Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3305

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-07-2014
Datum publicatie
12-12-2014
Zaaknummer
23-000616-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verweer over bestuurder van snorfiets verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000616-11

datum uitspraak: 3 juli 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 22 december 2010 in de strafzaak onder parketnummer 96-146450-10 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 juni 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:

op of omstreeks 27 juni 2010 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig (snorfiets) voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 450 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl nog geen zeven jaren waren verstreken sinds de eerste afgifte aan verdachte van een rijbewijs dat de bevoegdheid gaf tot het besturen van bromfietsen en verdachte op het ogenblik van die afgifte nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt en de eerste afgifte van het rijbewijs op of na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bespreking verweer

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit. De verdachte en diens broer hebben namelijk verklaard dat niet de verdachte, maar zijn broer de bestuurder van de snorfiets was. De feiten en omstandigheden zoals deze door de verdachte en zijn tweelingbroer naar voren zijn gebracht dienen te worden gevolgd, in tegenstelling tot de verklaringen van verbalisant [verbalisant], aldus de raadsvrouw.

Het hof verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt.

Uit zowel het proces-verbaal van misdrijf als het proces-verbaal van bevindingen valt op te maken dat verbalisant [verbalisant] de verdachte op 27 juni 2010 met hoge snelheid heeft zien rijden op een snorfiets. Het proces-verbaal van bevindingen is opgemaakt nadat de verdachte bij verhoor had verklaard dat niet hij, maar zijn tweelingbroer reed. In voornoemd proces-verbaal heeft verbalisant [verbalisant] bevestigd dat het de verdachte was die op de snorfiets reed en dat hij de verdachte geen moment uit het oog is verloren.

Verbalisant [verbalisant] is voorts gehoord door de rechter-commissaris op 27 mei 2013. In dat verhoor is de verbalisant eveneens stellig over de feitelijke gang van zaken. De aanhouding is hem bijgebleven, omdat één van zijn collega’s dezelfde achternaam als de verdachte draagt. De verbalisant heeft – zakelijk weergegeven – verklaard dat hij een man heel hard heeft zien rijden op een brommer of snorfiets, dat er niemand achterop zat en dat hij deze jongen heeft gecontroleerd en aangehouden. De verbalisant heeft voorts verklaard dat hij weet dat de verdachte op het bureau zei dat hij de verkeerde persoon had aangehouden, omdat de verdachte niet de bestuurder zou zijn geweest, en dat hij zich herinnert om specifiek die reden een extra ambtsedig proces-verbaal te hebben opgemaakt. De verdachte had aardig wat gedronken.

Het hof acht voornoemde stellige, heldere en ambtsedige verklaringen van verbalisant [verbalisant] geloofwaardig en verwerpt om die reden het verweer dat de verbalisant zich zou hebben vergist in de persoon die op de ten laste gelegde datum de snorfiets bestuurde. Het hof hecht geen geloof aan de verklaringen van de verdachte en diens tweelingbroer en verwerpt het verweer.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

op 27 juni 2010 te Amsterdam als bestuurder van een motorrijtuig, snorfiets, voor het besturen waarvan een rijbewijs was vereist, dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 450 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl nog geen zeven jaren waren verstreken sinds de eerste afgifte aan verdachte van een rijbewijs dat de bevoegdheid gaf tot het besturen van bromfietsen en verdachte op het ogenblik van die afgifte nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt en de eerste afgifte van het rijbewijs na 30 maart 2002 heeft plaatsgevonden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 220,00, subsidiair 4 dagen hechtenis

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het besturen van een snorfiets onder invloed van alcoholhoudende drank. Het alcoholgehalte van zijn adem was ruim twee keer zo hoog als toegestaan, te weten 450 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht. Dit is een ernstig feit waarbij verdachte zichzelf en de verkeersveiligheid in gevaar heeft kunnen brengen.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 17 juni 2014 is de verdachte eerder onherroepelijk een strafbeschikking opgelegd. Nu dit een andersoortig feit betreft zal het hof dit niet betrekken bij het oordeel over de straftoemeting.

Het hof ziet, alles afwegende, waaronder het tijdsverloop, geen aanleiding een andere straf op te leggen dan door de politierechter in eerste aanleg is opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 23, 24, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 220,00 (tweehonderdtwintig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T.A.C. van Hartingsveldt, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2014.

mr. T.A.C. van Hartingsveldt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...]