Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3542

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-08-2014
Datum publicatie
11-12-2014
Zaaknummer
200.136.500-01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2014:2719
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Proceskostenbegroting. Voor een akte die in hoger beroep niet had mogen worden genomen, bestaat geen recht op vergoeding, ook al is zij niet door de rolraadsheer geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer : 200.136.500/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland : 430768 \ CV 13-645

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 26 augustus 2014

inzake

[APPELLANTE],

wonend te [woonplaats],

appellante,

advocaat: mr. J. de Haan te Alkmaar,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INTERNATIONAL CARD SERVICES B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. E.H.J. Slager te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellante] en ICS genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 8 juli 2014 een arrest uitgesproken. Bij brief van 10 juli 2014 heeft mr. Slager voornoemd zich namens ICS op het standpunt gesteld dat het arrest een kennelijke fout bevat die hierin bestaat dat het hof bij de berekening van de proceskosten van ICS in hoger beroep geen rekening heeft gehouden met twee door ICS genomen aktes. Mr. Slager voornoemd heeft herstel hiervan verzocht. Bij e-mailbericht van 7 augustus 2014 heeft mr. De Haan voornoemd zich namens [appellante] verzet tegen toewijzing van dit verzoek.

2 Beoordeling

Uitgangspunt in hoger beroep is dat na wisseling van de memories geen aktes met bijzondere inhoud worden genomen. Gebleken is dat ICS in de procedure in hoger beroep na de memorie van antwoord twee aktes heeft genomen, te weten een akte uitlating producties op 25 februari 2014 en een akte uitlating geïntimeerde op 22 april 2014. De eerstgenoemde akte betreft een akte zonder bijzondere inhoud waarvoor geen recht op vergoeding bestaat. Voor zover de akte van 22 april 2014 wel bijzondere inhoud bevat had deze akte gelet op de in hoger beroep geldende twee conclusie-regel en het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven niet genomen mogen worden zodat voor deze akte evenmin recht op vergoeding bestaat. De omstandigheid dat deze akte door de rolraadsheer niet is geweigerd doet daaraan niet af. De slotsom is dat het verzoek wordt afgewezen.

3 Beslissing

Het hof:

wijst het verzoek af.

Dit arrest is gewezen door mrs. R.J.M. Smit, M.A. Goslings en M.L.D. Akkaya en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2014.