Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:1942

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
07-11-2014
Zaaknummer
23-004794-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijsoverweging medeplegen diefstal van kentekenplaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-004794-13

datum uitspraak: 28 mei 2014

TEGENSPRAAK (raadsman gemachtigd)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 23 oktober 2013 in de strafzaak onder parketnummer 14-701625-12 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Ontvankelijkheid van het hoger beroep

De verdachte is door politierechter in de rechtbank Noord-Holland vrijgesproken van hetgeen aan hem onder 1 is ten laste gelegd. Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte mitsdien niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 15 mei 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Primair:

hij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2012 tot en met 9 oktober 2012 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanaf een geparkeerd staande auto aan de Mozartstraat heeft weggenomen een of twee kentekenplaten ([kenteken]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

2

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2012 tot en met 9 oktober 2012 in de gemeente Heerhugowaad, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of twee kentekenplaten ([kenteken]) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kentekenplaten wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof een andere bewijsoverweging komt en over een voorwaardelijk verzoek tot het doen horen van een getuige dient te beslissen.

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder 2 primair ten laste gelegde

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep primair betoogd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat naast de voor de verdachte belastende verklaring van de medeverdachte onvoldoende bewijs voorhanden is. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat de verklaring van de medeverdachte onbetrouwbaar is en niet voor het bewijs mag worden gebruikt. Overigens is er onvoldoende bewijs voor het ten laste gelegde, waardoor evenzeer vrijspraak dient te volgen. Indien en voor zover het hof de verklaring van de medeverdachte toch voor het bewijs wil gebruiken, is - meer subsidiair - het voorwaardelijke verzoek gedaan de medeverdachte als getuige te doen horen.

Het hof verwerpt de verweren van de raadsman en overweegt daartoe als volgt.

De medeverdachte heeft verklaard dat hij de kentekenplaten van de auto waarin hij met de verdachte door de politie was aangehouden samen met de verdachte van een andere auto heeft gehaald en dat de platen uit Heemskerk komen. Anders dan de raadsman stelt, wordt deze verklaring in voldoende mate ondersteund door andere wettige bewijsmiddelen. Allereerst is er een aangifte van [benadeelde] van de diefstal van hem toebehorende kentekenplaten met de combinatie [kenteken], gepleegd in de periode van 7 oktober 2012 en 9 oktober 2012 te Heemskerk. Voorts blijkt uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dat zij op 9 oktober 2012 een Volkswagen Golf zagen rijden met kenteken [kenteken] en dat die personenauto met gedoofde lichten en met hoge snelheid van hen wegreed. Zij hebben die personenauto tot stoppen gedwongen. Daarin bleken zich de medeverdachte - als bestuurder - en de verdachte - als bijrijder - te bevinden.

Het hof acht de verklaring van de medeverdachte zoals afgelegd ten overstaan van de politie geloofwaardig. Het gegeven dat hij niet alleen de verdachte, maar ook zichzelf in grote mate belast draagt bij aan de overtuigingskracht van zijn verklaring. Daarnaast vindt die verklaring, zoals al bleek, steun in de andere bewijsmiddelen waardoor de verklaring verder aan geloofwaardigheid wint. Het hof ziet geen omstandigheden die aan die geloofwaardigheid afbreuk doen en evenmin reden om aan te nemen dat die verklaring onbetrouwbaar is.

Het hof wijst het door de raadsman gedane voorwaardelijke verzoek af omdat van de noodzaak tot het horen van de medeverdachte in het licht van het voorgaande niet is gebleken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2

primair:
hij in de periode van 7 oktober 2012 tot en met 9 oktober 2012 in de gemeente Heemskerk tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening vanaf een geparkeerd staande auto aan de Mozartstraat heeft weggenomen twee kentekenplaten ([kenteken]), toebehorende aan [benadeelde].

Hetgeen onder 2 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het onder 2 primair bewezen verklaarde levert op:

medeplegen van diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 2 primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, gelet op de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak, niet-ontvankelijk moet worden verklaard en dat het hof het vonnis waarvan beroep voor het overige dient te worden bevestigd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan de diefstal van kentekenplaten. Door aldus te handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de betrokken aangever. Het hof rekent dit de verdachte sterk aan.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 1 mei 2014 is de verdachte eerder onherroepelijk voor het plegen van diefstallen tot een taakstraf van aanzienlijke duur veroordeeld.

Het voorgaande brengt het hof tot de conclusie dat niet anders kan worden gereageerd dan met een gevangenisstraf van korte duur. In het andere geval zou de aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, mede gelet op het strafrechtelijk verleden van de verdachte, miskend worden. Aangetekend wordt voorts dat het bepaalde in artikel 22b, tweede lid, Sr er in dit geval aan in de weg staat dat er een taakstraf in de plaats van een gevangenisstraf zou worden gesteld.

Het hof acht, alles afwegende, de door de eerste rechter opgelegde straf passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 47, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 1 ten laste gelegde.

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 2 primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. W.H. van Benthem en mr. J.J.I. de Jong, in tegenwoordigheid van mr. R. van Leusden, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 mei 2014.

Mr. J.J.I. de Jong is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...]