Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3749

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
12-09-2014
Zaaknummer
200.145.758-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op het uitgangspunt dat in het belang van een goede rechtspleging duidelijkheid moet bestaan over het tijdstip waarop een termijn voor het aanwenden van een rechtsmiddel aanvangt en eindigt, en dat aan rechtsmiddeltermijnen strikt de hand moet worden gehouden, kan slechts onder bijzondere omstandigheden een uitzondering worden gemaakt. Van zodanige bijzondere omstandigheden is hier niet gebleken. Klaagster is te laat met het indienen van het beroepschrift en wordt in haar hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt 107, geldigheid: 2014-09-12
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.145.758/01 NOT

nummer eerste aanleg : SHE/2013/91

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 9 september 2014

inzake

[klaagster],

wonend te[plaats], gemeente [gemeente],

appellante,

tegen

[de notaris],

notaris te[plaats],

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellante (hierna: klaagster) heeft op 23 april 2014 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ‘s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 17 maart 2014. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klaagster tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) op alle onderdelen ongegrond verklaard.

1.2.

De notaris heeft een verweerschrift bij het hof ingediend.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 24 juli 2014. Klaagster is verschenen en heeft aan de hand van een aan het hof overgelegd stuk - met bijlagen - het woord gevoerd. De notaris heeft vooraf te kennen gegeven niet te zullen verschijnen.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De ontvankelijkheid van klaagster in het hoger beroep

3.1.

Aan klaagster is een afschrift van de beslissing van de kamer van 17 maart 2014 als bijlage bij een aangetekende brief van het secretariaat van de kamer van 18 maart 2014 toegestuurd.

3.2.

Ingevolge artikel 107 lid 1 van de Wet op het notarisambt diende het hoger beroep binnen dertig dagen na de dag van verzending van de onder 3.1. bedoelde brief te zijn ingesteld. De beroepstermijn eindigde dus op donderdag 17 april 2014. Nu het beroepschrift van klaagster, waarin zij te kennen geeft zich niet met de uitspraak van de kamer te kunnen verenigen, op 23 april 2014 bij het hof is ingekomen, is dit niet tijdig geschied.

3.3.

Op het uitgangspunt dat in het belang van een goede rechtspleging duidelijkheid moet bestaan over het tijdstip waarop een termijn voor het aanwenden van een rechtsmiddel aanvangt en eindigt, en dat aan rechtsmiddeltermijnen strikt de hand moet worden gehouden, kan slechts onder bijzondere omstandigheden een uitzondering worden gemaakt. Het is aan klaagster om bijzondere omstandigheden aan te voeren op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten. Op de zitting in hoger beroep heeft klaagster desgevraagd verklaard dat zij de appeltermijn van dertig dagen als dertig werkdagen heeft begrepen en dat zij in afwachting van het proces-verbaal van de zitting in eerste aanleg met het instellen van hoger beroep heeft gewacht. Naar het oordeel van het hof zijn deze omstandigheden, welke voor risico van appellante komen, geen bijzondere omstandigheden in vorenbedoelde zin. Er bestaat dan ook geen aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.

3.4.

Op grond van het bovenstaande moet worden geoordeeld dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar hoger beroep.

3.5.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

4 De beslissing

Het hof:

- verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 17 maart 2014.

Deze beslissing is gegeven door mrs. W.J.J. Los, C.H.M. van Altena en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2014 door de rolraadsheer.