Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:346

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-01-2014
Datum publicatie
26-05-2015
Zaaknummer
200.119.391/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK, enqueterecht, aanwijzing onderzoeker, 2:350 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 350
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2014/32
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer : 200.119.391/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 31 januari 2014

inzake

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EMARCY B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. [verzoeker 2],

wonende te [....],

VERZOEKERS,

advocaat: mr. P.J. van der Korst, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.,

gevestigd te Amstelveen,

VERWEERSTER,

advocaat: mr. A.R.J. Croiset van Uchelen, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen zullen hierna op dezelfde wijze als in de beschikking van 9 januari 2014 in deze zaak worden aangeduid.

1.2

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de voormelde beschikking van 9 januari 2014.

1.3

Bij die beschikking heeft de Ondernemingskamer - voor zover thans van belang - een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van de KLM en een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten.

2 De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer zal thans de hierna te vermelden persoon aanwijzen als onderzoeker, een en ander zoals bedoeld in de beschikking van 9 januari 2014.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst aan als onderzoeker als bedoeld in de beschikking van 9 januari 2014 in deze zaak:

mr. S. Perrick te Amsterdam;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.F. Faase en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en prof. dr. R.A.H. van der Meer en H. de Munnik, raden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Wees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 31 januari 2014.