Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:2727

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
09-07-2014
Datum publicatie
28-11-2014
Zaaknummer
23-000200-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Signalement van dader en bewijsvoering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000200-13

datum uitspraak: 9 juli 2014

TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 4 januari 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-700882-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

25 juni 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 24 december 2012 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een (hand)tas (met inhoud), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke poging tot diefstal werd vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gepoogd te dwingen tot de afgifte van een (hand)tas (met inhoud), in elk geval enig goed, naar die [slachtoffer] is toegegaan, waarna hij, verdachte,

- meermalen, althans, eenmaal, tegen die [slachtoffer] heeft geschreeuwd/gezegd: "Give me your bag", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of (waarbij) hij, verdachte, (met kracht) aan de beugels/handvatten van de (hand)tas van die [slachtoffer] heeft getrokken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewijsverweer

De raadsman heeft betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken en heeft daartoe aangevoerd dat sprake is van een negatieve fotoherkenning en dat de aangeefster en de getuige bij het opgeven van het signalement van de dader geen melding hebben gemaakt van de opdruk “Holland” op de jas van de verdachte. Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat de aangeefster en de getuige hebben verklaard dat de dader is gevlucht in zuidelijke richting en dat de verdachte slechts enkele minuten na het incident is aangetroffen in de tegenovergestelde richting.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

De door de aangeefster en de getuige opgegeven signalementen van de man die de aangeefster van haar handtas trachtte te beroven, zijn voldoende specifiek nu daarin onder meer melding wordt gemaakt van de kleuren oranje en groen in de bovenkleding van de dader en het dragen van een muts of een capuchon door de dader. Voorts is het Engelse accent waarmee de dader sprak door de aangeefster als Oost-Europees herkend.

De verdachte bevond zich op het moment van zijn aanhouding - korte tijd na het feit - in de omgeving van de plaats delict en was gekleed in een fel oranje gekleurde jas en een fel groen gekleurde trui met een capuchon. De verdachte is afkomstig uit Polen.

Deze feiten en omstandigheden brengen het hof tot het oordeel dat het de verdachte is geweest die de onderhavige poging tot beroving heeft gepleegd. Daaraan doet niet af dat de dader aanvankelijk in een andere richting is weggerend dan waar hij is aangehouden en dat de aangeefster en de getuige geen melding maken van opdruk “Holland” op diens jas. Ook de negatieve fotoherkenning die eerst op 4 april 2014 en dus ruim een jaar na het feit heeft plaatsgevonden, maakt het oordeel van het hof, mede gelet op het feit dat de dader ten tijde van het plegen van het misdrijf een capuchon droeg niet anders.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 24 december 2012 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een handtas met inhoud, toebehorende aan [slachtoffer], welke poging tot diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, tegen die [slachtoffer] heeft geschreeuwd: "Give me your bag" en met kracht aan de beugels/handvatten van de handtas van die [slachtoffer] heeft getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

poging tot diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen en voorts toepassing zal geven aan artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft in de avonduren van 24 december 2012 getracht de handtas van een jonge vrouw te stelen en hij heeft zich daarbij gewelddadig jegens haar gedragen. Met zijn handelen heeft de verdachte de vrouw en de vriendin met wie zij samen was grote schrik aangejaagd. Hij heeft het gevoel van veiligheid in het algemeen en dat van het slachtoffer in het bijzonder aangetast.

Ook is de verdachte blijkens het hem betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 17 juni 2014 eerder voor het plegen van vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld, onder meer op 24 december 2012, de pleegdatum van het onderhavige feit.

Het hof acht, alles afwegende, de door de politierechter in eerste aanleg opgelegde gevangenisstraf passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 63 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. van Woensel, mr. H.J. Bronkhorst en mr. D. Radder, in tegenwoordigheid van

J.K. Krijnen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van

9 juli 2014.

Mr. Van Woensel is buiten staat dit arrest te ondertekenen

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...]