Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:21

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
14-01-2014
Datum publicatie
10-04-2014
Zaaknummer
200.131.066/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK, WOR art 25 en 26, besluit tot vermindering fte onderdeel kennelijk onredelijk, onvoldoende toelicht waarom omvang vermindering

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden 25, 26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ARO 2014/52
AR 2014/186
JONDR 2014/338
ROR 2014/5
JAR 2014/120
AR-Updates.nl 2014-0347
OR-Updates.nl 2014-0155
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

__________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer : 200.131.066/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 14 januari 2014

inzake

DE ONDERNEMINGSRAAD VAN TEIJIN ARAMID B.V.

gevestigd te Emmen,

VERZOEKER,

advocaat: mr. R.J.M. Hampsink, kantoorhoudende te Utrecht,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TEIJIN ARAMID B.V.,

gevestigd te Arnhem,

VERWEERDER,

advocaat: mr. P.M. Klinckhamers, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal verzoeker (ook) worden aangeduid als de ondernemingsraad, verweerder als Teijin Aramid.

1.2

De ondernemingsraad heeft bij op 31 juli 2013 per fax en op 1 augustus 2013 per post ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, zakelijk weergegeven, te verklaren dat Teijin Aramid bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 4 juli 2013 tot het veranderen van de managementstructuur en de reductie van personeelsbezetting met 22 fte van het Research Instituut van Teijin Aramid (hierna: QRI) en aan Teijin Aramid de verplichting op te leggen voornoemd besluit in te trekken alsmede alle gevolgen van het besluit ongedaan te maken en Teijin Aramid te verbieden handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van het bestreden onderdeel van het besluit.

1.3

Teijin Aramid heeft bij op 10 oktober 2013 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht het beroep ongegrond te verklaren en de verzoeken af te wijzen.

1.4

De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 24 oktober 2013. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht, wat betreft mr. Hampsink onder overlegging van een pleitnota en wat betreft mr. Klinckhamers onder overlegging van een op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden productie. De Ondernemingskamer heeft, onder verwijzing naar artikel 2.1.4.4 van het Procesreglement verzoekschriftprocedures handels- en insolventiezaken gerechtshoven en naar de goede procesorde, beslist dat zij geen acht zal slaan op de productie die mr. Klinckhamers op de zittingsdag heeft toegezonden. Mr. Hampsink heeft voorts het verzoek tot het treffen van voorzieningen aldus aangepast dat het niet langer ziet op de wijziging van de managementstructuur en op “het personeelsverloop zoals zich dat reeds heeft voltrokken”. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

1.5

Bij brief van 5 december 2013 met bijlagen heeft mr. Klinckhamers namens Teijin Aramid de Ondernemingskamer op de voet van artikel 26 lid 7 WOR verzocht haar beslissing voor wat betreft het (mogelijk) treffen van voorzieningen aan te houden. Teijin Aramid heeft daartoe aangevoerd dat zij een aanvullende adviesaanvraag aan de ondernemingsraad heeft gedaan en dat zij daarbij heeft toegezegd "de uitvoering van de gedwongen boventalligheid" op te schorten. Mr. Hampsink heeft bij brief van 10 december jl. verzocht het verzoek tot aanhouding af te wijzen.

1.6

Bij brief van 13 december 2013 heeft de Ondernemingskamer het verzoek afgewezen. Daarbij heeft zij overwogen dat partijen het verzoek tot aanhouding niet gezamenlijk hebben gedaan en voorts dat de aanvullende adviesaanvraag niet voorziet in een intrekking of wijziging van het besluit waartegen beroep is ingesteld, noch in ongedaanmaking van bepaalde gevolgen van dat besluit, terwijl Teijin Aramid ook niet anderszins voldoende tegemoet is gekomen aan de bezwaren die de ondernemingsraad aan het naar zijn stelling kennelijk onredelijke besluit verbonden acht.

2 De vaststaande feiten

2.1

Teijin Aramid is onderdeel van de Japanse multinational Teijin. Zij richt zich primair op de ontwikkeling van (synthetische) aramidevezels. Teijin Aramid heeft ongeveer 1.450 werknemers in dienst. Haar omzet (in kilo’s product en in euro’s) is in 2012 gedaald; over dat jaar heeft zij voorts per kilo product een operationeel verlies geleden.

2.2

De research & development van Teijin Aramid wordt uitgevoerd door QRI. QRI beschikte begin 2013 over 147 fte arbeidsplaatsen. Voor QRI heeft de ondernemingsraad van Teijin Aramid een onderdeelcommissie ingesteld.

2.3

Op 15 januari 2013 heeft Teijin Aramid in een personeelsbijeenkomst onder meer aangekondigd dat (en waarom en hoe) 22 fte arbeidsplaatsen binnen QRI komen te vervallen.

2.4

Bij brief van 30 januari 2013 heeft Teijin Aramid aan de ondernemingsraad een overzicht gestuurd van alle acties en maatregelen (binnen heel Teijin Aramid) met betrekking tot personeelsvermindering en hoe en wanneer deze acties en maatregelen in het kader van de medezeggenschap aan de orde zullen komen. Op 31 januari 2013 heeft een overlegvergadering tussen Teijin Aramid en de ondernemingsraad plaatsgevonden.

2.5

In een brief van 15 februari 2013 heeft de ondernemingsraad medegedeeld dat hij “het huidige belang van kostenbesparingen waar mogelijk” onderschrijft en heeft hij Teijin Aramid verzocht te formuleren wat haar visie is op de toekomst van het bedrijf waarbij zij “vanuit dat perspectief uitlegt wat de strategie is voor de komende tijd en welk type organisatie en –cultuur daarbij past”. Teijin Aramid en de ondernemingsraad hebben vervolgens afspraken gemaakt over de instemmings- en adviesrechten van de ondernemingsraad. De ondernemingsraad heeft aangedrongen op een adviesaanvraag met betrekking tot QRI.

2.6

Bij brief van 29 maart 2013 heeft Teijin Aramid advies gevraagd over het wijzigen van de managementstructuur van, en de reductie van 22 fte arbeidsplaatsen, waarvan “in de afgelopen maanden reeds 12 fte (is) bereikt”, in QRI. In de adviesaanvraag is onder meer opgenomen:

De strategie van Teijin Aramid is recent belangrijk veranderd. Om de beste Aramide onderneming te blijven en de opkomende concurrentie het hoofd te bieden is de focus verlegd naar het verlagen van kosten in de gehele waardeketen. Het research programma voor 2013 en latere jaren is daarmee ook veranderd en gereduceerd. (…) Het research programma voor onze productie processen blijft in omvang zo goed als gelijk maar bevat nog vrijwel uitsluitend thema’s die als doel hebben om onze processen efficiënter te maken of onze technologie te verbeteren, teneinde de in de strategie geduide kostenverlaging te realiseren. (…)

Alleen nieuwe producten met een hoge slaagkans, een grote verdiencapaciteit voor ons bedrijf en de klant, en een korte ontwikkeltijd worden in het researchprogramma opgenomen. Veel lange termijn projecten en programma’s zijn gestopt of sterk gereduceerd. (…)

QRI zal 22 FTE reduceren in personele omvang in de periode oktober 2012 tot eind december 2013, als gevolg van de hiervoor beschreven reductie in het research programma voorkomend uit de veranderde strategie. De verandering van de management structuur zal bestaan uit het opheffen van de functie van Manager Research Instituut. (…)

Daarnaast wordt de bezetting en expertise van het instituut aangepast aan het voor 2013 vastgestelde en voor volgende jaren verwachte R&D programma. (…)”

Vervolgens is per afdeling binnen QRI – kort – de stand van zaken beschreven, de gevolgen van het vastgestelde onderzoeksprogramma opgenomen en vermeld tot hoeveel fte-reductie dit een en ander voor elk van die afdelingen leidt.

2.7

Met een bijeenkomst van 4 april 2013 en een e-mail van 16 april 2013 heeft Teijin Aramid de medewerkers van QRI nader geïnformeerd over de beoogde reductie van arbeidsplaatsen en de gedwongen ontslagen die daar waarschijnlijk uit zouden volgen.

2.8

Op 25 april 2013 hebben Teijin Aramid en de ondernemingsraad een overlegvergadering gehouden en op 2 mei 2013 heeft een overlegvergadering met de onderdeelcommissie van QRI plaatsgehad. In die laatstgenoemde overlegvergadering is onder meer gebleken dat voor nog 9 fte-arbeidsplaatsen een oplossing moet worden gevonden maar dat nog niet duidelijk is om welke functies het gaat en dat de reductie van de overige 13 fte-arbeidsplaatsen inmiddels al op andere wijze, op basis van vrijwillig vertrek, is gerealiseerd.

2.9

Op 25 juni 2013 heeft de ondernemingsraad zijn advies uitgebracht. Onder “Algemene bevindingen en overwegingen” en “Basis voor advies inkrimping van de formatie van QRI” is in het advies opgenomen:

“Het management van Teijin Aramid beroept zich bij haar keuzes op een financiële noodzaak. Dit is ook voor de QRI reductie aangegeven als belangrijkste factor. Echter, het is momenteel dus niet duidelijk of een FTE QRI meer oplevert dan het kost voor Teijin Aramid. Er loopt al wel een project om specifiek voor product development projecten een kosten-baten analyse te maken, maar de uitkomst is nog niet bekend. De OR constateert vervolgens dat Teijin Aramid een netto winst van 26M€ gerealiseerd heeft in boekjaar 2012, bij een operating income van 12,6M€. Dit overall operating income is sterk beïnvloed door eenmalige tegenvallers, geplande verliezen door voorraad afbouw en de reservering voor de totale reorganisatie, en problemen bij de lancering van nieuwe producten. Kijkend naar de core business van het bedrijf (…) is er een operating income van 38,6M€ gerealiseerd. Dat is nog steeds ver onder het geplande budget, maar nog zeker winstgevend. Voor komend jaar is een operating income gebudgetteerd van 55M€. De OR begrijpt dat de winstgevendheid op langere termijn omhoog moet om investeringen gefinancierd te krijgen, en dat de situatie bij moeder Teijin slecht is. Echter, de cash flow per 1.04.2013 is nog steeds 73.1M€. Naast dat het onduidelijk is wat 22FTE reductie effectief kost of oplevert, is de genoemde financiële noodzaak van een deadline voor realisatie van de reductie per 31-12-2013 afwezig.

(…)

Door de deadline op te rekken kan de reductie opgevangen worden met natuurlijk verloop. De noodzaak tot verklaring van boventalligheid is (…) niet aangetoond. (…) De OR stelt vast dat de in de adviesaanvraag besproken boventalligheid dus niet voortkomt uit gebrek aan werk maar gebrek aan ter beschikking gesteld budget. (…) De directe aanleiding die genoemd is voor de voorgestelde personeelsreductie was een financiële noodzaak tot kostenverlaging, met als target het niveau van 2007. (…) Gaandeweg het proces is het FTE target van 22 FTE echter een target an sich geworden, die losgekoppeld is van financiën (…). (…)

Op basis van bovenstaande concludeert de OR dat nut en noodzaak onvoldoende beargumenteerd zijn, terwijl de gevolgen van het besluit voor QRI ernstig zijn. De gehele motivatie voor de geplande reductie kan samengevat worden als: het is toegezegd aan het moederbedrijf in Japan.”

2.10

De ondernemingsraad heeft bij zijn advies verder gesteld dat hij de strategiewijziging – waarbij kostenreductie leidend is geworden en over de innovatiekracht van QRI nauwelijks wordt gesproken – betreurt. Over de voorgenomen wijziging van de managementstructuur heeft de ondernemingsraad positief geadviseerd. Wat betreft de inkrimping van de formatie van QRI met 22 fte heeft de ondernemingsraad negatief geadviseerd voor zover deze reductie met boventalligheid en gedwongen ontslagen gepaard gaat. Daarbij heeft de ondernemingsraad overwogen dat:

- [Teijin Aramid] niet helder heeft kunnen maken wat de strategische noodzaak is om een reductie uit te voeren.

- [Teijin Aramid] niet duidelijk heeft kunnen maken wat de financiële noodzaak is om een reductie bij QRI uit te voeren.

- [Teijin Aramid] nog niet weet of een FTE bij QRI meer of minder oplevert dan deze kost, en dus onduidelijk is of FTE reducties een positief of negatief effect hebben.

- [Teijin Aramid] niet duidelijk heeft kunnen maken wat de basis is om tot het getal van 22 FTE reductie te komen, anders dan dat “het een target is waar commitment aan gegeven is”.

- [Teijin Aramid] niet duidelijk heeft kunnen maken wat de consequenties zijn als de deadline van realisatie van 31 december 2013 niet gehaald wordt, en daarmee de noodzaak van de deadline.

- de nog te realiseren FTE reductie van 9 FTE ook op basis van natuurlijk verloop gerealiseerd kan worden, door de deadline te verschuiven.

- QRI op basis van peildatum 1 april 2012 al op een besparing van 19 FTE op 31-12-2013 uitkomt.

- De mogelijkheden van vrijwillig vertrek nog niet volledig geëxploreerd zijn.

- Er nog niet duidelijk is hoe boventalligheid en uitwisselbare functies bepaald gaan worden.”

2.11

Bij brief van 4 juli 2013 heeft Teijin Aramid de ondernemingsraad bericht dat zij het besluit overeenkomstig de adviesaanvraag heeft genomen en heeft zij een reactie gegeven op het advies van de ondernemingsraad. Wat betreft de financiële noodzaak van de reductie van arbeidsplaatsen QRI heeft Teijin Aramid in deze brief opgenomen:

Daarmee is de noodzaak van elke van de maatregelen steeds dezelfde: het ingrijpend verbeteren van onze kostenstructuur om concurrerend te worden en te blijven. (…)

Bedrijfseconomisch gezien gaat het slecht met Teijin Ltd, onze moederonderneming. Dit betekent dat investeringsmiddelen schaars zijn en slechts beschikbaar kunnen worden gesteld als er zicht is op een acceptabel rendement. Als Teijin Aramid haar toekomst wil veiligstellen is herstel van winstgevendheid essentieel.(…).

Toegevoegde waarde QRI FTE’S

Als een strategische keuze wordt gemaakt om de beschikbare researchcapaciteit te verminderen wordt een optimale aanwending van die capaciteit alleen maar belangrijker. Het onderzoek waar de OR aan refereert heeft niet zo zeer tot doel om na te gaan of dit voor QRI wel het geval is c.q. is geweest. Doel is het ontwikkelen van een methode waarmee efficiency en de effectiviteit van research inspanningen financieel beter meetbaar kunnen worden gemaakt.

Basis voor vermindering met 22FTE

Basis voor een vermindering van de capaciteit met 22 FTE is de gewijzigde strategie en de vertaling daarvan naar het researchprogramma. Tijdens een reeks van budgetbesprekingen is gezocht naar een voorlopig optimum tussen de omvang/kosten van het instituut en de inhoud van het research programma voor het boekjaar 2013. Anders gezegd: wat kunnen we ons veroorloven in relatie tot wat noodzakelijk en nuttig is qua bijdrage in de huidige situatie van het bedrijf. Het moge duidelijk zijn dat een aantal exploratieve meer risicovolle onderwerpen voor de veel langere termijn daarbij niet meer in het programma zijn opgenomen. Hierin zijn dus duidelijke keuzes gemaakt. Bijlage 1. bij het advies is slechts de weergave van de tussenstand, voorafgaand aan de jaarlijkse budget consolidatie door het management team van Teijin Aramid, die op 23 januari 2013 heeft plaatsgevonden. Bij deze consolidatie is besloten dat het definitieve research budget voor 2013 in totaal 105 manjaar omvat (zie bijlage 2.). De tussenstand en het uiteindelijk geconsolideerde programma, inclusief de vervallen of gereduceerde projecten, zijn de medewerkers van QRI waaronder de OR/OC leden genoegzaam bekend. Ten overvloede is het geheel in de overlegvergadering van 27 juni jl. nog een keer door de Director R&D toegelicht.”(…)

2.12

Ten tijde van de mondelinge behandeling was een (vrijwillige) reductie gerealiseerd van 17,5 fte en was er wat betreft 4,5 fte nog sprake van een (mogelijk) gedwongen vertrek.

3 De gronden van de beslissing

3.1

De ondernemingsraad heeft aan zijn verzoek, zoals hij dat ter zitting nog nader gepreciseerd heeft, ten grondslag gelegd, dat Teijin Aramid bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid niet heeft kunnen komen tot het besluit van 4 juli 2013 met betrekking tot inkrimping van het aantal fte arbeidsplaatsen binnen QRI, voor zover dit leidt tot boventalligheid en gedwongen ontslagen van werknemers. De ondernemingsraad stelt daartoe – naar de Ondernemingskamer begrijpt – dat Teijin Aramid heeft nagelaten, voor zover het advies niet (geheel) is gevolgd, om de ondernemingsraad mede te delen waarom van het advies is afgeweken. Zo heeft Teijin Aramid niet uitgelegd (1) waarom een personeelsreductie bedrijfseconomisch noodzakelijk zou zijn, (2) wat deze reductie bedrijfseconomisch oplevert, (3) waarom de personeelsreductie het aantal van 22 fte moet beslaan, (4) waarom de personeelsreductie nog in 2013 moet geschieden en (5) dat en hoe het besluit zich voor wat betreft de vaststelling van boventalligheid verdraagt met het Ontslagbesluit (besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 december 1998, Stcrt. 1998, 238) en de daarop gebaseerde Beleidsregels ontslagtaak UWV 2012.

3.2

Teijin Aramid heeft zich verweerd. Voor zover nodig zal de Ondernemingskamer hierna op dit verweer ingaan.

3.3

De Ondernemingskamer overweegt als volgt.

3.4

De hiervoor onder (1) tot en met (3) aangevoerde gronden lenen zich voor gezamenlijke behandeling omdat zij alle de bedrijfseconomische motivering van de reductie van arbeidsplaatsen betreffen. Teijin Aramid heeft – in de kern genomen – gesteld dat haar bedrijfsresultaten de afgelopen jaren zijn verslechterd en dat zij, medio 2012, heeft besloten de nadruk te leggen op “cost leadership”. Voor Reseach & Development betekende dit, aldus Teijin Aramid, dat “de activiteiten in de eerste plaats zouden worden gericht op onderzoek dat betrekking had op de optimalisering van de productieprocessen en onderzoek dat direct kon bijdragen aan de verbetering van de verkoopresultaten en dat ander onderzoek alleen zou worden uitgevoerd wanneer dat volgens een kritische kosten/batenanalyse (…) kon èn aandeelhouder Teijin Ltd. bereid was dit te financieren”. Zo heeft zij ook in haar adviesaanvraag over het bestreden besluit opgenomen dat “de focus verlegd (is) naar het verlagen van kosten in de gehele waardeketen”, zoals hiervoor ook onder 2.6 is weergegeven. De ondernemingsraad heeft (onder meer) in zijn verzoekschrift (evenals in zijn advies van 25 juni 2013) gesteld dat hij “(…) zich best (kan) voorstellen dat de winstgevendheid omhoog moet”. De ondernemingsraad heeft in zijn advies echter eveneens te kennen gegeven dat de financiële noodzaak van de door Teijin Aramid gemaakte keuzes voor hem onduidelijk is. Zoals hiervoor onder 2.9 vermeld heeft de ondernemingsraad in zijn advies erop gewezen dat Teijin Aramid in 2012 een netto winst heeft gemaakt, waarbij het operating income weliswaar onder het geplande budget lag, maar het bedrijf nog zeker winstgevend is. Teijin Aramid stelt jaarlijks een maximum budget vast voor haar onderzoeksprogramma, en voor 2013 heeft zij een beperkter en gemaximeerd budget (van € 21,7 miljoen per jaar, hetgeen neerkomt op 105 research manjaren) vastgesteld. Daarbij heeft zij echter nagelaten – naar aanleiding van de herhaalde vragen daarover van de ondernemingsraad – duidelijk toe te lichten waarom, in het licht van de financiële situatie van Teijin Aramid, en hoe haar overwegingen zich vertalen in een personeelsreductie van 22 fte (hetgeen neerkomt op € 1,7 miljoen) voor QRI. Dat en hoe vervolgens op basis van het nieuw vastgestelde budget het onderzoeksprogramma gewijzigd is vastgesteld, is ook pas ter zitting door Teijin Aramid nader toegelicht. Zij stelt wel dat de ondernemingsraad hiervan voldoende op de hoogte was, maar dat is niet aannemelijk. Een duidelijke uiteenzetting naar aanleiding van de desbetreffende vragen en bezwaren van de ondernemingsraad in zijn advies terzake ontbreekt. Het had, gelet op die vragen en bezwaren van de ondernemingsraad, op de weg van Teijin Aramid gelegen hier op een eerder moment, en uiterlijk bij het besluit van 4 juli 2013, uitdrukkelijk op in te gaan en een afdoende toelichting te verschaffen. Ook de korte opsomming van “QR”-afdelingen en daar verdwijnende aantallen fte’s in de adviesaanvraag is uitsluitend een vermelding ‘dat’, doch behelst geen althans een onvoldoende toelichting op het ‘waarom’.

3.5

De Ondernemingskamer is aldus van oordeel dat Teijin Aramid in haar besluit van 4 juli 2013 niet althans onvoldoende is ingegaan op de hiervoor onder (1) tot en met (3) opgesomde door de ondernemingsraad opgeworpen bezwaren. Ook overigens heeft zij haar (voorgenomen) besluit na ontvangst van het advies van de ondernemingsraad niet meer inhoudelijk nader toegelicht, doch ermee volstaan te herhalen dat “[d]e inkrimping van de formatie bij QRI (…) plaats(vindt) in de context van een groot aantal vergelijkbare maatregelen die binnen Teijin Aramid worden gepland, danwel worden of zijn uitgevoerd.”

3.6

Ten aanzien van de onder (5) genoemde grond heeft Teijin Aramid, onweersproken, gesteld dat zij afspraken over arbeidsvoorwaarden en rechtspositionele afwikkeling van reorganisaties heeft gemaakt met de vakorganisaties. Ten aanzien van de onderhavige reorganisatie is zij met de vakorganisaties ‘Maatregelen voor het opvangen van boventalligheid bij Teijin Aramid BV’ overeengekomen. In deze Maatregelen is opgenomen dat de selectie van de betreffende medewerkers plaatsvindt met toepassing van het afspiegelingsbeginsel in de zin van artikel 4.2 van het Ontslagbesluit. Ter zitting heeft de bestuurder van Teijin Aramid nogmaals uitdrukkelijk toegezegd dat Teijin Aramid zich aan de ontslagregels waaronder het afspiegelingsbeginsel zal houden. Indien het besluit van 4 juli 2013 een afwijking van de toepassing van het afspiegelingsbeginsel of andere ontslagregels zou inhouden, of een dergelijke afwijking zou uit het besluit voortvloeien, dan zou die afwijking (naar de ondernemingsraad heeft gesteld) binnen het adviesrecht van de ondernemingsraad vallen. Van een dergelijke afwijking is hier evenwel geen sprake. Voor zover de ondernemingsraad heeft betoogd dat de met de vakbonden afgesproken Maatregelen – naar de Ondernemingskamer begrijpt: waar zij de personele gevolgen van het besluit regelen – onvoldoende recht (kunnen) doen aan toepassing van het afspiegelingsbeginsel, heeft hij dat betoog niet, althans onvoldoende, concreet toegelicht en aannemelijk weten te maken.

3.7

Gelet op het hiervoor onder 3.4 tot en met 3.6 overwogene luidt de slotsom dat Teijin Aramid bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 4 juli 2013 voor zover dat ziet op de reductie van arbeidsplaatsen van QRI. De gevraagde voorzieningen zullen worden toegewezen zoals hierna te vermelden. Bij behandeling van zijn overige stellingen heeft de ondernemingsraad geen belang.

4. De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart dat Teijin Aramid B.V., gevestigd te Arnhem, bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 4 juli 2013 voor zover dit besluit ziet op de reductie van personeelsbezetting van QRI met 22 fte;

legt aan Teijin Aramid B.V. de verplichting op om het besluit in te trekken voor zover dit niet (de facto) is uitgevoerd als gevolg van door werknemers vrijwillig genomen ontslag en om de gevolgen van het besluit ongedaan te maken voor zover de betrokken werknemers boventallig zijn verklaard en/of gedwongen zijn ontslagen;

verbiedt Teijin Aramid B.V. verdere uitvoering te geven aan het besluit;

wijst het meer of anders verzochte af;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. E.F. Faase en mr. H.T. van der Meer, raadsheren, en E.R. Bunt en drs. J. van den Belt, raden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Wees, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 14 januari 2014.