Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3575

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-08-2014
Datum publicatie
10-09-2014
Zaaknummer
200.140.376-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzekeringsrecht. Arbeidsongeschiktheidsverzekering met de naam ”KREDIET-PROTECTOR”.

(Spontane) mededelingsplicht als bedoeld in artikel 7:928 lid 1 BW geschonden? Aanvullend onderzoek nodig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 6, p. 315

Uitspraak


GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I AOF

zaaknummer : 200.140.376/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : CV 13-12289

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 26 augustus 2014

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
JUBILEE EUROPE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

appellante,

advocaat: mr. M.T. Spronck te Apeldoorn,

tegen

[geïntimeerde],

wonend te Hoorn,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.J. Meijer te Haarlem.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna Jubilee en [geïntimeerde] genoemd.

Jubilee is bij dagvaarding van 19 december 2013 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 18 november 2013, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [geïntimeerde] als eiser en Jubilee als gedaagde. Dat vonnis is een tussenvonnis dat door de kantonrechter bij beslissing van 9 december 2013 appellabel is verklaard.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, met productie.

Ten slotte is arrest gevraagd.

Jubilee heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en, naar het hof begrijpt, alsnog de vordering van [geïntimeerde] zal afwijzen, met beslissing over de proceskosten met inbegrip van nakosten en rente over de kosten.

[geïntimeerde] heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met
- uitvoerbaar bij voorraad - beslissing over de proceskosten.

Jubilee heeft in hoger beroep bewijs van haar stellingen aangeboden.

2 Feiten

2.1

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1 (1.1 tot en met 1.11) de feiten beschreven die tussen partijen vaststaan. Deze feiten zijn niet in geschil en binden derhalve ook het hof. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen die vaststaande feiten neer op het volgende.

( i) [geïntimeerde] heeft een overeenkomst van geldlening gesloten met Hollandse Disconto Voorschotbank BV (verder: HDV) in de vorm van een doorlopend krediet. De kredietlimiet bedroeg toentertijd € 48.000,-, het maandelijkse termijnbedrag € 480,-. Op 25 september 2007 was het debetsaldo € 47.280,78. De overeenkomst verplichtte [geïntimeerde] om zichzelf te verzekeren tegen de risico’s van arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. De daartoe strekkende verzekeringsovereenkomst heeft [geïntimeerde] op
7 september 2007 gesloten met de rechtsvoorganger van Jubilee. Daarbij is HDV als begunstigde aangewezen. [geïntimeerde] heeft ten laste van het door HDV verstrekte krediet
€ 4.597,- aan verzekeringspremie betaald. De verzekerde looptijd is 50 maanden. Het verzekerde maandbedrag is € 300 en wordt bij arbeidsongeschiktheid maximaal 60 maanden uitgekeerd, bij onvrijwillige werkloosheid maximaal twaalf maanden.

(ii) Het polisblad met het opschrift “KREDIET-PROTECTOR” is door [geïntimeerde] op 7 september 2007 ondertekend en bevat voorgedrukt onder meer de volgende tekst:

“Ondergetekende(n) verkla(a)r(t)(en):
- de algemene voorwaarden KPS 08/2007 te hebben ontvangen, hiervan kennis te hebben genomen en hiermee akkoord te gaan;
- momenteel een goede gezondheid te bezitten en niet jonger dan 18 jaar en niet ouder dan 65 jaar te zijn;
- momenteel geen aandoeningen te hebben die medische behandeling vereisen;
- akkoord te gaan met de mededelingsplicht zoals hieronder vermeld.

Mededelingsplicht:
Als verzekerde bent u verplicht de gestelde vragen en verklaringen zo volledig mogelijk te beantwoorden. Dit geldt ook voor feiten en omstandigheden die betrekking hebben op een bij het sluiten van deze verzekering bekende derde, wiens belangen worden mee verzekerd. Vragen waarvan u het antwoord al bij de verzekeraars bekend veronderstelt, zulks ertoe leiden dat het recht op uitkering wordt moet u toch zo volledig mogelijk beantwoorden. Feiten en omstandigheden die u bekend worden nadat u dit polisblad heeft ingezonden, maar voordat de verzekeraars u hebben bericht over hun definitieve beslissing het door u ter verzekering aangeboden risico al dan niet te verzekeren, moet u alsnog aan de verzekeraars mededelen. Indien u niet of volledig aan uw mededelingsplicht heeft voldaan, kan zulks ertoe leiden dat het recht op uitkering wordt beperkt of zelfs vervalt. Indien u met opzet tot misleiden van de verzekeraars heeft gehandeld of deze bij kennis omtrent de ware stand van zaken de verzekering nimmer zou hebben gesloten, hebben zij tevens het recht de verzekering op te zeggen.

Door ondertekening van dit polisblad verklaart de verzekeringnemer dat hij een verzekering wil sluiten tegen de in de bijgevoegde voorwaarden van verzekering omschreven dekking en dat hij akkoord gaat met de toepasselijkheid van de daarbij behorende en daarmee één geheel vormende voorwaarden van verzekering.

Indien het risico van arbeidsongeschiktheid wordt verzekerd:

- zijn/haar/hun beroep al dan niet in loondienst voor ten minste 16 uur per week bezoldigd en actief uit te oefenen en momenteel niet geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt te zijn;
- in de 12 maanden voorafgaand aan de ondertekening van dit polisblad gedurende niet meer dan 30 dagen aaneengesloten geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt te zijn geweest.

(…)

Machtiging tot verstrekking van medische gegevens:
Ondergetekende(n) machtig(t)(en) iedere arts of specialist om in geval van arbeidsongeschiktheid of overlijden van verzekerde(n) aan (de medisch adviseur van) de verzekeraars alle medische informatie te verstrekken, die voor de beoordeling van een eventuele vordering van belang kan zijn.”

(iii) Eind 2008 heeft de werkgever van [geïntimeerde], met gebruikmaking van een ontslagvergunning, aan [geïntimeerde] ontslag aangezegd tegen 1 maart 2009.

(iv) Op 13 januari 2009 is [geïntimeerde] arbeidsongeschikt geworden.

( v) [geïntimeerde] heeft op 3 december 2009 dekking gevraagd onder de verzekeringsovereenkomst met Jubilee.

(vi) Met een beroep op de arbeidsongeschiktheid van [geïntimeerde] heeft Jubilee dekking onder de werkloosheidsverzekering geweigerd. Zij heeft [geïntimeerde] gevraagd om nadere informatie over zijn arbeidsongeschiktheid te verstrekken. Nadat [geïntimeerde] die informatie had verstrekt, heeft Jubilee bij brief van 12 augustus 2010 de claim onder de arbeidsongeschiktheidsverzekering afgewezen op de grond dat de klachten die de arbeidsongeschiktheid van [geïntimeerde] hadden veroorzaakt, reeds voor de ingangsdatum van de verzekeringsovereenkomst bestonden en dat de algemene voorwaarden dergelijke arbeidsongeschiktheid van de dekking uitsluiten.

(vii) In de Algemene Voorwaarden Krediet Protector KPS 08/2007 staat:

“4. Dekking bij arbeidsongeschiktheid
Begrip Arbeidsongeschiktheid
In het kader van deze verzekering is van arbeidsongeschiktheid uitsluitend sprake indien bij de verzekerde na de ingang en voor de einddatum van deze verzekering in relatie tot ziekte of ongeval medisch vast te stellen stoornissen ontstaan waardoor de verzekerde beperkingen ondervindt in zijn functioneren in een arbeidssituatie.

. In het 1e jaar van arbeidsongeschiktheid: voor ten minste 80% niet in staat zijn het huidige beroep uit te voeren rechtstreeks en uitsluitend door medisch vast te stellen gevolgen van ongeval of ziekte.

. In het 2e en de daaropvolgende jaren van arbeidsongeschiktheid: na de bovengenoemde periode van 52 weken voor ten minste 45% ongeschikt is tot het verrichten van werkzaamheden die op uw krachten en bekwaamheden zijn berekend en gelet op uw opleiding en vroegere werkzaamheden redelijkerwijs van u kunnen worden verlangd.

(…)

11. WAT IS NIET GEDEKT”
Arbeidsongeschiktheid/Ziekenhuisopname - er bestaat geen aanspraak op uitkering:
(…)

. in geval van letsel of ziekte in de twaalf maanden voorafgaand aan de ingangsdatum van de verzekering waarvoor normaliter medische behandeling vereist zou zijn of waarvoor een medische diagnose of behandeling noodzakelijk was;”

Tussen partijen is in discussie of de algemene voorwaarden aan [geïntimeerde] ter hand zijn gesteld.

(viii) [geïntimeerde] is geboren op 19 maart 1950. Hij was in september 2007 werkzaam als productiemedewerker.

(ix) Op het door [geïntimeerde] bij Jubilee ingediende schadeformulier heeft hij zijn ziekte omschreven als “last van benen, kan niet lopen, overspannen, suikerziekte”. Op de vraag of hij eerder aan deze klachten heeft geleden, heeft hij het vakje ‘ja’ aangekruist en ingevuld “5 jaar geleden”. [geïntimeerde] heeft in dat formulier verder gemeld bekend te zijn bij het UWV alsmede dat hij door het UWV als arbeidsongeschikt is aangemerkt. Het formulier is gedateerd 12 februari 2010.

( x) Vanwege haar weigering om dekking te verlenen heeft [geïntimeerde] Jubilee in de onderhavige procedure betrokken en gevorderd dat Jubilee wordt veroordeeld tot betaling van € 16.569,66, althans € 4.546,43, steeds te vermeerderen met rente en kosten.



3. Beoordeling

3.1

In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat de ondertekening van het polisblad onvoldoende bewijs oplevert om vast te stellen dat [geïntimeerde] een redelijke mogelijkheid is geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.
De kantonrechter heeft de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden niet aanvaard en aan de hand van het polisblad beoordeeld of Jubilee terecht aanvoert dat [geïntimeerde] geen recht heeft op uitkering onder de verzekeringsovereenkomst.
De kantonrechter heeft vervolgens tot uitgangspunt gekozen dat [geïntimeerde] noch ten tijde van de ondertekening van het polisblad noch in de twaalf maanden daaraan voorafgaand arbeidsongeschikt was. De kantonrechter heeft in de stellingen van Jubilee geen toereikend aanknopingspunt aangetroffen om aan te nemen dat [geïntimeerde] ten tijde van de ondertekening van het polisblad aan enige aandoening leed die een medische behandeling vereist. Ook het overzicht van de apotheek waarop Jubilee zich ter ondersteuning van haar standpunt heeft beroepen, vond de kantonrechter onvoldoende.
Vervolgens heeft de kantonrechter de vraag onder ogen gezien of het feit dat [geïntimeerde] lijdt aan diabetes mellitus (ouderdomssuikerziekte) en aan een te hoog cholesterolgehalte en het feit dat hij soms last heeft van ‘restless legs’ hem hadden moeten weerhouden van de mededeling dat hij een goede gezondheid bezat. Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 7:928 Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de kantonrechter die vraag ontkennend beantwoord. Zij heeft daarbij acht geslagen op de omstandigheid dat [geïntimeerde] in de vijf jaren voorafgaand aan het sluiten van de verzekeringsovereenkomst niet arbeidsongeschikt is geweest en dat geen bewijs is bijgebracht dat hij bij de uitvoering van zijn werkzaamheden last heeft ondervonden van de ouderdomssuikerziekte, het cholesterolgehalte of de restless legs. Daarbij heeft de kantonrechter betrokken dat Jubilee geen expliciete vragenlijst heeft gebruikt en dat gesteld noch gebleken is dat [geïntimeerde] de verzekeraar heeft willen misleiden.
Jubilee is met vijf grieven tegen verschillende onderdelen van dit vonnis opgekomen.
Het hof bespreekt de grieven in de volgorde die het meest doelmatig voorkomt.

3.2

Met de grieven IV en V heeft Jubilee in hoger beroep opnieuw aan de orde gesteld dat [geïntimeerde] bij gelegenheid van de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst zijn mededelingsplicht heeft geschonden. Met name heeft Jubilee betoogd dat voor [geïntimeerde] kenbaar moet zijn geweest dat hij aan Jubilee diende mee te delen dat hij leed aan diabetes mellitus, aan een verhoogd cholesterolgehalte en aan beenklachten.
In deze kwestie acht het hof zich onvoldoende geïnformeerd.
In dit verband overweegt het hof als volgt.

3.3

Op de dag van de ondertekening van het polisblad, 7 september 2007, werd de gezondheidssituatie van [geïntimeerde] gekenmerkt door de volgende feiten en omstandigheden:
- [geïntimeerde] leed aan diabetes mellitus, een verhoogd cholesterolgehalte en ‘restless legs”,
- [geïntimeerde] was gedurende vijf jaren niet arbeidsongeschikt geweest, en
- [geïntimeerde] had bij de uitvoering van zijn werkzaamheden geen last ondervonden van de ouderdomssuikerziekte, het cholesterolgehalte of de ‘restless legs’.
Bij de stukken bevindt zich geen medische verklaring aangaande de gezondheidstoestand van [geïntimeerde] op 7 september 2007. Jubilee heeft blijkens haar stellingen informatie ingewonnen bij haar medisch adviseur maar het hof verder niet bekend gemaakt met de bevindingen van deze adviseur. Jubilee grondt haar beeld van
de gezondheidstoestand van [geïntimeerde] op 7 september 2007
- op een anamnese die is opgemaakt op 23 april 2009 en voorkomt in een brief/mailwisseling die afkomstig is van de huisarts van [geïntimeerde], en
- op een stuk afkomstig van Apotheek Grote Waal dat een overzicht biedt van medicijnen die zijn verstrekt aan [geïntimeerde] in de periode van augustus 2006 tot en met april 2007.
Die informatie is summier. Dat betekent dat het hof niet goed kan vaststellen welke ernst de aandoeningen van [geïntimeerde] op 7 september 2007 hadden en al evenmin kan vaststellen of de aandoeningen toentertijd alle medisch werden behandeld en zo ja hoe.

3.4

Met recht heeft Jubilee betoogd dat op [geïntimeerde] op 7 september 2007 ingevolge het bepaalde in artikel 7:928 BW een (spontane) mededelingsplicht rustte. [geïntimeerde] diende toentertijd aan Jubilee mee te delen al hetgeen waarvan hij wist, of waarvan hij behoorde te begrijpen, dat het voor Jubilee van belang was of zou kunnen zijn.
Of [geïntimeerde] hier relevante grenzen heeft overschreden door mededeling achterwege te laten, kan het hof pas beoordelen als het nauwkeuriger dan thans is geïnformeerd. Te zijner tijd zal het hof in elk geval bij zijn overwegingen betrekken dat Jubilee geen gebruik heeft gemaakt van een vragenlijst. Die omstandigheid beperkt de inhoud en omvang van de mededelingsplicht van [geïntimeerde], in die zin dat het kenbaarheidsvereiste van artikel 7:928 lid 1 BW strikt moet worden geïnterpreteerd.

3.5

Het ligt op de weg van Jubilee om het hof aanvullend in te lichten ter ondersteuning van haar beroep op schending van de mededelingsplicht door [geïntimeerde].
Jubilee krijgt de gelegenheid om zich daarover bij akte uit te laten. [geïntimeerde] zal daarop bij antwoordakte mogen reageren.

3.6

De grieven I, II en III stellen vanuit verschillende invalshoeken de vraag aan de orde welke inhoud de tussen partijen gesloten verzekeringsovereenkomst heeft; in het bijzonder wil Jubilee ingang doen vinden dat de Algemene Voorwaarden Krediet Protector KPS 08/2007 van de verzekeringsovereenkomst deel uitmaken.
Met de eerste grief heeft Jubilee betoogd dat de kantonrechter aan de inhoud van het polisblad had moeten ontlenen dat die algemene voorwaarden aan [geïntimeerde] zijn ter hand gesteld.
Voor het geval die terhandstelling niet zou komen vast te staan, heeft Jubilee door middel van haar tweede grief aangevoerd dat [geïntimeerde] bij gelegenheid van de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst werd bijgestaan door een tussenpersoon en dat die omstandigheid dient mee te brengen dat het eventuele uitblijven van terhandstelling van de algemene voorwaarden niet voor rekening van Jubilee kan worden gebracht.
Voor het geval de toepasselijkheid van de Algemene Voorwaarden Krediet Protector KPS 08/2007 niet zou worden aanvaard heeft Jubilee met haar derde grief verdedigd dat de artikelen 4 en 11 van die voorwaarden, op welke artikelen zij zich beroept, moeten worden aangemerkt als kernbedingen. Deze kernbedingen zijn, aldus Jubilee, niet vatbaar voor vernietiging ingevolge het bepaalde in artikel 6:233 aanhef en onder b BW, zodat de kantonrechter de kwestie of het om kernbedingen gaat, niet in het midden had mogen laten.

3.7

De stellingen van Jubilee houden geen toereikend aanknopingspunt in voor het oordeel dat het eventuele ontbreken van terhandstelling aan [geïntimeerde] van de Algemene Voorwaarden Krediet Protector KPS 08/2007 voor rekening van [geïntimeerde] zou moeten worden gebracht, omdat bij de totstandkoming van de overeenkomst een tussenpersoon was betrokken.
Die stellingen houden immers niets in waaruit zou moeten worden afgeleid dat Jubilee de door haar genoemde tussenpersonen Krediethuis Financieringen, Rente Kortingscentrale Nederland en HDV in dit verband als vertegenwoordiger van [geïntimeerde] mocht beschouwen. Dat het mogelijk zo is gegaan dat de tussenpersoon verzuimd heeft om de Algemene Voorwaarden Krediet Protector KPS 08/2007 aan [geïntimeerde] ter hand te stellen, brengt niet, althans niet zonder nadere maar ontbrekende motivering, mee dat de algemene voorwaarden rechtens moeten worden geacht aan [geïntimeerde] ter hand te zijn gesteld.
De tweede grief loopt daarop stuk.


3.8 Op de grieven I en III zal het hof in deze fase van het geding nog niet beslissen. Het hof houdt er rekening mee dat het debat van partijen zich zo ontwikkelt dat de kwesties die door de grieven I en III aan de orde worden gesteld niet afzonderlijk onder ogen behoeven te worden gezien. Wel verdient het volgende reeds nu vermelding.

3.8.1

De inhoud van de artikelen 4 en 11 van de Algemene Voorwaarden Krediet Protector KPS 08/2007 lijkt in hoge mate parallel te lopen met de inhoud van het polisblad. De inhoud van de artikelen 4 en 11 munt niet uit door duidelijkheid. De vraag is daarom gerezen of de betekenis die aan die bepalingen zou moeten worden toegekend, voor het geschil van partijen verschil maakt.

3.8.2

Zou toepasselijkheid van de artikelen 4 en 11 van de Algemene Voorwaarden Krediet Protector KPS 08/2007 relevant verschil maken, dan dient het hof te onderzoeken, óf van toepasselijkheid van die bepalingen kan worden uitgegaan. In dat verband heeft het hof niet alleen acht te slaan op het bepaalde in de artikelen 6:233 aanhef en onder b BW en volgende, maar ook (ambtshalve) op Richtlijn 93/13 EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Dat geldt in het bijzonder voor de toelaatbaarheid van de verklaringsfictie waarop Jubilee zich beroept.

3.8.3

Zou moeten worden geoordeeld dat de artikelen 4 en 11 van de Algemene Voorwaarden Krediet Protector KPS 08/2007 zogenoemde kernbedingen inhouden, dan geldt daarvoor niet de snelle toepasselijkheid zoals in de wet is voorzien voor algemene voorwaarden.


3.9 Slotsom is dat grief II faalt en op de overige grieven niet verder kan worden beslist. Het hof zal de zaak verwijzen naar de rol voor de hierboven in rechtsoverweging 3.5 bedoelde akte. Iedere verdere beslissing zal het hof aanhouden.

4 Beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van 23 september 2014 voor een akte aan de zijde van Jubilee met het hierboven in rechtsoverweging 3.5 omschreven doel;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. G.B.C.M. van der Reep, M.M.M. Tillema en A.C. van Schaick en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2014.