Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3401

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
13-08-2014
Datum publicatie
29-08-2014
Zaaknummer
23-000577-13
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:1008, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel, valsheid in geschrift en poging tot oplichting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000577-13

datum uitspraak: 13 augustus 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2012 in de strafzaak onder parketnummer 13-656173-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963,

adres: [adres],

formeel gedetineerd in [PI],

doch thans in een penitentiair programma onder de voorwaarde van het dragen van een enkelband.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door rechtbank Amsterdam vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

30 juli 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, dat:

1:
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander of anderen, te weten een of meer vreemdelingen, te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8]

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, in elk geval in een Staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York tot stand gekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hen/hem/haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s), zich voorgedaan als advocaat en/of een of meer valse/vervalste document(en) en/of authentieke akte(n),

te weten een of meer samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en)

voorhanden gehad en/of afgegeven aan die voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ter verkrijgingvan hun recht op een verblijfsvergunning, terwijl hij, verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s), wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), daarvan een beroep of gewoonte heeft/hebben gemaakt,

immers heeft/hebben hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s)

a. a) (zaaksdossier 1)

- voornoemde [medeverdachte 1] (ook wel genoemd [medeverdachte 1]) voorgehouden dat hij, verdachte, in ruil voor een bedrag van in totaal (ongeveer) 7500 (zegge: zevenduizendvijfhonderd) euro, in elk geval enig geldbedrag, een huwelijkspartner, te weten een vrouw, genaamd [medeverdachte 9] (geboren op [geboortedatum mv 9] 1991, Spaanse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie en/of (daarna) een verblijfsvergunning zou verzorgen voor die [medeverdachte 1] en/of

- een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [medeverdachte 1] en/of die burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan die [medeverdachte 1] en/of de IND en/of

- een ontmoeting verzorgd tussen die [medeverdachte 1] en een vrouw, die [medeverdachte 9], zijnde een burger van de Europese Unie en/of en kopie van het ID-bewijs van voornoemde vrouw gemaakt en/of (vervolgens) overhandigd aan die [medeverdachte 1] en/of

- die [medeverdachte 1] geadviseerd foto's te maken van zichzelf, samen met voornoemde [medeverdachte 9] en/of

- die [medeverdachte 1] geadviseerd zich bij de gemeente in te schrijven samen met voornoemde [medeverdachte 9]

en/of

b) (zaaksdossier 2 en 3)

die [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] toegezegd, tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 950 (zegge: negenhonderdvijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op te stellen en/of een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of de IND en/of

- ( vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [medeverdachte 2] ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was

en/of

c) (zaaksdossier 4)

- voornoemde [medeverdachte 4] voorgehouden dat hij, verdachte, in ruil voor een bedrag van in totaal (ongeveer) 4000 (vierduizend) euro een huwelijkspartner,te weten [medeverdachte 10] (geboren op [geboortedatum mv 10] 1981, Roemeense nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie en/of (vervolgens) een verblijfsvergunning zou verzorgen voor die [medeverdachte 4] en/of

- tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 950 (zegge: negenhonderdvijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [medeverdachte 4] en/of die [medeverdachte 10], zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan die [medeverdachte 4] en/of de IND en/of

- ( vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [medeverdachte 4] ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vevalst was

en/of

d) (zaaksdossier 5)

- tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 900 (zegge: negenhonderd) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 11] (geboren op [geboortedatum mv 11] 1972, Duitse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [medeverdachte 5] en/of de IND en/of

- ( vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [medeverdachte 5] ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dathet onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was

en/of

e) (zaaksdossier 6)

- tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 1050 (zegge: duizendvijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 12] (geboren op [geboortedatum mv 12] 1962, Britse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [medeverdachte 6] en/of de IND en/of

- ( vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [medeverdachte 6] ingevuld en/of ingediend terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was

en/of

f) (zaaksdossier 7)

- tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 450 (zegge: vierhonderdenvijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 13] [medeverdachte 14] (geboren op [geboortedatum mv 14] 1988, Spaanse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [medeverdachte 7] en/of de IND en/of

- ( vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar- en/of beroepsprocedure voor voornoemde [medeverdachte 7] ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was

en/of

g) (zaaksdossier 8)

- tegen betaling van een geldbedrag van in totaal (ongeveer) 1650 (zegge: zestienhonderd vijftig) euro, in elk geval enig geldbedrag, een vals en/of vervalst samenlevingscontract (mede) op naam van die [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 15] (geboren op [geboortedatum mv 15] 1981, Franse nationaliteit), zijnde een burger van de Europese Unie opgesteld voor en/of overhandigd aan voornoemde [medeverdachte 8] en/of de IND en/of

- ( vervolgens) een of meer aanvraagformulier(en) van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en/of een (daaropvolgende) bezwaar - en/of beroepsprocedure voor voornoemde [medeverdachte 7] ingevuld en/of ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals/vervalst was;

2:
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een (of meer) listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

één of meerdere medewerker(s) van) de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te bewegen tot de afgifte van een of meer document(en), als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, waaruit het rechtmatig verblijf als Gemeenschapsonderdaan blijkt, in elk geval van enig(e) goed(eren), met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven –

(telkens) opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, tegen betaling van (telkens) (ongeveer) 900 (zegge: negenhonderd) euro, in elk geval enig(e) geldbedrag(en),

- zich voor heeft gedaan als advocaat en/of

- een of meer valse dan wel vervalste document(en), te weten een of meer samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) (mede) op naam van [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] heeft opgemaakt en/of getoond en/of afgegeven en/of verstuurd aan een of meerdere medewerker(s) van de IND;

4:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) (mede) op naam van [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] heeft/hebben overhandigd aan voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] - zijnde (een) geschrift(en) en/of authentieke akte(n) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in strijd met de waarheid een of meer ambtsstempel(s) vervalst en/of aangepast en/of in die voornoemd(e) contract(en) de naam van een fictieve notaris aangebracht en/of in voornoemd(e) contract(en) een ander lettertype en/of een andere layout gebruikt en/of diverse grammaticale fouten gemaakt en/of wijzigingen aangebracht;

en/of

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van een of meer vals(e) of vervalst(e) samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) - zijnde (een) geschrift(en) en/of authentieke akte(n) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(en) echt en onvervalst, bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte en/of zijn mededader(s) een of meer vals(e) en/of vervalst(e) samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) (mede) op naam van [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] heeft/hebben overhandigd aan voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of de IND ter verkrijging van hun recht op een verblijfsvergunning,

en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat in voornoemde samenlevingscontract(en) en/of woonovereenkomst(en) en/of inschrijving(en) in bevolkingsregister(s) en/of huurovereenkomst(en) en/of salarisspecificatie(s) en/of relatieverklaring(en) een of meer ambtsstempel(s) is/zijn vervalst en/of aangepast en/of in die voornoemd(e) document(en) de naam van een fictieve notaris aangebracht en/of in voornoemd(e) document (en) een ander lettertype en/of een andere layout is gebruikt en/of diverse grammaticale fouten zijn gemaakt en/of wijzigingen zijn aangebracht;


5:
hij een of meermalen op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 september 2008 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, althans in Nederland, (telkens) zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van advocaat heeft gevoerd door in een of meer aanvraagprocedure(s) en/of (bijbehorende) bezwaarprocedure(s) bij de IND, ten behoeve van (een) verblijfsvergunning(en) voor een of meer perso(o)n(en), te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8],

- ( tegen) voornoemde [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] te zeggen dat en/of voor te houden dat en/of zich voor te doen als(of) hij advocaat was en/of - een of meer visitekaartjes te laten drukken met daarop (onder andere) de tekst [naam 1] [naam 1] [naam 1] Advocaten, Mr. [verdachte],

zulks terwijl hij nooit als zodanig bij de Landelijke Orde van Advocaten ingeschreven is.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. In de tenlastelegging is onder 1 sub g (zaaksdossier 8) als gevolg van een kennelijke misslag in de 6e regel opgenomen: “[medeverdachte 7]”. Het hof leest deze naam verbeterd als: “[medeverdachte 8]”. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een enigszins andere bewezenverklaring en een andere strafmaat komt dan de rechtbank.

Bewijsverweren en nadere bewijsoverwegingen

De wederrechtelijkheid van het verblijf van de vreemdelingen

De raadsvrouw heeft - naar het hof begrijpt met betrekking tot feit 1 - onder verwijzing naar bepalingen in de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 betoogd dat de in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen - met uitzondering van [medeverdachte 1] - na hun inreis in Nederland drie maanden rechtmatig in Nederland verbleven omdat zij naar Nederland kwamen om met hun partner, een EU-onderdaan, samen te leven (artikel 8.7 lid 4 juncto artikel 8.11 lid 2 Vreemdelingenbesluit 2000), dat hun verblijf vervolgens door het indienen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning rechtmatig bleef (artikel 8.13 lid 2 Vreemdelingenbesluit 2000 juncto artikel 8 Vreemdelingewet 2000) - althans vanaf het indienen van de aanvraag rechtmatig was - en dat het handelen van de verdachte erop was gericht het verblijf van de vreemdelingen (ook) na de eerste drie maanden rechtmatig te doen zijn, zodat niet kan worden bewezen dat de verdachte behulpzaam was bij het wederrechtelijk verblijf van die vreemdelingen noch dat zijn opzet daarop was gericht.

Subsidiair heeft de raadsvrouw aangevoerd dat de valse samenlevingscontracten inhoudelijk geen valse gegevens bevatten, omdat het niet ging om schijnrelaties maar om echte relaties tussen vreemdelingen en EU-onderdanen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt

De desbetreffende bepalingen van de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 hielden ten tijde van de tenlastegelegde periode, voor zover hier van belang, kort weergegeven het volgende in:

In afwachting van de beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, een bezwaarschrift of beroepschrift had (en heeft) een vreemdeling in Nederland rechtmatig verblijf indien bij of krachtens de Vreemdelingenwet of op grond van een rechterlijke beslissing uitzetting achterwege diende te blijven totdat op de aanvraag was beslist (artikel 8 onder f-h Vreemdelingenwet 2000).

Indien een vreemdeling de ongehuwde partner was van een persoon die de nationaliteit bezit van een staat die partij is bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie of bij de Overeenkomst betreffende de Europese Ruimte, of van Zwitserland (hierna kortheidshalve te noemen: EU/EER-burgers), de vreemdeling met deze EU/EER-burger een deugdelijk bewezen duurzame relatie had en hem/haar naar Nederland begeleidde of zich bij hem/haar in Nederland voegde, had de vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland gedurende een periode van drie maanden na inreis indien hij beschikte over een geldig paspoort (artikel 8.7 lid 4 juncto artikel 8.11 lid 2 Vreemdelingenbesluit 2000). Na die drie maanden kon (en kan) het verblijf van de vreemdeling alleen rechtmatig zijn indien hij binnen een maand een aanvraag indiende voor een verblijfsvergunning én hij verbleef bij een EU/EER-burger die, kort gezegd, in Nederland werk had of kon bewijzen dat hij/zij werk zocht en een reële kans had op werk, of een opleiding volgde of ging volgen en/of voor zichzelf en zijn/haar familie beschikte over voldoende middelen van bestaan en een ziektekostenverzekering (artikel 8.13 lid 1 en 2 juncto artikel 8.12 lid 1 Vreemdelingenbesluit 2000).

Ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen [medeverdachte 4], [medeverdachte 5], [medeverdachte 6], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] - die zich naar eigen zeggen in Nederland wilden vestigen met hun partner, een EU-onderdaan - moet worden geconstateerd dat zij ten tijde van hun (eerste) aanvraag tot het verstrekken van een verblijfsvergunning reeds langer dan vier maanden in Nederland verbleven, terwijl die aanvraag bovendien ten aanzien van elk van hen is afgewezen omdat niet was aangetoond dat sprake was van een duurzame relatie. [medeverdachte 1], die sinds 2007 in Nederland verbleef, was nog doende een EU-burger als partner te regelen.

Reeds op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat alle in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen wederrechtelijk in Nederland verbleven en -gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen- dat de verdachte bij dat wederrechtelijk verblijf behulpzaam was. Voor zover al niet kan worden aangenomen dat de verdachte moet hebben geweten van de wederrechtelijkheid van het verblijf van de vreemdelingen, heeft te gelden dat hij zich kennelijk in het geheel niet heeft vergewist van hun verblijfsrechtelijke status - niet blijkt dat hij terzake enig onderzoek heeft gedaan of vragen heeft gesteld, terwijl hij ten aanzien van een aantal vreemdelingen heeft verklaard te hebben geweten dat sprake was van een schijnrelatie - en derhalve willens en wetens de aanmerkelijke kans op de koop heeft toegenomen, dat zij niet rechtmatig in Nederland verbleven.

De stelling dat het handelen van de verdachte niettemin gericht was op het verkrijgen van een verblijfsvergunning door de vreemdelingen en dus op hun rechtmatig verblijf hier, wordt gepasseerd, nu het aanvragen van een verblijfsvergunning op basis van een vals samenlevingscontract niet kán leiden tot een rechtsgeldige verblijfstitel - ook al zou het om “echte” relaties en niet om schijnrelaties gaan, hetgeen ook voor de verdachte duidelijk moet zijn geweest. De omstandigheid dat de IND in een aantal gevallen in een later stadium - nadat de eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning was afgewezen - alsnog is overgegaan tot de verstrekking van een verblijfsdocument omdat in dat latere stadium wél sprake was van een duurzame relatie doet daar niet aan af. De door de raadsvrouw genoemde jurisprudentie brengt het hof evenmin tot een ander oordeel.

Bij deze stand van zaken hoeft hetgeen door de raadsvrouw is betoogd ten aanzien van de invloed van het gebruik van valse voorwendselen op het begrip wederrechtelijk verblijf (pleitnota onder nr. 12 en 13) geen verdere bespreking.

De valse samenlevingscontracten

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verdachte betwist dat hij verantwoordelijk is voor de valsheid van de aangetroffen samenlevingscontracten op naam van de in de tenlastelegging genoemde vreemdelingen, die zogenaamd zouden zijn opgemaakt door een notaris van het kantoor [kantoor 1] of [kantoor 2]. De verdachte heeft, om zijn eigen dossiers te digitaliseren, enkele samenlevingscontracten op zijn computer overgetypt en deze als Word-bestanden bewaard, maar dat kan niet leiden tot de conclusie dat de verdachte de tenlastegelegde samenlevingscontracten heeft vervalst, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

De aangifte van 13 april 2012 van de IND houdt in dat in de vreemdelingenrechtelijke procedures van de vreemdelingen [medeverdachte 4], [medeverdachte 5], [medeverdachte 6], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] valse samenlevingsovereenkomsten als bewijsstuk zijn ingebracht. De betreffende akten waren zogenaamd opgemaakt door mr. [persoon 1], werkzaam bij [kantoor 2] te Amsterdam en door mr. [persoon 2] werkzaam bij [kantoor 1].

Mr. [persoon 2], als notaris werkzaam bij [kantoor 1], heeft op 23 februari 2012 aangifte gedaan en verklaard dat de hem getoonde samenlevingscontracten op naam van voornoemde [medeverdachte 4], [medeverdachte 5], [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] valse exemplaren betroffen.

Mr. [persoon 3], als notaris werkzaam bij [kantoor 2], heeft op 29 maart 2012 aangifte gedaan en verklaard dat het hem getoonde samenlevingscontract op naam van voornoemde [medeverdachte 6] een vals exemplaar betrof en dat mr. [persoon 1] een niet-bestaande notaris bij zijn kantoor is.

[medeverdachte 4], [medeverdachte 5], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] hebben zelf verklaard dat zij hun samenlevingscontract van de verdachte kregen, tegen betaling van een geldbedrag, en dat dit contract met de eerste aanvraag voor een verblijfsvergunning aan de IND werd overgelegd. Het hof heeft voorts op grond van zijn eigen waarneming geconstateerd dat het door [medeverdachte 7] aan de IND overgelegde samenlevingscontract, met uitzondering van de namen en dossiernummers, identiek is aan de valse samenlevingscontracten van [medeverdachte 4], [medeverdachte 5] en [medeverdachte 8].

Tijdens de doorzoeking op 29 mei 2012 in de woning van de verdachte zijn in de gehele woning grote hoeveelheden IND-dossiers aangetroffen met samenlevingscontracten. Door [persoon 2] zijn daarvan, naast de vier eerdergenoemde contracten, nog 24 andere samenlevingscontracten als vals bestempeld. Deze samenlevingscontracten zijn, afgezien van de persoonsgegevens van de betrokken partijen en de dossiernummers, identiek. Tevens zijn in de woning van de verdachte drie USB-sticks aangetroffen met daarop samenlevingscontracten als Word-bestanden, ter zake waarvan de verdachte bij de politie heeft verklaard dat het zijn usb-sticks betrof en hij daarvan de enige gebruiker was. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij deze samenlevingscontracten zelf had getypt.

Op grond van het voorgaande en in aanmerking genomen dat er geen enkele aanwijzing is dat iemand anders dan de verdachte enige betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen van de onderhavige samenlevingscontracten, komt het hof tot de conclusie dat het de verdachte is geweest die de valse samenlevingscontracten heeft opgesteld. Het feit dat in de woning van de verdachte geen stempels zijn aangetroffen die voor het opmaken van de samenlevingscontracten zijn gebruikt, maakt dat niet anders, te meer niet nu de verdachte kennelijk ook “kantoor hield” in een internetcafé. Ook doet aan de valsheid van de samenlevingscontracten niet af dat in een aantal gevallen wellicht sprake was van een echte, duurzame relatie en geen schijnrelatie.

Zaaksdossier 1 - [medeverdachte 1]

De raadsvrouw heeft betoogd dat de door [medeverdachte 1] afgelegde, belastende verklaringen door niemand worden bevestigd en de door hem overgelegde documenten niets zeggen over de betrokkenheid van de verdachte daarbij, zodat niet is voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Subsidiair heeft zij aangevoerd dat de handelingen van de verdachte - het adviseren over het bezoek aan Artis en het maken van foto’s van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 9] - niet op enigerlei wijze hebben bijgedragen aan het bevorderen of gemakkelijk maken van het verblijf van [medeverdachte 1] in Nederland.

Het hof is van oordeel dat de verklaringen van de verdachte zelf voldoende steunbewijs voor het hier ten laste gelegde feit opleveren. Zo heeft de verdachte verklaard dat hij [medeverdachte 1] en zijn (zogenaamde) partner had geadviseerd een verzekering af te sluiten en foto’s van hen samen te maken in Amsterdam. Om aan te tonen dat ze samenwoonden, waren een GBA-inschrijving, een verzekering en foto’s van het verleden nodig, aldus de verdachte. [medeverdachte 1] heeft deze adviezen opgevolgd om, naar de verdachte wist, tegenover de autoriteiten, de IND in het bijzonder, de schijn te wekken dat sprake was van een duurzame relatie. Aldus heeft de verdachte het wederrechtelijke verblijf van [medeverdachte 1] in Nederland bevorderd.

Zaaksdossiers 2 en 3 - [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]

Het door de raadsvrouw aangevoerde behoeft geen bespreking nu het hof bij gebrek aan wettig en overtuigend bewijs de verdachte van deze onderdelen zal vrijspreken.

Zaaksdossier 4 - [medeverdachte 4]

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de verklaringen van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 10] niet alleen onderling op veel punten verschillen maar ook afwijken van de verklaringen van anderen en overig bewijsmateriaal, zodat zij zodanig onbetrouwbaar zijn dat zij niet bruikbaar zijn voor het bewijs.

Het hof verwerpt dit verweer, nu [medeverdachte 4] en [medeverdachte 10] in de kern consistent hebben verklaard over de betrokkenheid van de verdachte bij het onderhavige feitencomplex. De verklaring van [medeverdachte 4] bij de rechter-commissaris, inhoudende dat hij bij het afleggen van zijn verklaringen tegenover de politie in de war was, maakt dit niet anders, nu hij bij de rechter-commissaris niet heeft verklaard dat die verwarring betrekking had op hetgeen hij eerder over het handelen van de verdachte had verklaard. De verklaring van [medeverdachte 10], die er in de kern op neerkomt dat de verdachte tegen betaling van een geldbedrag een samenlevingscontract heeft opgesteld en geleverd, ondersteunt de verklaring van [medeverdachte 4] op dit punt.

Zaaksdossier 5 - [medeverdachte 5]

Volgens de raadsvrouw bieden “de IND-stukken” geen steun voor de stelling dat de verdachte betrokken is geweest bij het inbrengen van het samenlevingscontract (het hof begrijpt: met de aanvraag van een verblijfsvergunning bij de IND) en kan ook overigens de betrokkenheid van de verdachte bij de aanvraag voor een verblijfsvergunning niet vastgesteld worden.

Het hof verwerpt dit verweer, reeds omdat de verdachte zelf heeft verklaard dat hij het aanvraagformulier heeft ingevuld voor [medeverdachte 5].

Zaakdossier 6 - [medeverdachte 6]

De raadsvrouw heeft aangevoerd dat [medeverdachte 6] en zijn partner [medeverdachte 12], volgens hun eigen verklaringen bij de rechter-commissaris, naar de notaris zijn geweest voor het samenlevingscontract en dat de notaris hun ook vragen heeft gesteld, zodat onvoldoende is komen vast te staan dat de verdachte enige bemoeienis heeft gehad met (het opstellen van) het samenlevingscontract.

Naar het oordeel van het hof staat op grond van de aangifte van mr. [persoon 3], notaris bij [kantoor 2], vast dat het samenlevingscontract op naam van [medeverdachte 6] en [medeverdachte 12] vals is, zodat hun verklaringen bij de rechter-commissaris niet waar kunnen zijn. Voorts ziet het hof geen aanleiding te twijfelen aan de betrouwbaarheid van hun eerder bij de politie afgelegde verklaringen.

Zaakdossier 7 - [medeverdachte 7]

Volgens de raadsvrouw is niet gebleken van enige betrokkenheid van de verdachte bij het samenlevingscontract ten name van [medeverdachte 7], nu [medeverdachte 7] voor dat contract, naar eigen zeggen, zelf naar de notaris is gegaan.

Naar het oordeel van het hof staat op grond van de aangifte van mr.[persoon 2], notaris bij het kantoor [kantoor 1], vast dat het samenlevingscontract op naam van [medeverdachte 7] (en [medeverdachte 14]) vals is, zodat [medeverdachte 7]’s verklaring op dit punt niet waar kán zijn. Gelet voorts op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de valsheid van de samenlevingscontracten, staat verdachte’s betrokkenheid ook in [medeverdachte 7]’s geval genoegzaam vast.

Gewoonte maken (feit 1)

De raadsvrouw heeft betoogd dat van het maken van een gewoonte als bedoeld in lid 4 van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht niet zonder meer kan worden gesproken nu de onderliggende zaaksdossiers niet, althans niet allemaal, tot een bewezenverklaring kunnen leiden.

Het hof acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel van zes personen. Op grond hiervan en de onderliggende bewijsmiddelen kan genoegzaam worden vastgesteld dat de verdachte een gewoonte heeft gemaakt van mensensmokkel.

Listige kunstgrepen (feit 2)

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat, voor zover kan worden aangenomen dat de verdachte gebruik heeft gemaakt van listige kunstgrepen, betekenis moet worden gehecht aan de persoon van het slachtoffer en dat van de IND meer mag worden verwacht dan van een burger met een ‘gewone mate van omzichtigheid’.

Het hof is van oordeel dat de handelingen van de verdachte, die tot doel hadden het misleiden van de IND, als listige kunstgrepen zijn te beschouwen. In aanmerking genomen de professionele wijze waarop de verdachte de desbetreffende samenlevingscontracten valselijk heeft opgemaakt, welke contracten op het eerste gezicht niet vals lijken te zijn, staat de persoon van het slachtoffer, in dit geval de IND, niet in de weg aan de geschiktheid van voornoemd oplichtingsmiddel om de IND tot de afgifte van een verblijfsvergunning te bewegen of anderszins aan het oordeel dat sprake is van poging tot oplichting.

Overige verweren

Ten aanzien van de overige verweren van de raadsvrouw strekkende tot vrijspraak is het hof van oordeel dat deze hun weerlegging vinden in de gebezigde bewijsmiddelen.

Het hof merkt nog op dat de resultaten van het door de politie uitgevoerde, vergelijkende handschriftonderzoek niet voor het bewijs zullen worden gebezigd, en evenmin de verklaringen van [medeverdachte 14] noch de op [medeverdachte 14] betrekking hebbende (valse) salarisspecificaties.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam vreemdelingen, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8]

uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland of hen daartoe middelen of inlichtingen heeft verschaft,

immers heeft hij, verdachte, valse authentieke akten, te weten samenlevingscontracten, afgegeven aan voornoemde [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] ter verkrijging van hun recht op een verblijfsvergunning, terwijl hij, verdachte, wist dat dat verblijf wederrechtelijk was, terwijl hij, verdachte, daarvan een gewoonte heeft gemaakt,

immers heeft hij, verdachte,

a. a) (zaaksdossier 1)

- voornoemde [medeverdachte 1] voorgehouden dat hij, verdachte, in ruil voor een bedrag van 7500 (zegge: zevenduizendvijfhonderd) euro, een huwelijkspartner, te weten een vrouw, genaamd [medeverdachte 9], geboren op [geboortedatum mv 9] 1991, Spaanse nationaliteit, zijnde een burger van de Europese Unie, en een verblijfsvergunning zou verzorgen voor die [medeverdachte 1],

- een ontmoeting verzorgd tussen die [medeverdachte 1] en die [medeverdachte 9],

- die [medeverdachte 1] geadviseerd foto's te maken van zichzelf samen met voornoemde [medeverdachte 9], en

- die [medeverdachte 1] geadviseerd zich bij de gemeente in te schrijven samen met voornoemde [medeverdachte 9]

en

c) (zaaksdossier 4)

- tegen betaling van een geldbedrag van 950 (zegge: negenhonderdvijftig) euro, een vals samenlevingscontract op naam van die [medeverdachte 4] en [medeverdachte 10], zijnde een burger van de Europese Unie, opgesteld voor, en overhandigd aan, die [medeverdachte 4], en

- aanvraagformulieren van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en een daaropvolgend bezwaarschrift voor voornoemde [medeverdachte 4] ingevuld respectievelijk ingediend,

terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals was

en

d) (zaaksdossier 5)

- tegen betaling van een geldbedrag van 900 (zegge: negenhonderd) euro, een vals samenlevingscontract op naam van die [medeverdachte 5] en [medeverdachte 11], geboren op [geboortedatum mv 11] 1972, Duitse nationaliteit, zijnde een burger van de Europese Unie, opgesteld voor, en overhandigd aan, voornoemde [medeverdachte 5], en

- een aanvraagformulier van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning voor voornoemde [medeverdachte 5] ingevuld,

terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals was

en

e) (zaaksdossier 6)

- tegen betaling van een geldbedrag van 1050 (zegge: duizendvijftig) euro, een vals samenlevings-contract op naam van die [medeverdachte 6] en [medeverdachte 12], geboren op [geboortedatum mv 12] 1962, Britse nationaliteit, zijnde een burger van de Europese Unie, opgesteld voor en overhandigd aan voornoemde [medeverdachte 6], en

- een bezwaarschrift voor voornoemde [medeverdachte 6] ingediend

terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals was

en

f) (zaaksdossier 7)

- tegen betaling van een geldbedrag van 450 (zegge: vierhonderdenvijftig) euro, een bezwaarschrift voor voornoemde [medeverdachte 7] ingediend, terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals was

en

g) (zaaksdossier 8)

- tegen betaling van een geldbedrag, een vals samenlevingscontract op naam van die [medeverdachte 8] en [medeverdachte 15], geboren op [geboortedatum mv 15] 1981, Franse nationaliteit, zijnde een burger van de Europese Unie, opgesteld voor, en overhandigd aan, voornoemde [medeverdachte 8], en

- aanvraagformulieren van de IND ten behoeve van een aanvraag van een verblijfsvergunning en een daaropvolgend bezwaarschrift voor voornoemde [medeverdachte 8] ingevuld respectievelijk ingediend,

terwijl hij, verdachte, wist dat het onderliggende samenlevingscontract vals was;

2:
hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door listige kunstgrepen, één of meer medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te bewegen tot de afgifte van documenten, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vreemdelingenwet, waaruit het rechtmatig verblijf als Gemeenschapsonderdaan blijkt, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens opzettelijk listiglijk, tegen betaling van geldbedragen valse samenlevingscontracten op naam van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] heeft opgemaakt;

4:
hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam samenlevingscontracten op naam van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] - zijnde authentieke akten die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt, immers heeft hij, verdachte in strijd met de waarheid ambtsstempels vervalst en in één van die voornoemde contracten de naam van een fictieve notaris aangebracht en in voornoemde contracten een ander lettertype en een andere layout gebruikt;

en

hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse samenlevingscontracten - zijnde authentieke akten die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware die geschriften echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken hierin dat verdachte valse samenlevingscontracten op naam van [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] heeft overhandigd aan onderscheidenlijk voornoemde [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] ter verkrijging van hun recht op een verblijfsvergunning, en bestaande die valsheid hierin dat in voornoemde samenlevingscontracten ambtsstempels zijn vervalst en in één van die voornoemde documenten de naam van een fictieve notaris is aangebracht en in voornoemde documenten een ander lettertype en een andere layout is gebruikt;


5:
hij in de periode van 1 januari 2009 tot en met 25 mei 2012 te Amsterdam zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van advocaat heeft gevoerd door tegen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 8] te zeggen dat hij advocaat was, zulks terwijl hij nooit als zodanig bij de Landelijke Orde van Advocaten ingeschreven is.

Hetgeen onder 1, 2, 4 en 5 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1, 2, 4 en 5 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, of hem daartoe middelen of inlichtingen te verschaffen, terwijl hij weet dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan een gewoonte maakt.

Het onder 2 bewezen verklaarde levert op:

poging tot oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 4 bewezen verklaarde levert op:

valsheid in geschrift, gepleegd in een authentieke akte, meermalen gepleegd

en

opzettelijk gebruik maken van een valse authentieke akte, als ware die echt en onvervalst, meermalen gepleegd.

Het onder 5 bewezen verklaarde levert op:

zonder daartoe gerechtigd te zijn de titel van advocaat voeren, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1, 2, 4 en 5 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar met aftrek van voorarrest en voor het onder 5 ten laste gelegde tot een geldboete van € 500,00 subsidiair 10 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte is een zestal vreemdelingen, die illegaal in Nederland verbleven, behulpzaam geweest bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland. In vijf gevallen heeft hij zich daarbij schuldig gemaakt aan het valselijk opmaken van notariële akten door eigenhandig samenlevingscontracten, die als onderbouwing dienden van een aanvraag tot het verkrijgen van een verblijfsvergunning, op te maken als waren zij afkomstig van een notaris. Deze documenten die door de verdachte aan een vijftal illegale vreemdelingen werden verstrekt, waren bedoeld om medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) te bewegen tot het afgeven van een document waaruit het rechtmatig verblijf van de vreemdelingen in Nederland zou blijken. Ook is de verdachte in een aantal gevallen bij een negatieve beschikking van de IND als gemachtigde van de vreemdelingen opgetreden en heeft hij een bezwaarschrift tegen genoemde beschikking ingediend. In het zesde geval heeft de verdachte de vreemdeling voorgehouden dat hij een huwelijkspartner en een verblijfsvergunning voor hem zou verzorgen.

Het handelen van de verdachte heeft zich over een aantal jaren uitgestrekt en was uitsluitend gericht op zelfverrijking. De betrokken vreemdelingen moesten forse bedragen aan de verdachte betalen voor zijn hulp en vormden zo voor hem een belangrijke bron van inkomsten.

Aldus handelend heeft de verdachte het overheidsbeleid bij de bestrijding van illegaal verblijf in Nederland in ernstige mate ondermijnd. Ook heeft hij het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van bepaalde geschriften gesteld moet kunnen worden, en zo ook het vertrouwen in het ambt van notaris ernstig geschaad.

Daarenboven heeft de verdachte zich geheel ten onrechte voorgedaan als advocaat waarmee hij de betrokken vreemdelingen heeft misleid, kennelijk om zo hun vertrouwen te winnen.

Het hof rekent het de verdachte in het bijzonder aan dat hij in het geheel geen blijk heeft gegeven van enig inzicht in de laakbaarheid van zijn handelen.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 30 juli 2014 is de verdachte eerder in 1995 ter zake van valsheid in geschrift onherroepelijk veroordeeld. Het hof zal dat, gelet op het zeer lange tijdsverloop, niet ten nadele van de verdachte bij de strafoplegging betrekken.

Het hof heeft voorts acht geslagen op een omtrent de verdachte opgemaakt reclasseringsrapport van 19 februari 2013.

Het hof acht, alles afwegende en gelet op de straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd, een gevangenisstraf van langere duur passend en geboden, zij het van minder lange duur dan de rechtbank heeft bepaald. Het hof ziet voorts aanleiding een deel van na te noemen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen teneinde de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst wederom (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.

Met betrekking tot de overtreding van artikel 435 Wetboek van Strafrecht zal het een geldboete van na te noemen hoogte opleggen.

Onttrekking aan het verkeer

De hierna te noemen in beslag genomen voorwerpen, die nog niet zijn teruggegeven, behoren aan de verdachte toe. Zij zijn bij gelegenheid van het onderzoek naar de onder 1, 2 en 4 begane misdrijven aangetroffen. Zij zullen worden onttrokken aan het verkeer aangezien zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit van die voorwerpen in strijd is met het algemeen belang en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten.

2) 1.00 STK samenleefcontract 4307841;

4) 1.00 STK samenleefcontract 4307768;

5) 1.00 STK samenleefcontract 4307731;

7) 1.00 STK samenleefcontract 4307724;

8) 1.00 STK samenleefcontract 4307721;

9) 1.00 STK samenleefcontract 4307701;

10) 1.00 STK samenleefcontract 4307688;

11) 1.00 STK samenleefcontract 4307760;

15) 1.00 STK samenleefcontract 4307640;

16) 1.00 STK samenleefcontract 4307615;

17) 1.00 STK samenleefcontract 4307595;

18) 1.00 STK samenleefcontract 4307576.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 36b, 36d, 45, 57, 62, 197a, 225, 226, 326 en 435 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor het overige en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 4 en 5 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1, 2, 4 en 5 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte voor het onder 1, 2 en 4 bewezen verklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt de verdachte voor het onder 5 bewezen verklaarde tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

2) 1.00 STK samenleefcontract 4307841;

4) 1.00 STK samenleefcontract 4307768;

5) 1.00 STK samenleefcontract 4307731;

7) 1.00 STK samenleefcontract 4307724;

8) 1.00 STK samenleefcontract 4307721;

9) 1.00 STK samenleefcontract 4307701;

10) 1.00 STK samenleefcontract 4307688;

11) 1.00 STK samenleefcontract 4307760;

15) 1.00 STK samenleefcontract 4307640;

16) 1.00 STK samenleefcontract 4307615;

17) 1.00 STK samenleefcontract 4307595;

18) 1.00 STK samenleefcontract 4307576.

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

1) 2.00 STK Identiteitsbewijs paspoort 4307832 2x nnp + verz.pap;

3) 2.00 STK Paspoort Nederland 4307824;

6) 2.00 STK Paspoort 4307832; 12) 3.00 STK Identiteitsbewijs legitimatie 4307676; 13) 3.00 STK Identiteitsbewijs legitimatie 4307653; 14) 11.00 STK Papier 4307785; 19) 3.00 STK Agenda 4307556; 20) 22.00 STK Enveloppe 4324775.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.D.R.M. Boumans, mr. E. Mijnsberge en mr. A.M. van Woensel, in tegenwoordigheid van J.K. Krijnen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

13 augustus 2014.

Mr. Mijnsberge is buiten staat dit arrest te ondertekenen

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...].