Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:2038

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
03-06-2014
Datum publicatie
04-06-2014
Zaaknummer
200.134.326/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hebben de notarissen onzorgvuldig gehandeld bij de verkoop en levering van een onroerende zaak? Uitspraak eerste aanleg gepucliceerd onder ECLI:NL:TNOKSHE:2013:9

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.134.326/01 NOT

nummer eerste aanleg : SHE/2013/3

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 3 juni 2014

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Falaste B.V.,

gevestigd te Sterksel,

appellante,

tegen:

[notaris 1],

notaris te[vestigingsplaats 1],

[notaris 2],

notaris te [vestigingsplaats 2],

geïntimeerden.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellante (hierna: klaagster) is bij een op 20 september 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met bijlagen – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de (aan deze beslissing gehechte) beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 16 september 2013, waarbij de kamer de klachten van klaagster tegen geïntimeerden (hierna: respectievelijk [notaris 1], [notaris 2]en tezamen de notarissen) ongegrond heeft verklaard.

1.2.

Van de zijde van de notarissen is op 31 oktober 2013 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

Van de zijde van klaagster zijn op 19 maart 2014 nog aanvullende stukken ingediend.

1.4.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 20 maart 2014. Namens klaagster is ter zitting verschenen haar [directeur] (hierna: [directeur]). [notaris 1] is verschenen en heeft verklaard mede namens [notaris 2]het woord te zullen voeren. [directeur] en [notaris 1] hebben het woord gevoerd, ieder aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota..

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten zal uitgaan.

4 Het standpunt van klaagster

Klaagster verwijt de notarissen dat zij onzorgvuldig hebben gehandeld bij de verkoop en levering van de onroerende zaak aan [adres] (hierna: de onroerende zaak). De notarissen hebben onvoldoende onderzoek gedaan naar de eigendom van de onroerende zaak. De verkopers bij de transactie,[verkoper 1]en[verkoper 2], waren niet bevoegd tot verkoop van de onroerende zaak omdat klaagster daarvan eigenaresse was. De notarissen hebben voorts nagelaten na te gaan of de onroerende zaak vrij van gebruiksrechten en geheel ontruimd was. Bij raadpleging van het handelsregister van de Kamer van koophandel had de notaris kunnen zien dat klaagster op de onroerende zaak kantoor hield.

5 Het standpunt van de notarissen

De notarissen hebben gemotiveerd verweer gevoerd, waarop het hof in zijn beoordeling (voor zover van belang) nader zal ingaan.

6 De beoordeling

6.1.

Bij repliek in eerste aanleg heeft klaagster de kamer verzocht de notarissen te veroordelen aan haar schade te vergoeden. Dit verzoek, waarop in eerste aanleg niet is beslist, is in hoger beroep herhaald. Klaagster moet in dat verzoek niet ontvankelijk worden verklaard. In een notarieel-tuchtrechtelijke procedure bestaat geen mogelijkheid tot een veroordeling van de notarissen om de door klaagster gestelde geleden schade te vergoeden.

6.2.

Het meest verstrekkende verweer van de notarissen ten gronde is dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen, omdat klaagster geen belanghebbende is. Het hof verenigt zich met het oordeel dat de kamer daarover heeft gegeven en de gronden waarop het berust, zodat klaagster in haar klacht kan worden ontvangen. De klacht van klaagster is gebaseerd op de stelling dat de notarissen hun medewerking hebben verleend aan de verkoop en levering van een onroerende zaak waarvan zij eigenaresse was. Dat maakt klaagster belanghebbende in deze procedure.

6.3.

Verder is het hof met de kamer van oordeel dat de klacht tegen [notaris 2]ongegrond dient te worden verklaard. Ook in hoger beroep is niet aannemelijk geworden dat hij als door [notaris 1] waargenomen notaris enige betrokkenheid heeft gehad bij het opstellen of passeren van de koopovereenkomst of akte van levering.

6.4.

Ten aanzien van de klachten, voor zover ingediend tegen [notaris 1] overweegt het hof als volgt. Voorop wordt gesteld dat klaagster, anders dan zij suggereert, nimmer eigenaar is geworden van de onroerende zaak aangezien deze niet aan klaagster is geleverd. Een akte van levering is zelfs niet opgemaakt. Voorts was de op [datum] getekende koopovereenkomst met betrekking tot de onroerende zaak, waarin klaagster als mede koopster optrad, niet kenbaar voor [notaris 1] aangezien deze niet in de openbare registers was ingeschreven. De stelling van klaagster dat [notaris 1] bekend was met die koopovereenkomst omdat hij daarover veelvuldig contact had gehad met [een andere notaris], die de desbetreffende koopovereenkomst had opgesteld, heeft klaagster tegenover de uitdrukkelijk betwisting daarvan door [notaris 1] onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daarnaast voert het te ver om van een notaris te verlangen dat deze de kamer van koophandel raadpleegt om vast te stellen of er een onderneming in het gekochte is gevestigd of dat deze een te verkopen onroerende zaak bezoekt om te kijken of zich daarin al dan geen huurders bevinden. Een notaris kan in beginsel volstaan met aan de verkopende partij te vragen of zich huurders in het verkochte bevinden, zoals [notaris 1], naar hij onweersproken heeft gesteld, in dit geval ook heeft gedaan. Van enig klachtwaardig handelen in dezen door [notaris 1] is naar het oordeel van het hof dan ook niet gebleken.

6.5.

De klacht is ongegrond. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet kan leiden tot een andere beslissing.

6.6.

Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7 De beslissing

Het hof:

- verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar verzoek de notarissen tot schadevergoeding te veroordelen;

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.M.A. Verscheure en G. Kleykamp-van der Ben en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 3 juni 2014 door de rolraadsheer.