Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3202

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
24-07-2014
Datum publicatie
02-02-2015
Zaaknummer
200.137.535 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK, Enquete

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2014/140

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.137.535/02 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 24 juli 2014

inzake:

[verzoeker],

wonende te [...],

VERZOEKER,

advocaten: mrs. F.M. Peters en M.D. Hazenberg, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM I B.V.,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM II B.V.,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

LEADERLAND TTM III B.V.,

allen gevestigd te Hilversum,

VERWEERSTERS,

advocaten (voorheen, maar thans teruggetrokken): mrs. I.S. Oosterhoff en R.J.T. Kamstra, kantoorhoudende te Amsterdam,

thans niet verschenen,

e n t e g e n

1 [Belanghebbende sub 1],

wonend te [...],

2. [Belanghebbende sub 2],

wonende te [...],

BELANGHEBBENDEN,

advocaten: mrs. I.S. Oosterhoff en R.J.T. Kamstra, kantoorhoudende te Amsterdam,

3 [Belanghebbende sub 3],

wonende te [...],

BELANGHEBBENDE,

advocaten: mrs. J.A. Meijer en K. ter Hart, kantoorhoudende te Den Haag.

1 Het verloop van het geding

1.1

Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 18 maart 2014 en 11 juli 2014 in deze zaak.

1.2

De Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat er een kennelijke fout staat in het onderschrift van de beschikking van 11 juli 2014.

1.3

Bij emailbericht van 16 juli 2014 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer partijen geïnformeerd dat Ondernemingskamer voornemens is om, op voet van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de beschikking van 11 juli 2014 te herstellen en heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich hierover uit te laten.

1.4

Mr. Meijer, mr. Peters, mr. Soerjatin en mr. Kamstra hebben de Ondernemingskamer laten weten dat zij geen bezwaar hebben tegen het voorgenomen herstel van de beschikking.

2 De gronden van de beslissing

De Ondernemingskamer heeft geconstateerd dat het onderschrift van haar beschikking van 11 juli 2014 luidt: “Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en E.R. Bunt en drs. P.R. Baart, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink en D. Cohen Tervaert, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 juli 2014”. Het onderschrift had moeten luiden “Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. drs. B.M. Prins RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink en D. Cohen Tervaert, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 juli 2014. Het voorgaande is aan te merken als een kennelijke fout in de zin van artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Ondernemingskamer zal die fout verbeteren en wel als volgt.

3 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verbetert haar in de onderhavige zaak op 11 juli 2014 gegeven beschikking in dier voege dat het onderschrift van de beschikking komt te luiden:

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. drs. B.M. Prins RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink en D. Cohen Tervaert, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 11 juli 2014.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.A.G. van der Ouderaa en mr. A.M.L. Broekhuijsen-Molenaar, raadsheren, en drs. P.R. Baart en mr. drs. B.M. Prins RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. B.E. Meerdink en D. Cohen Tervaert, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 juli 2014.