Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:2834

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-07-2014
Datum publicatie
31-07-2014
Zaaknummer
200.084.305-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bemiddelingsovereenkomst woonruimte. Exoneratie. Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen Richtlijn 93/13/EEG.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
TvC 2014, afl. 6, p. 301, m.nt. prof. mr. M.B.M. Loos

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team II

zaaknummer: 200.084.305/01

zaak/rolnummer rechtbank Amsterdam: 454035/HA ZA 10-914

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 15 juli 2014

inzake

1 [appellant sub 1],

2. [appellant sub 2],

voorheen wonend te [woonplaats],

appellanten,

advocaat: mr. H.M. Meijerink te Amsterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DIRECT WONEN VERHUUR MAKELAARS HOLDING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. R.A.H. van Egmond te ‘s-Gravenhage.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellanten] en Direct Wonen genoemd.

Het hof heeft in deze zaak op 24 september 2013 een (vijfde) tussenarrest gewezen. Voor het verloop van het geding in hoger beroep tot die datum wordt naar dat arrest verwezen.

[appellanten] hebben zich vervolgens bij akte uitgelaten, waarna Direct Wonen zich eveneens bij akte heeft uitgelaten.

Ten slotte is wederom arrest gevraagd.

2 De verdere beoordeling

2.1

Bij voormeld tussenarrest heeft het hof onder meer – deels in navolging van eerdere tussenarresten – overwogen dat als vaststaand moet worden aangenomen dat Direct Wonen is tekortgeschoten in de op haar rustende informatieverplichting, dat het door [appellanten] gestelde causale verband tussen dat tekortschieten en de schade aanwezig moet worden geacht, dat bij de schadeberekening als onvoldoende weersproken moet worden uitgegaan van een puntental van 115 en dat geen grond is voor het oordeel dat [appellanten] hun schade onvoldoende hebben beperkt door in de woning te blijven wonen, zodat de volledige schade toewijsbaar is. Overwegende dat Direct Wonen terecht heeft aangevoerd dat de huurovereenkomst is geëindigd op 1 december 2011, heeft het hof vastgesteld dat de door [appellanten] geleden schade € 24.595,82 bedraagt.

2.2

Naar aanleiding van het beroep van Direct Wonen in eerste aanleg en in hoger beroep op artikel 8.1 van de door haar gehanteerde algemene voorwaarden, waarin zij haar aansprakelijkheid heeft beperkt tot € 5.000,= of het bedrag van de bemiddelingsvergoeding als dat meer is, wat hier niet aan de orde is, heeft het hof zich gehouden geacht ambtshalve te onderzoeken of dit beding een oneerlijk beding is in de zin van de richtlijn 93/13/EEG, inclusief de daarbij behorende indicatieve lijst.

2.3

Het hof heeft de partijen in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over deze kwestie, waarbij door het hof is bepaald dat deze aktewisseling bij de veroordeling van Direct Wonen in de proceskosten buiten beschouwing zal blijven, omdat [appellanten] voldoende gelegenheid hebben gehad om deze kwestie te bespreken in een van hun eerdere processtukken.

2.4

Bij akte na tussenarrest hebben [appellanten] aangevoerd – kort samengevat – dat de richtlijn 93/13/EEG minimumnormen beoogt en de indicatieve lijst niet uitputtend is. Daarnaast hebben zij aangevoerd dat er sprake is van een oneerlijk beding in de zin van de richtlijn en – in het verlengde daarvan – van een beding dat wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn op grond van artikel 6:237 onder f BW, hetgeen maakt dat het aan Direct Wonen is om aan te tonen dat het beding niet onredelijk bezwarend is. Daarbij komt dat Direct Wonen haar risico ter zake eenvoudig had kunnen verzekeren, zoals ook gebruikelijk is, en voorts dat de algemene voorwaarden niet in samenspraak met een consumentenorganisatie zijn opgesteld, hetgeen tot de conclusie leidt dat zij niet mogen worden toegepast, aldus nog steeds [appellanten]

2.5.1

In haar antwoordakte heeft Direct Wonen aangevoerd – kort samengevat – dat de goede procesorde zich verzet tegen het beroep van [appellanten] op de vernietiging van het beding op grond van artikel 6:233 sub a jo. 6:237 onder f BW, althans dit beroep is verjaard. Voorts heeft zij aangevoerd dat het beroep van [appellanten] op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ex artikel 6:248 lid 2 BW – voor zover hun betoog daartoe strekt – moet worden afgewezen, omdat het stadium waarin de procedure zich bevindt zich ertegen verzet dat een dergelijk standpunt nog wordt ingenomen.

2.5.2

Voorts heeft Direct Wonen met betrekking tot de (on)eerlijkheid van het beding het volgende betoogd. Na de bemiddeling van Direct Wonen ontstaat veelal een langdurige huurrelatie, waarbij niet Direct Wonen, maar de verhuurder de – in het onderhavige geval te hoge – huurprijs ontvangt. Het is daarom alleszins redelijk dat Direct Wonen de situatie wenst te voorkomen waarin zij tot in de lengte van jaren zou moeten bijdragen in de huurkosten van een huurder. Daarbij is van belang dat niet iedere aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden is uitgesloten en de beperking tot € 5.000,= alleszins redelijk is, mede gelet op de hoogte van de ontvangen bemiddelingskosten. Daarnaast beschikt Direct Wonen wel over een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering, maar zijn dergelijke onbeperkte risico’s niet tegen een aanvaardbare premie te verzekeren. Ook algemene voorwaarden die in overleg met een consumentenorganisatie zijn opgesteld kunnen aansprakelijkheidsbeperkingen bevatten, aldus nog steeds Direct Wonen. Voorts voert Direct Wonen aan dat zij te goeder trouw en in overeenstemming met de voor haar geldende regelgeving heeft gehandeld, terwijl bovendien de door haar verrichte bemiddeling volledig heeft voldaan aan de door [appellanten] van tevoren opgegeven wensen.

2.6

Het hof overweegt als volgt.

2.7

Het door Direct Wonen gedane beroep op verjaring en op strijd met de beginselen van een goede procesorde is niet ter zake dienend, aangezien het hof ambtshalve de (on)eerlijkheid van het onderhavige beding dient te toetsen.

2.8

Het beding is opgenomen in de door Direct Wonen gebruikte, te dezen toepasselijke algemene voorwaarden. Over die voorwaarden is tussen partijen niet apart onderhandeld in de zin van artikel 3 lid 1 van de richtlijn 93/13/EEG. Voorts betreft het geen kernbeding in de zin van artikel 4 lid 2 van die richtlijn. Het beding is opgenomen in de grijze lijst van artikel 6:237 onder f BW. Aldus geldt voorshands voor het beding het wettelijke vermoeden dat het oneerlijk dan wel onredelijk bezwarend is, als het, zoals in dit geval, is opgenomen in de algemene voorwaarden en onderdeel uitmaakt van een overeenkomst met een consument. Het voorgaande brengt mee dat het vermoeden gerechtvaardigd is dat het beding oneerlijk is in de zin van meergenoemde richtlijn.

2.9

Direct Wonen heeft haar stelling dat de beperking van de aansprakelijkheid tot € 5.000,= “alleszins redelijk” is naar het oordeel van het hof onvoldoende gemotiveerd. Het betreft een generieke uitsluiting van de aansprakelijkheid van Direct Wonen jegens haar cliënten. Het hof acht het een feit van algemene bekendheid dat professionele bemiddelaars, zoals Direct Wonen, doorgaans een aansprakelijkheidsverzekering afsluiten, hoewel daartoe geen wettelijke verplichting bestaat. Direct Wonen bevestigt ook dat zij een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering heeft. Daarvan uitgaande lag het naar het oordeel van het hof op de weg van Direct Wonen om aan de hand van hoogte van de premie die verzekeraars doorgaans bedingen, de hoogte van de verzekerde bedragen en de financiële risico’s die zij als bemiddelaar loopt (schadeverloop) inzichtelijk te maken waarom – naar Direct Wonen stelt – het niet mogelijk was haar beroepsaansprakelijkheidsrisico te verzekeren en zij daarom in plaats daarvan een algemene beperking van de aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden heeft opgenomen voor schade boven € 5.000,=. Bij gebreke van dergelijke gegevens heeft Direct Wonen onvoldoende aangevoerd om het vermoeden te ontzenuwen dat het beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13.

2.10

Ook de omstandigheid dat na bemiddeling veelal een langdurige relatie ontstaat waarbij niet Direct Wonen, maar de verhuurder de te hoge huurprijs ontvangt, kan het vermoeden van oneerlijkheid niet ontzenuwen. Een langdurige huurrelatie brengt immers mee dat ook de schade van de huurder navenant toeneemt. Een eventuele buitensporigheid van de gevorderde schadevergoeding kan door de rechter op genuanceerde wijze worden gecorrigeerd door middel van de matigingsbevoegdheid van artikel 6:109 BW. Dat tegenover de verarming van de eisende partij niet een even grote verrijking van de aansprakelijk partij staat is bij een vordering uit wanprestatie niets bijzonders en biedt dus geen grond voor deze ver gaande beperking van aansprakelijkheid.

2.11

Het voorgaande wordt niet anders door hetgeen Direct Wonen heeft opgemerkt over de hoogte van de door haar ontvangen bemiddelingskosten (€ 900,= exc. btw) , ook wanneer die wordt bezien in relatie tot de hoogte van de vastgestelde schadevergoeding. De door Direct Wonen gestelde wanverhouding acht het hof niet aanwezig.

2.12

Met haar betoog dat de door haar verrichte bemiddeling “perfect” is geweest, en ook met haar herhaalde betoog dat [appellanten] hun schade hadden kunnen beperken door te verhuizen, miskent Direct Wonen de aard van het verwijt dat haar wordt gemaakt. Niet de aangedragen woning, maar de daarbij (niet) gegeven voorlichting vormt de kern van het probleem. Dat in dit geding niet is gebleken dat Direct Wonen te kwader trouw of in strijd met de voor haar geldende bestuursrechtelijke of strafrechtelijke regels te hebben gehandeld, vormt nog geen rechtvaardiging voor deze aansprakelijkheidsbeperking.

2.13

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat artikel 8.1 van de algemene voorwaarden van Direct Wonen een oneerlijk beding is in de zin van richtlijn 93/13/EEG en dus buiten toepassing moet blijven.

2.14

Het hof begrijpt dat Direct Wonen zich (subsidiair) op matiging beroept van de schade tot een bedrag van € 5.000,= (memorie van antwoord onder 61-65 en akte van 5 februari 2013 onder 27). De door Direct Wonen aangevoerde omstandigheden zijn hiervoor besproken in het kader van de toetsing van de ingeroepen exoneratie. Die omstandigheden zijn van onvoldoende gewicht om te kunnen leiden tot de conclusie dat toekenning van volledige schadevergoeding tot kennelijke onaanvaardbare gevolgen zou leiden. Het hof ziet aldus geen grond voor matiging.

2.15

Het hiervoor onder 2.1 genoemde bedrag van € 24.595,82 is mitsdien toewijsbaar, met de wettelijke rente daarover zoals gevorderd, met dien verstande dat de wettelijke rente niet kan worden toegewezen vanaf een eerdere datum dan de vervaldatum van de maandtermijnen waarop die betrekking heeft.

2.16

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Direct Wonen worden veroordeeld in de kosten van het geding in beide instanties. In het tussenarrest van 14 mei 2013 onder 2.6 en 2.8 en in het tussenarrest van 24 september 2013 onder 2.7 is al uiteen gezet om welke kosten dat gaat.

3 Beslissing

Het hof;

vernietigt het bestreden vonnis van de rechtbank Amsterdam van 15 december 2010;

en opnieuw rechtdoende:

veroordeelt Direct Wonen tot betaling aan [appellanten] van een bedrag van € 24.595,82, vermeerderd met de wettelijke rente over € 15.181,48 vanaf 21 oktober 2009 tot de voldoening, over € 1.528,72 vanaf 18 februari 2010 tot de voldoening en over het restant vanaf de vervaldatum van iedere maandtermijn in de maanden maart 2010 tot en met november 2011 waarop de schadevergoeding betrekking heeft;

veroordeelt Direct Wonen in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die kosten voor zover aan de zijde van [appellanten] gevallen in eerste aanleg op € 522,93 aan verschotten en € 904,= voor salaris en in hoger beroep op € 739,81 aan verschotten en € 2.682,= voor salaris;

wijst af het meer of anders gevorderde;

verklaart voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit arrest is gewezen door mrs. C. Uriot, J.C.W. Rang en J.W. Hoekzema en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2014.