaarden moet kunnen stellen aan zijn inschakeling door de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder. De Ondernemingskamer verwerpt dit standpunt omdat het op een onjuiste lezing berust. Het is immers de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder die naar eigen inzicht kan bepalen of en zo ja onder welke voorwaarden hij zich bij de uitoefening van zijn bestuurderstaak wil doen bijstaan door [belanghebbende 1]. Vervolgens is het aan [belanghebbende 1] om te bepalen of hij onder deze voorwaarden de bestuurder wil bijstaan.

2.3

Omdat in de beschikking van 1 oktober 2014 is geoordeeld dat [mogelijk belanghebbende 2] niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, gaat de Ondernemingskamer voorbij aan hetgeen namens hem in de onder 1.6 genoemde reactie is gesteld.

Benoeming onderzoeker en bestuurder

2.4

De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden personen aanwijzen als respectievelijk onderzoeker en bestuurder, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 1 oktober 2014.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verbetert haar in de onderhavige zaak op 1 oktober 2014 gegeven beschikking in dier voege dat rechtsoverweging 3.18 van die beschikking komt te luiden:

De Ondernemingskamer acht het, gelet op het vermoeden van belangenverstrengeling door [belanghebbende 1] als bestuurder van Nieuwendijk Monumenten, tevens noodzakelijk dat, zoals verzocht, [belanghebbende 1] als bestuurder van Nieuwendijk Monumenten wordt geschorst en dat een derde tot bestuurder wordt benoemd. Voor zover Nieuwendijk Monumenten heeft aangevoerd dat het door [verzoekster] gelegde beslag schorsing van [belanghebbende 1] als bestuurder van Nieuwendijk Monumenten overbodig maakt, verwerpt de Ondernemingskamer dat betoog. Ter zitting is gebleken dat [verzoekster] bereid is om mee te werken aan betalingen door Nieuwendijk Monumenten ten laste van het onder een notaris berustende restant van de koopsom (vermeld in 2.14), maar dat Nieuwendijk Monumenten geen medewerking van [verzoekster] heeft gevraagd omdat [belanghebbende 1] bang is dat [verzoekster] het faillissement van Nieuwendijk Monumenten zal aanvragen. Nieuwendijk Monumenten heeft in plaats daarvan naar eigen zeggen regelmatig geld geleend van [mogelijk belanghebbende 2] tegen een rente van 6% zonder jegens [verzoekster] openheid van zaken te betrachten ten aanzien van de door Nieuwendijk Monumenten te verrichten betalingen. Ook het in 2.15 genoemde verstekvonnis duidt erop dat Nieuwendijk Monumenten als gevolg van de ernstig verstoorde verhouding tussen [belanghebbende 1] en [verzoekster] geconfronteerd wordt met onnodige kosten. De door de Ondernemingskamer te benoemen bestuurder kan zich bij de uitoefening van zijn bestuurderstaak naar eigen inzicht doen bijstaan door [belanghebbende 1], tegen door de bestuurder te bepalen voorwaarden. Bepaald zal worden dat zolang de schorsing van [belanghebbende 1] als bestuurder voortduurt, Nieuwendijk Monumenten ontslagen is van haar verplichting de aan zijn bestuurderswerkzaamheden verbonden managementvergoedingen te betalen.

wijst aan als onderzoeker zoals bedoeld in de beschikking van 1 oktober 2014 in deze zaak: mr. Y. Borrius te Amsterdam;

wijst aan als bestuurder, zoals bedoeld in de beschikking van 1 oktober 2014 in deze zaak: mr. P. Roorda te Amsterdam;

wijst af het meer of anders verzochte;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en H. de Munnik en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 7 oktober 2014.