Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:2674

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-07-2014
Datum publicatie
05-12-2014
Zaaknummer
23-002639-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Anoniem gebleven getuige en bewijs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-002639-13

datum uitspraak: 3 juli 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 23 mei 2013 in de strafzaak onder parketnummer 13-056704-13 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 19 juni 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 29 december 2012 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten de Warmoesstraat heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de zaak zal worden aangehouden om verbalisant 13862 te doen horen.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Het bewijsminimum.

Volgens het eerste lid van art. 344a van het Wetboek van Strafvordering (verder: Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend of in beslissende mate worden gegrond op schriftelijke bescheiden houdende verklaringen van personen wier identiteit niet blijkt. Volgens het derde lid van artikel 344a Sv mag een dergelijke anonieme getuigenverklaring niet tot het bewijs worden gebruikt tenzij:

  • -

    de bewijsbeslissing in belangrijke mate steun vindt in andersoortig bewijsmateriaal en

  • -

    de verdediging niet op enig moment te kennen heeft gegeven de persoon wiens identiteit niet blijkt te (doen) ondervragen.

Het bovenstaande geldt eveneens in de situatie dat verklaringen van anonieme getuigen zijn opgenomen in een proces-verbaal van een opsporingsambtenaar.

Uit (de strekking van) artikel 360, tweede lid, Sv leidt het hof af dat een verklaring als hierboven bedoeld slechts kan worden gebezigd wanneer de betrouwbaarheid daarvan door de rechter is onderzocht.

In de onderhavige zaak heeft een anoniem gebleven getuige tegenover de verbalisant verklaard dat de verdachte hem drugs wilde verkopen.

Er zijn in de onderhavige situatie, mede gelet op de omstandigheid dat de personalia van deze persoon niet te achterhalen zijn, onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat deze verklaring voldoende betrouwbaar is om voor het bewijs te gebruiken.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ontkend het tenlastegelegde feit te hebben begaan.

Nu de eigen waarnemingen van de relaterende verbalisant onvoldoende concreet en specifiek zijn om reeds daaruit de conclusie te trekken dat de verdachte de in de tenlastelegging bedoelde gedragingen heeft verricht en de verklaring van de anonieme getuige niet in beschouwing kan worden genomen, dient de verdachte te worden vrijgesproken.

Het horen van verbalisant 13862, zoals door de advocaat-generaal verzocht, maakt het bovenstaande niet anders. Hiervan kan dan ook naar het oordeel van het hof worden afgezien.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting had mr. W.M.C. Tilleman, in tegenwoordigheid van A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 juli 2014.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...]