Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:1816

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
15-05-2014
Datum publicatie
21-05-2014
Zaaknummer
12/00327
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2016:1913
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het Hof deelt de aluminium delen voor overheaddeuren niet in als delen van machines van hoofdstuk 84 maar als delen voor constructiewerken van aluminium van post 7610 van de GN.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 12/00327

15 mei 2014

uitspraak van de meervoudige douanekamer

op het hoger beroep van

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane,

de inspecteur

alsmede

op het incidenteel hoger beroep van

[A] B.V. te [P], belanghebbende,

gemachtigden: K. Winters en drs. R.R. Ramautarsing (Deloitte Belastingadviseurs B.V.)

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 10/2854 van de rechtbank Haarlem (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de inspecteur.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De inspecteur heeft met dagtekening 12 november 2009 aan belanghebbende een

uitnodiging tot betaling (UTB) uitgereikt voor een bedrag van € 613,99 aan douanerechten.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de inspecteur bij uitspraak, gedagtekend 29 april 2010, de UTB gehandhaafd.

1.3.

Bij uitspraak van 12 maart 2012 heeft de rechtbank het door belanghebbende ingestelde

beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de inspecteur opgedragen de UTB te verminderen overeenkomstig de indelingsbeslissingen van de rechtbank, de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 491,25 en gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 298 vergoedt.

1.4.

Het tegen deze uitspraak ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 24 april 2012. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend en daarbij incidenteel hoger beroep ingesteld. Bij brief van 2 juli 2012 heeft de inspecteur het Hof bericht dat hij afziet van beantwoording van het incidentele hoger beroep van belanghebbende.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2014. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

De rechtbank heeft in haar uitspraak de navolgende feiten vastgesteld. Belanghebbende wordt daarin aangeduid als ‘eiseres’, de inspecteur als ‘verweerder’.

“2.1. Eiseres is producent van industrie- en garagedeuren, waaronder overheaddeuren. Het voor de bediening van deze overheaddeuren benodigde systeem koopt eiseres aan bij leverancier [B] Inc. uit Canada. Eiseres verkoopt de genoemde deuren inclusief bedieningssysteem via haar dealernetwerk aan eindgebruikers. Eiseres levert niet rechtstreeks aan consumenten. De industrie- en garagedeuren worden volledig naar wens van de eindgebruiker op maat geproduceerd en worden door de dealers geplaatst bij de eindgebruiker. Afhankelijk van de wensen van de afnemers kunnen verschillende bedieningssystemen worden geleverd.

2.2.

Namens eiseres is op 22 januari 2008 aangifte gedaan voor de douaneregeling brengen in het vrije verkeer van kabeltrommels en veerpluggen onder de goederencode 8412 90 80 90 met als goederenomschrijving “delen voor hydraulische motoren”. De kabeltrommel is een hefkabel en is een deel van het systeem, dat ervoor zorgt dat de deur omhoog kan worden gehesen. De veerplug houdt de veer gespannen op een punt, zodat de deur in balans wordt gehouden.

2.3.

Namens eiseres is op 29 februari 2008 aangifte gedaan voor de douaneregeling brengen in het vrije verkeer van looprollen onder de goederencode 8302 41 00 met als goederenomschrijving “beslag van onedel metaal voor gebouwen”. De looprol heeft een as waaraan een gelagerd wieltje is bevestigd. De looprol wordt bij de constructie van de overheaddeur in een looprolhouder geplaatst. De wieltjes van de looprolhouder vallen in een geleideprofiel. De wieltjes verlichten de wrijving bij het openen en sluiten van de deur en houden de deur in positie.

2.4.

Namens eiseres is op 9 april 2008 aangifte gedaan voor de douaneregeling brengen in het vrije verkeer van aluminium bodemconsoles onder de goederencode 8302 41 00 met als goederenomschrijving “beslag van onedel metaal voor gebouwen”. Bodemconsoles worden bevestigd aan het onderste paneel van de deur. Een hefkabel wordt aan de bodemconsole bevestigd, zodat de deur omhoog kan worden gehesen.

2.5.

Op grond van artikel 78 van het Communautair douanewetboek heeft de douane bij eiseres een controle na invoer ingesteld. Hiervan is een controlerapport opgesteld met datum 9 november 2009. Op basis van de resultaten van dit onderzoek heeft verweerder de utb opgelegd.

Voor zover een artikel niet in het bijzonder wordt genoemd, worden de artikelen hierna aangeduid als: “de goederen”.”

2.2.

Het Hof vult de feiten als volgt aan. De door de rechtbank genoemde veerpluggen en kabeltrommels zijn, gelijk de bodemconsoles, vervaardigd van aluminium.

3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft ten aanzien van het geschil het volgende overwogen.

“5.1. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken. Het is vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU), dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in de regel moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de post zijn omschreven. De door de Commissie vastgestelde toelichtingen op de GN en de in het kader van de Werelddouaneorganisatie uitgewerkte toelichtingen op het geharmoniseerd systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (GS) zijn, hoewel rechtens niet bindend, belangrijke hulpmiddelen bij de uitlegging van de draagwijdte van de verschillende tariefposten.

5.2.

Voorts kan volgens de rechtspraak van het HvJ EU de bestemming van het product een objectief indelingscriterium zijn, wanneer die bestemming inherent is aan het product. De inherentie moet kunnen worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product (zie onder meer de arresten van 4 maart 2004, Krings, C-130/02, Jurispr. Blz I-2121, punt 28, en van 17 maart 2005 Ikegami, C-467/03, Jurispr. Blz. I-2389).

5.3.1.

Eiseres stelt zich op het standpunt dat de goederen als geheel (samenstel) als delen van een hef- en hijsmechanisme onder goederencode 8431 39 70 moeten worden ingedeeld. De goederen zijn volgens haar exclusief ontworpen om gebruikt te worden in een systeem voor het hanteren van overheaddeuren. Alle goederen zijn specifiek ontworpen om bij een bepaald formaat deur en in samenhang met de andere componenten hun functie te vervullen. Die functie betreft het bedienen van de deur. Alle goederen zijn voorzien van specifieke voorbereidingen die danwel het heffen en bedienen van de deurpanelen moeten faciliteren danwel het eventueel vallen van de overheaddeur voorkomen of beperken door veiligheidsvoorzieningen. De goederen zijn erop gericht een zodanig systeem te creëren dat de overheaddeur gecontroleerd omhoog en omlaag kan worden bewogen en vormen samen een hijs- en hefmechanisme.

5.3.2.

Verweerder stelt zich op het standpunt dat een deur volgens het tarief gezien wordt als een constructiewerk of een deel van een constructiewerk. De aluminium bodemconsoles zijn volgens verweerder een essentieel kenmerk van de overheaddeur, aangezien de overheaddeur zonder de bodemconsoles niet omhoog kan worden gehesen. De aluminium bodemconsoles moeten daarom worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 7610 90 90, als deel van een constructiewerk.

Ten aanzien van de aluminium kabeltrommels en veerpluggen stelt verweerder zich op het standpunt dat deze goederen moeten worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 7610 90 90, omdat deze goederen een essentieel onderdeel zijn van een overheaddeur, aangezien de deur als constructie zonder deze onderdelen niet bruikbaar is, omdat de deur dan niet op een veilige manier omhoog kan worden gehesen.

De looprollen moeten volgens verweerder worden aangemerkt als kogellagerassen en rollagerassen als genoemd bij GN-onderverdeling 8483 40 30 en daarom onder deze post worden ingedeeld.

5.4.

De door of ten behoeve van eiseres ingevoerde goederen betreffen componenten van een mechanisme/systeem, dat het openen en sluiten van een overheaddeur faciliteert, zodat relatief zware deuren eenvoudig en veilig kunnen worden geopend, gesloten of op zijn plaats kunnen worden gehouden. De componenten beschikken alle over specifieke kenmerken die maken dat zij samen met andere componenten één systeem vormen voor het bedienen van overheaddeuren. Het systeem bevat weliswaar elementen die wijzen op een hef- en hijsfunctie, maar werkt uitsluitend indien het systeem is verbonden aan een deur. Als zodanig is het systeem dus niet geschikt om zelfstandig iets te tillen of te hijsen. De hef- en hijsfunctie bepaalt naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet het wezenlijke karakter van het systeem. De functies van het systeem maken dat, indien het systeem in zijn geheel zou worden aangeboden, eerder sprake is van een machine met een geheel eigen functie, te weten het bedienen van (overhead)deuren. Om die reden horen dergelijke machines (al dan niet in gemonteerde of complete staat) te worden ingedeeld onder post 8479, “machines en mechanische toestellen met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk”.

5.5.

Uit de tekst van aantekening 2, onder a, op afdeling XVI van de GN volgt dat delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8487, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, onder die posten ingedeeld blijven, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn.

In aantekening 2, onder b, op afdeling XVI is bepaald dat delen, andere dan die bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines (…), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval.

5.6.

De looprol, zoals beschreven onder 2.3, betreft feitelijk een as waaraan een kogellager met een wieltje is bevestigd. Dit heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting niet weersproken. Dergelijke artikelen worden met name genoemd onder post 8483 en moeten, met inachtneming van aantekening 2, onder a, op afdeling XVI worden ingedeeld onder post 8483, onderverdeling 8483 40 30, als kogellager en rollagerassen.

5.7.

De onder 2.2 genoemde aluminium kabeltrommels en veerpluggen en de onder 2.4 genoemde aluminium bodemconsoles zijn delen die exclusief zijn gemaakt en bestemd zijn om te functioneren binnen het bedieningssysteem van overheaddeuren. Met inachtneming van aantekening 2, onder b, op afdeling XVI moeten deze goederen worden ingedeeld onder de post waaronder de machines waarvoor zij zijn bestemd, worden ingedeeld. Hieruit volgt dat de goederen moeten worden ingedeeld onder post 8479, onderverdeling 8479 90 80, als delen van “machines en mechanische toestellen met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk”.

5.8.

Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat sprake is van een machine van afdeling XVI, is indeling onder GN-post 7610, zoals verweerder voorstaat, niet aan de orde. In aantekening 1 op afdeling XV van de GN is immers bepaald dat deze afdeling niet omvat artikelen bedoeld bij afdeling XVI (machines, toestellen en elektrotechnisch materieel).”

4 Geschil in hoger beroep

4.1.

Tussen partijen is in geschil of de bestreden UTB op het juiste bedrag is vastgesteld. Meer in het bijzonder verschillen partijen van inzicht over de indeling in de Gecombineerde Nomenclatuur (GN) van looprollen, aluminium kabeltrommels, aluminium veerpluggen, en aluminium bodemconsoles, bestemd voor overheaddeuren.

4.2.

De inspecteur bepleit indeling van de aluminium delen onder post 7610 (onderverdeling 7610 90 90).

Belanghebbende staat primair indeling van alle onder 4.1 genoemde goederen onder post 8431 (onderverdeling 8431 39 70) voor en subsidiair indeling onder post 8479 (onderverdeling 8479 90 80).

Indien indeling onder de door belanghebbende voorgestane posten niet mogelijk is, dan is de door de rechtbank vastgestelde indeling van de looprollen tussen partijen niet (meer) in geschil.

4.3.

Voor de nadere motivering van de standpunten van partijen wordt verwezen naar de gedingstukken, waaronder het proces-verbaal van de zitting.

5 Relevante teksten en toelichtingen van de GN

Post 7610

7610 Constructiewerken en delen van constructiewerken (bijvoorbeeld bruggen, brugdelen, torens, vakwerkmasten en andere masten, pijlers, kolommen, kapconstructies, deuren en ramen, alsmede kozijnen daarvoor, drempels, luiken, balustrades), van aluminium, andere dan de geprefabriceerde bouwwerken bedoeld bij post 9406; platen, staven, profielen, buizen en dergelijke, van aluminium, gereedgemaakt voor gebruik in constructiewerken:

7610 10 00 − deuren en ramen, alsmede kozijnen daarvoor en drempels

7610 90 − andere:

7610 90 10 − − bruggen en brugdelen; vakwerkmasten en andere masten

7610 90 90 − − andere

Post 8428

8428 Andere hef-, hijs-, laad- en losmachines en -toestellen, alsmede andere machines en toestellen voor het hanteren van goederen (bijvoorbeeld liften, roltrappen, transportbanden, kabelbanen):

(…)

Post 8431

8431 Delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor de machines of toestellen bedoeld bij de posten 8425 tot en met 8430:

(…)

− van machines of toestellen bedoeld bij post 8428:

8431 31 00 − − van personen- of goederenliften (bakkenliften daaronder begrepen), dan wel van roltrappen

8431 39 − − andere:

(…)

8431 39 70 − − − andere

(...)

Post 8479

8479 Machines en mechanische toestellen met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van dit hoofdstuk:

(…)

8479 90 − delen:

8479 90 20 − − van gietijzer of van gegoten staal

8479 90 80 − − andere

Aantekeningen 2 en 5 op afdeling XVI van de GN

Behoudens het bepaalde in aantekening 1 op deze afdeling en in de aantekeningen 1 op de hoofdstukken 84 en 85, worden delen van machines (andere dan delen van artikelen bedoeld bij post 8484, 8544, 8545, 8546 of 8547) ingedeeld met inachtneming van de volgende regels:

a. a) delen die als zodanig onder een van de posten van hoofdstuk 84 of 85 (andere dan de posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8487, 8503, 8522, 8529, 8538 en 8548) kunnen worden ingedeeld, blijven onder die posten ingedeeld, ongeacht de machine waarvoor zij bestemd zijn;

b) delen, andere dan die bedoeld onder a) hiervoor, waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk bestemd zijn voor een bepaalde machine of voor verschillende onder eenzelfde post vallende machines (met inbegrip van die bedoeld bij post 8479 of 8543), worden ingedeeld onder de post waaronder die machine valt of die machines vallen of onder een der posten 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang van het geval; delen die hoofdzakelijk worden gebruikt zowel voor de goederen bedoeld bij post 8517 als voor die bedoeld bij de posten 8525 tot en met 8528, worden echter ingedeeld onder post 8517;

c) andere delen worden ingedeeld onder post 8409, 8431, 8448, 8466, 8473, 8503, 8522, 8529 of 8538, naar gelang het geval, of, indien dit niet mogelijk is, onder post 8487 of 8548.

(…)

5. Voor de toepassing van vorenstaande aantekeningen heeft het woord “machines” zowel betrekking op machines als op de verschillende toestellen, apparaten, uitrustingen en werktuigen bedoeld bij hoofdstuk 84 of 85.

Toelichting IDR op post 7610

De toelichting IDR op post 73.08 betreffende soortgelijke werken van ferrometalen, is hier van overeenkomstige toepassing.

(…)

In verband met hun gering soortelijk gewicht vervangen aluminium en aluminiumlegeringen dikwijls ijzer of staal bij de vervaardiging van (…) schuifdeuren (…) enz.

(…)

Toelichting IDR op post 73.08

Deze post omvat metalen constructiewerken, al dan niet compleet en de delen daarvan. De constructiewerken in de zin van deze post worden gekarakteriseerd door het feit dat zij, eenmaal in een bepaalde positie gebracht meestal in die positie blijven. Zij zijn doorgaans gemaakt van platen, band, staven, buizen, diverse profielen, enz., van ijzer of staal, uit smeedstukken of elementen van gietijzer, die zijn voorzien van gaten, pasklaar gemaakt of aaneengeklonken, aaneengeschroefd of aaneengelast, soms samen met artikelen die onder een andere post vallen, zoals metaaldoek of plaatgaas bij post 73.14. Als delen van constructiewerken worden eveneens aangemerkt bevestigingsbeugels en andere bevestigingselementen, speciaal vervaardigd voor het samenvoegen van delen van constructiewerken. Deze beugels, klemmen, enz. zijn in de regel voorzien van verdikkingen met gaten met schroefdraad waarin bij het monteren klemschroeven worden gedraaid zodat zij op de constructiedelen worden vastgezet.

Behalve de in de post zelf genoemde werken vallen hieronder bijvoorbeeld:

(…); roldeuren; (…).

Onder deze post vallen eveneens alle afzonderlijk aangeboden elementen of delen zoals platen, band, universaalplaten, staven, profielen, buizen, enz., die een bewerking hebben ondergaan (buigen, voorzien van gaten, van inkepingen, enz.) waardoor zij het karakter hebben verkregen van delen van constructiewerken.

Verder vallen onder deze post producten bestaande uit twee of meer gewalste staven die zijn ineengedraaid en worden gebruikt voor gewapend of voorgespannen beton.

Van deze post zijn uitgezonderd:

(…)

c. metalen constructies die zijn te onderkennen als delen van machines (afdeling XVI);

(…)

Toelichting IDR op post 84.79

Deze post is beperkt tot machines en mechanische toestellen die een eigen functie hebben, en die:

  1. niet van dit hoofdstuk zijn uitgezonderd door de werking van een aantekening op een afdeling of op een hoofdstuk;

  2. niet specifieker zijn bedoeld bij een post van een ander hoofdstuk; en

  3. niet ingedeeld kunnen worden onder een bepaalde post van dit hoofdstuk, omdat:

1. geen andere post de machines en toestellen omvat door een verwijzing naar hun functie, omschrijving of type; en

2. geen andere post de machines en toestellen omvat door een verwijzing naar hun gebruik of naar de industrie waar ze worden toegepast; of

3. ze onder twee (of meer) andere posten van dit hoofdstuk zouden kunnen worden ingedeeld (machines voor algemene toepassing).

De machines en mechanische toestellen bedoeld bij deze post onderscheiden zich van de delen van machines en toestellen die overeenkomstig de regels als delen van machines en toestellen worden ingedeeld, door de omstandigheid dat zij een eigen functie hebben.

Voor de toepassing van het vorenstaande worden geacht een eigen functie te hebben:

1. mechanische inrichtingen met of zonder motor of andere krachtmachines, die geheel onafhankelijk van elke andere machine, van elk ander toestel of ander werktuig kunnen functioneren.

Bijvoorbeeld: het bevochtigen en onttrekken van vocht aan de lucht zijn op zichzelf staande (eigen) functies omdat zij kunnen worden verricht door toestellen die onafhankelijk van andere machines of toestellen functioneren.

Afzonderlijk aangeboden luchtontvochtingsapparaten bestemd om te worden gemonteerd op ozongeneratoren worden derhalve als toestellen met een eigen functie onder deze post ingedeeld;

2. mechanische inrichtingen die slechts kunnen functioneren indien zij op een andere machine, een ander toestel of werktuig zijn gemonteerd of zijn opgenomen in een meer complex geheel, onder voorwaarde evenwel dat hun functie:

1. zich onderscheidt van die van de machine, het toestel of het werktuig waarop zij moeten worden gemonteerd of van die van het geheel waarvan zij deel gaan uitmaken, en

2. geen integrerend en onscheidbaar deel vormt van de functie van die machine, dat toestel, werktuig of geheel.

(…)”

6 Beoordeling van het geschil

6.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat de ingevoerde aluminium kabeltrommels, veerpluggen en bodemconsoles, alsmede de looprollen, uitsluitend kunnen worden aangewend als delen van een overheaddeur. Uit de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting volgt dat geen sprake is van de levering van overheaddeuren als zodanig. Belanghebbende levert aan haar dealers alle onderdelen die nodig zijn om ter plaatse een overheaddeur te construeren, behalve de deurpanelen.

6.2.

Belanghebbende heeft primair bepleit dat voor de indeling in de GN een onderscheid dient te worden gemaakt tussen enerzijds de deur en anderzijds het bedieningsmechanisme en dat het bedieningsmechanisme als hef- of hijstoestel van post 8428 dient te worden gekwalificeerd.

6.3.

Desgevraagd heeft belanghebbende ter zitting bevestigd dat geen sprake is van een deur en een afzonderlijk bedieningsmechanisme. Er wordt door de dealer een pakket onderdelen geleverd waarmee een overheaddeur kan worden geconstrueerd. Onderdeel van dit pakket vormen (deur)panelen, doch het is niet mogelijk om enkel met deze losse (deur)panelen een opening in de gevel van een gebouw af te sluiten. Onderdelen als het frame, verbindingsstukken en scharnieren, alsmede looprollen, zijn onontbeerlijk voor het construeren van een (overhead)deur. In zoverre, aldus heeft belanghebbende ter zitting van het Hof bevestigd, is het niet mogelijk een onderscheid te maken tussen de deur en het bedieningsmechanisme. Uit alle onderdelen tezamen wordt een deur met bedienings-mechanisme geconstrueerd. De verschillende onderdelen, de deurpanelen daaronder begrepen, zijn qua afmetingen, gewicht en dergelijke op elkaar afgestemd.

6.4.

Gelet op de onder 6.3. vermelde feiten en omstandigheden, in onderling verband bezien, is het Hof van oordeel dat een overheaddeur voor de toepassing van de GN als één goed dient te worden aangemerkt en niet als enerzijds een deur en anderzijds een hef- of hijstoestel van post 8428, zoals belanghebbende bepleit. Indeling van de onderwerpelijke goederen onder post 8431, als delen van een hef- of hijstoestel, is reeds daarom uitgesloten.

6.5.

Belanghebbende heeft ter zitting bepleit dat, zo het Hof van oordeel is dat een overheaddeur als één goed moet worden aangemerkt, dit goed dient te worden ingedeeld onder post 8479 (machines en mechanische toestellen met een eigen functie, niet genoemd of niet begrepen onder andere posten van hoofdstuk 84), zodat de onderwerpelijke delen van overheaddeuren dienen te worden ingedeeld onder GN-onderverdeling 8479 90 80 (delen, andere).

6.6.

Het Hof volgt belanghebbende hierin niet. Gelet op de objectieve kenmerken en eigenschappen van overheaddeuren betreft het constructiewerken die uitsluitend geschikt zijn om deel uit te maken van een gebouw en die, eenmaal aangebracht in een opening in een gevel, voortaan ook daarin zullen functioneren ter opening of afsluiting van het desbetreffende deel van het gebouw. Een dergelijk constructiewerk kan naar ’s Hofs oordeel, ondanks de aanwezigheid van mechanische delen, niet als machine of toestel in de zin van hoofdstuk 84 van de GN worden aangemerkt, reeds omdat het elke zelfstandigheid ontbeert. Steun voor dit oordeel vindt het Hof in de voorbeelden van constructiewerken genoemd in de GS-toelichting bij post 7610 (‘schuifdeuren’) en post 7308 (‘roldeuren’), waaruit volgt dat ook deuren met een rol- of schuif-mechaniek als (delen van) constructiewerken dienen te worden aangemerkt en derhalve niet als toestel of machine van hoofdstuk 84 van de GN.

6.7.

Partijen hebben ter zitting verklaard dat, zo indeling van de onderwerpelijke goederen onder post 8431 of post 8479 niet mogelijk is, de indeling van de looprollen tussen hen niet langer in geschil is. Wel verschillen partijen dan nog van inzicht over de indeling van de aluminium kabeltrommels, veerpluggen en bodemconsoles. Het Hof overweegt ter zake als volgt.

6.8.

Zoals overwogen onder 6.6. dienen overheaddeuren te worden gekwalificeerd als constructiewerken. Post 7610 ziet blijkens zijn bewoordingen onder meer op ‘delen van constructiewerken, van aluminium’. Hieruit volgt dat de onderwerpelijke aluminium delen van constructiewerken, met toepassing van indelingsregel 1, vatbaar zijn voor indeling onder post 7610. Nu ‘delen’ in de nadere onderverdeling van deze post niet met name worden genoemd, dient indeling te geschieden onder GN-onderverdeling 7610 90 90 (andere).

6.9.

Gelet op het vorenoverwogene is de bestreden UTB op het juiste bedrag vastgesteld.

Slotsom

6.10.

De slotsom is dat het principale hoger beroep gegrond is en dat het incidentele hoger beroep ongegrond is. De uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd.

7 Kosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.

8 Beslissing

Het Hof:

- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;

- verklaart het beroep ongegrond.

De uitspraak is gedaan door mrs. B.A. van Brummelen, voorzitter, E.M. Vrouwenvelder en D.B. Bijl, leden van de douanekamer, in tegenwoordigheid van mr. R.J.M. Bosch als griffier. De beslissing is op 15 mei 2014 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.