Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:2028

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
27-05-2014
Datum publicatie
06-06-2014
Zaaknummer
23-005230-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Invoer cocaïne in Nederland en voorbereiding daartoe. Verweer m.b.t. dataretentierichtlijn verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2014/206
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-005230-12

datum uitspraak: 27 mei 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 22 november 2012 in de strafzaak onder parketnummer 15-840155-11 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

adres: [adres 1],

thans gedetineerd in [adres 2].

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door de rechtbank Haarlem vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 3 is ten laste gelegd, te weten deelname aan een criminele organisatie als bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Het hoger beroep van het openbaar ministerie is, blijkens de zich in het dossier bevindende appelakte, onbeperkt ingesteld. Blijkens de appelschriftuur van het openbaar ministerie en de mededeling van de advocaat-generaal op de terechtzitting heeft het openbaar ministerie geen rechtsmiddel willen aanwenden tegen de in het vonnis waarvan beroep genomen beslissing ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde. Het hof zal dan ook het openbaar ministerie in zoverre niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzittingen in hoger beroep van
9 oktober 2013, 17 april 2014, 18 april 2014 en 13 mei 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is - voor zover thans in hoger beroep nog aan de orde - ten laste gelegd dat

Feit 1:
(Zaaksdossier B3)

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 augustus 2011 tot en met 27 september 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Haarlem en/of Amsterdam en/of te Rotterdam en/of (elders) in Nederland en/of te Sao Paulo, Brazilië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of

- een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en),
immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens)

- ( meermalen) met elkaar en/of met (een) (contactpersoon van) opdrachtgever(s) en/of afnemers (telefonisch) contact gelegd en/of onderhouden en/of

- ( meermalen) (telefonisch) aan/van elkaar of een ander of anderen informatie verstrekt en/of ontvangen over de prijs en/of hoeveelheid van (een) hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen en/of

- ( meermalen) (telefonisch) informatie verstrekt en/of instructie(s) gegeven en/of informatie en/of instructie(s) ontvangen ten behoeve van invoer van en/of de overdracht van een of meer hoeveelheden verdovende middelen en/of

- ( meermalen) (telefonisch) dienstroosters en/of werktijden ter beschikking gesteld en/of doorgegeven en/of gevraagd en/of ontvangen en/of

- ( meermalen) vlucht- en/of bagage- en/of reizigersgegevens doorgegeven en/of ontvangen en/of

- ( meermalen) afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en/of (meermalen) (een) ontmoeting(en) gehad en/of gearrangeerd en/of

- ( meermalen) bij die ontmoeting(en) papieren/documenten verstrekt en/of ontvangen en/of getoond en/of bekeken en/of

- ( meermalen) overleg heeft gevoerd en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt over de omvang/hoogte van borg en/of betaling en/of beloning voor het verlenen van diensten en/of het verrichten van werkzaamheden en/of

- ( daartoe) (meermalen) geld heeft ontvangen en/of gegeven;

Feit 2:
(Zaaksdossier B4)

Primair:

hij op of omstreeks 3 november 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht, al dan niet als bedoeld als bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, ongeveer 8000,9 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;


Subsidiair:
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 14 oktober 2011 tot en met 3 november 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer en/of Amsterdam en/of te Rotterdam en/of (elders) in Nederland en/of te Sao Paulo, Brazilië, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst 1, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of

- een of meer anderen getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen, mede te plegen, uit te lokken en/of daarbij behulpzaam te zijn en/of daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen (telkens)

- ( meermalen) met elkaar en/of met (een) (contactpersoon van) opdrachtgever(s) en/of afnemers (telefonisch) contact gelegd en/of onderhouden en/of

- ( meermalen) (telefonisch) aan/van elkaar of een ander of anderen informatie verstrekt en/of ontvangen over de prijs en/of hoeveelheid van (een) hoeveelhe(i)d(en) verdovende middelen en/of

- ( meermalen) (telefonisch) informatie verstrekt en/of instructie(s) gegeven en/of informatie en/of instructie(s) ontvangen ten behoeve van invoer van en/of de overdracht van een of meer hoeveelheden verdovende middelen en/of

- ( meermalen) (telefonisch) dienstroosters en/of werktijden ter beschikking gesteld en/of doorgegeven en/of gevraagd en/of ontvangen en/of

- ( meermalen) vlucht- en/of bagage- en/of reizigersgegevens doorgegeven en/of ontvangen en/of

- ( meermalen) afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en/of meermalen ontmoetingen gehad en/of gearrangeerd en/of

- ( meermalen) bij die ontmoeting(en) papieren/documenten verstrekt en/of ontvangen en/of getoond en/of bekeken en/of

- ( meermalen) overleg heeft gevoerd en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt over de omvang/hoogte van borg en/of betaling en/of beloning voor het verlenen van diensten en/of het verrichten van werkzaamheden en/of

- ( daartoe) (meermalen) geld heeft ontvangen en/of gegeven.


Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep – voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.

Vormverzuimen bij het voorbereidend onderzoek

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat sprake is van de navolgende ernstige en onherstelbare vormverzuimen in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering (Sv):

a. a) In de beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 april 2014, C-293/12 en C-594/12 (Digital Rights Ireland en Seitlinger e.a.) is het Hof tot het oordeel gekomen dat de Richtlijn 2006/24/EG ongeldig/onrechtmatig is wegens strijd met onder andere artikel 8 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). Naar het oordeel van de verdediging is door deze beslissing ook de implementatie waarbij de bedoelde richtlijn in onder andere de Nederlandse Telecommunicatiewet is verwerkt onrechtmatig, met als gevolg dat de Telecommunicatiewet ongeldig is geworden. Het laatste leidt tot de conclusie dat alle gegevens die zijn verkregen met toepassing van de Telecommunicatiewet uit geautomatiseerde databanken van telecomproviders moeten worden uitgesloten van enige bewijsconstructie en dat ook alle aanvragen waarin dergelijke informatie is gebruikt en tot afgifte van verdere [bijnaam medeverdachte 8]-beschikkingen heeft geleid, dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat de Telecommunicatiewet – mocht geconcludeerd worden dat deze wel geldig is - in strijd is met artikel 8 EVRM omdat in deze wet de ongeldig verklaarde Richtlijn is geïmplementeerd;

b) In het onderzoek Hazelaar is gebruik gemaakt van een doorlopende machtiging voor de vordering ex artikel 126nd Sv om vlucht- en boekingsgegevens op te vragen van de vlucht KL 0744 vanuit Lima naar Amsterdam, hetgeen strijdig is met artikel 126nd, derde lid Sv. Door gebruik te maken van voornoemde machtiging heeft het openbaar ministerie dan ook verzuimd om de wettelijk vastgestelde vormvoorschriften na te leven, welk verzuim onherstelbaar is. Gelet op de aard van de geschonden norm en het belang daarvan dient bewijsuitsluiting te volgen;

c) Van de telefoongesprekken die zijn opgenomen in de periode van 2 mei 2011 tot en met 5 mei 2011 is niet binnen drie dagen proces-verbaal opgemaakt, hetgeen strijdig is met artikel 126m, vijfde lid jo 126l, achtste lid Sv. Dit levert een onherstelbaar vormverzuim op, waarbij de onrechtmatigheid van een dusdanige aard is dat bewijsuitsluiting dient te volgen.

Subsidiair dienen de drie vormverzuimen tezamen, vooral gelet op het belang van het onder a genoemde verzuim, tot strafvermindering te leiden, aldus de raadsman.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Bij de beoordeling van deze verweren moet voorop worden gesteld dat bewijsuitsluiting op grond van artikel 359a, eerste lid,art. 359a lid 1 Sv uitsluitend aan de orde kan komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen, en slechts in aanmerking komt indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Wat dat laatste betreft geldt dat een schending van het in art. 8artikel 8 EVRM gegarandeerde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zonder meer een inbreuk oplevert op de in art. 6artikel 6 EVRM vervatte waarborg van een eerlijk proces en dat aan een niet gerechtvaardigde inbreuk op het door het eerste lid van artikel 8eerste lid van art. 8 EVRM gewaarborgde recht in de strafprocedure tegen de verdachte geen rechtsgevolgen behoeven te worden verbonden, mits zijn recht op een eerlijk proces zoals bedoeld in art. 6, eerste lidartikel 6, eerste lid, EVRM wordt gewaarborgd. Daarbij geldt dat het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, niet kan worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang. Een eventuele schending van dit belang levert dus niet een nadeel op als bedoeld in artikel 359a, tweede lid, Sv.

Toepassing van bewijsuitsluiting kan noodzakelijk zijn ter verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6artikel 6 EVRM. Voorts kan ook als het recht van de verdachte op een eerlijk proces niet (rechtstreeks) aan de orde is, maar een ander belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden, toepassing van bewijsuitsluiting noodzakelijk worden geacht als middel om toekomstige vergelijkbare vormverzuimen die onrechtmatige bewijsgaring tot gevolg hebben, te voorkomen en een krachtige stimulans te laten bestaan tot handelen in overeenstemming met de voorgeschreven norm. Een dergelijke toepassing van bewijsuitsluiting als rechtsstatelijke waarborg en als middel om met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren te weerhouden van onrechtmatig optreden kan in beeld komen als sprake is van een vormverzuim dat resulteert in een zeer ingrijpende inbreuk op een grondrecht van de verdachte. Toepassing van bewijsuitsluiting is voorts niet onder alle omstandigheden uitgesloten als sprake is van de - zeer uitzonderlijke - situatie dat het desbetreffende vormverzuim, naar uit objectieve gegevens blijkt, zozeer bij herhaling voorkomt dat zijn structureel karakter vaststaat en de verantwoordelijke autoriteiten zich onvoldoende inspanningen hebben getroost overtredingen van het desbetreffende voorschrift te voorkomen. Bovenstaande overwegingen volgen uit de jurisprudentie van de Hoge Raad.

a. a) Bij de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens van 18 juli 2009 zijn wijzigingen doorgevoerd van de Telecommunicatiewet en de Wet op de economische delicten in verband met de implementatie van Richtlijn 2006/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de bewaring van gegevens die zijn verwerkt in verband met het aanbieden van openbaar beschikbare elektronische communicatiediensten of van openbare communicatienetwerken en tot wijziging van Richtlijn 2002/58/EG (hierna: de richtlijn dataretentie). De genoemde wet, waarbij de richtlijn in het Nederlandse recht is geïmplementeerd, is in werking getreden op 1 september 2009 (Stb. 2009, 360).

De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens is een wet die na behandeling in de Tweede en Eerste Kamer is aangenomen en in werking is getreden. De rechtskracht is daarbij gebaseerd op artikel 87 van de Grondwet. De door de verdediging ingenomen algemene stelling dat door het ongeldig verklaren van een Europese richtlijn tevens de implementatie van de richtlijn ongeldig moet worden geacht, vindt geen steun in het recht. De Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens vindt immers zijn grondslag en geldigheid in artikel 87 van de Grondwet. Het betoog van de verdediging voor zover daarbij wordt uitgegaan van de ongeldigheid van de Telecommunicatiewet mist aldus feitelijke grondslag.

Met betrekking tot het betoog dat de Nederlandse Telecommunicatiewet zelf niet voldoet aan het EVRM en dat bij toepassing van deze wet sprake is van schending van artikel 8 EVRM en bewijsuitsluiting dient te volgen overweegt het hof het volgende.

De verdediging heeft niet aangegeven in welk opzicht de belangen van de verdachte door toepassing van de Telecommunicatiewet zouden zijn geschonden. Ook is niet aangegeven in welk opzicht aan het recht van de verdachte op een eerlijke berechting te kort zou zijn gedaan.

In aanmerking genomen hetgeen is aangevoerd, tegen de achtergrond van de jurisprudentie van de Hoge Raad zoals hierboven uiteen gezet en waaruit volgt dat een schending van artikel 8 EVRM niet zonder meer een inbreuk oplevert op de in artikel 6 EVRM vervatte waarborg van een eerlijk proces, komt het hof tot het oordeel dat het verweer reeds wegens een onvoldoende onderbouwing dient te worden verworpen.

Ten overvloede overweegt het hof dat uit de memorie van toelichting bij de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens (TK 2006-2007, 31 145, nr. 3, blz. 24) kan worden afgeleid dat bij de implementatie van de richtlijn dataretentie nadrukkelijk de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in ogenschouw is genomen. De Nederlandse wet is daarbij voor wat betreft de bewaartermijn van gegevens strikter dan de richtlijn dataretentie. In de Nederlandse wet is deze korter namelijk 18 maanden dan volgens de richtlijn dataretentie mogelijk zou zijn te weten 24 maanden.

b) Het hof kan zich vinden en sluit zich aan bij de constateringen en de overwegingen van de rechtbank omtrent het gebruik van een doorlopende machtiging voor de vordering ex artikel 126nd Sv om vlucht- en boekingsgegevens op te vragen.

In het onderzoek Hazelaar (welk onderzoek is voortgezet in onderzoek Vinson, waar de zaak van de verdachte deel van uit maakt) is gebruik gemaakt van een doorlopende machtiging voor de vordering ex artikel 126nd Sv om vlucht- en boekingsgegevens op te vragen van de vlucht KL 0744 vanuit Lima naar Amsterdam, hetgeen strijdig is met artikel 126nd, derde lid Sv. Hierin wordt immers vereist dat –indien bekend- de naam van de persoon van wie de gegevens worden gevorderd, wordt vermeld en dat ook overigens wordt vermeld een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de gegevens die worden gevorderd en de termijn waarbinnen en de wijze waarop deze dienen te worden verstrekt. Het hof stelt vast dat voornoemde machtiging niet voldeed aan de eisen die in de wet daaraan worden gesteld. Door gebruik te maken van voornoemde machtiging heeft het openbaar ministerie dan ook verzuimd om de wettelijk vastgestelde vormvoorschriften na te leven, welk verzuim onherstelbaar is. Bij de beoordeling van de vraag welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden, moet worden gelet op het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt. De bepaling van artikel 126nd Sv dient er toe de persoonlijke levenssfeer van de burger te beschermen en beoogt dat niet zonder voorafgaande toetsing en toestemming van de officier van justitie gegevens als bedoeld in dit artikel, in casu persoons- en passagiersgegevens, respectievelijk boekings-/reserveringsgegevens, worden opgevraagd. Uit het dossier (proces-verbaal van relaas Hazelaar, p. 5) maakt het hof op dat voornoemde machtiging is gebruikt nadat hiervoor door de officier van justitie toestemming was verleend. In zoverre is in elk geval voldaan aan de strekking van de bepaling. Voorts heeft het gebruik maken van deze machtiging niet geleid tot het bekend worden van enige persoonlijke informatie van de verdachte, nu de verdachte niet op voornoemde vlucht gezeten heeft. Het hof is dan ook van oordeel dat de verdachte niet is geschaad in het door voornoemd artikel rechtens te beschermen belang – te weten zijn persoonlijke levenssfeer – en geen nadeel heeft ondervonden door voornoemd vormverzuim. Ook door de verdediging is niets aangevoerd omtrent enig door de verdachte geleden nadeel. Aan het recht van de verdachte op een eerlijk proces is met de ongerechtvaardigde inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer in het onderhavige geval niet tekort gedaan, terwijl naar het oordeel van het hof evenmin sprake is van een zodanig aanzienlijke schending van een ander voorschrift dat bewijsuitsluiting op zijn plaats is. Het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting wordt dan ook verworpen en het hof zal volstaan met de enkele constatering van het verzuim en ziet geen aanleiding hier enig gevolg aan te verbinden.

c) Gebleken is dat van de telefoongesprekken die zijn opgenomen in de periode van 2 mei 2011 tot en met 5 mei 2011 niet binnen drie dagen, proces-verbaal is opgemaakt, hetgeen in strijd is met artikel 126m, vijfde lid jo 126l, achtste lid Sv. Deze wettelijke verplichting heeft geen verdere strekking dan dat binnen die termijn in een proces-verbaal wordt gerelateerd dat is afgetapt en opgenomen, in welke zaak dit is gebeurd en welke persoon dit betreft. Dit voorschrift dient dan ook geen belang van de verdachte, maar is gericht op de integriteit van de opsporing. De verdachte, van wie dus geen rechtens te beschermen belang in het geding is, kan zich niet op de niet of niet juiste naleving van dit voorschrift beroepen. Het verweer strekkende tot bewijsuitsluiting wordt dan ook verworpen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ziet het hof geen aanleiding tot strafvermindering.

Overwegingen omtrent het bewijs en bespreking van bewijsverweren

Het standpunt van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep, naast de reeds besproken verweren, bepleit de verdachte vrij te spreken van alle aan hem ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. De raadsman heeft daartoe, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd:

- Feiten 1 en 2:

Uit de bewijsmiddelen blijkt niet dat de gestelde voorbereidings- en bevorderingshandelingen gericht waren op de invoer van cocaïne, dan wel dat de verdachte daarvan op de hoogte was of had moeten zijn. De verdachte heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 2] bezig was met het organiseren van feesten. In die context moeten de tapgesprekken dan ook worden gelezen.

De verdachte stelt zich daarbij op het standpunt dat het niet mogelijk is dat de e-mail van [e-mailadres 1] en het e-ticket op naam van [medeverdachte 3] bij hem thuis zijn aangetroffen, zoals uit het dossier volgt. Verbalisant [verbalisant 1] is hiertoe gehoord bij de rechter-commissaris. Hij kon niet reproduceren waar de stukken in de woning zouden zijn aangetroffen. Ook was de vriendin van de verdachte in de woning tijdens de doorzoeking en zij hoorde iemand zeggen: “dat had je niet moeten doen” of “dat mag je niet doen”. Aan de vriendin van verdachte zijn direct na de zoeking de goederen getoond die in beslag zijn genomen en daar zat volgens haar geen e-ticket of e-mail bij en ook heeft zij deze bescheiden niet op enig moment in de woning zien liggen. Tijdens de doorzoeking in de woning van de verdachte kwamen er later een man en een vrouw bij. Mogelijk kwamen zij van de zoeking in de woning van [medeverdachte 1], die op diezelfde dag plaatsvond, en zijn per abuis bescheiden uit die zoeking op de beslaglijst van de verdachte terecht gekomen. De e-mail en het e-ticket mogen derhalve niet in belastende zin tegen de verdachte worden gebruikt.
Subsidiair is sprake van een voortgezette handeling, hetgeen meegenomen dient te worden in de strafmaat.

Oordeel van het hof

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Feit 1:

(Zaaksdossier B3)

hij in de periode van 4 september 2011 tot en met 27 september 2011 te Nederland en te Brazilië, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, voor te bereiden

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders wist(en) dat zij bestemd waren tot het plegen van dat die feit(en),

immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededaders, één of meermalen

- met elkaar en/of met (een) (contactpersoon van) opdrachtgever(s) en/of afnemers (telefonisch) contact gelegd en/of onderhouden en/of

- ( telefonisch) informatie verstrekt en/of instructie(s) gegeven en/of informatie en/of instructie(s) ontvangen ten behoeve van invoer van en/of de overdracht van een of meer hoeveelheden verdovende middelen en/of

- ( telefonisch) werktijden ter beschikking gesteld en/of doorgegeven en/of gevraagd en/of ontvangen en/of

- vlucht- en/of bagagegegevens doorgegeven en/of ontvangen en/of

- afspraken gemaakt om elkaar te ontmoeten en/of (meermalen) (een) ontmoeting(en) gehad en/of

- overleg gevoerd en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt over de omvang/hoogte van borg en/of betaling en/of beloning voor het verlenen van diensten en/of het verrichten van werkzaamheden;

Feit 2:

(Zaaksdossier B4)
Primair

hij op 3 november 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht 8000,9 gram cocaïne.

Hetgeen onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

De bewijsmiddelen

Algemeen

Telecomgegevens

In het onderzoek Hazelaar, later Vinson, zijn verschillende telefoonnummers naar voren gekomen. Naar aanleiding van de processen-verbaal van identiteit betreffende de verschillende verdachten, de processen-verbaal van bevindingen onderzoek IBN goederen, de processen-verbaal van onderzoek telecommunicatiegebruik en in enkele gevallen de verklaringen van de verdachten zelf zal het hof de volgende telefoonnummers aan de volgende verdachten toeschrijven.

Nummer van de verdachte [medeverdachte 4]

[telefoonnummer 23]

Nummer van de verdachte [medeverdachte 5]

[telefoonnummer 23] (T101)

Nummer van de verdachte [medeverdachte 6]

[telefoonnummer 23] )

Nummers van de verdachte [medeverdachte 2]

  • -

    [telefoonnummer 23]

  • -

    [telefoonnummer 23]

  • -

    [telefoonnummer 23]

Nummers van de verdachte [medeverdachte 1]

  • -

    [telefoonnummer 23]

  • -

    [telefoonnummer 23]

Nummers van de verdachte [verdachte]

  • -

    [telefoonnummer 23]

  • -

    [telefoonnummer 23]

Nummers van de verdachte [medeverdachte 7]

  • -

    [telefoonnummer 23]

  • -

    [telefoonnummer 23]

Nummer van de verdachte [medeverdachte 8]

[telefoonnummer 23]

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat het hof er niet zomaar van uit kan gaan dat de verdachte de tapgesprekken heeft gevoerd waarin zijn naam genoemd staat, nu er geen processen-verbaal van stemherkenning in het dossier zitten. Ook al zijn enkele toestellen dan wel simkaarten met nummers die zijn getapt in de woning van de verdachte aangetroffen, betekent dit nog niet dat de verdachte alle gesprekken met die aangetroffen nummers heeft gevoerd.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Uit het proces-verbaal van onderzoek telecommunicatiegebruik [verdachte], dossierpagina’s (C8) 24 e.v., volgt dat het telefoonnummer [telefoonnummer verdachte 1] ten name is gesteld van de verdachte. Voorts blijkt dat tijdens de aanhouding van de verdachte twee mobiele telefoons in beslag zijn genomen. Aan deze mobiele telefoons zijn de nummers [telefoonnummer verdachte 1] en [telefoonnummer verdachte 2] gekoppeld. Door verbalisanten is middels stemvergelijking vastgesteld dat de gebruiker van deze telefoonnummers één en dezelfde persoon is, te weten [verdachte]. Het hof is op grond hiervan van oordeel dat de gesprekken gevoerd met voornoemde telefoonnummers aan de verdachte kunnen worden toegeschreven. Dat er geen proces-verbaal van stemherkenning is opgemaakt, doet hier niet aan af. Daarbij heeft de verdachte – die zich vrijwel uitsluitend op zijn zwijgrecht heeft beroepen – wanneer hem gesprekken die op grond van het dossier aan hem worden toegeschreven werden voorgehouden nimmer ontkend deze gesprekken gevoerd te hebben. Het hof zal de gesprekken gevoerd met voornoemde telefoonnummers dan ook aan de verdachte toeschrijven.

Bijnamen

In de tapgesprekken in het onderzoek Vinson is veelvuldig gebruik gemaakt van bijnamen voor verschillende verdachten.

[medeverdachte 5] wordt in diverse contacten aangesproken als ‘[bijnaam medeverdachte 5]’ (dossierpagina’s (B3) 176 en 114).

[medeverdachte 4] wordt door medeverdachten ook wel ‘[bijnaam medeverdachte 4]’ en ‘[bijnaam medeverdachte 4]’ genoemd (dossierpagina’s (C1) 61-62 en (B3) 184).

[medeverdachte 6] en[medeverdachte 9] worden ‘[bijnaam medeverdachte 6/9]’ genoemd (dossierpagina’s (C6) 70-71, (C5) 66, (C5) 63-66 en (C6) 68-69).

[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij ‘[bijnaam medeverdachte 2]’ wordt genoemd (dossierpagina’s (C5) 55 en 66). Voorts is gebleken dat [medeverdachte 2] door medeverdachten ook ‘[bijnaam medeverdachte 2]’, respectievelijk ‘[bijnaam medeverdachte 2]’ wordt genoemd (dossierpagina’s (C3) 77, (B3) 143 e.v. en 147.

[medeverdachte 7] heeft verklaard dat hij ‘[bijnaam medeverdachte 7]’ en ‘[bijnaam medeverdachte 7]’ wordt genoemd (dossierpagina’s (C6) 58 en 67). Voorts is gebleken dat [medeverdachte 7] door medeverdachten ook ‘[bijnaam medeverdachte 7]’ wordt genoemd (dossierpagina’s (C3) 79-80).

[medeverdachte 1] heeft verklaard dat haar bijnaam ‘[medeverdachte 1]’ is (dossierpagina (C7) 73).

[medeverdachte 8] heeft verklaard dat hij ook ‘[bijnaam medeverdachte 8]’ wordt genoemd (dossierpagina (C9) 44). Voorts is gebleken dat [medeverdachte 8] door medeverdachten ook ‘[bijnaam medeverdachte 8]’ genoemd wordt (dossierpagina (B3) 47).

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is het hof van oordeel dat de genoemde bijnamen behoren bij de daarbij genoemde verdachten.

Uitgaande van deze vaststellingen zal bij de bewijsmiddelen door middel van ‘[…]’ worden aangegeven wie bij welke gesprekken betrokken is.

Feit 1

4 september – 27 september 2011

1.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een opgenomen OVC-gesprek van 4 september 2011 (doorgenummerde pagina’s (B3) 150 tot en met 161).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: OVC [medeverdachte 6] [nummer]

Te horen zijn [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] [het hof begrijpt: [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9]]

19:27 uur: Te horen is dat een man bij [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] in de auto stapt. Dit blijkt [bijnaam medeverdachte 7] [het hof begrijpt hier en hierna: [medeverdachte 7]] te zijn: stemherkenning.

[medeverdachte 7]: Kijk hier begint zijn dienst, 12, 13, hier is die man vrij. Waar A staat, is hij vrij.

[medeverdachte 7]: Kijk maar hier is die man vrij, dus zo ga je door, hier is dagdienst, avonddienst en ga zo door de weken.

[medeverdachte 7]: Ik heb met die man afgesproken dat zodra hij zijn winter rooster heeft, hij het aan me geeft en dan geef ik het aan jullie. Dus vouw deze op. Als die man een dag vrij is, dan belt hij me en dan geef ik jullie door.

[medeverdachte 6]: Dit is… Martinair is er nu niet?

[medeverdachte 7]: De 623 komt zaterdag.

[medeverdachte 7]: Dit mogen jullie houden, maar geef het aan niemand.

[medeverdachte 6]: Ik heb het al gezien, volgende week is weer 12. Hier… deze hele week is al klaar.

[medeverdachte 9]: Dat is lang.

[bijnaam medeverdachte 7] stapt uit de auto bij [medeverdachte 9] en [medeverdachte 6]

[medeverdachte 9]: Die vriend van Mocco kan 12 beginnen.

[medeverdachte 9]: Sjonge, sjonge is lang man.

: Is lang.

[medeverdachte 9]: We moeten aan Poei vragen of hij heeft.

[bijnaam medeverdachte 7] stapt in de auto

[medeverdachte 9]: Dus je ziet vanaf 12 beginnen ze.

[medeverdachte 7]: Ja.

[medeverdachte 7]: Dan moet je kijken met welk vlucht kunnen ze werken. Kijk hier heb ik geschreven. Hier moet je kijken. Kijk, maandag hier, dan vertrekt ie zondag. Dus deze.

[medeverdachte 9]: Nee, niet deze, deze is Braziliaans.

[medeverdachte 7]: Ooh, Brazil komt elke dag.

[medeverdachte 9]: Brazilië is ’s avonds.

[medeverdachte 7]: Want kijk die Santo komt zondag voor half 12, andere keer één uur, andere keer vijf over één. We gaan ze ’s avonds/ snachts eruit halen. Soms vertraagt het en als het vertraagt dan is de tijd kort. Als je wil kan je ook 5 uur nemen ook.
[medeverdachte 9]: Ja, maar liefst savonds/snachts.

[medeverdachte 7]: Donderdag werken die mannen, dus woensdag zetten die mannen en dan komt het donderdag aan. Dat kan. Kijk nu, dus die mannen zetten het 14, dan komt het 15 aan.

[medeverdachte 7]: Die mannen kunnen werken op zaterdag, ze zetten het zaterdag, dan komt het zondag. Toch?

[medeverdachte 6]: Ja.

[medeverdachte 7]: Dus hier kunnen die mannen ook.. 24e werken die mannen en 25 komt het hier aan.

[medeverdachte 6]: Welke datum is dit?

[medeverdachte 7]: 25 zondag.

[medeverdachte 7]: 24 en 25 kan beide.

[medeverdachte 6]: Dus die mannen kunnen het vrijdag zetten en wij nemen het hier zaterdag.

[medeverdachte 7]: Ja toch. Die mannen kunnen ook zaterdag zetten dan nemen wij het zondag hier.

[medeverdachte 7]: Kijk, zaterdag 24, zaterdag vliegt deze kist, zaterdag is hier, dus voor deze kan je 24 sept gebruiken, 23 zetten die mannen het, dan komt het zaterdag hier aan.

[medeverdachte 7]: Zondag ook, kijk, zondag hier, de 623, dan moeten die mannen die 25 september gebruiken.

[medeverdachte 9]: Maar eerder niet, he?

[medeverdachte 6]: Nee.

Geluid van een deur die dicht slaat.

[medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] blijven in de auto zitten.

De deur gaat open een man komt in de auto zitten. Dit blijkt [medeverdachte 5] [het hof begrijpt hier en hierna: [medeverdachte 5]] te zijn: stemherkenning.

[medeverdachte 5]: Wat willen ze nu dan?

[medeverdachte 6]: Als je andere hebt. Voor deze week, want hij is onderweg.

[medeverdachte 5]: Ik ga hem bellen en kijken of hij dagen heeft.

[medeverdachte 5] verlaat het voertuig.

[medeverdachte 5] komt terug in de auto.

[medeverdachte 5] zegt dat die man vrij gaat nemen, hij gaat in de ziektewet, hij is er dus niet.
: Hij moet geopereerd worden.
[medeverdachte 6]: Dan moeten we gewoon wachten.

2.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 6 september 2011, 10.01 uur (doorgenummerde pagina (B3) 192).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2][nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1]
Beller: NN MAN [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[verdachte]: Ik zei het toch. Ze hebben mensen geregeld.

[medeverdachte 2]: Wie?

[medeverdachte 2]: [medeverdachte 1]?

[verdachte]: Ja voor de 15e ze hebben al iemand geregeld.

[verdachte]: We moeten dadelijk gaan praten hoe die persoon moet vertrekken en wat hij allemaal moet doen. Hij vertrekt vanaf van waar de man is weet je.

[medeverdachte 2]: Voortaan, dat ga ik ook tegen haar zeggen, vanaf nu als er iets wordt gedaan. Of jij of ik praat met die man. Zij geeft de informatie niet goed door.

[verdachte]: Maar ze zegt niks is nog verloren, want ze hebben al geregeld iemand om te gaan.

3.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 8 september 2011, 22.51 uur (doorgenummerde pagina (B3) 242).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]
Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 1] zegt morgen die dingen aan [verdachte] te geven.

[verdachte] zegt dat het goed is.

4.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 8 september 2011, 22.52 uur (doorgenummerde pagina (B3) 193).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1]

Doel: [telefoonnummer 2]
Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[verdachte]: Ze heeft me gebeld en ze heeft me gezegd waarschijnlijk morgen krijgen we die papieren.

[verdachte]: Dan kunnen we gelijk aan die gebroeders geven.

[medeverdachte 2]: Ja hij vroeg me net nog. Ik zeg hem morgen of overmorgen.

5.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 10 september 2011, 12.57 uur (doorgenummerde pagina (B3) 194).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1] [het hof: [verdachte]]

Doel: [telefoonnummer 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[verdachte]: Ze gaat nu werke maar ze laat het achter bij [betrokkene], kan je niet nu gewoon langsrijden?

[medeverdachte 2]: Bel [betrokkene] maar dat ze naar beneden moet komen want ik ben hier vlakbij.

6.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 10 september 2011, 12.58 uur (doorgenummerde pagina (B3) 244).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]
Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] of [betrokkene] zo naar beneden moeten gaan. [medeverdachte 2] rijdt zo langs.

[medeverdachte 1] zegt over 2 minuten beneden te zijn.

7.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 10 september 2011, 13.09 uur (doorgenummerde pagina (B3) 195).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1]

Doel: [telefoonnummer 2]

Beller: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 2]: Ik zit effe te kijken, maar volgens mij is het niet echt.

[medeverdachte 2]: Ik kom zometeen naar je toe, dan gaan we samen kijken.

[verdachte]: Is goed.

8.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 10 september 2011, 13.51 uur (doorgenummerde pagina (B3) 245).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]
Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: NNVROUW [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Het ziet er allemaal goed uit we hebben alleen dat papiertje nodig die wij jou hebben gegeven om te bevestigen om te zien of alles dat er in zit hetzelfde is.

[verdachte]: Kunnen we niet naar jou huis komen om het snel op te halen.

[medeverdachte 1]: Ga naar huis en zeg tegen [betrokkene].

[medeverdachte 1]: Daar vind je het.

9.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 10 september 2011, 14.18 uur (doorgenummerde pagina (B3) 140).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T301 [medeverdachte 6] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 3]
Doel: [telefoonnummer 4]

Beller: [medeverdachte 2]

Gebelde: [medeverdachte 6] [het hof: [medeverdachte 6]]

[medeverdachte 2]: Ik kom over een uurtje.

[medeverdachte 6]: Ja.

10.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een opgenomen OVC-gesprek van 10 september 2011 (doorgenummerde pagina’s (B3) 162 tot en met 164).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: OVC [medeverdachte 6] [nummer]

[medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] [het hof begrijpt: [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9]] stappen in de auto.

[medeverdachte 6]: Zo dan is het [bijnaam medeverdachte 7] nu.

[medeverdachte 9]: Ja maar [bijnaam medeverdachte 7] moet wat geld krijgen.

[medeverdachte 6]: Ik zit op die mannen, mensen te wachten, autopapieren dan kan ik gelijk.

[medeverdachte 6]: Ze woont in Luxemburg.

11.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een opgenomen OVC-gesprek van 10 september 2011 (doorgenummerde pagina’s (B3) 165 tot en met 168).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: OVC [medeverdachte 6] [nummer]

OVC [medeverdachte 6]/[medeverdachte 9] [het hof begrijpt: [medeverdachte 6]/[medeverdachte 9]]

[medeverdachte 9]: En je moet weten dat die kist een uurtje eerder vertrekt.

[medeverdachte 6]: Een papier ga ik je geven.

[medeverdachte 6]: Het staat hier geschreven. Zie je? Het komt deze tijd aan.

[medeverdachte 6]: Ik hoop dat er nu wat geld komt hoor.

[medeverdachte 9]: Ik zeg dat je snel wat geld met deze mannen moet maken.

[medeverdachte 9]: We moeten [medeverdachte 1] alvast deze papieren geven he.

12.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 11 september 2011, 14.10 uur (doorgenummerde pagina (B3) 246).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]
Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Ik moet je nog meer informatie geven hoe hij het moet voorbereiden.

[verdachte]: Hij moet er in voorbereiden binnen in dat ding begrijp je.

[verdachte]: Hoe hij het in moet ruimen begrijp je.

[medeverdachte 1]: Dan moet je snel doen want hij gaat weg hoor.

[medeverdachte 1]: Kom je vanavond bij mij dan.

[verdachte]: Is goed.

13.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Pingberichten tussen [medeverdachte 6], [medeverdachte 2] en [verdachte]

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

12-9-11

19.39

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 6]

Welke kleur schoenen om te voetballen

12-9-11

20.07

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 6]

Rood

12-9-11

20.09

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 6]

Is dat erg

12-9-11

20.10

[medeverdachte 6]

[medeverdachte 2]

Ja

12-9-11

20.12

[medeverdachte 2]

[verdachte]

Ze zijn ni zo blij

12-9-11

20.12

[medeverdachte 2]

[verdachte]

Met rood

12-9-11

20.23

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 6]

Dit wordt een probleem

12-9-11

20.25

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 6]

Ik heb over tas

12-9-11

20.29

[medeverdachte 6]

[medeverdachte 2]

Dan koop hij eentje tog

12-9-11

20.29

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 6]

Dt kan ni is al weg. Staat klaar

14.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 12 september 2011, 21.37 uur (doorgenummerde pagina (B3) 247).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Ik heb met die gasten gesproken en ze zijn niet tevreden met die kleur.

[medeverdachte 1]: Het gaat nu niet meer lukken om de kleur te veranderen.

[verdachte]: Het is een risico want het is een kleur dat ogen opent.

[medeverdachte 1]: Ja maar dat is iets dat ik vanaf het begin al zeg dat wordt gedaan om als het aankomt er gelijk gezien wordt dat dat hem is.

[medeverdachte 1]: Ik kan niets anders meer doen en het gaat als sinds het begin goed.

15.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Pingberichten tussen [medeverdachte 2] en [verdachte]

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

12-9-11

21.39

[medeverdachte 2]

[verdachte]

Hij zeg laat maar

12-9-11

21.40

[medeverdachte 2]

[verdachte]

En [medeverdachte 1] wist van die rugtassen

16.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een vertaald tapgesprek van 12 september 2011, 21.41 uur (doorgenummerde pagina (B3) 219).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[verdachte]: Ik heb de boodschap gestuurd.

[verdachte]: Ze kunnen nu weinig doen denk ik hoor..

[medeverdachte 2]: Ja weet ik man, ze wisten wel van weet je met die tas er in.

[medeverdachte 2]: Het is te hopen dat ze het helemaal weghalen, want meestal halen ze alles in 1 keer.

[medeverdachte 2]: Die kleur maakt, is niet zo’n ramp weet je, volgende keer gewoon donkere kleur doen.

[medeverdachte 2]: Ik ga voor die tassen er in, twee tassen minimaal. Verdeeld in twee tassen, rugtassen.

[medeverdachte 2]: Die moet je zeker doen, die kleur is niet zo’n ramp weet je.

17.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 12 september 2011, 21.49 uur (doorgenummerde pagina (B3) 249).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [telefoonnummer 23]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Ik heb met [bijnaam medeverdachte 2] gesproken en hij zegt ja die kleur hij zegt dat het niet zo’n erge ramp is.

[medeverdachte 1]: bespreek deze dingen niet over de telefoon.

18.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 14 september 2011, 21.01 uur (doorgenummerde pagina (B3) 197).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1] [het hof: [verdachte]]

Doel: [telefoonnummer 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 2]: He we moeten nu al antwoord hebben man.

[medeverdachte 2]: Gegevens.

[medeverdachte 2]: Ik moet alles hebben.
: Vandaag moeten we het brengen.

[verdachte]: Oke, oke wacht ik bel me hem.

19.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 14 september 2011, 21.03 uur (doorgenummerde pagina (B3) 250).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: En?

[medeverdachte 1]: [verdachte] je weet dat het tijdsverschil is, het is daar 5 uur vroeger.

20.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 14 september 2011, 21.05 uur (doorgenummerde pagina (B3) 199).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1]

[medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]] wordt gebeld door [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: Ze zegt we moeten uitrekenen, want het is nog geen tijd. Ze zegt het is daar min. Dus je moet kijken hoe laat het precies is, dan moet je min 5 uurtjes doen, dat is die tijd weet je.

[verdachte]: Dus we moeten nog even wachten.

[medeverdachte 2]: Oke, ik ga ze effe pingen ja.

21.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 14 september 2011, 22.05 uur (doorgenummerde pagina (B3) 271).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T312 [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 5]

Beller: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

Gebelde: [medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]

[medeverdachte 8]: Die auto is kapot, hoor je, die auto is niet gekomen.

[medeverdachte 8]: Die mannen hebben die auto niet gestuurd.

[medeverdachte 8]: Het is toch voor vandaag? Vandaag op morgen toch? Ik heb die auto helemaal niet gezien.

[medeverdachte 7]: Oké.

22.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Pingberichten tussen [medeverdachte 9], [medeverdachte 7], [medeverdachte 6], [medeverdachte 2] en [verdachte]

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

14-9-11

22.22

[medeverdachte 7]

[medeverdachte 9]

De naam van die persoon staat op geen van de papieren

14-9-11

22.26

[medeverdachte 7]

[medeverdachte 9]

Die man belt me net staat niet op geen enkle ook niet op de volgende

14-9-11

22.27

[medeverdachte 9]

[medeverdachte 6]

Die persoon is er helemaal niet zegt [bijnaam medeverdachte 8]

14-9-11

22.33

[medeverdachte 6]

[medeverdachte 2]

De gene komt ni voor op de lijst

14-9-11

22.35

[medeverdachte 2]

[verdachte]

Die persoon komt ni voor op de lijst

23.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 14 september 2011, 22.37 uur (doorgenummerde pagina (B3) 251).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]
In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: De naam van die persoon staat niet op de reizigerslijst volgens die vrienden van mij.

[medeverdachte 1]: Kan niet.

[verdachte]: Ga maar informeren want ik heb een bericht gekregen dat het niet het geval is.

[medeverdachte 1]: Oke.

24.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 14 september 2011, 23.12 uur (doorgenummerde pagina (B3) 274).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

In/Uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 6]

NNvrouw: Waarom is het niet doorgegaan?

NNman: Het is niet doorgegaan vanwege een controle. Ze zijn naar binnen gegaan maar hebben het niet gezet vanwege een onverwachte controle omtrent de vlucht, er was sprake van een hoog risico.

NNman: Ze hebben de vlucht gewijzigd van dat meisje, het wordt nu de 24ste bij hun en 25ste bij jou.

NNvrouw: ze gingen kijken en ze zagen dat het niet op de lijst stond.

25.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 15 september 2011, 11.20 uur (doorgenummerde pagina’s (B3) 222 tot en met 223).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 7]

Doel: [telefoonnummer 8]

Beller: NNV

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 2]: Ik moest naar daar want eigenlijk zou ’t vandaag komen toch.

[medeverdachte 2]: Die mensen van de kant van [medeverdachte 1] hebben een fout gemaakt. Maar ja, zij heb gezien wie de mensen van mij zijn he. Zij zien gewoon op de lijst weet je gewoon van uh… die mensen staan niet op de lijst van het vliegtuig dat hebben ze gewoon gezien via de computer.

[medeverdachte 2]: Dus nu ga ik ze voor straf, moeten ze gewoon weer betalen. Weet je die borg.

[medeverdachte 2]: Die broers gezegd ik zei tegen hun luister uhh die borg wordt betaald. Kijk maar zo dan delen we het gewoon. Hebben jullie 15 barkie en neem ik 15 barkie.

NN: Dat is wel redelijk ja.

[medeverdachte 2]: Ja toch, hun doen ook hun werk. Ik laat ze gewoon betalen. Ik stop het geld in mijn zak. Heb ik 15 barkie kan ik er weer een beetje tegenaan.

26.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 15 september 2011, 16.34 uur (doorgenummerde pagina’s (B3) 224 tot en met 225).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer 9]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 1]: Het moet voor de 24e.

[medeverdachte 1]: Want zij maken zich ook klaar voor de 24e weet je.

27.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Surinaams naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 15 september 2011, 21.25 uur (doorgenummerde pagina (B3) 272).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T601 [telefoonnummer 23]
In/Uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 5]

Beller: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

Gebelde: [medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]

[medeverdachte 8]: Maar dat ding… dat ding, ik zie niet…

[medeverdachte 7]: Ja, no spang/maak je niet druk.

[medeverdachte 8]: Oh, maar je hebt gehoord?

[medeverdachte 7]: Ja, no spang, no spang.

[medeverdachte 8]: Oh, dan is het goed.

28.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 17 september 2011, 17.10 uur (doorgenummerde pagina (B3) 251).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 1]: Ik heb met hem gesproken en alleen woensdag heeft hij namen om naar mij toe te zenden.

[verdachte]: Ik ga het tegen ze zeggen.

29.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Pingberichten tussen [medeverdachte 2] en [verdachte]

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

17-9-11

17.25

[verdachte]

[medeverdachte 2]

Woensdag heeft ie het

17-9-11

17.25

[verdachte]

[medeverdachte 2]

Dus denk donderdag hebben we het

17-9-11

17.26

[verdachte]

[medeverdachte 2]

Want ze willen voor die weekend geregelt hebben

17-9-11

17.28

[medeverdachte 2]

[verdachte]

We gaan met de broers praten straks ok

30.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Pingberichten tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2]

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

19-9-11

14.31

[medeverdachte 6]

[medeverdachte 2]

Jackson gt t je mt weer zon papier meenemen woensdag

31.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 19 september 2011, 18.57 uur (doorgenummerde pagina (B3) 229).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[medeverdachte 2]: Die jongen heeft mij gebeld en gezegd woensdag uiterlijkse dag. Ze moeten woensdag dezelfde papieren hebben zoals toen, Ze willen alle papieren zien, want ze kijken echt naar de namen.

[medeverdachte 1]: Dat is het, ik heb hetzelfde besteld en alleen de datum is veranderd.

[medeverdachte 1]: Ik heb hem net gesproken en hij zegt dat woensdag gaat lukken.

32.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 21 september 2011, 16.59 uur (doorgenummerde pagina (B3) 205).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1] [het hof: [verdachte]]
Doel: [telefoonnummer 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[verdachte]: Ik heb alles.

[medeverdachte 2]: Wanneer hier?

[verdachte]: Hoe bedoel je wanneer hier? Dat weet ik niet.

[medeverdachte 2]: Het moet op papier staan wanneer het komt, dombo.

[verdachte]: Ik ga even kijken.

33.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 21 september 2011, 17.03 uur (doorgenummerde pagina (B3) 259).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Ze moeten de datum van het feest hebben.

[medeverdachte 1]: Ik ben vergeten te vragen welke dag precies maar vanavond spreek ik ‘hem’ en dan laat ik het jou weten.

[verdachte]: Ah ze moeten het weten ze moeten het weten.

[medeverdachte 1]: Straks weet ik het zeker dan bel ik je.

34.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Pingberichten tussen [medeverdachte 2] en [verdachte]

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

21-9-11

17.06

[medeverdachte 2]

[verdachte]

Ik moet broers geven

35.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Pingberichten tussen [medeverdachte 2] en [verdachte]

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

21-9-11

17.11

[medeverdachte 2]

[verdachte]

Het haat ni door als ik ni alles heb

36.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een sms-bericht van 21 september 2011, 17.12 uur (doorgenummerde pagina (B3) 262).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]
In/Uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1] [het hof: [verdachte]]

Het gaat niet door als ze niet alle informatie heben

37.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 21 september 2011, 17.20 uur (doorgenummerde pagina’s (B3) 263 tot en met 264).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]
In/Uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]
Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Ze zeggen dat als je de informatie zo laat pas kan geven dan gaat het niet door.

[verdachte]: [bijnaam medeverdachte 2] zei dat hij de datum vroeg en jij hebt hem nog geen datum gegeven.

[medeverdachte 1]: Nee hij heeft geen datum gevraagd hij vroeg om een fotocopie van dat ding.

[verdachte]: Ja of dat is het.

[medeverdachte 1]: Maar datum dat heb ik toch telkens gezegd dat is 24.

[verdachte]: Ja ik zei dat het 24 was maar hij zegt dat ze vandaag alles willen.

[medeverdachte 1]: Dan geef ik jou zijn nummer dan bel je hem en praat je met hem maar je moet hem bellen vanuit een telefooncel.
: [telefoonnummer 10].

[medeverdachte 1]: Als je hem belt dan moet je tegen hem zeggen ik hem niet heb gebeld want ik ben aan het werk en daarom heb ik jou het nummer gegeven zodat hij jou de informatie kan geven om jou de exacte datum te geven.

38.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 21 september 2011, 19.38 uur (doorgenummerde pagina’s (B3) 267 tot en met 268).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]
In/Uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]
Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Ik heb alles met hem gesproken we hebben ook met die andere mensen gesproken we hebben nu weer de informatie van die meid nodig want zij hebben alles weggegooid.

[medeverdachte 1]: Wacht want op dat ding staat he.

[medeverdachte 1]: Ga naar mijn huis dan komt [betrokkene] ze weet wat ze moet doen dan kun je kijken.

[medeverdachte 1]: Zij kan er in ze weet hoe zij alles moet doen.

[verdachte]: Ok dan gaan we nu gelijk langs.

[medeverdachte 1]: Je moet kijken daar dat ding waar de naam en reis op staat.

39.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 21 september 2011, 19.41 uur (doorgenummerde pagina (B3) 269).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]
In/Uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 11]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]
Gebelde: NNV

[verdachte]: Je moet met mij mee naar het Internetcafe, doe je jas aan want ik komt je zo ophalen. Je moeder zei dat je moet inloggen maar haar dinges. Over 5 minuten zijn we daar.

N: Oké.

40.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 21 september 2011, 20.24 uur (doorgenummerde pagina (B3) 270).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T409 [verdachte] [nummer]
In/Uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]
Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: We zijn onderweg naar die mensen.
[medeverdachte 1]: Is het [betrokkene] gelukt?

[verdachte]: Ja ja ja ze is er in gekomen.

[verdachte]: Het is niet de 24e het is 24 op 25.

41.

Een proces-verbaal van observeren d.d. 21 september 2011 van 26 september 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren 108, 110, 143, 165, 198, 207 en 213 (doorgenummerde pagina’s (B3) 289 tot en met 293).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

19.16

uur: Wij, 110 en 165, zagen de Volkswagen Golf voorzien van het kenteken [kenteken 1], met [medeverdachte 6] als bestuurder, wegrijden.

20.33

uur: Wij, 143 en 165, zagen [medeverdachte 9] als bijrijder in de Golf stappen. Wij zagen de Golf wegrijden.

20.45

uur: Ik, 213, zag de Golf parkeren langs de Oude Haagseweg te Amsterdam.

20.49

uur: Ik, 213, zag de Volkswagen Polo, voorzien van het kenteken [kenteken 2], geparkeerd staan achter de Golf. Ik zag[medeverdachte 9], [medeverdachte 6], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] [het hof begrijpt hier en hierna: [medeverdachte 1]] tussen de Golf en de Polo staan.

21.07

uur: Ik, 143, zag[medeverdachte 9] en [medeverdachte 6] in de Golf stappen. Ik zag [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] in de Polo stappen.

21.08

uur: Ik, 143, zag de Golf en de Polo wegrijden.

42.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 21 september 2011, 23.33 uur (doorgenummerde pagina (B3) 231).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 1]: Hoe is het gegaan.
[medeverdachte 2]: Ik heb het ze gegeven ze zeiden dat ze morgen of overmorgen kunnen zien of ze op de lijst staan of niet.

[medeverdachte 1]: Maar de rest is goed.

[medeverdachte 2]: Is goed, maar ja ik hoop alleen maar dat de namen er op staan.

43.

Een proces-verbaal van observeren d.d. 22 september 2011 van 23 september 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren 110, 142, 143, 160 en 165 (doorgenummerde pagina’s (B3) 294 tot en met 298).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

11.13

uur: Ik, 165, zag [medeverdachte 9] en [medeverdachte 6] staan voor Bremstraat 51.

12.04

uur: Ik, 165, zag [medeverdachte 9] en [medeverdachte 6] Bremstraat 51 verlaten.

14.54

uur: Ik, 110, zag [medeverdachte 7] Bremstraat 51 verlaten.

44.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 24 september 2011, 13.52 uur (doorgenummerde pagina (B3) 275).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701 [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

[verdachte] [het hof: [verdachte]] belt uit naar [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Wij hebben nieuwe informatie nodig.

[verdachte]: De informatie als zij vertrekt, meer hoeven we niet te weten.

[medeverdachte 1]: Ooh, ze weten de kleur wat ze draagt en naam.

[verdachte]: Ja die heb ik allemaal, het gaat om de laatste informatie als zij vertrekt.

[medeverdachte 1]: Als hij belt dan laat ik je weten.

45.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 24 september 2011, 18.16 uur (doorgenummerde pagina (B3) 283).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T801 [medeverdachte 1] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 12] [het hof: NNman]

Doel: [telefoonnummer 13] [het hof: [medeverdachte 1]]

NNman: Luister, er is complicatie met de vrucht die al geboekt was voor die vrouw, de situatie is ingewikkeld geworden. Maar er is een andere oplossing. Ik ga naar kantoor en laat straks weten.

46.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 24 september 2011, 19.06 uur (doorgenummerde pagina (B3) 232).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 1]: Bereid je voor ik weet niet is gebeurd maar ik denk het gaat niet meer door.

[medeverdachte 1]: Hij belde me zonet en zei dat.

[medeverdachte 2]: Annuleren he?

[medeverdachte 1]: Nee ik ga kijken wat hij heeft dan laat ik het je weten ik bel je later.

47.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 24 september 2011, 19.30 uur (doorgenummerde pagina (B3) 276).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701[nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1] [het hof: Barbosa [verdachte]]

[verdachte]: Wat is er gebeurd?

[medeverdachte 1]: Ik weet het niet ik ga met die ‘donna’ praten om erachter te komen, ik laat je nog weten.

48.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 24 september 2011, 19.49 uur (doorgenummerde pagina (B3) 206).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: 31-[telefoonnummer verdachte 2]
Doel: [telefoonnummer 2]

Beller: [medeverdachte 2]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 2]: Ja vergeet het ze heb me net gebeld.

[verdachte]: Ja ja ik had er ook net gesproken.

[verdachte]: En broers.

[medeverdachte 2]: Ik ga nu tegen hun zeggen.

[medeverdachte 2]: Het gaat niet door.

49.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 24 september 2011, 20.14 uur (doorgenummerde pagina’s (B3) 207 tot en met 208).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: 31-[telefoonnummer verdachte 2]
Doel: [telefoonnummer 2]

Beller: [medeverdachte 2]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: Het is geen grap meer ik ga zeggen deze mensen zien het een grapje dat kan niet. Mensen zijn zomaar ingeroosterd voor niks en al die shit en zo begrijp je.

50.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Surinaams naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 24 september 2011, 20.25 uur (doorgenummerde pagina (B3) 284).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T604 NN [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 14]
Doel: [telefoonnummer 14]

Beller: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

Gebelde: [medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]

[medeverdachte 7]: Heb je gekeken, niets?

[medeverdachte 8]: Ja, niets.

51.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Surinaams naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 24 september 2011, 22.36 uur (doorgenummerde pagina (B3) 285).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T604 NN [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 14]
Doel: [telefoonnummer 14]

Beller: [medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]

Gebelde: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

[medeverdachte 8]: Dat ding is niet… De mannen hebben de papieren niet gestuurd.

[medeverdachte 8]: De papieren, zijn niet goed aangekomen.

[medeverdachte 7]: Okay, maak je geen zorgen.

52.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 25 september 2011, 09.29 uur (doorgenummerde pagina’s (B3) 235 tot en met 236).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer 9]

Beller: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[medeverdachte 1]: Hij heeft gezegd volgende week omdat het niet gaat om alles terug te nemen want alles staat klaar weet je.

[medeverdachte 1]: Hij zei dat mensen 3 data mogen uitkiezen maar via Amsterdam naar ergens anders zodat ze het de volgende week kunnen sturen dan kunnen die mannen die daar werken uitkiezen welke ze kunnen werken en kunnen doen want dat is zeker dat zij het kunnen.

[medeverdachte 1]: Hij zei dat hij verschillende zou sturen zodat die man kan zien en kan kiezen want die van Amsterdam naar Luxemburg heeft problemen waardoor die vrouw gisteren niet kwam.

53.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 25 september 2011, 16.20 uur (doorgenummerde pagina’s (B3) 237 tot en met 238).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer 9]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 2]: Ja ik ben geweest maar nee joh vergeet het vergeet het ik zei ja nee maar ik betaal dit dat maar die andere was woest die andere broer is niet eens gekomen alleen die ene kwam. Hij zei we kijken wel later weet je misschien vanaf 16e want nu gaan ze beginnen met nachtdienst.

[medeverdachte 1]: Oohhh dus volgende week gaat niet lukken.

[medeverdachte 2]: Nee.

[medeverdachte 2]: Vanaf 16e hebben ze een rooster van de middag.

[medeverdachte 1]: Dat is echt een probleem.

[medeverdachte 2]: Ja 16e duurt lang he we zijn nu op 25.

[medeverdachte 1]: Want die vrouw die daar is wil niet gaan wachten tot 16.

54.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 25 september 2011, 23.18 uur (doorgenummerde pagina (B3) 277).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701 [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Luister, zondag kan voor deze week kan alleen zondag hij zei maar dinsdag moet hij dat ding hebben.

[medeverdachte 1]: Dinsdag is morgen.

[verdachte]: Uiterlijk dinsdag moet hij het hebben hij zei zondag kan nog voor deze week.

55.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 26 september 2011, 18.42 uur (doorgenummerde pagina’s (B3) 278 tot en met 279).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701 [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Die kerel heeft me net gebeld en zei tegen mij dat ik tegen jou moest zeggen dat je niet moest vergeten dat morgen de laatste dag is want als het morgen niet lukt dan hoeft het niet als hij het morgen niet heeft dan hoeft het niet begrijp je.

[medeverdachte 1]: Nee hij stuurt mij vandaag dat papier die ik je vertelde om te bekijken als het lukt dan moet er gelijk betaald worden.

[verdachte]: Morgen moeten ze dat ding in hun handen hebben want anders gaat het niet meer lukken voor zondag.

[verdachte]: We hebben gezegd dat zondag mogelijk is.

[medeverdachte 1]: Jullie begrijpen me niet ik heb gezegd dat hij 3 hemden stuurt en dan moeten ze uitkiezen welke ze leuk vinden als ze ze leuk vinden dan zegt hij dat het goed is en dan betaalt hij ze gelijk.

[verdachte]: Dat is het niet want dat is een idee dat jullie hadden maar kun jij je niet herinneren dat [naam 2] je een datum gaf en zei dat zondag de datum is.

[medeverdachte 1]: Hij heeft mij geen datum gegeven.

[verdachte]: Jawel ik zat er bij hij zei zondag.

[verdachte]: Ok is goed dan ga ik hem vertellen dat het niet nodig is dat we verder moeten gaan op die andere.

[medeverdachte 1]: Nee deze gaat werken.

[verdachte]: Ik zal het aan hem doorgeven.

56.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 26 september 2011, 18.51 uur (doorgenummerde pagina (B3) 211).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: 31-[telefoonnummer verdachte 2]
Beller: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 2]: Het moet gewoon zondag zijn.

57.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 26 september 2011, 18.52 uur (doorgenummerde pagina (B3) 280).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701 271281514

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: Luister eens, vrijdag, dan moet het zondag hier zijn, dus, laat ze kijken wat ze vor de zondag kunnen doen.

[medeverdachte 1]: Oke ik bel ze.

58.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 27 september 2011, 09.15 uur (doorgenummerde pagina’s (B3) 212 tot en met 213).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1]
Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 2]: Je moet gewoon tegen haar zeggen, ze moeten vandaag hebben. Klaar.

[medeverdachte 2]: We moeten alles hebben.

[verdachte]: komt er dadelijk weer wat tussen en dan gaat het niet meer en dan hebben wij weer die betaald.

[verdachte]: Ik ga er gewoon druk op zetten dat ze vandaag in principe gewoon alles moeten hebben. Ze moet alles hebben omdat die mensen klaar staan om te werken.

59.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 27 september 2011, 14.44 uur (doorgenummerde pagina (B3) 281).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701 271282731

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]
Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: Ik kreeg een bericht van die man ze willen.

[verdachte]: Vandaag om 6 uur moet ik hier het huis uit gaan of 7 uur als [medeverdachte 2] klaar is zodat we hier weggaan om hem dat papier te geven om te kunnen kijken….want hij zei dat alles krap is want die jongens moeten weten of ze die dag moeten werken of niet ze kunnen niet zomaar op het laatste moment zeggen we gaan op die dag werken dat kan niet.

[verdachte]: Vandaag is echt de laatste dag.

60.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Pingberichten tussen [medeverdachte 6], [medeverdachte 2] en [verdachte]

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

27-9-11

18.38

[medeverdachte 6]

[medeverdachte 2]

Anders laat mr zt ik ga me man nt kwijt raken om dit ik ga hem gewoon zeggen dat hij t kan laten.

27-9-11

18.40

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 6]

Geef ff tot vanavond aub

27-9-11

18.40

[medeverdachte 2]

[verdachte]

Anders laat mr zt ik ga me man nt kwijt raken om dit ik ga hem gewoon zeggen dat hij t kan laten.

27-9-11

18.40

[medeverdachte 6]

[medeverdachte 2]

Zondag mrg is al woensdag lt mr

27-9-11

18.40

[medeverdachte 2]

[verdachte]

Dit stuurt broers

61.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 27 september 2011, 18.42 uur (doorgenummerde pagina (B3) 282).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701 [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]
Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Luister ze hebben een bericht gestuurd en ze zeggen om het te laten want ze gaan het niet halen.

[medeverdachte 1]: Okee.

62.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Pingberichten tussen [medeverdachte 2] en [verdachte]

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

27-9-11

18.43

[verdachte]

[medeverdachte 2]

Heb gezegt ze moet laten

63.

Een proces-verbaal van relaas van 19 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (doorgenummerde pagina’s (B3) 1 tot en met 110).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 10 oktober 2011 werd [medeverdachte 3] aangehouden op de luchthaven Schiphol ter zake overtreding van artikel 2 ABC Opiumwet. Tijdens de aanhouding werden geen verdovende middelen aangetroffen en werd [medeverdachte 3] in vrijheid gesteld.

64.

Een proces-verbaal van 1 februari 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] (doorgenummerde pagina’s (B1) 428 tot en met 435).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voormelde tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [medeverdachte 4]:

Ik werk sinds 1980 op Schiphol bij KLM. Ik werk bij de bagageafhandeling.

Feit 2

65.

Een proces-verbaal met nummer PL27RR/11-082850 van 3 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 5] en [verbalisant 6] (doorgenummerde pagina’s (B4) 370 tot en met 373).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Op 3 november 2011 bevonden wij ons op de luchthaven Schiphol, alwaar vlucht KL0792 vanuit Sao Paulo (Brazilië) zou arriveren en hebben wij [medeverdachte 3] staande gehouden. Desgevraagd overhandigde [medeverdachte 3] mij, [verbalisant 6], haar paspoort en reisbescheiden. Ik, [verbalisant 6], zag dat het paspoort was voorzien van een goedgelijkende pasfoto en dat zij was genaamd: [medeverdachte 3], geboren op [geboortedatum medeverdachte 3] te [geboorteplaats medeverdachte 3].

Ik, [verbalisant 6], zag dat het paspoort reisstempels bevatte van twee eerdere reizen in 2011 naar Brazilië.

Ik, [verbalisant 6], deelde [medeverdachte 3] mede dat zij was aangehouden.

Uit de boekingsgegevens bleek dat [medeverdachte 3] na aankomst in Amsterdam zou doorreizen naar Luxemburg met vlucht KL1745. Voorts bleek dat [medeverdachte 3] de énige passagier was met de reisroute Sao Paulo via Amsterdam naar Luxemburg.

66.

Een proces-verbaal met nummer PL27RR/11-082878 van 3 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 8] (doorgenummerde pagina’s (B4) 394 tot en met 395).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Op 3 november 2011 bevonden wij ons in de bagagekelder van de luchthaven Schiphol, waar de transferbagage werd gelost van vlucht KL 792 met herkomst Sao Paulo, Brazilië. Ik, [verbalisant 8], zag op het scherm van het X-ray apparaat in een zojuist gescande koffer een afwijkend scanbeeld. Ik, [verbalisant 7], heb vervolgens op aanwijzing van verbalisant [verbalisant 8] de koffer gepakt.

Wij zagen een rode canvas rolkoffer van het merk Primicia. Tevens zagen wij dat aan de koffer een bagagelabel met nummer [bagagelabelnummer] was bevestigd welke ten name was gesteld van [naam 1]. Dit label was geldig gemaakt voor de volgende route:

Sao Paulo – Amsterdam met vlucht KL0792 op 14 oktober 2011
Amsterdam – Luxemburg met vlucht KL1745 op 15 oktober 2011

Ik, [verbalisant 8], heb de koffer geopend. Ik, [verbalisant 8], zag nadat ik de kledingstukken had verwijderd, twee rugtassen. Ik, [verbalisant 8], heb een van de rugtassen geopend en zag daarin een aantal in tape gewikkelde pakketten. Vervolgens heb ik, [verbalisant 8], met een fretboortje een opening gemaakt in een van de pakketten. Bij het terugtrekken van het fretboortje zag ik, [verbalisant 8], dat er een witte stof aan het fretboortje zat. Ik, [verbalisant 8], heb de witte stof getest. Wij zagen dat er een positieve kleurreactie optrad waardoor mag worden aangenomen dat de geteste stof vermoedelijk cocaïne betreft.

67.

Een proces-verbaal met nummer PL27RR/11-082878 van 10 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 9] en [verbalisant 10] (doorgenummerde pagina’s (B4) 428 tot en met 436).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Op 3 november 2011 werd in een rode koffer een hoeveelheid vermoedelijke cocaïne aangetroffen. Wij zagen een rode canvas koffer van het merk Primicia. Wij zagen in de koffer twee rugtassen, blauw/zwart en geel/zwart van kleur. Wij hebben de rugtassen nader onderzocht. Wij troffen in de blauw/zwarte rugtas pakketten aan, welke wij hebben aangeduid als A, B, C en D. In de pakketten A, B, C en D werd door ons een witkleurige stof aangetroffen. Wij hebben de aangetroffen stof uit categorie A, B, C en D gewogen, totaal: 4000,3 gram.

Wij troffen in de geel/zwarte rugtas pakketten aan, welke wij hebben aangeduid als E, F, G en H. In de pakketten E, F, G en H werd door ons een witkleurige stof aangetroffen. Wij hebben de aangetroffen stof uit categorie E, F, G en H gewogen, totaal: 4000,6 gram.

Het totaal nettogewicht van de aangetroffen stof uit alle aangetroffen categorieën bedroeg: 8000,9 gram.

Vervolgens namen wij 8 representatieve monsters:

AABW2474NL monster uit categorie A;

AABW2475NL monster uit categorie B;

AABW2476NL monster uit categorie C;

AABW2477NL monster uit categorie D;

AABW2478NL monster uit categorie E;

AABW2479NL monster uit categorie F;

AABW2480NL monster uit categorie G;

AABW2481NL monster uit categorie H.

68.

Een rapport van het Douane Laboratorium van de Belastingdienst Amsterdam met nummer 10374 X 11 d.d. 17 november 2011, opgemaakt door Mw. Drs. M.M. Sarneel, hoofdscheikundige (doorgenummerde pagina’s (B4) 327 tot en met 328).

Het materiaal van de SIN-nummers AABW2474NL, AABW2475NL, AABW2476NL, AABW2477NL, AABW2478NL, AABW2479NL, AABW2480NL en AABW2481NL bevat cocaïne.

69.

Een proces-verbaal met nummer PL27RR/11-042766 van 13 december 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 12] (doorgenummerde pagina’s (B4) 248 tot en met 252).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

Op 3 november 2011 is op Schiphol, van vlucht KL792 vanuit Sao Paulo (Brazilië) een rode koffer onderschept met daarin een hoeveelheid vermoedelijk cocaïne.

Op 8 november 2011 hebben wij onderzoek gedaan naar voornoemde koffer. Wij zagen een rode canvas koffer van het merk Primicia. Wij zagen aan de handgreep van de koffer een bagagelabel hangen met opschrift: [bagagelabelnummer] NME: [naam 1] PNR: [pnr nummer].

Wij zagen dat de ritssluiting van de koffer gesloten was middels een zilverkleurig driecijferig hangslotje. Ik, verbalisant [verbalisant 11], zag en voelde dat het cijferslotje op slot zat. Wij zagen dat voornoemd slotje enkel en alleen met de cijfercode 444 openging.

70.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een Electronic Ticket van KLM Royal Dutch Airlines (doorgenummerde pagina (G1) 191).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Date: 28OCT11

Name: [medeverdachte 3]

Ticket Number: [ticketnummer]

FROM/TO FLIGHTCL DATE

Sao Paulo GRU KL07921 29OCT

Amsterdam

Amsterdam KL1745 30OCT

Luxembourg

71.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 14 oktober 2011, 21.11 uur (doorgenummerde pagina (B4) 124).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T702 [verdachte] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: 31-[telefoonnummer 2]

Doel: [telefoonnummer verdachte 2]

Beller: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]
Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[verdachte] vertelt over een meisje die op vakantie wilde naar Luxemburg. Ze is gekomen en heeft gebruik gemaakt van die ticket en ze is helemaal gescand. Waarschijnlijk heeft iemand hier gepraat.

[medeverdachte 2] zegt dat het waarschijnlijk komt omdat het eerst gecancelled was.

[verdachte] dacht het ook al want ze werd als enige er uit gehaald.

72.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 14 oktober 2011, 22.46 uur (doorgenummerde pagina (B4) 125).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701 [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]
Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 1]: Ik bel want ik moet jullie wat vragen…die mensen zeggen vanaf dag 22 hebben ze dagen.

73.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een opgenomen OVC-gesprek van 16 oktober 2011 (doorgenummerde pagina’s (B4) 130 tot en met 133).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

OVC [medeverdachte 6] [het hof begrijpt: [medeverdachte 6]]

16.52

uur [medeverdachte 9] [het hof begrijpt: [medeverdachte 9]] stapt in de auto.

[medeverdachte 9]: De mannen hebben dagen dat ze het doen. De man moet twee eruit halen toch?

[medeverdachte 6]: Ja, maar wanneer?

[medeverdachte 9]: Ik heb ze hier, dertig.

[medeverdachte 6]: Zo lang?

[medeverdachte 9]: ja, een (1) twee (2) drie (3).

[medeverdachte 9]: [bijnaam medeverdachte 7] zei dat hij een man daar heeft.

74.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 25 oktober 2011, 21.06 uur (doorgenummerde pagina (B4) 172).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]
Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 1]: Is het mogelijk om 29 daar weg 30 hier.

[medeverdachte 2]: Dat moet ik gaan bekijken.

[medeverdachte 2]: ok ik ga het over de ping aan hem vragen.

[medeverdachte 1]: ok ik wacht af tot je belt.

75.

Een proces-verbaal van relaas van 14 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 13] (doorgenummerde pagina’s (B4) 1 tot en met 120).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

PING

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

25-10-11

22.09

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 9]

He de 30ste hier

25-10-11

22.09

[medeverdachte 2]

[medeverdachte 9]

Kan dat

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

25-10-11

22.22

[medeverdachte 9]

[medeverdachte 7]

Hoe gaat het kijk of die andere man er is 30 oktober

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

25-10-11

22.34

[medeverdachte 9]

[medeverdachte 2]

Het is goed

76.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 26 oktober 2011, 11.13 uur (doorgenummerde pagina (B4) 174).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401 [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]
Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 2]: Hij zegt dat 30 in orde is. Die papieren moeten wel gelijk komen.

[medeverdachte 1]: Vandaag komen ze.

[medeverdachte 1]: Hij wil 29 op 30, nee die ene stond op 30 op 31.

77.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 26 oktober 2011, 17.37 uur (doorgenummerde pagina (B4) 178).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T801A [medeverdachte 1] [nummer]

In/uit: I

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]
Gebelde: NN-MAN

[medeverdachte 1]: Ik wilde je zeggen dat alles oke is.

NNm: Moet ik dezelde namen gebruiken?

[medeverdachte 1]: Ja.

NNm: 29 op 30.

[medeverdachte 1]: Ja alles is goed.

78.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 27 oktober 2011, 17.46 uur (doorgenummerde pagina’s (B4) 188 tot en met 189).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: U
Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer 15]
Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: We zijn bij die kerels en zij hadden alles in de hand maar die maat heeft niet gedaan. Hij zei dat hij wacht op een ok van jou.

[medeverdachte 1]: Wat hij heeft wat niet gemaakt.

[verdachte]: Voor die nieuwe datum voor 29 naar 30 die heeft hij nog niet gemaakt.

[verdachte]: We hebben het nog niet bevestigd en betaald.

79.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 27 oktober 2011, 21.54 uur (doorgenummerde pagina’s (B4) 192 tot en met 193).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401A [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 16]

Doel: [telefoonnummer 17] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 2]: Ik moet wachten op die waar die mee kan vliegen.

C: Heeft ze gegeven het geld?

[medeverdachte 2]: Ja dat heb ik wel.

80.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 28 oktober 2011, 18.42 uur (doorgenummerde pagina (B4) 200).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402A [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: 31-[telefoonnummer verdachte 2]

Beller: [medeverdachte 2]
Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: ze heeft het, het is klaar, ik ga het nu halen.

[medeverdachte 2]: De broers bellen me net af ze zeggen laat maar zitten.

[verdachte]: Nee, ik ga het nu halen.

[medeverdachte 2]: ok, is goed, ik ga met hun praten.

81.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 28 oktober 2011, 19.14 uur (doorgenummerde pagina (B4) 201).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402A [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: 31-[telefoonnummer verdachte 2]

Beller: [medeverdachte 2]
Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: Ik heb het in mijn handen.

[medeverdachte 2]: Het is te laat het is te laat.
: we zijn het gewoon kwijt je kan het ze zeggen het is afgelopen.

[verdachte]: nee is goed ik bel gelijk.

82.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 28 oktober 2011, 19.28 uur (doorgenummerde pagina (B4) 202).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: 31-010-2237836

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]
Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: het is te laat, hebben gezegd dat ze niets meer kunnen organiseren, het gaat alleen vier dagen van tevoren, ze kunnen nu niets inplannen.

[medeverdachte 1]: En de jongen heeft meer dan 1000 betaald om te ruilen.

83.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 28 oktober 2011, 20.09 uur (doorgenummerde pagina (B4) 204).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]
Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Je kan beter alvast gaan vragen om die datum te kijken want van ene dag op de andere gaat niet. Ze hebben nu gezegd dat het niet gaat. Ze hebben overlegd en als ze zeggen het gaat niet, dan komen ze niet meer erop terug.

[verdachte]: [naam 2] heeft mij gebeld en gezegd dat het niet gaat lukken, het is klaar het gaat niet lukken voor deze, maar hij moet kijken voor de andere data.

[medeverdachte 1]: Oke, ik ga kijken.

84.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een opgenomen OVC-gesprek van 28 oktober 2011 (doorgenummerde pagina’s (B4) 207 tot en met 213).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

OVC [medeverdachte 6] [het hof begrijpt: [medeverdachte 6]]

20:48

[medeverdachte 6]: Je zult zien dat ze zullen bellen voor een andere dag.

20:53

[medeverdachte 9] [het hof begrijpt hier en hierna: [medeverdachte 9]]: vandaag is de 28ste. [bijnaam medeverdachte 2] heeft gekregen, 31, 1, 2, 3, vier dagen vanaf nu.

20:54

[medeverdachte 9]: Zo moet [bijnaam medeverdachte 2] doen. Hij moet de dagen vastleggen, dan krijgt hij geen problemen. Daarom had [bijnaam medeverdachte 7] ze gegeven.

85.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 28 oktober 2011, 20.52 uur (doorgenummerde pagina’s (B4) 215 tot en met 216).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401A [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[medeverdachte 1]: Ik wil je om een gunst vragen [naam 2] praat met ze ik smeek je om te kijken of ze hebben want anders verlies ik alle dingen van die meid.

[medeverdachte 1]: Want alles is klaar.

86.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 29 oktober 2011, 14.07 uur (doorgenummerde pagina (B4) 217).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[medeverdachte 1]: Je moet langskomen, dit gaan wij niet door de telefoon praten, ze zijn allemaal geflipt. Hun hebben zich teruggetrokken en dus als het niet doorgaat hebben ze recht op teruggave van hun geld. Zij hebben genomen voor 29 op 30 dus ze hadden zich niet terug moeten trekken.

[verdachte]: Daarom moet je hem om een ander datum vragen.

[medeverdachte 1]: Maar zijn probleem is, hij koste hem 1.500 euro om dat van die meid te wijzigen en het wordt weer veranderd.

87.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 1 november 2011, 13.36 uur (doorgenummerde pagina (B4) 222).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Doel: [telefoonnummer 19] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: Je compadro probeert je van die plaats te bellen. Hij zegt dat ze klaar zijn voor morgen, je moet hem dringend terugbellen.

[medeverdachte 1]: Vraag hem of het lukt voor morgen.

88.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 1 november 2011, 13.52 uur (doorgenummerde pagina (B4) 223).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: 31-[telefoonnummer verdachte 2]

Beller: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: weet je wat ze gedaan hebben.

[medeverdachte 2]: wat.

[verdachte]: Hebben ze voor morgen gedaan. Zonder met ons over te hebben.

[medeverdachte 2]: Morgen hier of overmorgen hier?

[medeverdachte 2]: Kijk wat het is dan vraag ik die broers.

[medeverdachte 2]: Ga ff erachteraan dan kan ik die broers nog vragen.

89.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een tapgesprek van 1 november 2011, 14.46 uur (doorgenummerde pagina (B4) 227).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: 31-[telefoonnummer verdachte 2]

Doel: [telefoonnummer 18]

Beller: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 2]: Ja het kan hé!

[medeverdachte 2]: Liefst overmorgen hier maar als het kan voor morgen kan ook want die mannetjes zijn daar gewoon.

[verdachte]: Dus morgen en overmorgen kan?

[medeverdachte 2]: ja maar zeg liever overmorgen weet je dan kunnen we nog vandaag alles regelen.

90.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 1 november 2011, 14.49 uur (doorgenummerde pagina (B4) 228).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 1]: Ik heb goed nieuws. Ze kunnen voor morgen misschien snel regelen. Maar liever overmorgen.

[medeverdachte 1]: Bel eerst naar het volgende nummer: [telefoonnummer 10]. Ik kan hem nu niet bellen.

[medeverdachte 1]: Als [naam 2] belt gaat hij niet opnemen want je weet het, het is de 3e persoon.

91.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 1 november 2011, 15.37 uur (doorgenummerde pagina (B4) 230).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 1]: [verdachte] kom langs dan leg ik je alles uit, ik heb hem gebeld hij zegt dat meisje staat paraat.

[verdachte]: Als er iets fout gaat verliezen we alles. Ik ga tegen ze zeggen dat de overmorgen de papieren er zijn.

92.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 1 november 2011, 15.40 uur (doorgenummerde pagina (B4) 231).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402A [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer verdachte 1]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]

[verdachte]: Overmorgen.

[medeverdachte 1]: Overmorgen hier he?

[verdachte]: Ja.

[medeverdachte 1]: Zeker weten?

[verdachte]: Ja.

[verdachte]: Ik zei alleen maar ze moet even die papier regelen. Maar ze zegt nee maar je hebt alleen maar die papier nodig van de vorige dit en dat. Ik zeg ik heb die papieren nodig. Daar zit ik heel de tijd in discussie met haar.

[medeverdachte 1]: Ja die moeten komen.

[medeverdachte 1]: Ik ga die broers zeggen om te kijken.

93.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 1 november 2011, 18.23 uur (doorgenummerde pagina (B4) 236).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer 19]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 1]: Het is al klaar.

[verdachte]: Oke, ik kom met [naam 2] zometeen langs.

94.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een opgenomen OVC-gesprek van 1 november 2011 (doorgenummerde pagina’s (B4) 238 tot en met 247).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

OVC [medeverdachte 6]-[medeverdachte 9]-[medeverdachte 2]-[verdachte] [het hof begrijpt: [medeverdachte 6]-[medeverdachte 9]-[medeverdachte 2]-[verdachte]]

20:47

[verdachte]: De code is 444.

[medeverdachte 6]: Luxemburg is er ook.

[medeverdachte 9]: Ze is morgen hier.

[medeverdachte 2]: Nee morgen weg van daar.

[medeverdachte 9]: Wat is dat voor papieren.

[verdachte]: Dat is informatie over de koffer, welke koffer het is.

[verdachte]: Het is nog steeds een rooie koffer en het is nog steeds die code 444.

[medeverdachte 9]: Is het dezelfde vrouw weer.

21:00

[medeverdachte 2]: Maar hoe zit het dan als het de derde aankomt. Hoe laat moeten wij komen.

[medeverdachte 9]: Ik ga apart kijken in het systeem. Dan gaan wij je direct bellen van “he rustig aan” je kan gewoon je rijlessen geven dat wil zeggen dat is goed. Het enige is je komt het gewoon halen.

Heren nemen afscheid.

21:04

[medeverdachte 9]: Wat geven wij aan [bijnaam medeverdachte 7], eenhonderd?

[medeverdachte 6]: Het is veel man.

21:25

[medeverdachte 6]: Er moet iets gebeuren, laten wij zeggen donderdag.

[medeverdachte 6]: Dan is er heel veel geld. Ik hoop het.

95.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 1 november 2011, 21.36 uur (doorgenummerde pagina (B4) 237).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer 19]

Beller: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 1]: Je hebt me niets eens gezegd of alles goed is of niet.

[verdachte]: Alles is goed.

[verdachte]: Luister ze zijn niet blij dat wij dezelfde persoon hebben gebruikt.

[medeverdachte 1]: Waar moet ik iemand anders vandaan halen?

[verdachte]: Ik heb je nog gezegd om iemand van daar te nemen, want ze zeggen dat dit riskant is voor ons.

96.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 08.31 uur (doorgenummerde pagina (B4) 289).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T402A [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: 31-[telefoonnummer verdachte 2]
Doel: [telefoonnummer 18]

Beller: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]
Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[medeverdachte 2] zegt dat ze (3e) al voorbij de grens/douane is.

97.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 08.42 uur (doorgenummerde pagina (B4) 290).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T401A [medeverdachte 2] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]
Beller: [medeverdachte 2] [het hof: [medeverdachte 2]]
Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[medeverdachte 2]: Hoe ga je proberen een andere naam te zetten met alle dingen die al binnen zijn?

[medeverdachte 1]: [medeverdachte 2], ik kan niet praten.

[medeverdachte 1]: Ik wil het je uitleggen, dan kan jij het hem ook uitleggen, alles is zoals het gegeven is. Hij zet het samen, maar hij zet een andere naam, maar dat is voor ons. Dat is zijn garantie en de garantie voor die meid als haar iets gebeurd.

98.

Een proces-verbaal van observeren d.d. 3 november 2011 van 4 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren 129, 160, 176, 192, 195, 197, 212 en 214 (doorgenummerde pagina’s (B4) 291 tot en met 295).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisanten:

9:44 uur: Ik, 214, zag de Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 1], rijden te Amsterdam. Ik zag [medeverdachte 6] als bestuurder en [medeverdachte 9] als bijrijder in de Golf zitten.

9:46 uur: Ik, 192, zag de Golf parkeren op de parkeerplaats.

10.02

uur: Ik, 192, zag de Volkswagen Polo, voorzien van het kenteken [kenteken 2], parkeren in de direct omgeving van de Golf. Ik zag [medeverdachte 2] en een man, welke sterke gelijkenis vertoont met de man die staat afgebeeld op een door het onderzoeksteam ter beschikking gestelde foto en wordt aangeduid met de naam [medeverdachte 1] [het hof begrijpt [medeverdachte 1]], als passagiers in de Golf stappen.

10.20

uur: Ik, 192, zag de Polo en de Golf wegrijden.

11.12

uur: Ik, 160, zag de Golf stoppen op de Provincialeweg te Zaandam. Ik zag [medeverdachte 9] uit de Golf stappen en contact maken met [medeverdachte 7].

99.

Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Surinaams naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 11.40 uur (doorgenummerde pagina (B4) 317).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T606A [medeverdachte 7] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 5]
Beller: [bijnaam medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]
Gebelde: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

[medeverdachte 7]: Luister dan…, die auto van me is gemaakt toch.

[medeverdachte 7]: Maar die sleutel toch…, die is bij mij.

[medeverdachte 7]: Mijn klein broertje…, die gaat het nu meteen voor je brengen.

[medeverdachte 8]: Laat hij me hier achter komen ontmoeten.

[medeverdachte 8]: In venser…, op die parkeerplaats hier…, ik ben in/bij de winkel.

[medeverdachte 7]: Okee…, hij is over een kwartier.

[medeverdachte 8]: Is goed.

[medeverdachte 8]: Bij de chinees.

100. Een schriftelijk stuk, inhoudende een opgenomen OVC-gesprek van 3 november 2011 (doorgenummerde pagina’s (B4) 297 tot en met 314).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

OVC [medeverdachte 6].

[medeverdachte 6] en [medeverdachte 9] [het hof begrijpt: [medeverdachte 6] en [medeverdachte 9]] stappen in de auto.

9:35

10:02

[verdachte] ([verdachte]) en [medeverdachte 2] ([medeverdachte 2]) [het hof begrijpt: [verdachte] [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]] stappen bij [medeverdachte 9] ([medeverdachte 9]) en [medeverdachte 6] ([medeverdachte 6]) in de auto.

[verdachte]: Ja kijk hij heeft de informatie anders opgeschreven. Omdat ik geen printer heb heb ik overgenomen wat hij heeft gestuurd. Hij heeft er een containernummer bijgezet zelfs.

[medeverdachte 2]: Hij heeft zelfs andere naam erop gezet man.

[verdachte]: Om geen risico te lopen voor dezelfde naam hebben ze in die systeem een andere naam gezet van die vrouw.

[medeverdachte 2]: Hun zetten het in een container die ook transitvlucht is naar die ding.

[verdachte]: Kijk en dit is die koffer.

[verdachte]: Dit is de koffernummer.

[verdachte]: Die persoon staat nu als dit, [naam 3] (fon).

[medeverdachte 6]: En waar gaat die vlucht naartoe, hoe laat.

[verdachte]: Die hebben jullie toch al.

[medeverdachte 6]: Oke.

[verdachte]: Het is gewoon die naam dat ze veranderd hebben.

[medeverdachte 2]: Het is van Luxemburg he.

[verdachte]: Het is rood en het is die code 44..

[medeverdachte 9]: Drie keer.

10:07 [medeverdachte 2] en [verdachte] stappen uit.

[medeverdachte 9]: Wij moeten proberen [bijnaam medeverdachte 7] te ontmoeten.

11:37
[medeverdachte 6] begroet [bijnaam medeverdachte 7].

[bijnaam medeverdachte 7] vervolgens dat de man wacht bij de Chinese winkel, een Toko in Venserpolder. Want de man moet gaan werken. Als je de man ziet, moet je hem zeggen dat [bijnaam medeverdachte 7] hen gestuurd.

[medeverdachte 6] vraagt of hij de grote witte papieren moet geven.

[bijnaam medeverdachte 7] zegt dat ze hem openlijk kunnen uitleggen wat er is gebeurd.

[bijnaam medeverdachte 7] zegt, je moet tegen de man zeggen dat hij mij moet bellen.

[medeverdachte 9] zegt, als de man heeft genomen, moet je ons direct bellen.

Portier dicht.

12:12

[bijnaam medeverdachte 8] zegt dat [bijnaam medeverdachte 7] hem heeft gestuurd.

[bijnaam medeverdachte 8]: De man heeft gezegd, dat hij de dingen zou mailen.

[medeverdachte 6]: Kijk hier?

[bijnaam medeverdachte 8]: De man had mij een andere naam gegeven.

[bijnaam medeverdachte 8]: Is dit het tagnummer.

[medeverdachte 6]: Ja.

[bijnaam medeverdachte 8]: Het tagnummer, als met KL..

[medeverdachte 6]: Nee jongen.

[bijnaam medeverdachte 8]: Ik weet wat het is. Dit is het vluchtnummer.

[bijnaam medeverdachte 8]: Naar Ams.

[bijnaam medeverdachte 8]: Naar hier en dit is naar Luxemburg.

[bijnaam medeverdachte 8]: Ik zal voor jou kijken. Als het zo ver is zal ik de man bellen.

[bijnaam medeverdachte 8]: Ik vind het wel als het klopt.

[medeverdachte 6]: Laten wij zeggen, jij hebt het of jij hebt het gezien.

[medeverdachte 6]: Maar kan je tussendoor bellen en zeggen ja, gewoon ja.

[bijnaam medeverdachte 8]: Als het gelukt is, ik heb dat ding gezien, zal ik de man bellen van hey, de boot zit vast.

[bijnaam medeverdachte 8]: Maar als het er niet is, dan zal ik de man niet bellen. Als ik van het werk ben, dan zal ik de man bellen.

[medeverdachte 9]: Dus als er is, dan bel je hem tussendoor.

[bijnaam medeverdachte 8]: Ja tussendoor.

[bijnaam medeverdachte 8] stapt uit de auto.

101. Een proces-verbaal van bevindingen observatie 3 november 2011 van 25 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 14] (doorgenummerde pagina’s (B4) 330 tot en met 332).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Om 12.12 uur ziet het OT de Volkswagen Golf van [medeverdachte 6] met [medeverdachte 6] als bestuurder en[medeverdachte 9] als bijrijder stoppen. Het OT ziet een onbekende man als passagier in de Golf stappen.

Om 12.24 uur ziet het OT de onbekende man uit de Golf stappen.

Om 12.25 uur ziet het OT de onbekende man in een Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken 3] stappen.

Om 13.18 uur ziet het OT dat de Volkswagen Golf geparkeerd wordt op P40 gelegen op de luchthaven Schiphol.

Om 13.25 uur ziet het OT de bestuurder van de Volkswagen Golf en de bijrijder op Plaza te Schiphol uit een bus stappen.

Om 13.29 uur ziet het OT de bestuurder en de bijrijder de personeelsingang, gelegen bij bagageband 7, met hun Schipholpas betreden.

Observant 160 loopt direct achter de bestuurder van de Volkswagen Golf en loopt na zijn Schipholpas te hebben aangeboden achter de bestuurder door de personeelsingang.

Uit de RDW gegevens blijkt dat de Volkswagen Golf voorzien van kenteken [kenteken 3] op naam staat van: Parino [medeverdachte 8].

Bij de Luchthaven Schiphol zijn de pasbewegingen van de personeelsingang nabij bagageband 7 bevraagd:

Datum Tijd Naam

03-11-2011 13.28u [medeverdachte 8]

03-11-2011 13.28u Obs. 160

102. Een schriftelijk stuk, inhoudende een vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 12.46 uur (doorgenummerde pagina (B4) 329).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T606A [medeverdachte 7] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 5]
Beller: [bijnaam medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]
Gebelde: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

[medeverdachte 8]: Is het dezelfde postcode.

[medeverdachte 8]: 1745?

[medeverdachte 7]: Zometeen zal die broer mij bellen om te kijken.

[medeverdachte 7]: Maar kijk maar, er is iets gekomen.

[medeverdachte 8]: Ik had de postcode geschreven, het is 1745 of 1747.

[medeverdachte 7]: Ja volgens mij is het die of volgens mij is het één die eerder komt.

[medeverdachte 7]: Ik bel je zo.

103. Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Surinaams naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 14.35 uur (doorgenummerde pagina’s (B4) 335 tot en met 336).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T606A [medeverdachte 7] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 5]

Doel: [telefoonnummer 20]
Beller: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

Gebelde: [bijnaam medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]

[medeverdachte 8] zegt niets hoor.

[medeverdachte 8] zegt het huis is er niet…, die nummer is het niet…, plus, de straat nummer van het huis is er ook niet.

[medeverdachte 8] zegt Maarrr…, het huisnummer van gisteren die je me hebt gegeven?..., die is er wel…, maar die nummers die je me hebt gegeven…, die huisnummers…, die kloppen niet.

104. Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Surinaams naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 15.51 uur (doorgenummerde pagina (B4) 337).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T606A [medeverdachte 7] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 5]

Beller: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

Gebelde: [bijnaam medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]

[medeverdachte 8] zegt helemaal niks.

[medeverdachte 7] zegt dan is het vervelend.., ik weet het niet meer.

[medeverdachte 8] zegt is niet gekomen…, die persoon is een business.

[medeverdachte 8] zegt is een zakenvrouw.
zegt ik kan geen lijst vinden.

105. Een proces-verbaal van relaas van 14 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 15] (doorgenummerde pagina’s (B4) 1 tot en met 120).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

PING

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

3-11-2011

15:50

[medeverdachte 9]

[bijnaam medeverdachte 7]

Heeft je vriend je nog niet gebeld

Datum

Tijd

Van

Naar

Inhoud

3-11-2011

15:53

[bijnaam medeverdachte 7]

[medeverdachte 9]

Ja heeft al gebeld er is niks

106. Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Surinaams naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 16.25 uur (doorgenummerde pagina (B4) 338).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T606A [medeverdachte 7] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 5]

Doel: [telefoonnummer 20]

Beller: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

Gebelde: [bijnaam medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]

[medeverdachte 8] zegt je moet het aan die anderen doorgeven…, dat ik het huis nummer…, van die man van vandaag…, niet kan vinden.

[medeverdachte 7] zegt okee…, is goed.

107. Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 18.56 uur (doorgenummerde pagina (B4) 339).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer]

In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 1]

Doel: [telefoonnummer 19]

Beller: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

[verdachte]: Luister eens er is geen goed nieuws.

[medeverdachte 1]: Ik bel je zo.

108. Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 18.59 uur (doorgenummerde pagina (B4) 340).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T701A [verdachte] [nummer] [het hof: [verdachte] – R]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 1] [het hof: [medeverdachte 1] – F]

[medeverdachte 1]: Wat is het probleem.

[verdachte]: Hij heeft een bericht gestuurd met niet goed ik spreek jullie dalijk.

[verdachte]: Hij heeft het zeker ook nu pas gehoord je weet maar nooit want hij is niet degene die het er uit haalt.

[verdachte]: Ze zijn een team hij is niet degene die het doet.

[verdachte]: Degene die het moest doen is bij hem gekomen en zei dat het niet goed was dus heeft hij het gezegd maar hij weet niet wat er is daar moeten we achter gaan komen.

[verdachte]: Als hij klaar is met werken moeten we bij hem langs.

[verdachte]: Bel [naam 2] ook als je wilt.

109. Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 19.53 uur (doorgenummerde pagina (B4) 347).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T801A [medeverdachte 1] [nummer]
In/uit: U

Met nummer: [telefoonnummer 21]

Doel: [telefoonnummer 22]

Beller: [medeverdachte 1]/NN [het hof: [medeverdachte 1]]
Gebelde: NN/[medeverdachte 1]

: Die meid is niet gekomen. Ze hebben alles geprint van de passagiers die daar in zaten en zij is niet gekomen.

110. Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 20.55 uur (doorgenummerde pagina (B4) 349).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T702A [verdachte] [nummer]
In/uit: I

Beller: NNMAN
Gebelde: [verdachte] [het hof: [verdachte]]

[verdachte]: Voordat alles begon hebben ze me gezegd dat die vrouw er niet op stond.

Neef: Dat nr. en die naam die ik heb gegeven, staat dat er niet op?

[verdachte]: Die vriend zei dat er niets op stond dat ze daarvan bewijs konden geven laten zien dat ze niet op de lijst staat.

Neef: Ik ga checken of die vrouw gevlogen heeft of niet.

[verdachte]: Oke.

111. Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Surinaams naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 3 november 2011, 23.16 uur (doorgenummerde pagina (B4) 352).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T606A [medeverdachte 7] [nummer]

In/uit: I

Met nummer: [telefoonnummer 5]

Doel: [telefoonnummer 20]

Beller: [medeverdachte 8] [het hof: [medeverdachte 8]]

Gebelde: [bijnaam medeverdachte 7] [het hof: [medeverdachte 7]]

[medeverdachte 8] zegt ik heb die papier gevonden.

[medeverdachte 7] zegt okee…, dan neem ik het morgen.

112. Een schriftelijk stuk, inhoudende een opgenomen OVC-gesprek van 4 november 2011 (doorgenummerde pagina’s (B4) 353 tot en met 364).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

OVC [medeverdachte 6].

00:28 uur.

[medeverdachte 6]: [medeverdachte 6] [het hof begrijpt: [medeverdachte 6]]

[medeverdachte 9]: [medeverdachte 9] [het hof begrijpt: [medeverdachte 9]]

[medeverdachte 2]: [medeverdachte 2] [het hof begrijpt: [medeverdachte 2]]

[verdachte]: [verdachte] [het hof begrijpt: [verdachte]]

[medeverdachte 1]: [medeverdachte 1] [het hof begrijpt: [medeverdachte 1]]

[medeverdachte 9]: Kijk hierzo, hier is die vlucht uit Sao toch. Hierzo had ze twee koffers, dat is vandaag he.

[medeverdachte 9]: Deze, deze is van hier die zou verder gaan naar Lux. Die vrouw staat er niet op.

[medeverdachte 2]: Dus ze had geen transit.

[medeverdachte 6]: Ze werd al in de gaten gehouden.

[medeverdachte 9]: We hadden jullie gewaarschuwd he. Die man van ons zou vast zitten.

[medeverdachte 9]: Weet je wat ze hebben gedaan. Twee agenten hebben die koffers gezet in die bak. En die man ging net om het te halen, maar ze waren met z’n tweeën en die man zegt ga niet, ze hebben gezet. Ze hebben geluk gehad. Door deze stommiteit is hij niet vast komen te zitten.

[medeverdachte 2]: Hij heeft geen transit erop gezet hij heeft het alleen voor hier gezet hij heeft het er niet opgezet om verder te gaan naar Luxemburg.

[medeverdachte 9]: Kijk deze is de vlucht die naar Lux zou, die 1745, maar ze staat er niet op.

[medeverdachte 1]: Die vrouw kan niet met de koffer gepakt zijn want die vrouw kwam niet met het nummer van de koffer op haar naam.

[medeverdachte 1]: De koffer staat niet op die naam van die vrouw, die koffer staat op deze naam.

[medeverdachte 1]: Die vrouw kwam met 2 koffers die was voor die mevrouw maar die andere rode koffer die was daar apart die kerel heeft het via de achterkant gedaan… maar op die rode koffer heeft hij niet de naam van die vrouw gezet om haar geen problemen te bezorgen. Hij heeft deze naam er op gezet [naam 4].

[medeverdachte 2]: Het zijn eigenlijk drie koffers. Zij heb eigen 2 koffers, alleen die andere is op die andere naam gezegd.

[medeverdachte 1]: Ja dat is wat jullie ze niet uitgelegd hebben dan.

[medeverdachte 6]: Kijk als die man van ons moet kijken gaat hij op tagnummer kijken. Als dit nummer niet voorkomt hoe moet hij dan is illegaal toch.
[medeverdachte 1]: Hij heeft het op het laatste moment zo gedaan.

[medeverdachte 9]: Kijk hier is het policedepart, ze zit vast het is afgelopen.

[medeverdachte 1]: Maar zij is met niks gepakt 100%.

[medeverdachte 1]: Maar alleen is die koffer verloren gegaan.

[medeverdachte 1]: Ik heb duidelijk tegen jullie gezegd die koffer wordt niet ingecheckt samen met die vrouw.

[medeverdachte 2]: Die dag zelf geeft je de naam die dag zelf zei je het is geen 9 maar 8 wat moeten wij je zei het is geen 9 kilo maar 8 kilo.

[medeverdachte 6]: Wat ik ook niet snap he, jullie geven die naam [medeverdachte 3] door en dan komt hij morgen met een andere naam.

[medeverdachte 1]: Jullie hebben tegen hem gezegd dat hij in de computer moest kijken logisch dat als hij gaat kijken hij niets vindt.

[medeverdachte 2]: Het is niet in de computer zij zoeken echt.

[medeverdachte 1]: Nee want zij hebben niet gezocht in de container dat hebben ze gezegd ze hebben in de computer gekeken ze hebben geen naam gevonden dus hebben ze niet gezocht.

[medeverdachte 2]: Ja maar ze hebben gekeken op het platform maar daar konden ze ook niets vinden.

113. Een schriftelijk stuk, inhoudende een van het Kaapverdiaans naar het Nederlands vertaald tapgesprek van 5 november 2011, 17.35 uur (doorgenummerde pagina (B4) 368).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Gespreksgegevens: T801A [medeverdachte 1] [nummer]

In/uit: I

Doel: [telefoonnummer 22]

Beller: NNMAN

Gebelde: [medeverdachte 1] [het hof: [medeverdachte 1]]

NNm: Ik weet dat ik niet via deze telefoon mag praten, maar ik heb al met mijn vriendin gesproken

NNm: Het is niet in orde, gisteren is ze voor de rechter verschenen en ze is in vrijheid gesteld, maar ze heeft een hoop problemen bel me later want we moeten rekenschap geven en daar goed over praten

[medeverdachte 1]: Oke

Feit 1 en 2

114. Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek IBN goederen van 16 februari 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 16] (doorgenummerde pagina’s (G1) 185 tot en met 190).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 17 januari 2012 werd een doorzoeking ter inbeslagneming verricht in het kader van onderzoek ‘Vinson’.

Verdachte

Naam: [verdachte]
Voornaam: [verdachte]

Adres: [adres 3]

Woonplaats: [woonplaats 1]

Tijdens de doorzoeking in voornoemde woning werden de navolgende goederen in beslag genomen:

-4- E-ticket (nr [e-ticketnummer]), tnv [medeverdachte 3];

-5- E-mail ([e-mailadres 2]) [het hof merkt op: zie bewijsmiddel 115]. Deze email is in de Portugese taal en vertaald.

115. Een schriftelijk stuk, inhoudende (de vertaling van) een uitdraai van een e-mailbericht van 13 september 2011, gericht aan [e-mailadres 2] (doorgenummerde pagina (B3) 825).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Dus, we hebben de tas al voorbereid, helemaal zoals gepland en hebben deze al aan de uitvoerende groep geleverd. Het is nu enkel wachten op de dag.

Echter, het merk van de tas is: primicia, kleur van de tas is: rood. De code voor het openen van het slot is: (444).

Ondertussen is er gisteren al een kopie van de ticket aan de secretaresse gegeven, met de volgende gegevens: naam van de persoon, vluchtnummer, vertrektijd vanuit Sao Paulo en vertrektijd vanuit Amsterdam/lux. Ik zal je echter komende woensdag, 14 september, de rest van de gegevens sturen. Deze zijn: Nummer van de container en ticketnummer. Dit ticketnummer zal echter niet in het reissysteem van de passagier komen te staan, om veiligheidsredenen van de passagier. Wat in onze visie eigenlijk helemaal geen verschil uit zal maken, aangezien de tas meteen zal worden opgepikt bij aankomst in Amsterdam. Dat hoop ik en ik reken erop dat dit feilloos zal gebeuren!... want zo niet, dan wordt het een ramp voor iedereen.

116. Een proces-verbaal van bevindingen passagierslijsten en boekingsgegevens KL0792 met nummer PL27RR/11-042766 van 29 september 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar P. van Gosliga (doorgenummerde pagina’s (B4) 254 tot en met 256).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Uit de reis- en boekingsgegevens van [medeverdachte 3] is het navolgende gebleken:

[medeverdachte 3] is op 8 september 2011 van Lissabon (LIS) naar Parijs (CDG) gevlogen en vervolgens op 8 september 2011 van Parijs (CDG) naar Sao Paulo (GRU).

[medeverdachte 3] zou op 14 september 2011 van Sao Paulo (GRU) naar Amsterdam (AMS) vliegen en vervolgens op 15 september 2011 van Amsterdam (AMS) naar Luxemburg (LUX). Uit de reis- en boekingsgegevens blijkt dat [medeverdachte 3] deze vlucht niet heeft gemaakt.

Op 14 september 2011 is er een boeking gemaakt voor [medeverdachte 3] om op 24 september 2011 van Sao Paulo (GRU) naar Amsterdam (AMS) te vliegen en vervolgens op 25 september 2011 van Amsterdam (AMS) naar Luxemburg (LUX). Uit de passagierslijst van vlucht KL0972 op 24 september 2011 is gebleken dat [medeverdachte 3] deze vlucht niet heeft gemaakt.

117. Een proces-verbaal van 8 februari 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 11] (doorgenummerde pagina’s (C9) 43 tot en met 49).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voormelde datum tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van[medeverdachte 3]:

Ik werk vanaf oktober 2000 als bagagemedewerker bij de KLM. Ik werk in de oost kelder. Daar worden verschillende vluchten gedaan.

118. Een proces-verbaal van 10 februari 2012, opgemaakt door mr. H.P. van der Lelie, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Haarlem (doorgenummerde pagina’s (C9) 41 tot en met 42).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voormelde datum tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van[medeverdachte 3][medeverdachte 3]:

Ik kreeg van [medeverdachte 7] een code van een persoon en vervolgens moest ik dan kijken of deze persoon op Schiphol aankwam. Ik kon op mijn werk in de elektronische systemen kijken. Ik heb in totaal twee keer een code gekregen van [medeverdachte 7]. Ik moest met die code dan kijken of de passagier doorreisde. Ik mag dergelijke gegevens eigenlijk niet doorgeven maar [medeverdachte 7] had dat aan mij gevraagd.

119. Een proces-verbaal van 9 februari 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 17] en [verbalisant 11] (doorgenummerde pagina’s (C9) 72 tot en met 80).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voormelde tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van[medeverdachte 3]:

Een tagnummer is een code van een koffer. Ik zou moeten kijken of een tagnummer gekomen is via de vlucht met nummer 1745. Toen ik op mijn werk kwam heb ik met dat tagnummer in het systeem gekeken. Het tagnummer was er niet. Ik kan ook in het systeem kijken op persoon. In september heb ik twee keer in het systeem gekeken en twee keer was er geen passagier met koffer aangekomen.

120. Een proces-verbaal van 22 februari 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 18] en [verbalisant 19] (doorgenummerde pagina’s (C6) 109 tot en met 116).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voormelde tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [medeverdachte 7]:

[medeverdachte 9] [het hof begrijpt:[medeverdachte 9]] en [medeverdachte 6] [het hof begrijpt: [medeverdachte 6]] hebben mij gevraagd of iemand kan nakijken of de transit van een passagier die op doorvlucht was van hier naar het buitenland goed is gegaan. Het ging om een zakenvrouw die zou doorvliegen naar Luxemburg. Ik heb gezegd dat zij naar [bijnaam medeverdachte 8] [het hof begrijpt: [medeverdachte 8]] konden gaan om die dingen te vragen. [bijnaam medeverdachte 8] is de enige die op Schiphol werkt en waar ik goed mee om ga.

121. Een proces-verbaal van bevindingen onderzoek IBN goederen van 8 maart 2012, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 12] (doorgenummerde pagina’s (G1) 256 tot en met 265).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van de verbalisant:

Op 17 januari 2012 werd een doorzoeking ter inbeslagneming verricht in het kader van onderzoek ‘Vinson’.

Verdachte

Naam: [medeverdachte 1]
Voornamen: [medeverdachte 1]

Adres: [adres 4]

Woonplaats: [woonplaats 2]

Tijdens de doorzoeking in voornoemde woning werden de navolgende goederen in beslag genomen:

40.

E-mail [e-mailadres 2] [het hof merkt op: zie bewijsmiddel 122]. Deze email is in de Portugese taal en vertaald.

122. Een schriftelijk stuk, inhoudende een uitdraai van (de vertaling van) een e-mailbericht van 13 oktober 2011, van [e-mailadres 2] (doorgenummerde pagina (B4) 895).

Dit geschrift houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Het enige probleem dat we hebben, is dat mijn vriendin bang is om terug te keren om het werk af te maken omdat ze behoorlijk is geschrokken in Amsterdam door de controle. Echter, omdat zij mij heel erg vertrouwd, heeft ze al ingestemd om terug te keren voor het beoogde doel.

Ik ga je nog om een gunst vragen voor haar, ik zou het op prijs stellen als je een consult voor haar kon regelen in “LUX”, bij een arts, plastisch-chirurg, want toen ze door de Autoriteiten in Amsterdam werd aangehouden en haar werd gevraagd wat ze in dat land kwam doen, heeft ze geantwoord dat ze een behandeling aan haar buik onderging en dat haar vriend in dat land woont, en dat hij wilt dat ze de behandeling daar ondergaat. Dat zij daarom vaak naar dat land af moet reizen om die reden. Het is dus nodig dat je daar een consult en een telefoonnummer van een man voor haar regelt, voor wanner ze het opnieuw/nogmaals aan haar vragen.

123. Een proces-verbaal van 3 november 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren E.J. Sol en M.B.J. Zwiers (doorgenummerde pagina’s (B4) 385 tot en met 391).

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op voormelde tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [medeverdachte 3]:

Op de vraag “als wij uw paspoort onderzoeken zien wij dat u een aantal keren in Brazilië bent geweest. Wat kunt u daarover verklaren? De eerste keer ben ik naar Brazilië geweest op vakantie. Toen heb ik geïnformeerd voor plastische chirurgie van een buikwandcorrectie. De tweede keer is het mij niet gelukt om iets te doen. Toen ik aankwam hebben zij mij meer geld gevraagd. Daarna ben ik nog een keer geweest en is het mij niet gelukt. Het was toen weer teveel geld.

Ik weet niet waar mijn bagagestukken nu zijn. Ze zijn rechtstreeks naar Luxemburg toe gestuurd. Ik zou daar mijn vriendje gaan ontmoeten.

De hiervoor vermelde bewijsmiddelen, voor zover het een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5° Sv betreft, zijn telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen.

Nadere bewijsoverwegingen

Het hof zal de bij de verdachte aangetroffen e-mail en e-ticket tot het bewijs bezigen. Het hof is van oordeel dat in beginsel dient te worden uitgegaan van de juistheid van hetgeen door opsporingsambtenaren in door hen opgemaakte processen-verbaal wordt gerelateerd, behoudens in geval sprake is van aanwijzingen voor het tegendeel. Het hof merkt op dat in dat verband niet meer is gesteld dan dat de partner van de verdachte, die ten tijde van de doorzoeking in de woning aanwezig is geweest, heeft gesteld dat zij genoemde documenten nooit heeft zien liggen en dat zij de doorzoekende verbalisanten heeft horen zeggen: “dat had je niet moeten doen” of “dat mag je niet doen”, en voorts de suggestie dat mogelijk stukken aangetroffen tijdens een doorzoeking bij een medeverdachte zijn vermengd met stukken aangetroffen in de woning van de verdachte. Het hof overweegt hiertoe dat uit het dossier blijkt dat de doorzoekingen bij [medeverdachte 1] en de verdachte door verschillende zoekploegen zijn uitgevoerd. Hetgeen door de verdediging is aangevoerd acht het hof onvoldoende om tot de conclusie te komen dat niet van de juistheid van het door de opsporingsambtenaren opgemaakte proces-verbaal uit kan worden gegaan. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Het hof acht op grond van de hierboven weergegeven bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met anderen heeft schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne in Nederland in de periode van 4 september 2011 tot en met 27 september 2011 en de geslaagde invoer van cocaïne op 3 november 2011, en overweegt daartoe als volgt.

Uit de in de bewijsmiddelen weergegeven tap- en OVC-gesprekken blijkt dat [medeverdachte 7] op 4 september 2011 met [medeverdachte 6] en[medeverdachte 9] het werkrooster van een man besprak. De verdachte liet op 6 september 2011 aan [medeverdachte 2] weten dat er ‘er iemand was geregeld voor de 15e’. Daarvoor werden vervolgens papieren geregeld. Op 8 september 2011 is [medeverdachte 3] naar Brazilië gereisd. Bij de verdachte is een e-mailbericht aangetroffen van 13 september 2011, waarin staat: “Dus, we hebben de tas al voorbereid, helemaal zoals gepland en hebben deze al aan de uitvoerende groep geleverd. Het is nu enkel wachten op de dag. Echter, het merk van de tas is: primicia, kleur van de tas is: rood. De code voor het openen van het slot is: (444). Ondertussen is er gisteren al een kopie van de ticket aan de secretaresse gegeven, met de volgende gegevens: naam van de persoon, vluchtnummer, vertrektijd vanuit Sao Paulo en vertrektijd vanuit Amsterdam/lux”.

Uit de reis- en boekingsgegevens van [medeverdachte 3] is gebleken dat zij op 14 september 2011 van Sao Paulo naar Amsterdam zou vliegen en vervolgens op 15 september 2011 van Amsterdam naar Luxemburg, maar dat zij deze vlucht niet heeft gemaakt.

Op 14 september 2011 liet [medeverdachte 8] aan [medeverdachte 7] weten dat ‘ze het niet gestuurd hebben’. [medeverdachte 7] gaf aan[medeverdachte 9] door ‘dat de persoon niet op de papieren staat’.[medeverdachte 9] gaf dit door aan [medeverdachte 6], [medeverdachte 6] aan [medeverdachte 2], [medeverdachte 2] aan de verdachte en de verdachte aan [medeverdachte 1]. In een daarop volgend gesprek op 14 september 2011 tussen [medeverdachte 1] en een NN-man zegt de NN-man op de vraag van [medeverdachte 1] waarom het niet is doorgegaan: “het is niet doorgegaan vanwege een controle” en “dat de vlucht van dat meisje gewijzigd is en dat het nu de 24e wordt”. Direct na dit gesprek zegt [medeverdachte 1] tegen [medeverdachte 2] dat “ze de meid niet af hebben laten reizen omdat ze geen risico wilde nemen met de bagagecontrole. Ze hebben haar koffer er niet in gedaan”.

Op 21 september 2011 wordt tussen de verdachte en [medeverdachte 1] besproken dat de datum 24 is. Uit opgenomen tapgesprekken op 24 september 2011 waaraan onder meer [medeverdachte 1] deelneemt blijkt dat er een complicatie is met de vlucht die al geboekt was voor de vrouw en dat [medeverdachte 1] denkt dat het niet meer door gaat.

Op 14 september 2011 is een boeking gemaakt voor [medeverdachte 3] om op 24 september 2011 van Sao Paulo naar Amsterdam te vliegen en vervolgens op 25 september 2011 van Amsterdam naar Luxemburg. Uit de passagierslijst van vlucht KL0972 op 24 september 2011 is gebleken dat [medeverdachte 3] deze vlucht niet heeft gemaakt.

Vervolgens is één en ander verzet naar zondag (het hof begrijpt: 2 oktober 2011), maar omdat het niet op tijd rond kwam, werd het afgeblazen. Op 10 oktober 2011 is [medeverdachte 3] op de luchthaven Schiphol aangehouden. Er zijn bij [medeverdachte 3] geen verdovende middelen aangetroffen en zij is toen heengezonden. In het tapgesprek van 14 oktober 2011, 21.11 uur, vertelt de verdachte aan [medeverdachte 2] over een meisje dat op vakantie wilde naar Luxemburg, dat zij is gekomen, gebruik heeft gemaakt van dat ticket en dat ze helemaal is gescand. In datzelfde gesprek zegt [medeverdachte 2] dat het waarschijnlijk komt ‘omdat het eerst gecanceld was’.

Tijdens de doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1] is een e-mailbericht van 13 oktober 2011 aangetroffen, waarin staat: “Het probleem dat we hebben, is dat mijn vriendin bang is om terug te keren om het werk af te maken omdat ze behoorlijk is geschrokken in Amsterdam door de controle. Echter, omdat zij mij heel erg vertrouwt, heeft ze al ingestemd om terug te keren voor het beoogde doel”.

Op 25 oktober 2011 is [medeverdachte 3] wederom naar Brazilië gereisd. Vervolgens blijkt uit tapgesprekken waaraan [medeverdachte 1], [medeverdachte 2], de verdachte en een NN-man deelnemen dat gesproken wordt over de 29e op de 30e en dat dezelfde naam zou worden gebruikt. Net voordat alles rond was, is ook deze vlucht afgezegd. Toen de verdachte vervolgens liet weten dat hij alles in handen had, kreeg hij te horen dat het te laat was.

Onder de verdachte is voorts een ticket aangetroffen op naam van [medeverdachte 3] om op 29 oktober van Sao Paulo naar Amsterdam te vliegen en vervolgens op 30 oktober 2011 van Amsterdam naar Luxemburg.

Op 1 november 2011 liet de verdachte aan [medeverdachte 2] weten ‘dat ze het voor morgen hebben gedaan’. Vastgelegd werd ‘van morgen op overmorgen’ (het hof begrijpt: van 2 op 3 november 2011). In het OVC gesprek van 1 november 2011 zegt de verdachte tegen [medeverdachte 6],[medeverdachte 9] en [medeverdachte 2] dat het nog steeds een rode koffer is met code 444. Ook blijkt uit de tapgesprekken dat het weer zou gaan om dezelfde beoogde koerier. Op 3 november 2011 werd op de luchthaven Schiphol een rode koffer, merk Primicia, afkomstig uit Brazilië, met daarin 8000,9 gram cocaïne aangetroffen. De code van die koffer was 444. De bewuste koffer stond op naam van [naam 1]. Op dezelfde vlucht zat [medeverdachte 3], die bij aankomst op Schiphol is aangehouden. Nadat [medeverdachte 8] op 3 november 2011 op zijn werk was aangekomen, liet hij weten dat hij de bagage en/of de begeleidende persoon, niet kon vinden. Uit het OVC-gesprek 4 november 2011 (00.28 uur) tussen [medeverdachte 6],[medeverdachte 9], [medeverdachte 2], de verdachte en [medeverdachte 1] blijkt dat de koffer op het laatste moment op naam gezet is van [naam 1]. Doordat [medeverdachte 8] op de naam [medeverdachte 3] zocht, kon hij de koffer niet vinden. Ook blijkt in dit gesprek dat het om 8 kilo ging.

Uit het bovenstaande leidt het hof af dat de verdachten zich tezamen en in vereniging in de periode van 4 september 2011 tot en met 27 september 2011 (zaaksdossier B3) bezig hebben gehouden met voorbereidingshandelingen gericht op de invoer van cocaïne, hetgeen uiteindelijk is geslaagd op 3 november 2011 (zaaksdossier B4). [medeverdachte 6] en[medeverdachte 9] hebben, door tussenkomst van [medeverdachte 7], [medeverdachte 8] ingeschakeld, die als bagagemedewerker op Schiphol werkzaam was. [medeverdachte 6] en[medeverdachte 9] zijn vanaf de verzendende partij benaderd door [medeverdachte 2], die op zijn beurt daartoe contact had met de verdachte en [medeverdachte 1]. Voorts blijkt dat als begeleidend persoon van de koffer met cocaine [medeverdachte 3] gebruikt is. Hieruit volgt dat het opzet van de verdachten in zowel zaaksdossier B3 als B4 gericht was op de invoer van cocaïne.

Met betrekking tot het opzet van de verdachte overweegt het hof nog als volgt. Uit de bewijsmiddelen volgt dat de verdachte voorbereidingen aan het treffen was voor de invoer van een koffer die vanaf Brazilië naar Nederland zou worden vervoerd met een begeleidend persoon. In de contacten die de verdachte onderhield met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] stonden afspraken over momenten waarop handelingen moesten worden verricht in relatie met de invoer van (een koffer met) cocaïne centraal. Uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid – onder uit de bij de verdachte aangetroffen bescheiden – dat het daarbij ging om reisbewegingen vanuit Brazilië naar Amsterdam. Dat het in de contacten tussen de verdachte met onder meer [medeverdachte 2] niet ging om handelingen met betrekking tot voorgenomen invoer van cocaïne maar om feesten, zoals gesteld door de raadsman, is in het licht van de bewijsmiddelen niet aannemelijk. Gelet op het voorgaande passeert het hof het verweer van de verdediging dat de verdachten niet over cocaïnetransporten, maar over feesten spraken. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de verdachte ook bij de behandeling in hoger beroep geen nadere onderbouwing, middels concrete feiten en omstandigheden, heeft gegeven voor het door hem aangevoerde scenario. Het verweer van de raadsman wordt verworpen.

Voortgezette handeling

Weliswaar is sprake van elkaar opvolgende momenten waarbij de verdachte samen met anderen voorbereidingen heeft getroffen om verdovende middelen naar Nederland te vervoeren en heeft de verdachte samen met anderen daadwerkelijk verdovende middelen ingevoerd, maar naar het oordeel van het hof is gezien de te onderscheiden periodes van handelingen geen sprake van een voortgezette handeling. Uit de bewijsmiddelen volgt dat sprake is geweest van te onderscheiden, kennelijk verschillende, wilsbesluiten van de verdachte.

Voorwaardelijk verzoek tot het horen van een getuige

Ter terechtzitting heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de e-mail en het e-ticket niet bij de verdachte thuis zijn aangetroffen, zoals uit het dossier volgt. De raadsman heeft vervolgens voorwaardelijk verzocht, [verbalisant 1], [verbalisant 20], [verbalisant 21], [verbalisant 22], [verbalisant 23], [verbalisant 24], [verbalisant 25], [verbalisant 26], [verbalisant 12], [verbalisant 18], [verbalisant 16], [verbalisant 27], [verbalisant 28] en [verbalisant 29] als getuigen te horen over de wijze van in beslag neming, mocht het hof van mening zijn dat het niet aannemelijk is dat de e-mail en het e-ticket niet in de woning van de verdachte zijn aangetroffen. Nu het hof zoals hierboven is overwogen niet aannemelijk acht dat voornoemde bescheiden niet in de woning van de verdachte zijn aangetroffen, is de voorwaarde waaronder dit verzoek is gedaan vervuld. Het hof is van oordeel dat, gelet op de onderbouwing van het verzoek en hetgeen daaromtrent hierboven is overwogen, de noodzaak tot het oproepen van deze getuigen niet is gebleken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van een feit, bedoeld in het vijfde lid van artikel 10, voorbereiden of bevorderen, door

- zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit te verschaffen en

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden of andere betaalmiddelen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren met aftrek van voorarrest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren met aftrek van voorarrest.

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het hof verzocht, indien het hof tot een bewezenverklaring komt, een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan het voorarrest, gelet op de lopende detentiefasering van de verdachte, het feit dat de verdachte niet eerder ter zake van de Opiumwet is veroordeeld en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals ter terechtzitting naar voren gebracht.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van de invoer van cocaïne in Nederland, alsmede aan voorbereidingshandelingen in de zin van de Opiumwet. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. Cocaïne is een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. De verdachte heeft zich bij de bewezen verklaarde feiten kennelijk enkel laten leiden door het oogmerk van snel en eenvoudig financieel gewin ten koste van anderen. De invoer van cocaïne vond plaats op de luchthaven Schiphol en ook de voorbereidingshandelingen zagen op de invoer van cocaïne via deze luchthaven. Daarbij werd een bagagemedewerker op Schiphol ingeschakeld, die zich met zijn Schipholpas toegang kon verschaffen tot het beveiligde gedeelte van de luchthaven. Aldus werd ernstig misbruik gemaakt van specifieke, aan Schiphol gerelateerde bevoegdheden en daarmee het vertrouwen en aanzien van Schiphol geschaad. Het hof rekent dit de verdachte zwaar aan.

Op grond hiervan is ten aanzien van het bewezenverklaarde oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf aangewezen.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 2 april 2014 is de verdachte eerder ter zake van een strafbaar feit, maar niet ten aanzien van soortgelijke feiten als de onderhavige onherroepelijk veroordeeld.

Het hof ziet evenwel aanleiding om bij de bepaling van de duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf naar beneden af te wijken van hetgeen door de advocaat-generaal is gevorderd, nu het hof rekening heeft gehouden met de samenhang die tussen de verschillende bewezen verklaarde afzonderlijke feiten bestaat.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 2, 10 en 10a van de Opiumwet en de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte en de officier van justitie niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 3 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren en 6 (zes) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.J.A. Plaisier, mr. G. Oldekamp en mr. M. Lolkema, in tegenwoordigheid van mr. N. de Visser, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 mei 2014.

[...]