Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4088

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-10-2014
Datum publicatie
19-11-2014
Zaaknummer
200.138.819/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquete; beeindiging van het onderzoek; beeindiging onmiddellijke voorzieningen; minnelijke regeling tussen partijen; art. 2:349a lid 2, 350 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2014/145
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.138.819/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 3 oktober 2014

inzake

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEDICATED MEDICAL TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INTERNATIONAL MEDICAL TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Alphen,

VERZOEKSTERS,

advocaat: mr. D.S. Teitler, kantoorhoudende te Nijmegen,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CISO TRANSPORT B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CISO ONROEREND GOED B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. J. Schröder, kantoorhoudende te Nijmegen.

1 Het verloop van het geding

1.1

Verzoeksters gezamenlijk zullen hierna worden aangeduid met DMT c.s. en verweerster met CISO.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 10, 16 en 24 april 2014 (met nummer 200.138.819/01 OK), alsmede van 28 en 30 juli 2014 (met nummer 200.138.819/02 OK) in deze zaak.

1.3

Bij de beschikkingen van 10, 16 en 24 april 2014 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van CISO over de periode vanaf 28 juni 2010, mr. M. Holtzer benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, alsmede bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding mr. J.A. van der Have benoemd tot bestuurder van CISO.

1.4

Voorts heeft de Ondernemingskamer bij haar beschikkingen van 28 en 30 juli 2014 bij wijze van onmiddellijke voorziening, vooralsnog voor de duur van het geding, bepaald dat alle aandelen in CISO ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. E. Hammerstein.

1.5

Bij brief van 29 september 2014 heeft mr. Teitler de Ondernemingskamer laten weten dat partijen een vaststellingsovereenkomst hebben gesloten, zij in dat kader zijn overeengekomen om de enquêteprocedure te beëindigen, en namens DMT c.s. verzocht het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen.

1.6

Mr. Hammerstein, bij e-mail van 29 september 2014, en mr. Van der Have, bij e-mail van 2 oktober 2014, hebben de secretaris van de Ondernemingskamer bericht geen bezwaar te hebben tegen beëindiging van de enquêteprocedure.

1.7

Bij brief van 2 oktober 2014 heeft mr. Schröder de secretaris van de Ondernemingskamer laten weten het verzoek van mr. Teitler tot beëindiging te ondersteunen.

2 De gronden van de beslissing

Nu DMT c.s. hebben verzocht om het onderzoek en de getroffen onmiddellijke voorzieningen te beëindigen, geen van de andere partijen daartegen bezwaar heeft en de Ondernemingskamer overigens niet is gebleken van enig belang dat zich verzet tegen de verzochte beëindiging, zal de Ondernemingskamer dat verzoek inwilligen. De Ondernemingskamer zal derhalve het bij beschikking van 10 april 2014 bevolen onderzoek en de bij de beschikkingen van 10 april 2014 en 28 juli 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen beëindigen, een en ander met ingang van heden.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beëindigt met ingang van heden het bij beschikking van 10 april 2014 in deze zaak bevolen onderzoek;

beëindigt met ingang van heden de bij beschikking van 10 april 2014 en 28 juli 2014 getroffen onmiddellijke voorzieningen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en G.A. Cremers en prof. dr. mr. F. van der Wel RA, raden, in tegenwoordigheid van
mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 3 oktober 2014.