Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3612

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-08-2014
Datum publicatie
03-09-2014
Zaaknummer
13/00300
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De ten invoer aangegeven infraroodcabines voorzien niet in een medische behandeling als is bedoeld in Indelingsverordening nr. 1231/2007. Post 9018 komt derhalve niet in aanmerking voor de indeling. De infraroodcabines zijn terecht ingedeeld onder post 8516 79 70 van de Gecombineerde nomenclatuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-2057

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 13/00300

28 augustus 2014

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

[A] te [P], belanghebbende,

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk 12/3818 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane,

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft met dagtekening 10 juni 2010 aan belanghebbende een uitnodiging tot betaling (UTB) uitgereikt voor een bedrag van € 62.995,40 aan douanerechten.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak, gedagtekend 3 juli 2012, de UTB gehandhaafd.

1.3.

Bij uitspraak van 26 maart 2013, heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde beroep ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 7 mei 2013, aangevuld bij brief van 4 juni 2013. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 juni 2014. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

2.1.1.

De rechtbank heeft in de onderdelen 2.1 tot en met 2.4 van haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’, de inspecteur als ‘verweerder’.

“2.1. Eiseres heeft in de periode van 16 november 2007 tot en met 24 september 2009 ten behoeve van [X] 48 aangiften voor het brengen in het vrije verkeer gedaan van infraroodwarmtecabines.

2.2.

Op grond artikel 78 van het Communautair douanewetboek (hierna: CDW) heeft de douane bij [X] een controle na invoer ingesteld. Hiervan is een controlerapport opgesteld met datum 19 mei 2010. Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek heeft verweerder de utb aan eiseres opgelegd.

2.3.

De infraroodwarmtecabine is een geprefabriceerde cabine, samengesteld uit panelen van cederhout die ter plaatse door middel van een kliksysteem eenvoudig kunnen worden gemonteerd. De cabine is verkrijgbaar in verschillende afmetingen en modellen. De cabine is voorzien van één of meerdere ramen, verstelbare pootjes, een beschermrooster en een toegangsdeur met veiligheidsglas. Naast de toegangsdeur is een uitsparing aanwezig voor een digitaal controlepaneel met daarop bedieningsorganen, zoals een tijdklok en een temperatuurregelaar. In de cabine bevinden zich één of meerdere bankjes, een thermometer en een aantal infraroodverwarmingselementen. De infraroodverwarmingselementen zijn zogeheten incoloy stralingselementen, bestaande uit nikkel en ijzer en voorzien van een coating. De elementen produceren langegolf infraroodstraling en bereiken een manteltemperatuur van maximaal 140 graden Celsius. In de cabines wordt geen omgevingswarmte gecreëerd, doch de cabinetemperatuur kan men laten oplopen tot 50 graden Celsius. De infraroodcabine bevat op het moment van invoer geen besturingssysteem. Het besturingssysteem draagt ervoor zorg dat in de cabine altijd sprake is van dezelfde golflengte.

2.4.

Op 21 juni 2005 heeft het gerechtshof te Amsterdam (03/3350, LJN: AT8687) bepaald dat de infraroodcabines van [X] moeten worden ingedeeld in onderverdeling 9018 20 00.”

2.1.2.

Het Hof gaat voor de beslechting van het geschil van voormelde feiten uit.

3 Geschil in hoger beroep

3.1.

Evenals bij de rechtbank is bij het Hof in geschil of de UTB terecht is uitgereikt wegens de wijziging van de tariefindeling van de ten invoer aangegeven infraroodcabines.

3.2.

Voor de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken waaronder het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting.

4 Relevante wet- en regelgeving

De in geding zijnde teksten van de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) luiden als volgt:

8516 Elektrische geisers en andere elektrische heetwatertoestellen en elektrische

dompelaars; elektrische toestellen voor verwarming van woonruimten, voor

bodemverwarming of voor dergelijk gebruik; elektrothermische toestellen voor

haarbehandeling (bijvoorbeeld haardroogtoestellen, haargolftoestellen, verwarmingsapparaten voor friseerijzers) of voor het drogen van de handen; elektrische strijkijzers; andere elektrothermische toestellen voor huishoudelijk gebruik; verwarmingselementen (verwarmingsweerstanden) andere dan die bedoeld bij post 8545:

− andere elektrothermische toestellen:

− − andere:

8516 79 70 − − − andere;

9018 Instrumenten, apparaten en toestellen voor de geneeskunde, voor de chirurgie,

voor de tandheelkunde of voor de veeartsenijkunde, daaronder begrepen scintigrafische en andere elektromedische apparaten en toestellen, alsmede apparaten en toestellen voor onderzoek van het gezichtsvermogen:

9018 20 00 − apparaten en toestellen werkend met ultraviolette of met infrarode stralen.

Aantekening 1, letter m, IDR van afdeling XVI van de GN:

“1. Deze afdeling omvat niet:

(…)

m) artikelen bedoeld bij hoofdstuk 90;

(…)”

Aanvullende aantekening 2 op Afdeling XVI van de GN

“2. Tot staving van zijn aangifte dient de aangever van de goederen desgevraagd aan de douaneambtenaren geïllustreerde documentatie (prospectussen, catalogi, foto’s en dergelijke) over te leggen, waarin de machine wordt omschreven en waaruit het gebruik en de voornaamste eigenschappen kunnen worden afgeleid; voor machines die in gedemonteerde staat of niet-gemonteerde staat worden ingevoerd, kan bovendien een montageplan en een

inhoudsopgave van de verschillende colli’s worden geëist.”

Toelichting 1 IDR op hoofdstuk 90 van de GN:

“I. Draagwijdte van het hoofdstuk

Dit hoofdstuk omvat instrumenten, apparaten en toestellen van uiteenlopende aard, die in de regel het kenmerk dragen dat zij met zorg zijn afgewerkt en uiterst nauwkeurig zijn, zodat de meeste onder meer gebruikt worden voor zuiver wetenschappelijke doeleinden (bijvoorbeeld laboratoriumresearch, analyse, astronomie), voor welbepaalde technische en industriële doeleinden (bijvoorbeeld meten, controleren, waarnemen) en voor medische en chirurgische doeleinden.

(…)”

Toelichting 1 IDR op post 9018 van de GN

“1. Toelichting IDR

Deze post omvat een grote groep instrumenten, apparaten en toestellen, van ongeacht welk materiaal (edel metaal daaronder begrepen), die het kenmerk dragen dat het normaal gebruik daarvan in de regel de tussenkomst vergt van een persoon met een medische opleiding (huisarts, chirurg, tandarts, verloskundige, enz.), bij het stellen van een diagnose, bij het voorkomen of behandelen van een ziekte, bij het opereren, enz. Tot post 90.18 behoren eveneens instrumenten, apparaten en toestellen, voor de anatomie, de dissectie, de lijkschouwing, enz. en – onder bepaalde voorwaarden – instrumenten, apparaten en toestellen voor tandheelkundige laboratoria (…).”

Tarifering IDR

Saunatoestellen voor huishoudelijk gebruik moeten onder onderverdeling 8516.79 worden ingedeeld. Deze saunatoestellen zijn uitgerust met electrische verwarming en bestaan uit een geëmailleerde stalen infraroodstraler die tevens als krukje kan worden gebruikt en een cabine bestaande uit vier losse delen (een oprolbare wand vervaardigd van latjes van hout of kunststof of uit imitatieleder, een vloerkleed, een sluitkraag van imitatieleder en een thermometer). De verschillende elementen worden bij gebruik samengevoegd met het oog op het nemen van zweetbaden.

In de bijlage bij de Verordening van de Commissie van 19 oktober 2007, nr.1231/2007, PB L 279 van 23 oktober 2007 (hierna de indelingsverordening) is onder meer het volgende opgenomen:

BIJLAGE

Omschrijving

Indeling

(GN-code)

Motivering

(1)

(2)

(3)

1. Een infraroodsauna voor thuisgebruik, bedoeld om te worden ingebouwd in een gebouw en bestemd om plaats te bieden aan 2 personen, bestaande uit:

— zes geprefabriceerde houten

panelen

— een bank

— ventilatieapparatuur

— een luchtioniseerapparaat.

Sommige panelen zijn uitgerust met:

— een deur met een venster

— een keramisch langgolvig infrarood- verwarmingstoestel

— digitale bedieningsinstrumenten of

— luidsprekers.

De golflengte van de straal die door het keramisch langgolvig infraroodverwarmingstoestel wordt geproduceerd, bedraagt 5,6-15 μm.

Het product combineert de functies van een sauna en een apparaat voor infraroodwarmtetherapie. Het biedt een recreatieve en ontspannende behandeling.

8516 79 70

De indeling is vastgesteld op basis van de algemene regels 1, 2, onder a, 3, onder b,

en 6 voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, aantekening 3 op afdeling XVI, en de tekst van de GN-codes 8516, 8516 79 en 8516 79 70.

De mechanische toestellen en elektronische apparatuur verlenen het geheel zijn wezenlijke karakter. Indeling onder post 4421 als andere houtwaren is daarom uitgesloten. Het product voorziet niet in een medische behandeling en daarom is indeling onder post 9018 als medisch instrument of apparaat uitgesloten.

Indeling onder post 9406 is uitgesloten omdat het product geen volledig of onvolledig geprefabriceerd „op zichzelf staand” bouwwerk is.

Het keramisch langgolvig infraroodverwarmings- toestel vervult de belangrijkste functie van het product. Het is een elektrothermisch toestel met een functie die elders wordt genoemd in hoofdstuk 85 (post 8516). Daarom is indeling onder post 8543 uitgesloten.

Aangezien het keramisch langgolvig infraroodverwarmingstoestel voornamelijk dient ter verwarming van het lichaam en niet enkel voor de verwarming van woonruimten, is indeling onder onderverdeling 8516 29 als een elektrisch toestel voor verwarming van woonruimten uitgesloten. Daarom moet het worden ingedeeld in onderverdeling 8516 79.

5 De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank heeft ten aanzien van het geschil het volgende overwogen:

“5.1. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de GN en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (GS) zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

5.2.

Voorts kan volgens de rechtspraak van het HvJ EU de bestemming van het product een objectief indelingscriterium zijn, wanneer die bestemming inherent is aan het product. De inherentie moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product (zie onder meer de arresten van 4 maart 2004, Krings, C-130/02, Jurispr. Blz I-2121, punt 28, en van 17 maart 2005 Ikegami, C-467/03, Jurispr. Blz. I-2389).

5.3.

Eiseres stelt dat op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen de infraroodcabines als elektromedisch apparaat of toestel moeten worden ingedeeld in GN-code 9018 20 00. Er is volgens eiseres sprake van infraroodbehandelingstoestellen met als doel om onder meer te worden gebruikt in het kader van de behandeling en genezing van lichamelijke klachten van spieren en/of gewrichten. De cabines zijn daarom voorzien van incoloy stralingselementen. De incoloy elementen geven straling af zonder zeer warm te worden. Dit leidt ertoe dat de gebruiker gaat transpireren door de infraroodstraling en niet door de omgevingswarmte, zoals in het geval bij een normale sauna. In de cabines hoeft de warmte niet boven de lichaamstemperatuur uit te komen. Het besturingssysteem doseert de infraroodstraling. De indelingsverordening is niet van toepassing en kan niet analoog worden toegepast, omdat in casu sprake is van een apparaat met een medische werking, waarvoor deze verordening niet geldt.

5.4.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat de infraroodcabines op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen vergelijkbaar zijn met de in de indelingsverordening bedoelde apparaten en de infraroodcabines daarom moeten worden ingedeeld onder GN-code 8516 71 90. Volgens verweerder is niet zozeer het type element doch het type straling, te weten de langgolvige straling, dat het element produceert van belang, omdat daar de werking op het lichaam van uit gaat.

5.5.

De rechtbank stelt vast dat de producten die het voorwerp van de onderhavige procedure vormen, wat betreft hun objectieve kenmerken en eigenschappen zeer grote overeenkomsten vertonen met het in de bijlage bij de indelingsverordening, beschreven product. De opvallendste verschillen zijn de afwezigheid van ventilatieapparatuur en een luchtioniseerapparaat, alsmede de aanwezigheid van een incoloy langgolvig infraroodverwarmingstoestel in plaats van een keramisch langgolvig infraroodverwarmingstoestel. De golflengtestraal van 7,8-10 µm van het incoloy element valt echter binnen de range van 5,6 – 15 µm.

5.6.

Uit het arrest Krings van het HvJ EU van 4 maart 2004 (zaak C-130/02) volgt dat de toepassing naar analogie van een indelingsverordening, op producten die vergelijkbaar zijn met die waarop deze verordening betrekking heeft, bevorderend is voor een coherente uitlegging van de GN en voor de gelijke behandeling van de deelnemers aan het economisch verkeer.

5.7.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de objectieve kenmerken en eigenschappen van de onderhavige producten en die van het in de indelingsverordening beschreven product, naar analogie uit de indelingsverordening voortvloeit dat verweerder de producten juist heeft ingedeeld als andere elektrothermische toestellen voor huishoudelijk gebruik.

De afwezigheid van ventilatieapparatuur en een luchtioniseerapparaat doet hier niet aan af, omdat die apparatuur als onderdeel of toebehoren het karakter van het product niet beïnvloedt en daarom niet bepalend is voor de indeling. Weliswaar verschillen de verwarmingselementen als het gaat om de samenstelling, doch daarmee kan niet worden gezegd dat alsdan indeling onder een andere post is aangewezen. Beide toestellen zijn immers bedoeld om het menselijk lichaam te verwarmen en beide doen dit door middel van langgolvige infraroodstraling afkomstig van die verwarmingselementen. De golflengte van de straling van het incoloy element ligt bovendien binnen het bereik van het in de indelingsverordening beschreven toestel. Hetgeen eiseres ter zitting heeft aangevoerd met betrekking tot het besturingssysteem van de infraroodcabine maakt het voorgaande niet anders; dit klemt te meer nu de infraroodcabines op het moment van invoer geen besturingssysteem bevatten en deze eerst pas na de invoer worden ingebouwd.

5.8.

De stelling van eiseres dat de infraroodcabines van [X] ook voor medische doeleinden kunnen worden gebruikt, maakt naar het oordeel van de rechtbank nog niet dat sprake is van producten van hoofdstuk 90, meer in het bijzonder post 9018. Gelet op de bewoordingen van hoofdstuk 90 en van post 9018 omvatten die instrumenten, apparaten en toestellen die in de regel het kenmerk dragen dat zij met zorg zijn afgewerkt en uiterst nauwkeurig zijn en dat zij worden gebruikt voor wetenschappelijke doeleinden, welbepaalde technische en industriële doeleinden en medische doeleinden. Het kenmerk van de producten van post 9018 is dat het normaal gebruik daarvan in de regel de tussenkomst van een persoon met een medische opleiding vergt. De onder 4.2 opgenomen toelichtingen IDR bevestigen dit. Dat de onderhavige producten ook worden aangewend vanwege hun positieve werking op bepaalde medische klachten, maakt nog niet dat zij specifiek zijn bedoeld voor de medische toepassing. Uit de stukken van het geding en hetgeen ter zitting aan de orde is geweest, leidt de rechtbank af dat de infraroodcabines aan een ieder worden aangeboden en voor vele doeleinden kunnen worden aangewend zonder dat de tussenkomst van een persoon met een medische opleiding is vereist. Naast recreatief gebruik en voor ontspanning hebben de cabines kennelijk ook een heilzame werking bij bepaalde klachten. Dit geldt echter evenzeer voor de toestellen die zijn beschreven in de indelingsverordening. Hiermee kan niet gezegd worden dat deze infraroodcabines voorzien in een medische behandeling of daarvoor zijn bestemd. Dit is althans onvoldoende aannemelijk geworden.

5.9.

In het bijzonder is niet aannemelijk geworden dat infraroodcabines met Incoloy verwarmingselementen in die mate anders zijn dat deze wel als elektromedische apparaten moeten worden ingedeeld en infraroodcabines met keramische verwarmingselementen niet. Van langgolvige infraroodstraling (o.a. afkomstig van de zon) is bekend dat deze een weldadige en ontspannende werking heeft op de huid en op de gewrichten en spieren. Dat de door Incoloy verwarmingselementen geproduceerde infraroodstraling dusdanige eigenschappen heeft dat deze als medische behandeling kan worden aangemerkt, is weliswaar gesteld maar niet bewezen. De enkele stelling dat dit blijkt uit onderzoeken is niet voldoende, nu eiseres deze onderzoeken niet heeft overgelegd. Voorts heeft eiseres gesteld dat informatie van fabrikanten van infraroodcabines met keramische elementen die beweren dat hun cabines die medische werking ook hebben, niet klopt. Eiseres heeft deze enkele stelling evenmin onderbouwd. De verwijzing naar de Wet van Planck acht de rechtbank in dit verband niet voldoende, omdat deze wetmatigheid enkel iets zegt over de golflengte en niet over de medische werking. Indeling onder post 9018 is daarom niet aangewezen.

5.10.

Indeling op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen maakt dat de onderhavige toestellen moeten worden ingedeeld in overeenstemming met de producten genoemd in de indelingsverordening onder GN-code 8516 79 70.”

6 Beoordeling van het geschil

6.1.

De geldigheid van Indelingsverordening 1231/2007 wordt door partijen niet in twijfel getrokken. Het Hof zal partijen hierin volgen, nu niet gebleken is dat dit standpunt juridisch onjuist is.

6.2.

Belanghebbende heeft de nadruk gelegd op de verschillen die naar haar inzicht bestaan tussen de onderhavige infraroodcabines en de in de Indelingsverordening genoemde infraroodsauna. Zij meent dat de Indelingsverordening toepassing mist. In het bijzonder acht zij van belang dat bij de door ingevoerde infraroodcabines de straling geproduceerd wordt door incoloyelementen, die straling afgeven bij een relatief lage manteltemperatuur waardoor de omgevingstemperatuur relatief laag blijft. Dit is anders bij de - veel goedkopere - keramische elementen van de in de Indelingsverordening genoemde infraroodsauna, die een zeer hoge manteltemperatuur hebben en daardoor meer warmte aan de omgeving afgeven. Vanwege de lage manteltemperatuur heeft de door de incoloyelementen geproduceerde infraroodstraling een langere golflengte dan de door de keramische elementen geproduceerde straling. Immers de manteltemperatuur bepaalt de golflengte.

6.3.

Het Hof constateert dat ondanks deze verschillen de lengte van de door de incoloyelementen geproduceerde golven valt binnen het in de indelingsverordening genoemde bereik van 5,6-15 micrometer. In zoverre faalt belanghebbendes stelling.

6.4.

Belanghebbende heeft voorts betoogd dat de infraroodcabines, anders dan de infraroodsauna, voorzien in een medische behandeling, hetgeen eveneens aan analoge toepassing van de Indelingsverordening in de weg zou staan. Het Hof verwerpt die stelling.

De enkele omstandigheid dat het gebruik van de cabines, zoals blijkt uit de door belanghebbende overgelegde onderzoeksrapporten, een gunstig effect heeft op pijn en stijfheid, ondervonden door reumapatiënten en lijders aan de ziekte van Bechterew,

brengt nog niet met zich dat sprake is van een instrument voor de geneeskunde in de zin van GN-code 9018, waarvan gezegd kan worden dat het voorziet in een medische behandeling, als is bedoeld in de Indelingsverordening. Het Hof neemt daarbij in aanmerking dat de cabines een veel ruimer toepassingsbereik hebben dan de behandeling van voornoemde patiënten. Op de internetsite van een dealer van belanghebbende wordt reclame voor de cabines gemaakt onder de titel “wellness at home”, hetgeen naar het oordeel van het Hof duidt op gebruik voor recreatie- en ontspanningsdoeleinden. Voorts heeft belanghebbende desgevraagd ter zitting verklaard dat de cabines ook worden gebruikt voor warming-up in de sport hetgeen, naar zij desgevraagd ter zitting heeft verklaard, als een vorm van “wellness” moet worden beschouwd. De cabines worden, gelijk de rechtbank terecht heeft overwogen, aan eenieder aangeboden en zijn te gebruiken zonder de tussenkomst van personen met een medische opleiding. Daaraan doet niet af dat belanghebbende, naar zij heeft gesteld, de cabines ook levert aan ziekenhuizen, en bij levering aan particulieren de tussenkomst van medisch geschoold personeel wel aanbeveelt.

Het Hof is op grond van een en ander, anders dan belanghebbende, van oordeel dat niet het therapeutisch en/of profylactisch gebruik van de cabines, maar het gebruik voor de andere hiervoor genoemde doeleinden als de aan de cabines inherente bestemming heeft te gelden (vgl. HvJ 4 maart 2004, Krings, C-130/02, Jur. 2004-I-02121; 17 maart 2005, Ikegami, C-467/03, Jur. I-2389).

6.5.

Voor zover belanghebbende nog andere verschillen tussen de infraroodcabines en de in de Indelingsverordening genoemde infraroodsauna heeft aangedragen, acht het Hof die voor de vaststelling van de objectieve kenmerken en eigenschappen van de cabines en de beoordeling van de vergelijkbaarheid van beide producten niet van doorslaggevend belang.

6.6.

Gelet op het vorenoverwogene verenigt het Hof zich met het oordeel van de rechtbank dat de cabines in voldoende mate vergelijkbaar zijn met de in de Indelingsverordening genoemde infraroodsauna, zodat die verordening naar analogie op de

cabines kan worden toegepast. Derhalve heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de cabines onder GN-code 8516 79 70 moeten worden ingedeeld. De bestreden uitnodiging tot betaling is dan ook terecht aan belanghebbende opgelegd.

Slotsom

6.7.

De slotsom is dat het hoger beroep ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd.

7 Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

8 Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

De uitspraak is gedaan door mrs. A. Bijlsma, voorzitter, E.M. Vrouwenvelder en B.A. van Brummelen, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch als griffier. De beslissing is op 28 augustus 2014 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.