Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3298

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-07-2014
Datum publicatie
12-12-2014
Zaaknummer
23-003044-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Belaging via e-mail en sms.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-003044-12

datum uitspraak: 3 juli 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 4 juli 2012 in de strafzaak onder parketnummer 15-289470-11 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 augustus 2013 en 19 juni 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat hij:

in of omstreeks de periode van 12 september 2009 tot en met 30 april 2011 te Beverwijk, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer], in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft/is verdachte

- een groot aantal email- en/of MSN-berichten gestuurd met daarin onder andere bedreigende teksten zoals: “Vanaf nu ga ik over lijken, je weet waartoe ik in staat ben” en/of “nu kan ik mijn voorstellen dat sommige mannen hun ex vermoorden” en/of

- meermalen telefonisch contact gezocht en/of daarbij bedreigende teksten geuit en/of

- veel sms-berichten (met onder andere bedreigende teksten) gestuurd en/of

- regelmatig langs het huis van die [slachtoffer] gereden;

subsidiair, voor zover dit niet tot een bewezenverklaring mocht of zou kunnen leiden:

in of omstreeks de periode van 12 september 2009 tot en met 30 april 2011 te Beverwijk, in elk geval in Nederland, [slachtoffer] meermalen althans eenmaal heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans zware mishandeling, immers heeft de verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] per sms-bericht en/of MSN-bericht de woorden toegevoegd: “Vanaf nu ga ik over lijken, je weet waartoe ik in staat ben” en/of “nu begrijp ik waarom sommige mannen hun ex-vermoorden”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Bespreking verweren raadsman

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bij pleidooi(en) – zakelijk weergegeven – aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair en subsidiair ten laste gelegde om de volgende redenen:

  1. het in het dossier gevoegde document met daarin de berichten van de verdachte aan de aangeefster is niet authentiek en bewerkt en behelst slechts gedeeltelijk de berichten van aangeefster aan de verdachte, hetgeen een onjuist beeld geeft;

  2. een groot deel van de contacten tussen de verdachte en de aangeefster had betrekking op de plicht en het recht van de verdachte tot een omgangsregeling met de kinderen, en was niet wederrechtelijk;

  3. de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster is niet stelselmatig geweest, gezien de onregelmatigheid van de contacten, het aantal gemiddelde contacten per maand dat de vijf niet overstijgt, en er in de periode van augustus 2010 tot maart 2013 geen berichten zijn;

  4. e woorden “je weet waartoe ik in staat ben” zijn niet bedreigend omdat zij terugslaan op een uitspraak van de verdachte die in een depressie ooit heeft gezegd van een flat te springen;

  5. de verdachte ontkent de woorden “vanaf nu ga ik over lijken” te hebben gebruikt;

  6. de verdachte heeft de tekst “nu begrijp ik waarom sommige mannen hun ex vermoorden” niet in een bericht aan [slachtoffer] geschreven, maar heeft deze tekst als naam/identiteit op MSN vermeld, waardoor bij aangeefster niet de redelijke vrees kon ontstaan dat de verdachte haar iets aan zou kunnen doen.

Het hof verwerpt de verweren en overweegt daartoe als volgt.

Authenticiteit document

Het in het dossier aanwezige document, inhoudende de berichten van de verdachte aan aangeefster, is weliswaar niet authentiek, maar de juistheid van de inhoud van de door de verdachte aan de aangeefster verstuurde berichten wordt ondersteund door de processen-verbaal van bevindingen van 16 juli 2011 en 14 december 2013, opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant], alsmede door de verklaringen van de verdachte zoals afgelegd bij het politieverhoor van 24 juni 2011, tijdens het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg van 4 juli 2012 en ter terechtzitting in hoger beroep van 26 augustus 2013.

Het hof ziet derhalve geen reden om de inhoud van het document niet in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen te bezigen tot het bewijs.

Wederrechtelijkheid

Het hof stelt voorop dat de wederrechtelijkheid van de handelingen van de verdachte volgt uit de wijze waarop de verdachte de omgangsregeling met zijn kinderen heeft getracht te effectueren, zoals daarvan blijkt uit de inhoud van de eventueel later in een aanvulling op dit arrest op te nemen bewijsmiddelen, en niet zozeer uit het feit dat hij heeft getracht omgang met zijn kinderen te krijgen.

Het hof is van oordeel dat de verdachte door zijn handelen inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster, gelet op de indringendheid, de duur en de frequentie, alsmede de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden. In het kader van de ten laste gelegde belaging hoeft de opzet van de verdachte bovendien niet te zijn gericht op de wederrechtelijkheid en stelselmatigheid van zijn gedragingen. Het is voldoende dat de verdachte heeft begrepen dat het slachtoffer niet is gediend van zijn stelselmatige gedragingen, hetgeen blijkt uit het feit dat de aangeefster de verdachte verscheidene keren heeft gevraagd haar met rust te laten en te stoppen met zijn dreigementen, de aangeefster een zogenaamde AWARE-aansluiting heeft gekregen (proces-verbaal van aangifte, bladzijde 5) en dat de verdachte daar bekend mee was (proces-verbaal van verhoor verdachte, bladzijden 5 en 6).

Dat het contact tussen de verdachte en aangeefster volgens de raadsman niet de vijf keer per maand overstijgt, acht het hof eerder een bevestiging van de stelselmatigheid dan een aanwijzing voor het tegenovergestelde.

Bedreigend

Het hof is tevens van oordeel dat de bewezenverklaarde uitlatingen van de verdachte in hun algemeenheid een ander vrees kunnen aanjagen en in dit geval ook daadwerkelijk bedreigend zijn overgekomen op aangeefster, waarbij mede een rol zal hebben gespeeld dat de aangeefster wist dat de verdachte in het verleden is veroordeeld voor het plegen van doodslag (proces-verbaal van aangifte, bladzijde 3). Daaraan doet niet af dat de verdachte de tekst “nu begrijp ik waarom sommige mannen hun ex vermoorden” niet in een bericht aan [slachtoffer] heeft geschreven, maar als naam/identiteit op MSN heeft vermeld, waarvan de aangeefster kennis heeft genomen doordat de verdachte haar een MSN-bericht heeft toegezonden (proces-verbaal van aangifte, bladzijde 5 en proces-verbaal van verhoor verdachte, bladzijde 3).

Voor het overige vinden de gevoerde verweren hun weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

in de periode van 12 september 2009 tot en met 30 april 2011 te Beverwijk, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer], met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen of te dulden en vrees aan te jagen, immers heeft de verdachte

- een aantal email e-mail- en/of MSN-berichten gestuurd met daarin onder andere bedreigende teksten zoals: “Vanaf nu ga ik over lijken, je weet waartoe ik in staat ben” en “nu kan ik mijn voorstellen dat sommige mannen hun ex vermoorden” en

- telefonisch contact gezocht en daarbij bedreigende teksten geuit en

- sms-berichten gestuurd en

- regelmatig langs het huis van die [slachtoffer] gereden.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het primair bewezen verklaarde levert op:

belaging.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen

De politierechter in de rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd voor de duur van 2 jaren en de volgende bijzondere voorwaarden: een contactverbod en een locatieverbod.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf zoals opgelegd door de politierechter.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de belaging van [slachtoffer], tevens moeder van zijn kinderen. Ondanks dat voornoemde [slachtoffer] op verschillende momenten aan de verdachte te kennen heeft gegeven met rust gelaten te willen worden, heeft dit de verdachte er niet van weerhouden stelselmatig inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer]. Dit rekent het hof de verdachte aan.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 17 juni 2014 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld. Nu dit andersoortige feiten betreft, zal het hof dit niet in het nadeel van de verdachte meewegen.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden van na te melden duur en aard passend en geboden. Het hof komt tot lagere straffen dan geëist, gelet op het tijdsverloop en op het feit dat de verdachte in de afgelopen periode geen contact meer heeft gezocht met aangeefster. Hoewel het hof bij de straftoemeting oog heeft voor het feit dat de verdachte (ook) heeft getracht omgang met zijn kinderen te bewerkstelligen, heeft hij dit op onrechtmatige wijze gedaan, waardoor hij aangeefster overlast en angst heeft bezorgd. Gelet daarop zal het hof de straffen – anders dan bepleit – niet verder matigen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 1 (één) jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is contact te leggen of te laten leggen met [slachtoffer].

Stelt als bijzondere voorwaarde dat het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is zich te bevinden binnen een straal van 100 meter van de Moezelstraat te Beverwijk.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 40 (veertig) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. T.A.C. van Hartingsveldt, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. C.N. Dalebout, in tegenwoordigheid van mr. M. Helmers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2014.

mr. T.A.C. van Hartingsveldt is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...].