Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:2258

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
02-06-2014
Datum publicatie
21-08-2014
Zaaknummer
23-001063-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Constatering van vormverzuim terzake opvragen gegevens pinpas zonder dat hieraan gevolgen worden verbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-001063-13

datum uitspraak: 2 juni 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 februari 2013 in de strafzaak onder parketnummer 13-065012-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 7 november 2011 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een stofzuiger (merk Bosch), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Blokker B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Bespreking van de verweren

Door de raadsvrouw is aangevoerd dat is verzuimd om een vordering in de zin van artikel 126nc in te dienen voordat de gegevens van de prepaid pinpas van de verdachte zijn opgevraagd. De raadsvrouw is van mening dat de gegevens van deze kaart onrechtmatig zijn verkregen en dat bewijsuitsluiting moet volgen.

Het hof stelt vast dat inderdaad sprake is van een vormverzuim. Echter stelt het hof ook vast dat de verbalisant heeft getracht dit vormverzuim te herstellen door de vordering alsnog achteraf aan te vragen. Ondanks dat dit pas geruime tijd na het onderzoek heeft plaatsgevonden, is het hof van oordeel dat kan worden volstaan met een constatering van dit vormverzuim en hieraan geen consequenties worden verbonden.

Door de raadsvrouw is verder aangevoerd dat de herkenning van de verdachte door verbalisant [verbalisant] (bij het bekijken van de camerabeelden uit de winkel) zou zijn beïnvloed doordat daarvoor de pinpas op naam van de verdachte was gevonden. Het hof verwerpt ook dit verweer nu uit het proces verbaal van bevindingen blijkt dat verbalisant [verbalisant] de verdachte ambtshalve herkent en niet uit hoofde van een andere herkenning..

De verdachte heeft ten slotte verklaard dat hij zijn pas al enige tijd kwijt was en hij niet degene is geweest die de pas op 7 november 2011 is verloren.
Het hof overweegt hiertoe dat deze verklaring van de verdachte niet aannemelijk is. Het hof neemt hierbij in overweging dat door de verdachte niets is overgelegd waaruit blijkt dat hij eerder melding had gedaan van verlies van zijn pas, zoals hij wel heeft verklaard. Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 7 november 2011 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een stofzuiger, merk Bosch, toebehorende aan Blokker B.V.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op: diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 20 uren, subsidiair 10 dagen hechtenis.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder in beschouwing genomen dat blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 7 mei 2014 de verdachte eerder wegens vermogensdelicten onherroepelijk is veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een taakstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.C. van Reekum, mr. F.A. Hartsuiker en mr. I.M.A.M. Berben, in tegenwoordigheid van mr. J.G.W. van Rede, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 2 juni 2014.

De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.