Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:4069

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-10-2014
Datum publicatie
13-03-2015
Zaaknummer
23-001365-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bezit vals reisdocument. OM niet-ontvankelijk in de vervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-001365-13

datum uitspraak: 18 september 2014

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw)

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 14 maart 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-810406-11 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 18 september 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 22 augustus 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van China (voorzien van het nummer [pasportnummer]) (op naam gesteld van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1993), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie in vervolging.

Ter terechtzitting is gebleken dat bij beschikking van 20 februari 2013 positief is beslist op de asielaanvraag van de verdachte. Het hof is met het Openbaar Ministerie en de raadsvrouw van de verdachte van oordeel dat, gelet op de werkingssfeer van artikel 31 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 (Vluchtelingenverdrag) en de daarmee samenhangende jurisprudentie van de Hoge Raad, de verdachte bescherming geniet op grond van artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag en het Openbaar Ministerie derhalve niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het Openbaar Ministerie ter zake van het ten laste gelegde niet-ontvankelijk in de strafvervolging.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. F.M.D. Aardema en mr. J.A. Peters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Meyer, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 18 september 2014.

Mr. Peters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.