Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:2936

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-04-2014
Datum publicatie
24-10-2014
Zaaknummer
23-005736-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Jeugd. Bewijsvoering met betrekking tot inbraak tennisvereniging en poging inbraak bij sportschool en school.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-005736-13

datum uitspraak: 29 april 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 19 december 2013 in gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-750019-13 en 15-756018-13 en 15-766146-13, alsmede 15-750056-12 (TUL) tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 april 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en diens raadsman naar voren is gebracht.

Tenlasteleggingen

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Zaak met parketnummer 15-750019-13:

1:
hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 maart 2013 tot en met 17 maart 2013 te Purmerend met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten Café Bar 't Paradijs, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen - [slachtoffer 1] en/of - [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of - drie tafels en/of een loungebank en/of een barkruk en/of een of meerdere glazen, althans een of meerdere goederen toebehorende aan [benadeelde 1] en/of Café Bar 't Paradijs, welk geweld bestond uit het - met een groep Café Bar 't Paradijs ingaan en/of (vervolgens) op voornoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] afrennen en/of afstormen en/of - met kracht slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen tegen het/de licha(a)m(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of - met een barkruk met kracht op de hand, althans het lichaam, van die [slachtoffer 3] en/of op/tegen het hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2] slaan en/of gooien en/of - met barkrukken en/of glazen slaan en/of gooien naar voornoemde personen en/of naar/tegen die tafels en/of loungebank en/of barkruk, althans voornoemde goederen;

Zaak met parketnummer 15-756018-13:

1:
hij op of omstreeks 29 augustus 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit het clubgebouw van de tennisvereniging Anonymus (gelegen aan de [adres 2]) heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde tennisvereniging, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming (door de ruit van de nooddeur en/of de ruit van de bestuurskamer van voornoemd clubgebouw (met een steen, althans een hard voorwerp) in te slaan/in te gooien);

2:
hij op of omstreeks 29 augustus 2013 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit sportschool Back to Basic (gelegen aan [adres 3]) weg te nemen een hoeveelheid geld, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde sportschool, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde sportschool te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar voornoemde sportschool is gegaan en/of (vervolgens) met een (bak)steen de ruit van de nooddeur ingeslagen/ingegooid en/of (vervolgens) getracht de kluis open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3:
hij op of omstreeks 29 augustus 2013 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een school(gebouw) te weten Scholengemeenschap Antoni Gaudi ([adres 4]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan Scholengemeenschap Antoni Gaudi, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot het schoolgebouw) te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen naar voornoemde Scholengemeenschap is gegaan en/of (vervolgens) geprobeerd om meerdere ramen en/of deuren te forceren en/of open te breken en/of een ruit/raam bij de nooduitgang ingeslagen en/of ingetrapt en/of ingegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4:
hij op of omstreeks 29 augustus 2013 te Purmerend met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 5]) heeft weggenomen een mobiele telefoon, laptop, (gouden)sieraad (broche) en/of een handtas met inhoud te weten een portemonnee met bankpas(sen) en/of een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Zaak met parketnummer 15-766146-13:

1:
hij op of omstreeks 24 september 2013 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk inventaris van een kamer/cel op afdeling IJhaven van Forensisch behandelcentrum Amsterbaken, te weten een ruit/raam en/of een televisie en/of een toiletpot en/of sanitair en/of een boekenkast en/of een stoel en/of het (glazen) deurluik, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Forensisch behandelcentrum Amsterbaken, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, immers heeft hij, verdachte, van de stoel in zijn kamer/cel een (ijzeren) stoelpoot los gemaakt en/of verwijderd en/of met deze (ijzeren) stoelpoot en/of een ander metalen voorwerp (delen van) de inventaris en/of bovengenoemde goederen ingeslagen en/of stukgeslagen;

2:
hij op of omstreeks 24 september 2013 te Amsterdam opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant], hoofdagent van politie bij de Politie Eenheid Amsterdam gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening,(ondersteuning bieden aan een incident/ melding uitbraak bij het Jeugd Opvang Centrum/ Forensische behandelcentrum Amsterdam) in diens tegenwoordigheid die [verbalisant] (opzettelijk en met kracht) op/in het gezicht heeft gespuugd, althans handelingen van gelijke beledigende aard en/of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte in de zaak met parketnummer 15/756018-13 onder 4 is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging

Het hof overweegt ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15/756018-13 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde als volgt. Het hof stelt voorop dat het, evenals de rechtbank, alle gebezigde bewijsmiddelen ten aanzien van de verschillende (pogingen tot) inbraken, gelet op het tijdsverloop die nacht in onderlinge samenhang beziet. Daarbij heeft het hof mede acht geslagen op de routekaart zoals ter terechtzitting in eerste aanleg is overgelegd en die zich in het dossier bevindt. Hieruit komt naar voren dat het binnen het tijdsbestek in die nacht van 29 augustus 2013 en in een bepaalde volgorde mogelijk is de diverse panden, waar een inbraak c.q. een poging tot inbraak, heeft plaatsgevonden met behulp van een vervoermiddel, zoals een brommer, te bezoeken. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ook verklaard dat hij die nacht op een brommer was.

Het hof is van oordeel dat de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang moeten worden beschouwd.

Op 29 augustus 2013 zijn de verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] (hierna te noemen: [medeverdachte]) kort na elkaar in de buurt van elkaar aangehouden, vlak nadat een getuige melding heeft gemaakt van een mogelijke inbraak bij tennisvereniging Anonymus om 05.10 uur. De brommer van (de oom van) de verdachte wordt aangetroffen in de bosjes in de buurt van de tennisvereniging. [medeverdachte] wordt aangetroffen in de bosjes nabij de tennisvereniging. De verdachte is aangetroffen in de buurt waar [medeverdachte] ook is aangehouden. De verdachte kwam uit de inham nabij de tennisvelden en vluchtte via een sloot, waarna hij alsnog is aangehouden. In de fouillering van [medeverdachte] wordt een geldbedrag aan kleine muntjes in folie aangetroffen. Deze folie blijkt hetzelfde te zijn als de folie in het clubgebouw van de tennisvereniging. Die nacht is uit de tennisvereniging een bedrag aan muntjes van de jeugd uit een spaarvarken gestolen. Er zijn schoensporen onder meer op de deur van de bestuurskamer van de tennisvereniging aangetroffen die afkomstig zijn van de schoenen van [medeverdachte] en mogelijk van de verdachte.

Diezelfde nacht zijn in een kort tijdsbestek diverse pogingen tot inbraak en een inbraak bij de tennisvereniging gepleegd. Van de pogingen tot inbraak in een sportschool en een school zijn camerabeelden bekeken. De daders die op deze beelden zijn te zien, lijken sterk op de verdachte en [medeverdachte]. De kleding die de personen op de camerabeelden dragen wordt herkend als de kleding van verdachten. Bij de sportschool en de school zijn bloedsporen aangetroffen die afkomstig blijken te zijn van de verdachte. Bij de school is een pennetje van een horloge aangetroffen, terwijl in het horloge van [medeverdachte] een dergelijk pennetje ontbreekt. [medeverdachte] heeft een wondje op zijn onderarm, ter hoogte van de plaats waar hij zijn horloge draagt.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte de poging tot inbraak in de sportschool bekend en de inbraak bij de tennisvereniging ontkend. Wat betreft de poging tot inbraak in de school heeft de verdachte verklaard daar een raam te hebben kapotgemaakt, omdat hij boos was op de directeur die hem anderhalf jaar geleden bij de school had weggestuurd.

Het hof acht de verklaring van de verdachte dat hij het raam van de school heeft vernield uit wraak voor iets wat anderhalf jaar eerder zou hebben plaatsgevonden en dat hij derhalve niet het oogmerk had iets weg te nemen, mede gelet op de andere inbraken die die nacht zijn gepleegd, in samenhang met alle andere bewijsmiddelen, volstrekt onaannemelijk.

Het hof is van oordeel dat op grond van voormelde feiten en omstandigheden, in onderling verband en samenhang bezien en mede met inachtneming van de volgorde van de diverse tijdstippen van inbraak en de af te leggen route, bewezen kan worden verklaard dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem in de zaak met parketnummer 15/756018-13 onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten.

Ten aanzien van het in de zaak met voornoemd parketnummer onder 4 ten laste gelegde is het hof van oordeel dat uit het onderliggend dossier onvoldoende bewijsmateriaal naar voren komt waaruit zou kunnen worden afgeleid dat de verdachte dit feit heeft gepleegd. Derhalve zal het hof de verdachte van dit feit vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-750019-13 en in de zaak met parketnummer 15-756018-13 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-766146-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Zaak met parketnummer 15-750019-13:

1:
hij in de periode van 16 maart 2013 tot en met 17 maart 2013 te Purmerend met anderen, in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten Café Bar 't Paradijs, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen

- [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] en

- tafels en een barkruk en glazen, toebehorende aan [benadeelde 1] en/of Café Bar 't Paradijs, welk geweld bestond uit het

- met een groep Café Bar 't Paradijs ingaan en vervolgens op voornoemde [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] afrennen en

- met kracht slaan en stompen en schoppen en/of trappen tegen het/de licha(a)m(en) van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en

- met een barkruk met kracht op de hand van die [slachtoffer 3] en tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] slaan;

Zaak met parketnummer 15-756018-13:

1:
hij op 29 augustus 2013 te Purmerend tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het clubgebouw van de tennisvereniging Anonymus, gelegen aan de [adres 2], heeft weggenomen een hoeveelheid geld, toebehorende aan voornoemde tennisvereniging, waarbij verdachte en zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, door de ruit van de bestuurskamer van voornoemd clubgebouw met een steen in te slaan/in te gooien;

2:
hij op 29 augustus 2013 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit sportschool Back to Basic, gelegen aan [adres 3], weg te nemen een hoeveelheid geld, in elk geval enige goederen, toebehorende aan voornoemde sportschool, en zich daarbij de toegang tot voornoemde sportschool te verschaffen en die/dat weg te nemen geld en/of goed(eren) onder hun bereik te brengen door middel van braak, met zijn mededader(s) naar voornoemde sportschool is gegaan en vervolgens met een steen de ruit van de nooddeur ingeslagen/ingegooid en vervolgens getracht de kluis open te breken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3:
hij op 29 augustus 2013 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schoolgebouw, te weten Scholengemeenschap Antoni Gaudi, gelegen aan de [adres 4], weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan Scholengemeenschap Antoni Gaudi, en zich daarbij de toegang tot het schoolgebouw te verschaffen of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder hun bereik te brengen door middel van braak, met een of meer van zijn mededader(s) naar voornoemde Scholengemeenschap is gegaan en vervolgens hebben geprobeerd om meerdere ramen te forceren en een ruit bij de nooduitgang in te slaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak met parketnummer 15-766146-13:

1:
hij op 24 september 2013 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk inventaris van een kamer/cel op afdeling IJhaven van Forensisch behandelcentrum Amsterbaken, te weten een raam en een televisie en een toiletpot en een boekenkast en stoel en het deurluik, toebehorende aan Forensisch behandelcentrum Amsterbaken, heeft vernield, immers heeft hij, verdachte, van de stoel in zijn kamer/cel een ijzeren stoelpoot los gemaakt en met deze stoelpoot delen van de inventaris stukgeslagen;

2:
hij op 24 september 2013 te Amsterdam opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [verbalisant], hoofdagent van politie bij de Politie Eenheid Amsterdam gedurende de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid die [verbalisant] opzettelijk in het gezicht heeft gespuugd.

Hetgeen in de zaak met parketnummer 15-750019-13 en in de zaak met parketnummer 15-756018-13 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-766146-13 onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het in de zaak met parketnummer 15-750019-13 en in de zaak met parketnummer 15-756018-13 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-766146-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het in de zaak met parketnummer 15-750019-13 bewezen verklaarde levert op:

openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

Het in de zaak met parketnummer 15-756018-13 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 15-756018-13 onder 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

telkens:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak.

Het in de zaak met parketnummer 15-766146-13 onder 1 bewezen verklaarde levert op:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.

Het in de zaak met parketnummer 15-766146-13 onder 2 bewezen verklaarde levert op:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 15-750019-13 en in de zaak met parketnummer 15-756018-13 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-766146-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straffen en maatregelen

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het hem in de zaak met parketnummer 15/750019-13, in de zaak met parketnummer 15/756018-13 onder 1, 2, 3 en 4, en in de zaak met parketnummer 15/766146-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 270 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Jeugdreclassering, ook als dit inhoudt dat verdachte zal meewerken aan een behandeling bij de Bascule, waarbij de rechtbank aan bovengenoemde instelling tevens de opdracht heeft gegeven tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht, met aftrek van voorarrest, waarbij de rechtbank heeft bevolen dat de op grond van artikel 77z gestelde voorwaarden en de op grond van artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht te verlenen hulp en steun, dadelijk uitvoerbaar zijn. Voorts heeft de rechtbank opgelegd de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 1 jaar, inhoudende dat verdachte zal meewerken aan een viertal zorgmodules, subsidiair 6 maanden vervangende jeugddetentie. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toegewezen tot een bedrag van € 2.040,-, hoofdelijk, en voor het overige de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaard, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij Back 2 Basic toegewezen tot een bedrag van € 2.500,-, hoofdelijk, en voor het overige de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering verklaard, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 25 dagen jeugddetentie. Voorts heeft de rechtbank de vordering van de benadeelde partij [verbalisant] toegewezen tot een bedrag van € 300,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 3 dagen jeugddetentie. Voorts heeft de rechtbank de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in hun vorderingen verklaard. Voorts heeft de rechtbank de vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/750056-12 gedeeltelijk toegewezen, met dien verstande dat in plaats van de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde 60 dagen jeugddetentie, wordt opgelegd een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen jeugddetentie, en heeft voor het overige de opgelegde proeftijd, verbonden aan de niet ten uitvoer gelegde jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, verlengd met 1 jaar. Tevens de rechtbank het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte opgeheven.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het hem in de zaak met parketnummer 15/750019-13, in de zaak met parketnummer 15/756018-13 onder 1, 2, 3 en 4, en in de zaak met parketnummer 15/766146-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 270 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Jeugdreclassering, ook als dit inhoudt dat verdachte zal meewerken aan behandeling/begeleiding door Care Express, onder meer op het gebied van dagbesteding, en dat de verdachte zich onder elektronisch toezicht laat stellen. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat aan voornoemde instelling de opdracht wordt gegeven tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat aan de verdachte wordt opgelegd de leerstraf Tools4U Regulier Verlengd voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 2.040,-, hoofdelijk, en dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering wordt verklaard, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 20 dagen jeugddetentie. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij Back 2 Basic zal worden toegewezen tot een bedrag van € 2.500,-, hoofdelijk, en dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering wordt verklaard, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 25 dagen jeugddetentie. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering van de benadeelde partij [verbalisant] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 300,-, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, subsidiair 3 dagen jeugddetentie. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in hun vorderingen zullen worden verklaard. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat de vordering tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 15/750056-12 gedeeltelijk zal worden toegewezen, met dien verstande dat in plaats van de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde 60 dagen jeugddetentie, wordt opgelegd een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 60 dagen jeugddetentie, en dat voor het overige de opgelegde proeftijd, verbonden aan de niet ten uitvoer gelegde jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, zal worden verlengd met 1 jaar.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen en maatregelen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon en de draagkracht van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich met zijn vriendengroep schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging in een café, waarbij tafels zijn omgegooid en slachtoffers zijn geslagen en geschopt. De verdachte heeft daarbij zelfs een van de slachtoffers met een barkruk op het hoofd geslagen waardoor deze bewusteloos raakte en naar het ziekenhuis moest worden vervoerd. Het hoeft geen betoog dat het met een barkruk op iemands hoofd slaan ook gemakkelijk tot ernstiger lichamelijk letsel of zelfs tot de dood van het slachtoffer had kunnen leiden. Dat dit niet gebeurd is, is een gelukkige omstandigheid die evenwel niet aan de verdachte is te danken. Voordat de verdachte nogmaals het slachtoffer kon raken, sprong een neef van het slachtoffer ertussen met als gevolg dat de verdachte deze neef met de barkruk op zijn hand heeft geraakt met alle gevolgen van dien. Door zijn handelen heeft de verdachte pijn en letsel bij de slachtoffers veroorzaakt.

Het hof acht dit ernstige feiten. Dergelijk explosief en zwaar uitgaansgeweld, in een openbare ruimte gepleegd, is immers, naast de verstrekkende gevolgen die het voor de directe slachtoffers heeft, ook zeer angstaanjagend voor de omstanders die er ongewild getuige van zijn geweest en versterken de gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving in het algemeen.

Tevens heeft de verdachte zich samen met een ander of anderen in de nacht van 29 augustus 2013 in Purmerend schuldig gemaakt aan een inbraak in het clubgebouw van tennisvereniging Anonymus en heeft de verdachte zich in diezelfde nacht samen met één of meer anderen schuldig gemaakt aan een poging tot diefstal bij sportschool Back 2 Basic en bij scholengemeenschap Antoni Gaudi.

Het hof acht inbraken bij sportverenigingen en scholen nare feiten, die naast de materiële schade ook voor gevoelens van angst en onveiligheid zorgen. Daarnaast zijn dergelijke gebouwen bedoeld voor plezier en educatie van de jeugd, waar mensen zich inspannen om er gezamenlijk goede dingen voor de jeugd te doen. Het stelen van bijvoorbeeld het geld voor de jeugd in een spaarvarken is in dat kader een zeer laakbaar feit. Verdachte heeft geen rekening gehouden met deze gevolgen, maar alleen gedacht aan zijn eigen financiële gewin door in kort tijdsbestek een aantal inbraken te plegen of daar pogingen toe te doen. Het hof neemt de verdachte dit zeer kwalijk.

Tevens heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan vernieling van het inventaris van een kamer/cel in Amsterbaken. Door het plegen van dit feit heeft hij de eigenaar schade en overlast bezorgd. De verdachte heeft ten slotte een van de politieambtenaren die hem onder controle moest brengen in het gezicht gespuugd. Het hof acht dit zeer kwalijk.

Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op:

- een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 7 april 2014, waaruit blijkt dat de verdachte eerder strafrechtelijk onherroepelijk is veroordeeld;

- hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door [gezinsmanager], gezinsmanager bij Jeugdbescherming Amsterdam naar voren is gebracht, te weten onder meer dat de verdachte een positieve ontwikkeling heeft doorgemaakt, dat hij geen contact meer heeft met zijn oude vrienden, dat hij zich aan het elektronisch toezicht (enkelband) houdt en dat hij volkomen uit beeld is bij de politie;

- hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door [maatschappelijk werker], jongerencoach/maatschappelijk werker van Care Express naar voren is gebracht, te weten onder meer dat hij positieve veranderingen bij de verdachte ziet en dat de verdachte een vriendin heeft die een goede invloed op hem heeft. [maatschappelijk werker] adviseert de verdachte te laten begeleiden door Care Express;

- hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door [deskundige] van de Raad voor de Kinderbescherming naar voren is gebracht. Zij heeft onder meer verklaard dat, gelet op hetgeen thans door Care Express en Jeugdbescherming naar voren is gebracht, het advies van de Raad voor de Kinderbescherming, zoals is neergelegd in het adviesrapport van 26 november 2013, gewijzigd is in de navolgende zin. Geadviseerd wordt de maatregel hulp en steun, begeleiding door Care Express en oplegging van elektronisch toezicht, dit alles in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk op te leggen strafdeel. De Raad acht oplegging van een gedragsbeïnvloedende maatregel niet meer noodzakelijk. Voorts heeft [deskundige] geadviseerd tot oplegging van de leerstraf Tools4U regulier individueel als zelfstandige taakstraf.

Het hof neemt dit advies van de Raad voor de Kinderbescherming over. Met de Raad is het hof van oordeel dat de positieve ontwikkeling van de verdachte is toe te juichen, maar het hof constateert ook dat deze positieve ontwikkeling nog erg pril is en dat de verdachte een goede begeleiding behoeft. Het hof zal de verdachte derhalve veroordelen tot een deels voorwaardelijke jeugddetentie van na te noemen duur, met oplegging van een aantal bijzondere voorwaarden, zoals aangegeven door [deskundige] van de Raad voor de Kinderbescherming.

Het hof zal daarbij bevelen dat de op grond van artikel 77z van het Wetboek van Strafrecht gestelde voorwaarden en de op grond van artikel 77aa, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht te verlenen hulp en steun, dadelijk uitvoerbaar zijn ex artikel 77za van het Wetboek van Strafrecht, nu er naar het oordeel van het hof ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.660,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.040,00. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15/750019-13 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.233,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Back 2 Basic

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.924,21. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 2.500. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep niet opnieuw gevoegd. Het hof heeft in hoger beroep te oordelen over de gevorderde schadevergoeding voor zover deze in eerste aanleg is toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15/756018-13 onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 300,00. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het in de zaak met parketnummer 15/766146-13 onder 2 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen, 36f, 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77dd, 77gg, 141, 267, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 15/750056-12 bij vonnis van de meervoudige kamer te Noord-Holland van 31 januari 2013 opgelegde voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 150 dagen. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof ziet aanleiding om dat slechts voor een gedeelte van die straf te doen.

Op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde ter terechtzitting is gebleken, zal het hof in plaats van een last tot tenuitvoerlegging van deze vrijheidsstraf een taakstraf in de vorm van een werkstraf van te melden duur gelasten.

Op grond van hetgeen omtrent de veroordeelde bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, zal voor het overige de bij dat vonnis vastgestelde proeftijd met 1 (één) jaar moeten worden verlengd.

Het hof zal bepalen dat de daarbij gestelde voorwaarden ongewijzigd blijven.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15/756018-13 onder 4 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 15-750019-13 en in de zaak met parketnummer 15-756018-13 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-766146-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 15-750019-13 en in de zaak met parketnummer 15-756018-13 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 15-766146-13 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een leerstraf Tools4U Verlengd voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (tien) dagen jeugddetentie.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 270 (tweehonderdzeventig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie, groot 120 (honderdtwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat:

1) de verdachte zich gedurende de volledige proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Jeugdreclassering, ook als dit inhoudt dat de verdachte zal meewerken aan begeleiding/behandeling door Care Express, onder andere op het gebied van dagbesteding en vrijetijdsbesteding;

2) geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarden tevens aan voornoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht;

3) de verdachte zich voor de duur van 3 maanden onder elektronisch toezicht laat stellen.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Het hof beveelt dat bovengenoemde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15/750019-13 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.040,00 (tweeduizend veertig euro) bestaande uit € 540,00 (vijfhonderdveertig euro) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 2], een bedrag te betalen van € 2.040,00 (tweeduizend veertig euro) bestaande uit € 540,00 (vijfhonderdveertig euro) materiële schade en € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 (dertig) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Vordering van de benadeelde partij Back 2 Basic

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij Back 2 Basic ter zake van het in de zaak met parketnummer 15/756018-13 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade en veroordeelt de verdachte die, evenals zijn mededaders, hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, met dien verstande dat indien en voor zover de een aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de een of meer anderen daarvan in zoverre zullen zijn bevrijd, om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd Back 2 Basic, een bedrag te betalen van € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 (vijfendertig) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer voor de verdachte komt te vervallen indien en voor zover mededaders hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat indien en voor zover de mededaders van de verdachte voormeld bedrag hebben betaald, verdachte in zoverre is bevrijd van voornoemde verplichtingen tot betaling aan de benadeelde partij of aan de Staat.

Vordering van de benadeelde partij [verbalisant]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [verbalisant] ter zake van het in de zaak met parketnummer 15/766146-13 onder 2 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 300,00 (driehonderd euro), bestaande uit:

immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [verbalisant], een bedrag te betalen van € 300,00 (driehonderd euro) bestaande uit immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 6 (zes) dagen jeugddetentie, met dien verstande dat de toepassing van die jeugddetentie de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Noord-Holland van 31 januari 2013, parketnummer 15-750056-12, met dien verstande dat in plaats van de tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde 60 dagen jeugddetentie, wordt opgelegd een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, bij gebreke van het naar behoren verrichten te vervangen door 60 (zestig) dagen jeugddetentie.

Verlengt voor het overige de opgelegde proeftijd, verbonden aan de niet ten uitvoer gelegde jeugddetentie voor de duur van 90 dagen, met een termijn van 1 (een) jaar.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.G.B. Heutink, mr. D. Radder en mr. M.E.A. Wildenburg, in tegenwoordigheid van mr. E.C. van der Drift, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 april 2014.

Mr. Wildenburg is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.