Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3441

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
19-08-2014
Datum publicatie
11-12-2014
Zaaknummer
200.107.326-01
Formele relaties
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2013:988
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHAMS:2014:14
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Vervolg vam tussenarrest 7 januari 2014. Deskundigenbericht.Zie ook: ECLI:NL:GHAMS:2013:988,ECLI:NL:GHAMS:2014:14 en ECLI:NL:GHAMS:2015:1831.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

arrest

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer: 200.107.326/01

zaak/rolnummer rechtbank Noord-Holland: 130656 / HA ZA 11-510

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 19 augustus 2014

inzake

1 [APPELLANT SUB 1] en

2. [APPELLANTE SUB 2],

beiden wonende te [woonplaats],

appellanten,

advocaat: mr. E.C.J. Ris te Amsterdam,

tegen:

1 [GEÏNTIMEERDE SUB 1] en

2. [GEÏNTIMEERDE SUB 2],

beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

advocaat: mr. N. Hollander te Groningen.

1 Het verdere geding in hoger beroep

Partijen worden hierna wederom [appellanten] en [geïntimeerden] genoemd.

In het tussenarrest van 7 januari 2014 (hierna: het tussenarrest) heeft het hof de zaak naar de rol verwezen om partijen in de gelegenheid te stellen een akte te nemen. Daarop hebben [appellanten] een akte genomen. [geïntimeerden] hebben een antwoordakte genomen. Vervolgens is arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling

2.1

In het tussenarrest is partijen verzocht zich uit te laten over de wijze waarop zij de procedure wensten voort te zetten en, indien zij een deskundigenbericht wensen, zich uit te laten over de persoon van de deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen.

2.2

[appellanten] hebben daarop het hof verzocht Nijhof & Poppinghaus Adviseurs tot gerechtelijk deskundige te benoemen. [geïntimeerden] hebben bezwaar gemaakt tegen de door [appellanten] voorgestelde benoeming en op hun beurt voorgesteld Search Ingenieursbureau B.V. te Amsterdam als deskundige te benoemen., dan wel een door het hof te bepalen deskundige die is ingeschreven bij het Nivre dan wel in het register van gerechtelijk deskundigen. Nu partijen geen overeenstemming hebben over de persoon van de deskundige zal het hof daarin zelf voorzien. Het hof zal de in het dictum vermelde persoon als deskundige benoemen. Deze heeft ook zelf te kennen gegeven zich voldoende deskundig te achten. Hij heeft voorts te kennen gegeven ook overigens bereid en in staat te zijn het onderzoek uit te voeren en geen binding met partijen te hebben. Het hof heeft het voornemen om deze persoon als deskundige te benoemen bij griffiersbrief van 24 juli 2014 aan partijen voorgelegd.

2.3

Partijen zijn bij diezelfde griffiersbrief van 24 juli 2014 in de gelegenheid gesteld te reageren op het door deze deskundige voorgestelde voorschot. [appellanten] hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid om binnen twee weken op de griffiersbrief te reageren. [geïntimeerden] hebben bij brief van 4 augustus 2014 laten weten geen bezwaar te hebben tegen het gehanteerde uurtarief maar wel tegen het door de deskundige begrote aantal uren (26) en het hof verzocht het voorschot op de helft van het door de deskundige begrote bedrag te stellen.

2.4

Het hof is van oordeel dat het door de deskundige begrote aantal uren op het eerste gezicht niet irreëel voorkomt. De deskundige zal vanzelfsprekend in zijn onderzoek de te besteden uren waar mogelijk dienen te beperken. Ook zal de deskundige inzicht moeten geven in zijn bestede tijd door een urenspecificatie op te stellen. Het voorschot zal op het door hem begrote bedrag van € 3.932,50 inclusief btw worden bepaald. Partijen zullen uiteraard bij gelegenheid van het definitieve deskundigenrapport opmerkingen over de definitieve kostenopstelling kunnen maken. [appellanten] dienen het voorschot te betalen.

2.5

Wat betreft de aan de deskundige te stellen vragen hebben zowel [appellanten] als [geïntimeerden] vragen geformuleerd. De vragen A t/m D van [geïntimeerden] betreffen in wezen de vraag of [appellanten] mochten uitgaan van de afwezigheid van asbest c.q. of het asbest verwijderd moet worden en het antwoord op die vragen is, gelet op de overwegingen in het tussenarrest, niet meer aan de orde. Ook de relevantie van vraag G van [geïntimeerden] vermag het hof niet in te zien, nu de schade van [appellanten] geen verband houdt met de waarde van de andere woningen in de wijk waar het asbest nog wel aanwezig is.

2.6

Het hof zal, mede gezien de door [appellanten] en de (overige) door [geïntimeerden] gestelde vragen, de volgende vragen aan de deskundige voorleggen:

  1. Welke kosten zijn verbonden aan het verwijderen en afvoeren van het asbest dat zich bevindt in de gevels en in het dakbeschot van de woning van [appellanten] aan het [adres]?

  2. Welke kosten zijn verbonden aan het herstel van de gevels en het dakbeschot na verwijdering van het asbest, mede rekening houdend met de mogelijkheid van hergebruik van materialen?

  3. Dient bij bovenvermelde bedragen rekening te worden gehouden met “nieuw voor oud” aftrek en zo ja, in welke mate?

  4. Hebt u nog overige opmerkingen die voor de beslissing van het hof van belang kunnen zijn?

2.7

De deskundige dient de beschikking te krijgen over het gehele procesdossier en kan desgewenst nader onderzoek ter plaatse doen en verdere gegevens opvragen. Ter beantwoording van de vragen mag hij acht slaan op de offerte van 21 juni 2011 van Bouwbedrijf Wijnker (productie 7 bij inleidende dagvaarding) en op het deskundigenrapport van 24 april 2012 van Ingenieursbureau Broomans BV (productie 8 bij memorie van grieven), maar hij is daartoe niet verplicht.

2.8

De deskundige kan zelf tijd en plaats van het onderzoek bepalen, maar dient niet aan te vangen voordat hij bericht van de griffier heeft gekregen dat het voorschot is ontvangen. Uiterlijk op de in het dictum te vermelden datum dient hij het met redenen omklede schriftelijke bericht, ondertekend en onder bijvoeging van zijn declaratie, in te leveren ter griffie van het hof.

2.9

De deskundige dient bij zijn onderzoek partijen in de gelegenheid te stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen. Uit het schriftelijk bericht dient te blijken of aan dit voorschrift is voldaan. Van de inhoud van de opmerkingen en verzoeken dient in het schriftelijk bericht melding te worden gemaakt.

2.10

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4 Beslissing

Het hof:

beveelt een deskundigenbericht;

benoemt als deskundige:

R. van Dijk

Senior adviseur Lequality

Lekdijk Oost 12

3413 MS Jaarsveld

legt de hiervoor onder rov. 2.6 weergegeven vragen aan de deskundige ter beantwoording voor;

bepaalt het voorschot op de schadeloosstelling en het loon voor de deskundige op € 3.932,50 inclusief btw;

beveelt [appellanten] om uiterlijk op 9 september 2014 dit bedrag over te maken op de bankrekening bij de Royal Bank of Scotland, nummer 56.99.90.505, ten name van Gerechtshof Amsterdam, onder vermelding van: "voorschot deskundige, zaak 8051 H 200.107.326/01 - [appellanten]/[geïntimeerden]";

beveelt de griffier onverwijld na ontvangst van het voorschot de deskundige in kennis te stellen van de ontvangst;

beveelt [appellanten] een afschrift van de stukken van dit geding toe te zenden aan de deskundige;

bepaalt dat de deskundige zijn schriftelijk bericht uiterlijk op 4 november 2014 dient in te leveren ter griffie van het hof;

verwijst de zaak naar de rol van 11 november 2014 voor deskundigenbericht;

beveelt de griffier een afschrift van dit arrest aan de deskundige toe te zenden;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. C.C. Meijer, R.H. de Bock en D.L.M.T. Dankers-Hagenaars en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2014.