Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:2143

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-06-2014
Datum publicatie
21-11-2014
Zaaknummer
23-003265-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Voordeelsontneming met betrekking tot illegale lotto en illegaal kansspel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Parketnummer: 23-003265-09

Datum uitspraak: 6 juni 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 12 juni 2009 op de vordering van het Openbaar Ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-740791-07 tegen de veroordeelde:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

adres: [adres].

Procesgang

Het Openbaar Ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van € 318.036,16.

De veroordeelde is bij vonnis van de rechtbank Haarlem van 12 juni 2009 - kort gezegd - veroordeeld ter zake van het medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 1 van de Wet op de kansspelen, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd, deelname aan een criminele organisatie en het witwassen van een geldbedrag.

Voorts heeft de rechtbank Haarlem bij vonnis van 12 juni 2009 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 165.018,08 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Het Openbaar Ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen en de veroordeelde heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis op de vordering van het Openbaar Ministerie ingevolge artikel 36e van het van het Wetboek van Strafrecht.

De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juni 2014 - kort gezegd - veroordeeld ter zake van het medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 1 van de Wet op de kansspelen, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd, en het als leider deelnemen aan een criminele organisatie.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 1 maart 2011, 13 december 2011, 8 juni 2012, 18 april 2014 en 23 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de veroordeelde en de raadsman naar voren is gebracht.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van € 164.018,00 ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De veroordeelde heeft een voordeel van € 152.018,00 verkregen uit baten van de illegale lotto en een voordeel van € 12.000,00 verkregen uit baten van het illegale kansspel ‘Karretjetrek’.

De illegale lotto:

De veroordeelde is door het hof veroordeeld ter zake van het medeplegen van het organiseren van de illegale lotto in de periode van 1 september 2006 tot 6 september 2007. Aan de hand van in zijn computer aangetroffen Excel-lijsten, hebben verbalisanten berekend dat met deze lotto een omzet is behaald van € 805.650,00. Van dit bedrag zijn afgetrokken de betalingen aan de deelnemers en de beloning van de lopers. Dit resulteert in een opbrengst van € 153.018,00.

De verdediging heeft gesteld dat uitgegaan kan worden van de juistheid van de berekening van de opbrengst van de illegale lotto zoals deze blijkt uit de Excel-lijsten die zijn opgenomen op p. 149-209 van het dossier. Dit komt neer op een opbrengst van € 153.018,00. De veroordeelde heeft volgens de verdediging echter zelf maar een voordeel genoten van € 12.500,00; hij was immers slechts de administrateur. Dit blijkt volgens de raadsman uit de aantekeningen die zijn gemaakt in de rechterkolommen van de Excel-lijsten. Uit deze aantekeningen blijkt namelijk dat de organisator, [organisator] kennelijk met iedere loper andere afspraken had gemaakt en dat iedere loper ook weer met zijn ‘onderloper’ afspraken had gemaakt over de beloning. De administratie ervan heeft de veroordeelde steeds verwerkt voor [organisator] en hiervoor ontving de veroordeelde gedurende 50 weken € 250,00.

Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de veroordeelde als organisator een bedrag - naar het hof begrijpt na de correctie die als productie 4 bij het pleitnotities is opgenomen - van € 46.110,00 aan kosten heeft gemaakt die op de opbrengst uit de illegale lotto in mindering moeten worden gebracht. .

Het hof is van oordeel dat door verwijzing naar de desbetreffende kolommen, niet aannemelijk is geworden dat de veroordeelde louter de administrateur was van enkel de beloning van de lopers en de onderlopers door deze in de lijsten te verwerken. De verklaring van [organisator] dat zij in juni/juli 2006 in gesprek zijn geraakt en dat toen de veroordeelde heeft aangeboden om de administratie over te nemen tegen een vergoeding van € 250,00, vindt zijn weerlegging in verklaringen van de veroordeelde zelf en van de getuige [getuige].

De veroordeelde heeft ter terechtzitting in eerste aanleg namelijk verklaard dat hij op 30 september 2006 echt is begonnen met het organiseren en bijhouden van de illegale lotto. En [getuige] liep voor hem vanaf dat moment.

De getuige [getuige] - gehoord door de rechter-commissaris - heeft op vragen van de toenmalige raadsman van de veroordeelde verklaard dat hij in maart of april 2006 voor het eerst contact had met de veroordeelde, rond de Pasen. Rond die tijd hebben zij afgesproken dat [getuige] voor de veroordeelde zou gaan lopen als het voetbalseizoen weer zou beginnen. Ook hebben zij afspraken gemaakt over wat [getuige] zou verdienen. Dit in tegenstelling tot het verweer van de raadsman dat de veroordeelde juist deze afspraken - als administrateur - niet zou hebben gemaakt.

Het verweer van de verdediging wordt dan ook verworpen.

Dat de veroordeelde een bedrag van € 46.110,00 aan kosten zou hebben gemaakt, boven op de kosten die al in de berekening zijn meegenomen, is ook niet aannemelijk geworden. Aan deze kosten liggen naar het oordeel van het hof enkel de stellingen van de verdediging in de pleitnota ten grondslag en daarmee is het verweer onvoldoende onderbouwd. Ook ziet het hof geen reden om net als de advocaat-generaal een extra kostenpost van € 1.000,00 in mindering te brengen die zijn gemaakt voor de aanschaf van boekjes.

Het hof is, alles overwegend, van oordeel dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel, geschat op een bedrag van € 153.018,00, heeft verkregen uit de baten van de organisatie van de illegale lotto in de periode van 1 september 2006 tot en met 6 september 2007 ter zake waarvan hij bij arrest van het hof van 6 juni 2014 is veroordeeld. Het hof ontleent deze schatting aan de inhoud van de bewijsmiddelen.

Karretjetrek:

Het hof is voorts van oordeel dat de veroordeelde voordeel heeft behaald met de organisatie van illegale kansspel Karretjetrek. Bij arrest van het hof van 6 juni 2014 is de veroordeelde veroordeeld ter zake van deze organisatie in de periode van 1 september 2005 tot en met 6 september 2007. Het hof is van oordeel dat er voldoende aanwijzingen bestaan dat de veroordeelde dit spel zo’n zes jaar heeft gespeeld in Voorschoten en zo’n tien jaar in Beverwijk. Uitgaande van de verklaring van de veroordeelde zelf daaromtrent acht het hof aannemelijk geworden dat de veroordeelde dit spel eenmaal per jaar in Voorschoten organiseerde en eenmaal per jaar in Beverwijk en dat hij € 500,00 per keer verdiende.

Het hof schat het aldus uit de baten van de organisatie van Karretjetrek verkregen wederrechtelijke voordeel op een bedrag van € 8.000,00. Het hof ontleent deze schatting aan de inhoud van de wettige bewijsmiddelen.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Aan de veroordeelde dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 161.018,00.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 161.018,00 (eenhonderdeenenzestigduizend achttien euro).

Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 161.018,00 (eenhonderdeenenzestigduizend achttien euro).

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. D.J.M.W. Paridaens-van der Stoel, mr. J.D.L. Nuis en mr. H.G. Punt, in tegenwoordigheid van mr. S.P.H. Brinkman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 6 juni 2014.

[...]