Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3850

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-04-2014
Datum publicatie
26-09-2014
Zaaknummer
23-002590-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte vrijgesproken van openlijke geweldpleging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-002590-13

datum uitspraak: 17 april 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 29 mei 2013 in de strafzaak onder parketnummer

14-701279-11 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

thans ingeschreven bij [maatschappelijk opvanginstelling].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 april 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 24 februari 2011 in de gemeente Hoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Jupiterhof, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit duwen en/of slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen het lichaam van die [slachtoffer].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a wetboek van strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van twintig uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door tien dagen hechtenis.

Vrijspraak

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte ontkend dat hij zich aan gewelddadigheden tegen aangever heeft schuldig gemaakt. Wel is er, zo heeft de verdachte verklaard, een schermutseling geweest tussen enerzijds ene [betrokkene], in wiens gezelschap de verdachte zich bevond, en anderzijds aangever, [slachtoffer], maar de verdachte heeft daarbij slechts geprobeerd die twee uit elkaar te halen.

Het hof overweegt hieromtrent dat de verklaring van de verdachte steun vindt in hetgeen [betrokkene] over de toedracht heeft verklaard bij de politie en niet wordt weerlegd door de verklaring van aangever [slachtoffer] en/of getuige [getuige].

Het hof is gelet op hetgeen hiervoor is overwogen van oordeel dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen is te achten, zodat de verdachte van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.E.M. Röttgering, mr. P.A.M. Hoek en mr. H.S.G. Verhoeff , in tegenwoordigheid van

mr. J.K.D. Bakker, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

17 april 2014.

Mrs. Röttgering en Hoek zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.