Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:3015

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-07-2014
Datum publicatie
24-10-2014
Zaaknummer
23-005252-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussenarrest inzake deskundigheid glasdeskundige en mogelijke contaminatie van glasdeeltjes in verhoorkamer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-005252-12

datum uitspraak: 28 juli 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 6 december 2012 in de strafzaak onder parketnummer 13-670257-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,

thans gedetineerd in [pi].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 14 juli 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg - ten laste gelegd dat:

1:
hij op of omstreeks 11 maart 2012 te Amsterdam Zuidoost, gemeente Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (goudkleurig) horloge (merk Seiko) en/of een portemonnee, inhoudende onder andere circa 100 euro en/of een Agis pas en/of een Identitietskaart (o.n.v. [slachtoffer 1]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die goed(eren) en/of geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] één of meer vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen(s) gelijkend(e) voorwerp(en) tegen het/de hoofd(en) heeft/hebben gezet en/of getoond en/of voorgehouden en/of (vervolgens) voornoemd(e) vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), heeft/hebben doorgeladen en/of (vervolgens) voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gedwongen op de grond te gaan liggen en/of (vervolgens) naar beneden te kijken en/of (vervolgens) (telkens) aan voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben gevraagd: "Where is the money?" en/of "Waar is het geld, waar zijn de juwelen?" en/of "Waar is de stuff?" en/of "We will kill you" en/of "Ga down, ga down", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking; Artikel 312 Wetboek van Strafrecht

2:
hij op of omstreeks 11 maart 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen en/of een ander, althans alleen, een (vuur)wapen (pistool merk FN model High Power 35) van categorie III en/of zeven, althans één of meer patro(o)n(en) (kaliber 9x19 model volmantel rondneus) van categorie III, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof anders dan de rechtbank komt tot een vrijspraak van de ten laste gelegde feiten.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte met betrekking tot het onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Nadere overweging ten aan zien van de vrijspraak

Het hof stelt met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten op grond van het dossier het volgende vast.

Verdachte is, samen met zijn medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], kort na de overval die omstreeks 3.30 uur had plaatsgevonden rond 3.39 uur aangehouden in de nabije omgeving van de plaats delict. De verdachten kwamen uit de richting van de Kamerpalmhof waar de overval had plaatsgevonden. Het hof acht, evenals de rechtbank, de waarneming van verbalisant [verbalisant] dat de verdachten in een groepje bij elkaar liepen (proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 maart 2012, dossierp. A020 e.v.), betrouwbaar. Daarbij is met name van belang dat hij hen voorafgaand aan de aanhouding al 15 seconden in beeld had, terwijl hij hen in die tijd gezamenlijk een andere richting heeft zien kiezen toen hij in de buurt kwam (proces-verbaal verhoor getuige [verbalisant] bij de rechter-commissaris op 14 augustus 2012 en proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 maart 2012, dossierp. A020 e.v.). Verdachte en de medeverdachten konden op basis van de opgegeven signalement niet worden uitgesloten als daders.

Verdachten oogden nerveus. Medeverdachte [medeverdachte 2] heeft handschoenen op de grond laten vallen. In de tas die hij om zijn schouders had, bevond zich bovendien een doorgeladen vuurwapen. Uit onderzoek is gebleken dat de sleutel van de sleutelbos die in de tas zat waar ook het wapen in zat, op de centrale toegangsdeur van het GBA-adres van medeverdachte [medeverdachte 2] past. De broekspijpen van [medeverdachte 2] waren gescheurd en zijn benen bloedden. Bij verbalisanten was bekend dat bij de overval een ruit van de voordeur kapot was gemaakt waarbij glasscherven op de grond lagen. Voorts was bij verbalisanten bekend dat bij de overval gebruikt was gemaakt van een vuurwapen.

Bij medeverdachte [medeverdachte 1] zijn handschoenen en een bivakmuts in beslag genomen en is de van aangever gestolen portemonnee en horloge aangetroffen.

Verdachte bevond zich derhalve midden in de nacht zeer kort na een woningoverval in de nabije omgeving van de plaats waar die overval had plaatsgevonden. Hij was in gezelschap van twee anderen personen, van wie er één de buit van de overval bij zich had en de ander een doorgeladen vuurwapen in zijn tas had, dat past in de omschrijving van een bij de overval gebruikt wapen.

Bij de overval is een ruit van de voordeur kapot gemaakt waarbij glasscherven op de grond lagen. Op de broek die verdachte bij zijn aanhouding aanhad zijn zes glasdeeltjes aangetroffen.

Het NFI heeft deze glasdeeltjes en een referentieglasmonster onderzocht. De conclusie luidt dat voor tenminste 1 van de 6 onderzochte glasdeeltjes uit de broek geldt dat de resultaten van het glasvergelijkend onderzoek veel waarschijnlijker zijn wanneer deze deeltjes afkomstig zijn van de bij de woningoverval vernielde ruit waartoe het referentieglas heeft behoord, dan wanneer de deeltjes afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of glazen voorwerp.

Het hof acht dit dermate belastende feiten en omstandigheden, dat het op de weg van de verdachte had gelegen om hiervoor een aannemelijke verklaring te geven. Verdachte heeft zijn aanwezigheid op die plaats en dat tijdstip in aanwezigheid van de medeverdachte [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verklaard door te zeggen dat hij bij een vriendin was geweest en dat hij op weg was naar huis. Verdachte heeft echter de naam van dit meisje niet willen noemen omdat het meisje dan niets meer met hem te maken zou willen hebben. Hierdoor kan deze verklaring van verdachte op geen enkele manier worden geverifieerd.

Gelet op deze feiten en omstandigheden acht het hof het aannemelijk dat verdachte betrokken is geweest bij de woningoverval. Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan echter niet worden vastgesteld of verdachte, anders dan bij de andere 2 medeverdachten bij wie gestolen goederen zijn aangetroffen alsmede het vuurwapen, een zodanig significante bijdrage heeft geleverd aan de woningoverval dat van bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de 2 mededaders kan worden gesproken.

De verdachte dient ook van het onder 2 tenlastegelegde feit te worden vrijgesproken nu onduidelijk is of en zo ja welke de rol van verdachte is geweest bij de woningoverval. Tevens kan niet worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van het vuurwapen in de tas van medeverdachte [medeverdachte 2].

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.A. Hartsuiker, mr. M.R. Cox en mr. R.M. Vennix, in tegenwoordigheid van mr. S.M. van Zanten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 juli 2014.

Mr. Vennix is buiten staat dit arrest te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...]