Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:1978

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
12-05-2014
Datum publicatie
11-06-2014
Zaaknummer
200.142.333/01 OK
Rechtsgebieden
Ondernemingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

OK; art. 25 en 26 WOR; medezeggenschap; adviesrecht; besluit tot sluiting productielocatie kennelijk onredelijk

Wetsverwijzingen
Wet op de ondernemingsraden 25, 26
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAR 2014/171
OR-Updates.nl 2014-0240
AR 2014/394
RAR 2014/100
RO 2014/60
JAR 2014/171
ARO 2014/128
JONDR 2014/1036
ROR 2014/20
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.142.333/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 12 mei 2014

inzake

DE BUSINESS UNIT ONDERNEMINGSRAAD FUNCTIONAL CHEMICALS VAN AKZONOBEL,

gevestigd te Amersfoort,

VERZOEKER,

advocaat: mr. R.J.M. Hampsink, kantoorhoudende te Utrecht,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AKZONOBEL FUNCTIONAL CHEMICALS B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. S.F. Sagel en mr. M.B. Kerkhof, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen worden aangeduid als de ondernemingsraad en AN Functional Chemicals.

1.2

De ondernemingsraad heeft bij op 24 februari 2014 per fax en op 25 februari 2014 per brief ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht te verklaren dat AN Functional Chemicals bij afweging van alle betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het bij brief van 24 januari 2014 meegedeelde besluit tot sluiting van de productielocatie van AN Functional Chemicals te Deventer, aan AN Functional Chemicals de verplichtingen op te leggen voornoemd besluit in te trekken en de gevolgen van dat besluit ongedaan te maken, en AN Functional Chemicals te verbieden handelingen te verrichten of te doen verrichten ter uitvoering van dat besluit of onderdelen daarvan, een en ander voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

1.3

AN Functional Chemicals heeft bij op 13 maart 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken af te wijzen.

1.4

De verzoeken zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 27 maart 2014. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van overgelegde pleitnotities en hebben mr. Sagel en mr. Kerkhof op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties, genummerd 21 en 22, overgelegd. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

2 De vaststaande feiten

2.1

Akzo Nobel N.V. is de topholding van het AkzoNobel concern. Haar dochter Akzo Nobel Nederland B.V. (hierna Akzo Nobel Nederland te noemen) is een structuurvennootschap. AN Functional Chemicals is een dochter van Akzo Nobel Nederland. Het AkzoNobel concern kent een business structuur die niet samenvalt met haar juridische structuur. De business structuur verdeelt het concern in business units; de business unit Functional Chemicals (hierna ook aan te duiden met Functional Chemicals) is daar een van.

2.2

AN Functional Chemicals drijft een aantal ondernemingen. In Deventer houdt zij een productielocatie in stand die behoort tot de sub business unit Organic Peroxides (hierna SBU OP te noemen), onderdeel van de business unit Functional Chemicals. SBU OP omvat fabrieken en distributiecentra in een aantal landen en heeft afnemers verspreid over de wereld.

2.3

De ondernemingsraad is als business unit ondernemingsraad (Bor) ingesteld bij business unit Functional Chemicals en de gezamenlijke sub business units in Nederland van Functional Chemicals.

2.4

Op 30 januari 2013 heeft J. Svärd, managing director van AN Functional Chemicals (hierna Svärd te noemen), in een schriftelijke mededeling aan alle medewerkers van AN Functional Chemicals het verbeterprogramma Dynamo+ aangekondigd. De mededeling houdt onder meer in dat in de voorgaande zes tot 12 maanden de resultaten aanzienlijk verslechterd waren en dat het verbeterprogramma ten doel heeft acceptabele resultaten te boeken. In het kader van dit verbeterprogramma is McKinsey ingeschakeld. McKinsey heeft over haar bevindingen in de vorm van een presentatie gerapporteerd.

2.5

In maart 2013 is van het in januari 2012 eenzijdig door Akzo Nobel Nederland vastgestelde mobiliteitsplan een nieuwe versie inwerking getreden (hierna het Mobiliteitsplan te noemen). Het is van toepassing voor 2013 en 2014.

2.6

Op 28 mei 2013 heeft Svärd de medewerkers van AN Functional Chemicals schriftelijk op de hoogte gebracht van de voortgang van Dynamo+. Zijn schrijven houdt onder meer in dat in de komende jaren waarschijnlijk sites worden samengevoegd en er minder personeel nodig zal zijn.

2.7

Svärd heeft op 2 juli 2013 aan de medewerkers meegedeeld dat de "diagnostische fase van Dynamo+" was afgerond, dat Dynamo+ nu zal worden uitgevoerd en dat daarmee een versnelling van de programma-activiteiten te verwachten viel.

2.8

Op 18 juli 2013 heeft Akzo Nobel N.V. haar cijfers over het eerste halfjaar 2013 gepubliceerd.

2.9

Herstructureringsplan Athena maakt deel uit van Dynamo+ en behelst – kort gezegd – het voorstel om de productie- en distributieactiviteiten voor organische peroxiden in Deventer te staken en over te brengen naar andere productielocaties van AN Functional Chemicals, hetgeen een jaarlijkse kostenbesparing van € 19.000.000 en een eenmalige besparing van € 30.000.000 zou opleveren. Hoofdstuk 8 van de schriftelijke weergave van het plan, “Economische rechtvaardiging”, houdt cijfermatige toelichtingen op het plan in en omvat financiële cijfers.

2.10

Op 29 augustus 2013 heeft AN Functional Chemicals de ondernemingsraad geïnformeerd over plannen om de productie van organische peroxiden in Deventer gefaseerd te beëindigen. Op 30 augustus 2013 zijn de (overige) werknemers op de hoogte gesteld.

2.11

Bij brief van 4 september 2013 aan de ondernemingsraad heeft Svärd advies gevraagd over het voorgenomen besluit om de productielocatie van Functional Chemicals in Deventer te sluiten. Deze aanvraag houdt onder meer in:

Begin 2013 heeft [Functional Chemicals] het Dynamo+ programma gestart met als doelstelling om de winstgevendheid van [Functional Chemicals] terug te brengen op een acceptabel niveau en de concurrentiepositie van de business unit structureel te verbeteren. (…) om de doelstellingen van de [business unit] te realiseren (…) zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Met het doel de bedrijfsresultaten structureel te verbeteren is de tot begin 2013 geldende strategie herzien. (…) Deze herbezinning resulteerde in de volgende strategische keuzes: a) Een grote productielocatie in Europa (Mons, België) (…).

(…) Uitvoering van dit omvangrijke herstructureringsplan is “Athena” genoemd. (…) Door Functional Chemicals is in aanvulling op Dynamo het initiatief voor Dynamo+ genomen. (…) De [business unit] heeft (…) McKinsey gevraagd hierbij te assisteren. Diverse, grotere productielocaties zijn door een team van McKinsey consultants bezocht voor een nadere analyse. (…) Van de overwogen alternatieven is een ingrijpende herstructurering en de volledige sluiting van Deventer de beste optie gebleken. Door de voorgenomen volledige sluiting worden omvangrijke noodzakelijke investeringen voor het vervangen van verouderde apparatuur en proces automatisering in Deventer vermeden. (…) Er zijn in het besluitvormingsproces de volgende alternatieven en varianten overwogen Alternatief 1: Huidige productie netwerk handhaven, en de Dynamo en Dynamo+ programma’s uitvoeren. (…) In vergelijking met het voorgenomen besluit zijn de te realiseren besparingen te gering en de noodzakelijke investeringen te hoog. (…). Alternatief 2: Mons sluiten en productie overbrengen naar andere OP lokaties (…) de locatie Deventer [biedt] geen mogelijkheden (…) om de omvangrijke activiteiten van Mons (…) te faciliteren. Bovendien zijn er in Deventer naast noodzakelijke vervangingsinvesteringen, ook omvangrijke investeringen noodzakelijk voor operational excellence en procesveiligheid. Voor Mons zijn hiervoor aanzienlijk lagere investeringen nodig. (…) . Alternatief 3: Mons en Deventer sluiten en een nieuwe lokatie (…) ontwikkelen. Dit alternatief bleek niet realistisch (…).

Opvang gevolgen medewerker s

(…) Na de boventalligheid wordt de medewerker, in lijn met het [Mobiliteitsplan], overgeplaatst naar het Mobiliteitsbedrijf van AkzoNobel. (…). Boventalligen in 2014 kunnen eveneens aanspraak maken op de materiële voorzieningen (…) van het [Mobiliteitsplan]. (…) Voor de (…) periode na 2014 geldt dat de maatschappelijke ontwikkelingen ertoe kunnen leiden dat de regels rondom zaken als ontslagrecht, WW en pensioen worden gewijzigd (…). AkzoNobel Nederland zal die aanpassingen volgen en verwerken in het Mobiliteitsplan. (…)”.

2.12

Op 13 september 2013 heeft de ondernemingsraad een lijst met vragen ingediend naar aanleiding van de adviesaanvraag. AN Functional Chemicals heeft op 23 september 2013 schriftelijk geantwoord en haar antwoorden toegelicht met documenten die aan de ondernemingsraad ter beschikking zijn gesteld.

2.13

Op 4 oktober 2013 heeft J. Pranger, global operations director Organic Peroxides (hierna Pranger te noemen), met een delegatie van de ondernemingsraad over de adviesaanvraag gesproken.

2.14

Op 8 oktober 2013 heeft de ondernemingsraad een tweede lijst met vragen aan AN Functional Chemicals toegestuurd en AN Functional Chemicals heeft op 23 oktober 2013 schriftelijk geantwoord, onder verstrekking van een financieel meerjarenplan.

2.15

Akzo Nobel Nederland, vertegenwoordigd door haar HR Director J. Strik (hierna Strik te noemen), heeft met de representatieve vakorganisaties onderhandeld over een sociaal plan voor de periode 2014 tot 2016 (hierna aan te duiden met de onderhandelingen). Het eerste formele overleg vond plaats op 28 oktober 2013. Akzo Nobel Nederland heeft bij die gelegenheid een sociaal plan voor de duur van drie jaar voorgesteld, gebaseerd op de kantonrechterformule en tevens inhoudend een voorziening voor outplacementbegeleiding (hierna het aangeboden plan).

2.16

In een “Update van de Site Director” van 5 november 2013 heeft AN Functional Chemicals bekendgemaakt dat zij verwacht dat in het eerste en het derde kwartaal van 2014, het vierde kwartaal van 2015, en het tweede en het vierde kwartaal van 2016 medewerkers zullen afvloeien.

2.17

Een derde lijst met vragen betreffende de adviesaanvraag heeft de ondernemingsraad op 6 november 2013 aan AN Functional Chemicals doen toekomen. Op deze vragen heeft AN Functional Chemicals schriftelijk gereageerd op 18 november 2013.

2.18

S. Hunt, AN Functional Chemicals director (hierna Hunt te noemen), heeft op 7 november 2013 met een delegatie van de ondernemingsraad gesproken.

2.19

De vierde en laatste lijst met vragen van de ondernemingsraad over het voorgenomen besluit is op 20 november 2013 bij AN Functional Chemicals ingediend en op 26 november 2013 schriftelijk door haar beantwoord.

2.20

In opdracht van de ondernemingsraad hebben prof. dr. A. van Witteloostuijn en prof. dr. U. Weitzel onderzoek gedaan en van de resultaten daarvan een onderzoekverslag opgesteld, getiteld “Productie van organische peroxiden in Deventer, Erop of eronder?” (hierna het onderzoekverslag te noemen). Zij hebben hun onderzoeksresultaten op 4 december 2013 gepresenteerd in bijeenkomsten met “het management” en “de medezeggenschap” en met het personeel. Op 6 december 2013 heeft AN Functional Chemicals het onderzoekverslag ontvangen.

2.21

Werknemers van AN Functional Chemicals hebben een alternatief voor de sluiting van de productielocatie in Deventer beschreven in een notitie getiteld “Deventer Vision 2020 and Beyond” (hierna aan te duiden met Deventer 2020). Deventer 2020 is als appendix II bij het onderzoekverslag gevoegd.

2.22

Op 9 december 2013 heeft de ondernemingsraad zijn advies in concept uitgebracht aan Svärd (hierna het conceptadvies te noemen). Het onderzoekverslag, inclusief Deventer 2020, is als bijlage bij het conceptadvies gevoegd.

2.23

Op 11 december 2013 hebben de opstellers van Deventer 2020 en Pranger overleg gevoerd.

2.24

De eerste reactie op het conceptadvies van (Pranger namens) AN Functional Chemicals, verzonden aan de ondernemingsraad op 13 december 2013, houdt onder meer in:

“(…) In de Business Case is aangegeven dat de besparing van 20 miljoen EURO door Deventer te sluiten mogelijk is. (…) De studie van Van Witteloostuijn (het onderzoekverslag, OK) bevestigt dat er problemen en ontwikkelingen zijn die de noodzakelijke aandacht verdienen. Hij komt echter tot een andere oplossingskeuze, zonder daarbij aan te geven hoe die keuze er in detail uitziet en zonder aan te geven hoe welke kosten wanneer bespaard kunnen en zullen worden. (…)”.

2.25

Eveneens op 13 december 2013 heeft de ondernemingsraad een memorandum aan Pranger gestuurd over het onderwerp “FMC reduction Deventer”, waarin de ondernemingsraad een besparing van € 16.000.000 op jaarbasis voorrekent.

2.26

Op 17 december 2013 heeft een overlegvergadering plaatsgevonden.

2.27

Op 23 december 2013 hebben Pranger en Hunt nogmaals met de opstellers van Deventer 2020 gesproken.

2.28

Op 27 december 2013 heeft Pranger de ondernemingsraad “voor de volledigheid en ter voorkoming van misverstanden” een addendum op de adviesaanvraag doen toekomen.

2.29

Bij brief van 30 december 2013 heeft Svärd een concept besluit aan de ondernemingsraad gezonden. De conclusie van het concept besluit luidt dat het voorgenomen besluit zal worden uitgevoerd. Het concept besluit houdt onder meer in:

Akzo Nobel Nederland heeft getracht met de vakorganisaties een sociaal plan af te spreken (…). Dit is tot op heden niet gelukt, wat met zich meebrengt dat hetgeen in de adviesaanvraag over de opvang van de gevolgen is aangegeven, in stand blijft. (…)”.

2.30

Op 10 januari 2014 heeft de ondernemingsraad zijn (definitieve) advies uitgebracht. Het advies is negatief en houdt onder meer in:

Een opvallende lacune in de argumentatie inzake de voorgenomen sluiting is het ontbreken van een concurrentieanalyse. (…) een serieuze overweging en doorrekening van tussenvarianten ontbreekt (…). de bestuurder (…) hecht aan een structurele kostenbesparing van circa € 20 miljoen vanaf 2017. De [ondernemingsraad] heeft (…) een nadere analyse van de structurele kostenbesparingen gemaakt en is tot een besparing van € 11 miljoen gekomen (…). In de context van een strategic quick scan is het niet mogelijk om deze en andere alternatieve scenario’s in detail uit te werken en door te rekenen. Een eerste verkenning maakte echter klip en klaar duidelijk dat nader onderzoek naar dergelijke alternatieven opportuun is (…)

en

Op de voorgenomen sluiting met als gevolg de beëindiging van arbeidsovereenkomsten (…) heeft u het Mobiliteitsplan van toepassing verklaard. Er is nu een door AkzoNobel eenzijdig vastgesteld Mobiliteitsplan uit maart 2013 dat voor 2013 en 2014 van kracht is. (…) Inmiddels zijn onderhandelingen over een tweezijdig Sociaal Plan voor Deventer van start gegaan (…). De [ondernemingsraad] vindt vanwege de nagestreefde rechtsgelijkheid dat het Mobiliteitsplan (…) niet alleen van toepassing zou moeten zijn voor de werknemers die in het eerste jaar (2014) hun baan verliezen en worden ontslagen, maar dat het Mobiliteitsplan ook van toepassing moet zijn in de jaren 2015 en 2016 (…). (...) Zolang er geen door de vakbonden geaccordeerd Sociaal Plan ligt of de toepasselijkheid van het huidige Mobiliteitsplan na 2014 niet is gegarandeerd voor alle betrokken werknemers, is voor de [ondernemingsraad] onvoldoende duidelijk wat de uiteindelijke personele gevolgen van het besluit voor alle werknemers zullen zijn en op welke wijze AkzoNobel voornemens is deze personele gevolgen te ondervangen (…).

en

De productielocatie Deventer is er een waarvan u toegeeft dat er structureel nog voor vele miljoenen kan worden bespaard. In de berekeningen van de [ondernemingsraad] gaat het om een structurele kostenbesparing van circa € 11 miljoen. De [ondernemingsraad] is er niet van overtuigd dat de door u nagestreefde kostenbesparing van € 20 miljoen noodzakelijk is en per se door de sluiting van de productielocatie Deventer moet worden bereikt (…)”.

2.31

Op 20 januari 2014 heeft Akzo Nobel Nederland in de onderhandelingen met de vakorganisaties voor de vestiging in Deventer (extra) verbeteringen voorgesteld ten opzichte van het aangeboden plan van 28 oktober 2013. In ‘One World NL, AkzoNobel – Nederlandse editie’, een uitgave van het AkzoNobel concern, van januari 2014 is een gedetailleerde, schematische vergelijking gemaakt tussen het verbeterde voorgestelde sociaal plan, het wettelijke regime dat (naar verwachting) met ingang van 1 juli 2015 zal gelden en het (toen vigerende) Mobiliteitsplan. Bij het schema is vermeld: “Akzo Nobel heeft voor Deventer het niveau van het huidige Mobiliteitsplan aangeboden, aangevuld met verbeteringen”.

2.32

Op 24 januari 2014 heeft Svärd schriftelijk aan de ondernemingsraad meegedeeld dat het advies van de ondernemingsraad niet zal worden gevolgd en dat het voorgenomen besluit zal worden uitgevoerd. Svärd heeft onder meer geschreven:

Uw advies komt er (…) op neer dat (…) u ruimte ziet voor EUR 11 mln aan besparingen. (…) de noodzaak om EUR 20 mln te besparen [is] een gevolg (…) van financiële concerneisen (…). Zelfs als de ruimte die u ziet voor EUR 11 mln aan besparingen zou kloppen (…) dan bestaat er nog altijd een gat van EUR 9 mln tussen uw advies en de 20 mln. Dat gat wordt met geen mogelijkheid gedicht. (…) Ik zal dan ook niet ingaan op uw aanbeveling om een uitgebreide vervolgopdracht ten aanzien van het alternatieve scenario te geven. (…) als het Mobiliteitsplan 2014 is uitgewerkt, er geen sociaal plan met de vakorganisaties is afgesproken en ook geen nieuw mobiliteitsplan eenzijdig is afgekondigd, (zal) het wettelijke regime – waarmee u bekend bent – van toepassing zijn.”

2.33

De in 2.15 vermelde onderhandelingen over een sociaal plan hebben op 20 februari 2014 geleid tot overeenstemming over een “Sociaal Plan AkzoNobel in Nederland 2014-2016” met een “Addendum Deventer”.

2.34

In een brief van 25 maart 2014 heeft Svärd de ondernemingsraad meegedeeld:

“(…) we kunnen ervan uitgaan dat het Sociaal Plan Deventer een feit is. Gezien deze ontwikkeling laat ik u hierbij weten dat [AN Functional Chemicals] bereid is om het besluit van 24 januari 2014 als volgt te wijzigen. (…) de personele gevolgen van het besluit om tot sluiting van de productielocatie in Deventer over te gaan worden ondervangen door het Sociaal Plan Deventer. (…) Het Sociaal Plan Deventer heeft een looptijd vanaf 1 maart 2014 tot 1 januari 2017, maar zal ook van toepassing zijn op werknemers die na 1 januari 2017 boventallig worden als gevolg van het besluit tot sluiting. (…) ”.

3 De gronden van de beslissing

3.1

De ondernemingsraad heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat AN Functional Chemicals bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 24 januari 2014 tot sluiting van de productielocatie van Functional Chemicals te Deventer, waartegen het onderhavige beroep van de ondernemingsraad is gericht. Hij heeft daartoe in zijn verzoekschrift stellingen aangedragen, die hij ter terechtzitting in zijn pleidooi en in antwoord op vragen van nadere toelichting heeft voorzien en die, naar de Ondernemingskamer begrijpt, neerkomen op het volgende:

a. AN Functional Chemicals heeft de noodzaak van de sluiting onvoldoende gemotiveerd en het besluit niet gebaseerd op een adequate concurrentieanalyse;

b. Het bestreden besluit kan niet worden gerechtvaardigd door het daarmee beoogde doel van rendementsverbetering ter oplossing van problemen elders in het concern;

c. Het besluit ontbeert adequate financiële onderbouwing en het door de ondernemingsraad aangedragen alternatief is niet serieus doorgerekend;

d. De wijze waarop de gevolgen van het besluit voor alle betrokken werknemers zullen worden ondervangen zijn niet (tijdig) inzichtelijk gemaakt.

3.2

AN Functional Chemicals heeft verweer gevoerd. De Ondernemingskamer zal voor zover nodig op het verweer ingaan.

3.3

Ten aanzien van de in 3.1 weergegeven gronden a. en b. overweegt de Ondernemingskamer het volgende.

3.4

De Ondernemingskamer stelt voorop dat de beoordeling door de Ondernemingskamer waarin de WOR voorziet, zich niet uitstrekt tot de vraag of het besluit noodzakelijk is. De klacht van de ondernemingsraad, dat de noodzaak van de sluiting van de productielocatie te Deventer niet toereikend is uitgelegd, kan het beroep niet dragen en blijft daarom verder onbesproken.

3.5

De ondernemingsraad heeft - aanvankelijk - gesteld dat de motivering van het besluit, gelet op de doelstelling de concurrentiepositie te verbeteren, tekortschiet omdat een concurrentieanalyse ontbreekt. Anders dan de ondernemingsraad meent is een concurrentieanalyse echter niet de enige wijze waarop aannemelijk kan worden gemaakt dat het besluit de concurrentiepositie zal versterken. De Ondernemingskamer merkt voorts voor de volledigheid op dat AN Functional Chemicals de door de ondernemingsraad aangedragen, in het onderzoekverslag vervatte concurrentieanalyse als juist heeft erkend (“De kwalitatieve analyse van de vijf concurrentiekrachten in de buitenwereld is juist”) en, zo blijkt uit pagina 21 tot en met 23 van het besluit, in de besluitvorming heeft betrokken.

3.6

Ter terechtzitting heeft de ondernemingsraad nog geklaagd dat hij niet in het bezit is gesteld van een door McKinsey uitgevoerde concurrentieanalyse. AN Functional Chemicals heeft vervolgens uiteengezet dat McKinsey (nadat de ondernemingsraad daarover positief had geadviseerd) is ingeschakeld in het kader van Dynamo+, dat in het verband van de onderhavige besluitvorming geen concurrentieanalyse is gemaakt en dat vermelding daarvan in het verweerschrift op een misverstand berust. De ondernemingsraad heeft in reactie daarop meegedeeld de rapportage van McKinsey te kennen. De Ondernemingskamer stelt op grond van dit een en ander vast dat op dit punt geen sprake is van aan het besluit ten grondslag gelegde gegevens die aan de ondernemingsraad zijn onthouden.

3.7

Het doel van het besluit blijkt uit – onder meer – de adviesaanvraag en behelst “de winstgevendheid van [Functional Chemicals] terug te brengen op een acceptabel niveau en de concurrentiepositie van de business unit structureel te verbeteren”. Die doeleinden, die naar hun aard samenhangen, zijn naar het oordeel van de Ondernemingskamer, anders dan de ondernemingsraad meent, niet onduidelijk. Hoewel de ondernemingsraad heeft gewezen op een aantal onzekerheden omtrent de precieze omvang van de met het onderhavige besluit gemoeide bezuinigingen, is niet omstreden dat het besluit tot een substantiële besparing in de orde van grootte van € 20 per jaar zal leiden. Evenmin is omstreden dat met een dergelijke besparing een verbetering van de winstgevendheid en een versterking van de concurrentiepositie kan worden verwezenlijkt.

3.8

De Ondernemingskamer begrijpt het betoog van de ondernemingsraad verder zo, dat voor het litigieuze besluit, gelet op de personele gevolgen ervan, verzwaarde motiveringseisen zouden gelden. De Ondernemingskamer overweegt dat de eis kan worden gesteld dat een besluit met voldoende concrete en - ook in het licht van de gevolgen van dat besluit - begrijpelijke redenen omkleed is. Verdergaande motiveringseisen zijn er niet. Voor zover het betoog van de ondernemingsraad ertoe strekt dat AN Functional Chemicals, gelet op de gevolgen van de sluiting voor de betrokken werknemers, de belangen anders had moeten afwegen en tot een ander besluit had moeten komen, wijst de Ondernemingskamer er op dat ingevolge artikel 26 lid 4 WOR de vraag ter beoordeling voorligt of AN Functional Chemicals bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Dat de ondernemingsraad een ander besluit prefereert, is voor bevestigende beantwoording van die vraag niet toereikend.

3.9

Met betrekking tot de in 3.1 onder c weergegeven grond overweegt de Ondernemingskamer het volgende.

3.10

Herstructureringsplan Athena dat, zoals AN Functional Chemicals onweersproken heeft aangevoerd, aan de ondernemingsraad bekend is gemaakt, houdt een cijfermatige en financiële toelichting op de grondslagen van het voorgenomen besluit in. Het conceptbesluit, dat onderdeel uitmaakt van de processtukken, bevat uitvoerige cijfermatige en financiële reacties op het conceptadvies. Hetzelfde geldt voor het besluit (bijvoorbeeld op pagina 42 en verder). In het besluit is (eveneens) ingegaan op opmerkingen in het onderzoekverslag (onder meer op pagina’s 6, 10, 11, 12, 14, 18, 19, 20, 23, 30, 31, 33, 34, 35 en 41 van het besluit). In het licht van het plan Athena, het conceptbesluit en het besluit heeft de ondernemingsraad zijn klacht dat het (voorgenomen) besluit niet toereikend financieel en cijfermatig is toegelicht, maar slechts is gebaseerd op kwalitatieve strategische afwegingen, onvoldoende geconcretiseerd.

3.11

De ondernemingsraad heeft voorts betoogd dat met het alternatieve plan voor de sluiting van de productielocatie in Deventer, vervat in de notitie Deventer 2020, € 11 miljoen bespaard kan worden. De ondernemingsraad erkent dat Deventer 2020 daarmee niet voldoet aan de doelstelling om € 20 miljoen te besparen. De Ondernemingskamer is van oordeel dat het verschil tussen de met het besluit beoogde besparing van € 20 miljoen en de volgens de ondernemingsraad met het alternatieve plan te behalen besparing van € 11 miljoen substantieel is en dat AN Functional Chemicals niet gehouden was dat alternatieve plan door te rekenen of nader te onderzoeken. Gelet op dit oordeel kan in het midden blijven of de met het alternatieve plan gemoeide besparing wel € 11 miljoen zou belopen, of, zoals AN Functional Chemicals meent, slechts € 7 miljoen.

3.12

De ondernemingsraad heeft zijn in 3.1 onder d weergegeven klacht als volgt toegelicht. In het (voorgenomen) besluit is sprake van drie groepen werknemers. Ten eerste werknemers die in 2014 boventallig worden; voor hen geldt het Mobiliteitsplan. Voor de periode na 2014 is met de vakorganisaties nog geen sociaal plan overeengekomen, zodat voor de tweede groep werknemers, zij die ten gevolge van het besluit zullen worden ontslagen tussen 1 januari 2015 en 1 juli 2015, het op dat moment geldende wettelijke regime zal worden toegepast. Na laatstgenoemde datum, als naar verwachting het wettelijke regime zal zijn gewijzigd, zullen de dan geldende regels ingevolge het (voorgenomen) besluit worden toegepast op de derde groep werknemers. De ondernemingsraad acht dit uit het oogpunt van rechtsgelijkheid onaanvaardbaar.

3.13

De ondernemingsraad heeft ter toelichting op de in 3.1 onder d weergegeven klacht verder gesteld dat het (voorgenomen) besluit over de voornemens van AN Functional Chemicals tot ondervanging van de personele gevolgen van het besluit voor alle betrokken werknemers onvoldoende duidelijkheid biedt.

3.14

Met die stelling heeft de ondernemingsraad een beroep gedaan op het in artikel 25 lid 3 WOR verankerde voorschrift dat bij het vragen van een advies aan de ondernemingsraad een overzicht wordt verstrekt van de gevolgen die het besluit naar te verwachten valt voor de in de onderneming werkzame personen zal hebben en van de naar aanleiding daarvan voorgenomen maatregelen. Met de ondernemingsraad is de Ondernemingskamer van oordeel dat dit voorschrift er onder meer toe strekt duidelijkheid te verschaffen over de voorgenomen maatregelen.

3.15

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer verschaft de adviesaanvraag, waarin is vermeld dat de maatschappelijke ontwikkelingen na 2014 “ertoe kunnen leiden dat” ontslagrecht en WW worden gewijzigd en dat Akzo Nobel Nederland “die aanpassingen (zal) volgen en verwerken” in het Mobiliteitsplan, gelet op de onzekerheden in die omschrijving en het gebrek aan uitwerking van de wijze van verwerking van toekomstige wetgeving, onvoldoende duidelijkheid.

3.16

AN Functional Chemicals heeft betoogd dat zij heeft gestreefd naar een sociaal plan dat de gehele reorganisatie in Deventer zou omvatten, dat wil zeggen voor de periode van 2014 tot (de Ondernemingskamer begrijpt:) en met 2016. In de onderhandelingen met de vakorganisaties is op 28 oktober 2013 een sociaal plan voorgesteld, dat substantieel meer biedt dan de wettelijke regelingen die – naar verwachting – na 2014 van kracht zullen zijn. AN Functional Chemicals is steeds bereid geweest de voorzieningen van het aangeboden plan te treffen voor de werknemers die in 2015 en 2016 als gevolg van het besluit boventallig zullen worden. Zij heeft echter, zo begrijpt de Ondernemingskamer, met het oog op de onderhandelingspositie van Akzo Nobel Nederland in de onderhandelingen met de vakorganisaties, en in het licht van de komende wetgeving, niet eenzijdig een sociaal plan voor de periode 2015-2016 voor de productielocatie te Deventer willen afkondigen.

3.17

Die laatstbedoelde wens acht de Ondernemingskamer niet onbegrijpelijk, maar rechtvaardigt niet dat AN Functionals Chemicals door niet alle voorgenomen maatregelen – inclusief de in het aangeboden plan opgenomen voorzieningen – in de adviesaanvraag te betrekken, de ondernemingsraad in onzekerheid heeft gelaten over dit onderdeel van het besluit en de ondernemingsraad niet in de gelegenheid gesteld het besluit als geheel te beoordelen. Die gang van zaken doet afbreuk aan de strekking van het wettelijke adviesrecht van de ondernemingsraad.

3.18

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzoek op grond van het in 3.15 bedoelde gebrek aan duidelijkheid kan worden toegewezen voor zover het ertoe strekt dat de Ondernemingskamer verklaart dat AN Functional Chemicals bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het bestreden besluit.

3.19

Nadat het besluit op 24 januari 2014 aan de ondernemingsraad was meegedeeld, is overeenstemming met de vakorganisaties bereikt over het Sociaal Plan Deventer. Ter terechtzitting heeft AN Functional Chemicals gesteld dat ondertekening van dit sociaal plan door alle betrokken onderhandelingspartners op handen is. Ter terechtzitting heeft AN Functional Chemicals voorts toegezegd dit sociaal plan hoe dan ook te zullen toepassen op het onderhavige besluit tot sluiting van de productielocatie te Deventer. Verder is onweersproken gebleven, dat met het Sociaal Plan Deventer geheel tegemoet is gekomen aan de inhoudelijke wensen van de ondernemingsraad betreffende maatregelen van de ondernemer naar aanleiding van de van het besluit verwachte gevolgen voor de werknemers. Gelet op deze omstandigheden is ten eerste het beroep op ongelijke behandeling van de werknemers op wie het mobiliteitsplan in de adviesaanvraag van toepassing was verklaard enerzijds en van hen voor wie dat niet gold, achterhaald en heeft de ondernemingsraad geen belang meer bij (verdere) beoordeling ervan. Ten tweede heeft de ondernemingsraad in het licht van deze omstandigheden onvoldoende belang bij de overige onderdelen van het verzoek. Die onderdelen zullen niet worden toegewezen.

3.20

De slotsom is dat het verzoek van de ondernemingsraad zal worden toegewezen als volgt.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

verklaart dat Akzo Nobel Functional Chemicals B.V. bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het op 24 januari 2014 meegedeelde besluit tot sluiting van de productielocatie van AN Functional Chemicals te Deventer;

wijst de verzoeken voor het overige af.

Deze beschikking is gegeven door mr. P. Ingelse, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en drs. P.R. Baart RA en prof. dr. mr. F. van der Wel RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 12 mei 2014.