Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3729

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
11-09-2014
Zaaknummer
200.137.110/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Naar aanleiding van een bespreking tussen - onder anderen - klagers en de notaris heeft de notaris bij akte van rectificatie van 20 augustus 2012 een kadastrale tekening gecorrigeerd, die aan een - niet door de notaris maar door een voormalig kantoorgenoot gepasseerde - akte van levering van 24 augustus 2006 was gehecht. Het betrof een verbetering van een kennelijk fout. Van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de notaris is niet gebleken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.137.110/01 NOT

nummer eerste aanleg : Klachtnummer 13-11

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 9 september 2014

inzake

1. [naam],

2. [naam],

beiden wonend te [plaats], gemeente [gemeente],

appellanten,

tegen

[naam],

notaris te [gemeente],

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. S. Colsen, advocaat te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Appellanten (hierna: klagers) hebben op 8 november 2013 een beroepschrift bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 16 oktober 2013 (ECLI:NL:TNOKSGR:2013:15). De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klagers tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) ongegrond verklaard.

1.2.

De notaris heeft een verweerschrift bij het hof ingediend.

1.3.

De zaak is tegelijkertijd maar niet gevoegd met de zaak met nummer 200.134.816/01 NOT behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 26 juni 2014. Klaagster sub 1. (ook namens klager sub 2.) en de notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; klaagster sub 1. en de gemachtigde van de notaris aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.

Op 24 augustus 2006 heeft een voormalig kantoorgenoot van de notaris, mr. [naam] (hierna: de oud-notaris), een akte van levering gepasseerd, waarbij een toegangsweg is geleverd aan de gemeente [gemeente] (hierna: de gemeente). Op 22 februari 2007 heeft de oud-notaris een akte van levering gepasseerd, waarbij aan klagers een woning is overgedragen. In deze laatste akte van levering zijn zeven in het verleden gevestigde erfdienstbaarheden aangehaald. Klagers hebben op grond van een van die erfdienstbaarheden het recht tot uitweg over vorenbedoelde toegangsweg. Op 16 december 2011 heeft een bespreking plaatsgevonden, waarbij onder meer klagers en de notaris aanwezig waren. Naar aanleiding van dit gesprek heeft de notaris bij akte van rectificatie van 20 augustus 2012 de kadastrale tekening gecorrigeerd, die aan de akte van levering van 24 augustus 2006 was gehecht. De notaris heeft de akte van rectificatie aangevuld met de vermelding van het betreffende recente perceelnummer door middel van een proces-verbaal van verbetering van 22 augustus 2012.

4 Het standpunt van klagers

Klagers verwijten de notaris - samengevat weergegeven - dat hij jegens hen niet de zorg heeft betracht zoals een behoorlijk notaris betaamt. Bovendien heeft hij onvoldoende onderzoek verricht en niet onpartijdig gehandeld.

5 Het standpunt van de notaris

De notaris heeft verweer gevoerd. Het standpunt van de notaris wordt, voor zover relevant, hieronder besproken.

6 De beoordeling

6.1.

In hoger beroep hebben klagers het hof verzocht om de notaris schadeplichtig te verklaren.

6.2.

Naar het oordeel van het hof moeten klagers in dit verzoek niet ontvankelijk worden verklaard, nu in een tuchtprocedure als de onderhavige geen grondslag bestaat om een schadevergoeding toe te kennen.

6.3.

In het beroepschrift herhalen klagers hun klachten zoals in eerste aanleg geformuleerd. De kamer heeft geoordeeld dat een groot deel van de klachten ziet op het handelen van oud-notaris mr. [naam]. Het hof onderschrijft dat oordeel en zal zich derhalve slechts beperken tot die klachtonderdelen die betrekking hebben op het handelen van de notaris. In die klachtonderdelen wordt de notaris verweten dat hij, zonder daarover met hen - klagers - in overleg te treden, akten heeft gewijzigd en de kadastrale gegevens niet heeft gecontroleerd. Hierbij doelen klagers op de akte van rectificatie en het bijbehorende proces-verbaal van verbetering.

6.4.

Met de kamer is het hof van oordeel dat het hier gaat om de verbetering van een kennelijke fout die in het gesprek tussen klagers en - onder meer - de notaris op 16 december 2011 naar voren is gekomen. Op dat moment bleek dat op de aan de akte van 24 augustus 2006 gehechte (door de gemeente verstrekte) tekening ten onrechte een aan klagers in eigendom toebehorend stukje grond als onderdeel van de over te dragen toegangsweg was gearceerd. Naar aanleiding van dit gesprek heeft de notaris een akte van rectificatie met betrekking tot die tekening opgesteld. Uit de stukken in het dossier (productie 13 bij het verweerschrift in eerste aanleg) blijkt dat de notaris klagers bij e-mail van 21 februari 2012 op de hoogte heeft gebracht van het door hem opgestelde concept van de akte van rectificatie. In die e-mail meldt de notaris ook dat, zoals besproken, de rectificatie niet inhoudt dat het stukje grond van klagers destijds in de levering van de toegangsweg aan de gemeente was begrepen. Klaagster sub 1. antwoordt diezelfde dag in een e-mail aan de notaris dat zij het concept van de akte aan haar advocaat zal doorsturen. Vervolgens heeft de notaris bij begeleidende brief van 27 augustus 2012 het afschrift van de akte van rectificatie met proces-verbaal van verbetering aan klagers toegestuurd. Gesteld noch gebleken is dat klagers tegen (de inhoud van) het concept van de akte van rectificatie dan wel het proces-verbaal van verbetering bezwaar hebben gemaakt. Klagers waren overigens geen partij bij de akte van levering van 24 augustus 2006, zodat - anders dan klagers stellen - hun toestemming om tot passeren van de akte van rectificatie over te gaan niet was vereist. Door de akte van rectificatie zijn de eigendomsverhoudingen en bestaande erfdienstbaarheden niet gewijzigd. Immers, alleen de bij de akte van 24 augustus 2006 behorende tekening is gecorrigeerd. Dat door de akte van rectificatie het stukje grond aan klagers zou zijn ‘teruggegeven’, is dan ook onjuist. Verder blijkt uit de stukken in het dossier dat de notaris op verzoek van het Kadaster de akte van rectificatie heeft aangevuld met vermelding van het desbetreffende recente perceelnummer door middel van het opmaken van een proces-verbaal van verbetering. Niet gebleken is dat de notaris reden had om aan de kadastrale gegevens en de juistheid van de in het verleden gepasseerde akten te twijfelen en om die reden onderzoek naar die akten had moeten doen.

6.5.

Op grond van het voorgaande is het hof van oordeel dat van enig tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van de notaris niet is gebleken. Dit betekent dat de kamer de klacht terecht ongegrond heeft verklaard.

6.6.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan buiten beschouwing blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.7.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 De beslissing

Het hof:

- verklaart klagers niet ontvankelijk in hun verzoek om de notaris schadeplichtig te stellen;

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J. Blokland en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2014 door de rolraadsheer.