Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3615

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-08-2014
Datum publicatie
03-09-2014
Zaaknummer
200.094.858 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; Enquete; deponering onderzoeksverslag; ter inzage voor belanghebbenden; artikel 2:353 lid 1 en lid 2 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 353, geldigheid: 2014-09-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2014-0333
ARO 2014/190

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.094.858/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 26 augustus 2014

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

M.L. INVESTMENTS B.V.,

gevestigd te Zevenaar,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. C.W. Reintjes, kantoorhoudende te Duiven,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BODY CONTROL CONCEPTS HOLDING B.V.,

gevestigd te Opijnen,

VERWEERSTER,

niet verschenen,

e n t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HAGEBOSCH BEHEER B.V.,

gevestigd te Opijnen,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. E.P.M. Smit, kantoorhoudende te Vught,

e n t e g e n

2 mr. B.M. KÖNIG,

in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Body Control Concepts Holding B.V.,

kantoorhoudende te Nijmegen,

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. J. Schröder, kantoorhoudende te Nijmegen,

e n t e g e n

3 [A],

wonende te [......],

BELANGHEBBENDE,

advocaat: mr. A.K. Doornbosch, kantoorhoudende te Assen.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal verweerster worden aangeduid met BCCH.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen in deze zaak van 14 en 17 oktober 2011, 3 februari 2012, 7 maart 2012 (alle met zaaknummer 200.094.858/01 OK) en 24 februari 2014 (met zaaknummer 200.094.858/02 OK).

1.3

Bij de beschikking van 14 oktober 2011 heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van BCCH over de periode vanaf 29 april 2008, een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten, het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vastgesteld op € 15.000 (exclusief BTW), bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot commissaris van BCCH en de algemene vergadering van aandeelhouders van BCCH verboden om besluiten te nemen die wijziging brengen in de samenstelling van het bestuur van BCCH, behoudens met unanieme stemmen.

1.4

Bij de beschikking van 17 oktober 2011 heeft de Ondernemingskamer mr. P.R. Dekker aangewezen als onderzoeker (hierna: de onderzoeker) en drs. L.M. Rutgers van Rozenburg (hierna: Rutgers van Rozenburg) aangewezen als commissaris van BCCH, een en ander zoals bedoeld in voormelde beschikking van 14 oktober 2011.

1.5

Bij de beschikking van 3 februari 2012 heeft de Ondernemingskamer Rutgers van Rozenburg uit zijn functie van commissaris ontheven.

1.6

Bij de beschikking van 7 maart 2012 heeft de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten, verhoogd tot € 22.500 (exclusief BTW).

1.7

Bij brief van 18 augustus 2014 heeft de onderzoeker urenspecificaties met betrekking tot de verrichte werkzaamheden overgelegd en de Ondernemingskamer verzocht om het onderzoeksbudget tot een bedrag van € 35.000 (exclusief BTW) te verhogen en zijn vergoeding overeenkomstig artikel 2:350 lid 3 BW op dat bedrag te bepalen.

1.8

Bij brief van 19 augustus 2014 heeft de onderzoeker het verslag met bijlagen van het in 1.3 bedoelde onderzoek aan de Ondernemingskamer doen toekomen.

1.9

De griffier heeft het verslag met bijlagen heden ter griffie van de Ondernemingskamer neergelegd.

2 De gronden van de beslissing

2.1

De Ondernemingskamer heeft kennis genomen van het verslag (met bijlagen) van het onderzoek. Gelet op de inhoud daarvan en op de overigens in deze zaak betrokken belangen, acht de Ondernemingskamer termen aanwezig om op de voet van artikel 2:353 lid 2 BW te bepalen dat het verslag met bijlagen ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden.

2.2

Alvorens op de in 1.7 weergegeven verzoeken van de onderzoeker te beslissen, zal de Ondernemingskamer partijen in de gelegenheid stellen zich over die verzoeken uit te laten.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

bepaalt dat het verslag met bijlagen van het bij beschikking van 14 oktober 2011 bevolen onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van BCCH ter griffie van de Ondernemingskamer ter inzage ligt voor belanghebbenden;

stelt partijen in de gelegenheid zich uiterlijk op woensdag 10 september 2014 te 16:00 uur schriftelijk uit te laten over de in 1.7 weergegeven verzoeken van de onderzoeker;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en G.A. Cremers en drs. J. van den Belt, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 26 augustus 2014.

De voorzitter is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.