Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:2787

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-07-2014
Datum publicatie
18-07-2014
Zaaknummer
200.140.373/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van het hof is onvoldoende aannemelijk geworden dat de notaris de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster met onvoldoende deskundigheid, verantwoordelijkheid en voortvarendheid heeft aangepakt. Het was wenselijk geweest dat de notaris een en ander binnen de desbetreffende gestelde, dan wel gebruikelijke termijnen had bewerkstelligd. Gelet echter op de omstandigheid dat de onderlinge verhouding tussen de erfgenamen al bij aanvang van de werkzaamheden van de notaris verstoord waren en genoegzaam is gebleken dat dit de door de notaris te verrichten werkzaamheden heeft bemoeilijkt, naast het feit dat de erfgenamen veelvuldig vragen en verzoeken bij de notaris hebben gedeponeerd, acht het hof dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De klacht is ongegrond.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt, geldigheid: 2014-07-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2014-0105

Uitspraak

beslissing

_______________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.140.373/01 NOT

zaaknummer eerste aanleg : AL/2013/27

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 15 juli 2014

inzake:

[naam],

wonende te [gemeente],

appellante,

t e g e n

[notaris],

notaris te [gemeente],

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellante (hierna: klaagster) is bij een op 16 januari 2014 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 19 december 2013, waarbij de kamer de klacht van klaagster tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) ongegrond heeft verklaard.

1.2.

Op 1 april 2014 is van de zijde van klaagster een aanvullend beroepschrift – met

bijlagen – ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 1 mei 2014. Klaagster en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; klaagster aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

In deze zaak gaat het – kort gezegd – om het volgende. De moeder van klaagster (verder: erflaatster) is op 19 juli 2010 overleden. Erflaatster heeft in haar testament haar vier kinderen, [naam 1], [naam 2], [naam 3] en klaagster, tot erfgenamen benoemd. De vader van de erfgenamen is in 1992 overleden. Op verzoek van [naam 2] heeft de kantonrechter van de rechtbank Middelburg (hierna: de kantonrechter) bij beschikking van 22 oktober 2010 verlof tot ontzegeling verleend van (de inhoud van) het safeloket van erflaatster. Bij beschikking van 24 mei 2011 van de kantonrechter is de notaris benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap van erflaatster. Bij beschikking van 24 november 2011 heeft de kantonrechter op verzoek van de notaris verlof verleend tot ontzegeling van (de inhoud van) het safeloket van erflaatster.

4 Het standpunt van klaagster

4.1.

Klaagster verwijt de notaris de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster met onvoldoende deskundigheid, verantwoordelijkheid en voortvarendheid aan te pakken.

4.2.

Klaagster heeft aangevoerd dat de nalatenschap niet omvangrijk of ingewikkeld is. In financieel opzicht is alleen het buitenlandse vermogen – het aandelenpakket in Canada – een aandachtspunt. De notaris is primair als vereffenaar aangesteld vanwege de ernstig verstoorde verhouding die tussen de erfgenamen onderling bestaat. Aan de hand van een aantal voorbeelden (in het inleidend klaagschrift aangeduid als aandachtsgebieden A tot en met K) heeft klaagster toegelicht waarom de notaris naar haar mening traag handelt, partijdig is, gebrekkig overlegt, handelt in strijd met wet- en regelgeving, onzorgvuldig te werk gaat en gebrekkig dan wel geen informatie verstrekt.

5 Het standpunt van de notaris

De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop het hof in zijn beoordeling – voor zover van belang – nader zal ingaan.

6 De beoordeling

6.1.

Vooropgesteld wordt dat een vereffenaar op grond van de wet privatieve bevoegdheden heeft. Dit houdt in dat de vereffenaar zijn taak - het beheren en vereffenen van de goederen van de nalatenschap - zonder medewerking van de erfgenamen kan verrichten. Ook vertegenwoordigt de vereffenaar de erfgenamen in en buiten rechte. Verder treedt de vereffenaar over de keuze van de te gelde maken goederen en de wijze van tegeldemaking zo veel mogelijk in overleg met de erfgenamen, maar hij/zij is niet verplicht daarin de zienswijze van de erfgenamen te volgen.

6.2.

Klaagster heeft haar klacht toegelicht aan de hand van een elftal voorbeelden (aandachtsgebieden A tot en met K). Het hof zal aan de hand van deze voorbeelden het verweten handelen van de notaris beoordelen.

Advies van de notaris aan de kantonrechter en overleg erfgenamen (A)

6.3.1.

De notaris heeft pas na zes weken, nadat de advocaat van [naam 2] de kantonrechter hierover had aangeschreven, advies aan de kantonrechter uitgebracht ten aanzien van het verzoek tot benoeming van een vereffenaar. Daarnaast heeft de notaris, in tegenstelling tot hetgeen hij schrijft in vorenbedoeld advies, geen enkele poging ondernomen om een gezamenlijke bespreking met de erfgenamen te realiseren. Dit heeft mede eraan bijgedragen dat de verhouding tussen de erfgenamen nog meer is verslechterd, aldus klaagster.

6.3.2.

De notaris heeft onweersproken aangevoerd destijds aan de kantonrechter naar tevredenheid te hebben uitgelegd waarom hij niet binnen twee weken aan het verzoek van de kantonrechter om advies heeft kunnen voldoen. Verder is aannemelijk geworden dat de onderlinge verhouding tussen de erfgenamen al voordat de notaris bij deze kwestie was betrokken niet goed was. Hiervoor is het volgende redengevend. Medio augustus 2010 heeft op het kantoor van de notaris een bespreking met [naam 1], [naam 3] en klaagster plaatsgevonden. Op voorstel van klaagster om met alle erfgenamen overleg te voeren heeft [naam 2] – ondanks twee herinneringen – slechts te kennen gegeven zich daarover te beraden om vervolgens op 21 oktober 2010 een tweetal verzoeken bij de kantonrechter in te dienen met betrekking tot de verzegeling van het safeloket van erflaatster en de benoeming van een vereffenaar. Daarop hebben klaagster en [naam 1] onder meer het verzoek tot ontzegeling van het safeloket en het verzoek geen vereffenaar te benoemen bij de kantonrechter ingediend. Tekenend is ook dat de erfgenamen zich al snel na het overlijden van erflaatster hebben laten bijstaan door advocaten.

6.3.3.

Gezien de verschillende procedures die de erfgenamen over en weer voerden, waaruit valt af te leiden dat de erfgenamen lijnrecht tegenover elkaar stonden, acht het hof, met de notaris niet onaannemelijk dat een gezamenlijke bespreking met de erfgenamen weinig zin had. Dat een vereffenaar zoveel mogelijk in overleg dient te treden met de erfgenamen ziet, zoals hiervoor onder 6.1. overwogen, op de keuze van de te gelde te maken goederen en de wijze van tegeldemaking en betekent overigens niet dat dit een gezamenlijke bespreking behoeft te zijn.

Dit betekent dat op dit punt van een klachtwaardig handelen van de notaris niet kan worden gesproken.

Verzoeken om informatie (B)

6.4.1.

Klaagster verwijt de notaris dat hij de door [naam 2] gedane beweringen in haar brief van 10 augustus 2011 heeft doorgeleid zonder deze beweringen nader te onderzoeken dan wel een nadere onderbouwing aan [naam 2] te vragen. Dit komt partijdig over en is onzorgvuldig.

6.4.2.

De notaris heeft brieven aan klaagster en [naam 1] verstuurd naar aanleiding van de brief van 10 augustus 2011 die afkomstig was van de advocaat van [naam 2], mr. [naam]. Deze laatste schrijft dat zijn cliënte bewijs heeft dat klaagster het safeloket op 20 juli 2010, een dag na het overlijden van erflaatster, heeft geopend en verzoekt de notaris om bij klaagster na te gaan wat zij uit de kluis heeft meegenomen. Daarnaast wordt de vermeende verkoop van aandelen uit het Canadese aandelenpakket in 2010 via [naam 1] aan de orde gesteld.

Nu het een brief van de advocaat van [naam 2] betrof, mocht de notaris naar het oordeel van het hof ervan uitgaan dat de verzoeken serieus waren en heeft hij niet om nadere onderbouwing hoeven vragen. Overigens heeft de notaris in zijn brieven aan klaagster en [naam 1] niet de beweringen van [naam 2] onderschreven, maar enkel gevraagd of deze juist waren. Van enige partijdigheid of onzorgvuldigheid hierbij is niet gebleken.

Ontzegeling safeloket (C)

6.5.1.

De notaris heeft, nadat hij de erfgenamen om toestemming had gevraagd om het safeloket te openen, zonder nader overleg of toelichting een verzoekschrift tot ontzegeling bij de kantonrechter ingediend. Hetgeen door de erfgenamen als voorwaarde was gesteld, had voor de notaris een aanknopingspunt kunnen zijn voor een gezamenlijk overleg dan wel het verschaffen van informatie over de stand van zaken. Verder is ten tijde van de verzegeling van het safeloket nagelaten de eed op de voet van artikel 662 sub 7 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) af te leggen en heeft de notaris niets gedaan met het verzoek van klaagster om die eed alsnog bij de ontzegeling af te leggen.

6.5.2.

Zoals hiervoor onder 6.1. is overwogen, oefent de notaris zijn taak als vereffenaar privatief uit en vertegenwoordigt de vereffenaar de erfgenamen in en buiten rechte. Dit betekent dat de notaris ook zonder toestemming van de erfgenamen de kantonrechter om ontzegeling van het safeloket heeft mogen verzoeken. De notaris heeft de erfgenamen hiervoor echter wel om toestemming verzocht. Daarnaast heeft de notaris in zijn e-mail van 24 oktober 2011 aan de erfgenamen gemeld de kantonrechter om ontzegeling te hebben verzocht. Dat de notaris over deze kwestie geen informatie over de stand van zaken zou hebben verschaft, kan het hof dan ook niet volgen. Voor de ontzegeling van het safeloket was niet vereist dat klaagster alsnog de vorenbedoelde eed zou afleggen. Bovendien wordt op grond van de wet aan de notaris die voor de verzegeling heeft zorggedragen doorgaans ook de ontzegeling opgedragen. Zo ook in dit geval. Dit betrof niet de notaris, maar notaris mr. [naam] (hierna: notaris [naam]). Dat de notaris niets met dit verzoek van klaagster heeft gedaan, is dan ook niet onredelijk.

Informatieverschaffing formele procedure (D)

6.6.1.

Klaagster verwijt de notaris dat hij heeft verzuimd de erfgenamen te informeren over de formele procedure die gevolgd moet worden bij een nalatenschap die beneficiair is aanvaard.

6.6.2.

Uit de door notaris [naam] opgestelde verklaring van erfrecht van 18 oktober 2010 blijkt dat de erfgenamen vlak na het overlijden van erflaatster de nalatenschap beneficiair hebben aanvaard. De voorlichting over de te volgen formele procedure had ten tijde van de keuze de nalatenschap wel of niet (zuiver dan wel beneficiair) te aanvaarden aan bod moeten komen. De notaris was daarbij niet betrokken. De oplopende irritatie die volgens klaagster sindsdien tussen de erfgenamen is ontstaan, kan de notaris daarom niet worden verweten.

6.6.3.

Verder heeft de notaris volgens klaagster de erfgenamen niet ondubbelzinnig geïnformeerd. Klaagster verwijst hiertoe naar een tweetal brieven van 4 september 2012 van de notaris aan klaagster en [naam 1].

De notaris reageert in vorenbedoelde brieven op de e-mails van klaagster en [naam 1] van 26 augustus 2012 respectievelijk 31 augustus 2012. Naast het feit dat de brieven van de notaris grotendeels dezelfde inhoud hebben, is het niet de taak van de notaris als vereffenaar elk antwoord op een vraag van een erfgenaam naar de overige erfgenamen door te sturen. Dit zou anders kunnen zijn in het geval waarin die informatie overduidelijk van groot belang is voor alle erfgenamen. Daarvan is hier niet gebleken. Dat de notaris in zijn brieven van 4 september 2012 niet (exact) dezelfde informatie aan klaagster en [naam 1] heeft verstrekt, is dan ook niet verwijtbaar.

Grafsteen (E)

6.7.1.

Vlak na het overlijden van erflaatster hebben de erfgenamen besloten de grafsteen op het graf van vader te vervangen door een grafsteen voor beide ouders. [naam 2] had de rechten op het graf. In afwachting van een definitieve oplossing is de oude grafsteen niet teruggeplaatst. Nadien is de onderlinge verstandhouding tussen de erfgenamen verslechterd. Klaagster verwijt de notaris dat hij zonder overleg met de overige erfgenamen en zonder nader onderzoek op verzoek van [naam 3] de oude grafsteen op het graf heeft laten terugplaatsen.

6.7.2.

Het hof is van oordeel dat het laten plaatsen van de oude grafsteen op het graf van erflaatster (en vader) binnen de bevoegdheden van de notaris als vereffenaar valt. Het betreft immers geen uitzonderlijke handeling. Verder is de verklaring die de notaris daarvoor heeft gegeven – dat hij het fatsoenlijker acht een oude grafsteen op het graf te plaatsen dan het graf onbedekt te laten – ook alleszins verdedigbaar. Dat dit kennelijk op verzoek van [naam 3] is gedaan, doet hieraan niet af. Ook het voldoen van de rekening voor de terugplaatsing van de grafsteen lag binnen de bevoegdheden van de notaris als vereffenaar.

Belastingaangiften (F)

6.8.1.

De indiening van de belastingaangiften is volgens klaagster onnodig door de handelwijze van de notaris vertraagd. Bovendien kan op geen enkele wijze worden gecontroleerd of de door de notaris aan de belastingdienst verstrekte informatie juist is. De notaris heeft aangevoerd dat in eerste instantie ook over de inboedel onenigheid tussen de erfgenamen bestond. Daarnaast was het buitenlandse vermogen een duidelijk aandachtspunt. De notaris heeft uitgebreid toegelicht welke werkzaamheden hij vanaf zijn benoeming tot vereffenaar heeft verricht en waarom bepaalde werkzaamheden vertraging hebben opgelopen. Verder heeft de notaris aangevoerd de opmerkingen van klaagster te hebben meegenomen en de erfgenamen desgevraagd van informatie te hebben voorzien. De notaris heeft betwist dat bepaalde vermogensbestanddelen niet in de belastingaangiften zijn opgenomen.

6.8.2.

Op grond van hetgeen door partijen over en weer is aangevoerd, is naar het oordeel van het hof onvoldoende aannemelijk geworden dat de notaris het verzorgen van de belastingaangiften niet voortvarend heeft aangepakt. In dit verband heeft de notaris terecht aangevoerd dat hij zelf bij de desbetreffende instanties gegevens diende op te vragen, los van het vermeende saldo en de gegevens waarover klaagster dan wel de andere erfgenamen beschikten. Verder lag het op de weg van klaagster, indien zij aan de juistheid daarvan twijfelde, nadere toelichting aan de notaris te vragen over de door de notaris aan de belastingdienst verstrekte gegevens.

Besluitvorming beheer gebruiksgoederen (G)

6.9.1.

Volgens klaagster heeft de notaris onnodig lang gewacht met het nemen van een besluit met betrekking tot het verzoek van klaagster de goederen die zij in beheer had aan de nalatenschap te onttrekken. Hierdoor zijn de opslagkosten opgelopen, welke kosten in geen verhouding stonden met de geringe waarde van die goederen. De notaris heeft aangevoerd het verzoek van klaagster direct aan de andere erfgenamen te hebben doorgeleid, maar daarover niet van iedereen een reactie te hebben ontvangen. Vanwege het wantrouwen tussen de erfgenamen was de notaris erg voorzichtig met het (laten) onttrekken van goederen aan de nalatenschap. In die periode is veel tijd besteed aan de kwestie van het ontzegelen van het safeloket. Verder waren er omstandigheden op kantoor en in privé waardoor de notaris de kwestie van de goederen niet eerder heeft geregeld. Bovendien ontving de notaris een groot aantal verzoeken en vragen van de erfgenamen.

6.9.2.

Het hof is van oordeel dat de notaris weliswaar sneller een besluit over de desbetreffende goederen had kunnen nemen, maar acht het niet onbegrijpelijk dat dit verzoek – mede vanwege de door de notaris geschetste omstandigheden – op de achtergrond is geraakt. Deze kwestie is niet van zodanig groot belang dat de notaris hiervan een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. In dat verband is voorts wèl van belang dat de notaris onweersproken heeft aangevoerd dat hij klaagster tegemoet heeft willen komen door aan te bieden de goederen op zijn kantoor dan wel bij hem thuis in opslag te nemen.

Aandelen (H)

6.10.1

Met betrekking tot het aandelenpakket in Canada heeft de notaris zonder enige toelichting en/of advies aan de erfgenamen verzocht een standpunt in te nemen over de keuze tussen verkoop van de aandelen en uitkering aan de nalatenschap dan wel overname van het aandelenpakket en het stellen op naam. Deze keuzemogelijkheid was onjuist, want in die fase van de vereffening was het stellen op naam van aandelen juridisch niet mogelijk. Vervolgens heeft de notaris verzocht om toestemming voor verkoop van (een deel van) de aandelen, tenzij één van de erfgenamen overname wenste met inbreng van de waarde. Het was aan de notaris als vereffenaar om een helder voorstel van aanpak te presenteren en hierover in overleg te treden met de erfgenamen, aldus klaagster.

6.10.2.

Het hof volgt de notaris in zijn stelling dat een toelichting of advies van de notaris niet nodig was bij zijn verzoek aan de erfgenamen ten aanzien van de aandelen een standpunt in te nemen en dat een helder voorstel van aanpak had kunnen volgen indien de erfgenamen ook daadwerkelijk een standpunt hadden ingenomen. Uit het door [bedrijf] in Canada aan de notaris gezonden formulier, welk formulier bij e-mail van 4 juni 2012 aan klaagster is doorgezonden, blijkt dat een keuze diende te worden gemaakt tussen verkoop, dan wel overname van de aandelen. De notaris heeft verder aangevoerd de aandelen te hebben willen verkopen toen een bedrag aan de belastingdienst moest worden betaald en liquiditeiten daarvoor ontbraken, maar dat hij dit niet kon bewerkstelligen omdat [bedrijf] de handtekeningen van alle erfgenamen daarvoor eiste en niet alle erfgenamen die wilden geven. Op grond van het voorgaande valt niet in te zien dat de notaris in dezen niet correct heeft gehandeld.

Tijdsbesteding (I)

6.11.1.

Klaagster betwijfelt of de tijdsbesteding en het kostenniveau met betrekking tot de in rekening gebrachte notariële werkzaamheden over de periode januari tot en met september 2012 acceptabel zijn.

6.11.2.

Voor zover klaagster de hoogte van de nota van de notaris van 2012 ter discussie heeft willen stellen, wordt het volgende overwogen.

Declaratiegeschillen behoorden vóór de wijziging van de Wet op het notarisambt (op 1 januari 2013) tot de competentie van de ringvoorzitter. Per 1 januari 2013 ligt deze bevoegdheid bij een algemene klachten- en geschillencommissie voor het notariaat, zoals geregeld in artikel 55 lid 2 van die wet. De tuchtrechter is in ieder geval niet bevoegd hierover te oordelen. Klaagster zal daarom op dit punt niet-ontvankelijk worden verklaard.

Voorlopige boedelbeschrijving, lijst van erkende en betwiste vorderingen, uitdelingslijst (J)

6.12.1.

Klaagster verwijt de notaris dat meer dan een jaar na zijn benoeming als vereffenaar nog geen voorlopige boedelbeschrijving, lijst van erkende en betwiste vorderingen en uitdelingslijst waren opgesteld. Daarbij heeft de notaris niet tijdig om verlenging van de wettelijke termijnen om bedoelde stukken op te stellen verzocht en zonder medeweten van de erfgenamen verschillende rekeningen betaald. Verder zijn de uiteindelijk in september 2012 door de notaris aan de erfgenamen verstrekte concepten van deze stukken incompleet.

6.12.2.

De notaris heeft aangevoerd dat de stukken niet compleet waren omdat bepaalde gegevens ontbraken, onder meer het bedrag dat aan de belastingdienst verschuldigd zou zijn. Deze stukken zijn aan de erfgenamen gezonden onder meer omdat zij daarop aandrongen en opdat zij de ontbrekende gegevens zouden aanleveren. De stukken kunnen niet definitief worden vastgesteld omdat de erfgenamen het over de inhoud daarvan niet eens zijn.

6.12.3.

Het hof is van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat de boedelbeschrijving, de lijst van erkende en betwiste vorderingen en de uitdelingslijst lange tijd incompleet zijn geweest vanwege de verdeeldheid van de erfgenamen over de inhoud van deze stukken. Het feit dat [naam 2] weigerde met betrekking tot de boedelbeschrijving relevante gegevens te verstrekken, kan de notaris niet worden aangerekend. De notaris heeft onweersproken gesteld (de advocaat van) [naam 2] herhaaldelijk om die gegevens te hebben gevraagd. Verder had het op de weg van klaagster gelegen om, indien zij aan de juistheid daarvan twijfelde, nadere toelichting aan de notaris te vragen over de inhoud van de onderhavige stukken. De notaris heeft onweersproken aangevoerd dat hij de overschrijding van de wettelijke termijnen naar tevredenheid aan de kantonrechter en de belastingdienst heeft uitgelegd. Hoewel het juister was geweest dat de notaris binnen de daarvoor geldende wettelijke termijnen om verlenging had gevraagd, kan hem naar het oordeel van het hof daarvan, gezien de omstandigheden, geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Ten slotte stond het de notaris vrij in zijn functie als vereffenaar rekeningen te voldoen (zie ook hetgeen hiervoor onder 6.1 is overwogen). Klaagster heeft haar stelling dat dit wellicht geen preferente schuldeisers waren niet nader onderbouwd, zodat dit onvoldoende aannemelijk is geworden.

Betwiste vorderingen [klaagster] (K)

6.13.1.

Klaagster verwijt de notaris dat hij een aantal van de declaraties van klaagster heeft betwist zonder haar hiervan onverwijld en onder opgave van redenen op de hoogte te stellen, zoals artikel 4:214, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) voorschrijft.

6.13.2.

Nu de notaris heeft aangevoerd dat hij een deel van de door klaagster ingediende vorderingen heeft betwist, kan naar ’s hofs oordeel niet worden vastgesteld dat de notaris in strijd met genoemd wetsartikel heeft gehandeld.

Conclusie

6.14.

Op grond van het hiervoor onder 6.3.1. tot en met 6.13.2. overwogene is naar het oordeel van het hof onvoldoende aannemelijk geworden dat de notaris de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster met onvoldoende deskundigheid, verantwoordelijkheid en voortvarendheid heeft aangepakt. Het was wenselijk geweest dat de notaris een en ander binnen de desbetreffende gestelde, dan wel gebruikelijke termijnen had bewerkstelligd. Gelet echter op de omstandigheid dat de onderlinge verhouding tussen de erfgenamen al bij aanvang van de werkzaamheden van de notaris verstoord waren en genoegzaam is gebleken dat dit de door de notaris te verrichten werkzaamheden heeft bemoeilijkt, naast het feit dat de erfgenamen veelvuldig vragen en verzoeken bij de notaris hebben gedeponeerd, acht het hof dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

6.15.

Evenals de kamer is het hof van oordeel dat de klacht ongegrond is.

6.16.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet van belang is voor de beslissing in deze zaak.

6.17.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 De beslissing

Het hof:

- verklaart klaagster niet-ontvankelijk op het punt van de hoogte van de nota van de notaris van 2012;

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.D.R.M. Boumans en C.P. Boodt en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 15 juli 2014 door de rolraadsheer.