Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:169

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
31-01-2014
Datum publicatie
31-01-2014
Zaaknummer
23-000314-13
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2015:2752, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De verdachte is aan boord van een luchtvaartuig met aan boord passagiers en bemanningsleden, tijdens de vlucht onder invloed van alcoholhoudende drank fysiek en verbaal tekeer gegaan tegen een aantal bemanningsleden en medepassagiers. De verdachte heeft een steward geduwd, getrapt en speeksel, vermengd met bloed, in zijn linkeroog en mond gespuugd. Hierdoor is de steward wekenlang gedwongen geweest medicijnen te slikken ter voorkoming van eventuele besmetting met het HIV-virus. Het was noodzakelijk om tie-wraps bij de verdachte aan te leggen. Tijdens zijn verzet heeft hij herhaaldelijk tegen de stoel en het vliegtuigraam geschopt. Als gevolg daarvan heeft de gezagvoerder gedurende vijf minuten de cockpit moeten verlaten en zelfs overwogen om een tussenlanding te maken. Hof legt de verdachte een gevangenisstraf op van de duur van 12 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-000314-13

datum uitspraak: 31 januari 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 3 januari 2013 in de strafzaak onder parketnummer 15-801364-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

adres:[adres]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 17 januari 2014, en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

primair:
hij op of omstreeks 5 november 2012, aan boord van een luchtvaartuig [vluchtnummer]meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen [slachtoffer 1](steward) en/of[slachtoffer 2] (gezagvoerder) en/of [slachtoffer 3] (purser) en/of[slachtoffer 4] (steward) en/of het overige cabinepersoneel van voornoemde vlucht en/of een of meer van zijn medepassagier(s), immers heeft/ is hij, verdachte, - geen gehoor gegeven aan aanwijzingen en/of instructies en/of waarschuwingen van het cabinepersoneel (rustig te gaan zitten en niet meer op te staan), door (meerdere malen) op te staan en/of (constant) rond te lopen en/of een of meerdere medepassagier(s) lastig te vallen en/of - (vervolgens) geen gehoor gegeven aan de schriftelijke door het cabinepersoneel aan hem uitgereikte "Notice of violation" - voornoemde[slachtoffer 5] bij zijn (rechter) arm gepakt en hem naar beneden getrokken en/of - zijn (rechter) arm om de nek van voornoemde[slachtoffer 5] geslagen en/of - met zijn (linker) hand tegen de schouder van voornoemde[slachtoffer 5] geduwd (tengevolge waarvan[slachtoffer 5] viel) en/of - (een) medepassagier(s) geduwd en/of geslagen en/of geschopt en/of gebeten en/of - zich met kracht verzet tegen een of meer leden van het cabinepersoneel en/of een of meer medepassagier(s) toen deze verdachte tot rust en onder controle wilde(n) brengen en/of in opdracht van de gezagvoerdertie-wraps aanbracht(en) en/of daarbij (dreigend) - geschreeuwd en/of - slaande bewegingen gemaakt en/of - speeksel in het gezicht van (een) medepassagier(s) gespuugd en/of - speeksel en/of bloed in het gezicht van voornoemde[slachtoffer 5] gespuugd en/of - tegen een stoel en/of een raam geslagen en/of geschopt waardoor gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is geweest, immers heeft hij, verdachte, de veiligheid van het luchtvaartuig en/of de passagiersveiligheid, in gevaar heeft gebracht door het niet opvolgen van de aanwijzingen van het cockpit en/of cabinepersoneel en/of door voornoemde handelingen, te weten nu: - het cabinepersoneel (voornoemde [slachtoffer 8]en/of voornoemde[slachtoffer 5] en/of voornoemde[slachtoffer 6]) zich gedurende lange tijd heeft moeten bezighouden met de verdachte (in de gaten houden en/of aanwijzingen geven en/of aanhouden en/of in bedwang houden en/of tie-wraps aanleggen) en/of - de gezagvoerder (voornoemde[slachtoffer 7] de cockpit heeft moeten verlaten om te informeren naar de toestand van verdachte en/of - voornoemd(e) gezagvoerder en/of cabinepersoneel (verbaal en/of fysiek) werd(en) aangevallen, waardoor voornoemd(e) gezagvoerder en/of cabinepersoneel zich niet (volledig) kon richten op de normale werkzaamheden in het kader van de vliegveiligheid aan boord;

subsidiair:
hij op of omstreeks 05 november 2012, aan boord van een luchtvaartuig[vluchtnummer]opzettelijk mishandelend een persoon (te weten B.J.[slachtoffer 5], geboren op [geboortedatum slachtoffer 1]), - voornoemde[slachtoffer 5] bij zijn (rechter) arm gepakt en hem naar beneden getrokken en/of - zijn (rechter)arm om de nek van voornoemde[slachtoffer 5] geslagen en/of - met zijn (linker)hand tegen de rechterschouder van voornoemde[slachtoffer 5] geduwd (tengevolge waarvan voornoemde[slachtoffer 5] viel en/of struikelde), waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

meer subsidiair:
hij op of omstreeks 05 november 2012 aan boord van een luchtvaartuig [vluchtnummer], de aanwijzingen door of namens de de gezagvoerder niet heeft opgevolgd, immers heeft hij, verdachte, toen en aldaar geen gevolg gegeven aan aanwijzingen en/of instructies en/of waarschuwingen (rustig te gaan en/of blijven zitten en/of het cabinepersoneel en/of medepassiers niet lastig te vallen en/of zich te gedragen) (al dan niet in het kader van een aan verdachte uitgereikte Notice of Violation);

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het tot een andere kwalificatie komt en een andere straf oplegt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

primair:
hij op 5 november 2012, aan boord van een luchtvaartuig, [vluchtnummer]meermalen, althans eenmaal, opzettelijk een daad van geweld heeft begaan tegen [slachtoffer 1](steward),[slachtoffer 2] (gezagvoerder), [slachtoffer 3] (purser),[slachtoffer 4] (steward) of het overige cabinepersoneel van voornoemde vlucht en/of een of meer van zijn medepassagier(s), immers heeft/ is hij, verdachte,

- geen gehoor gegeven aan aanwijzingen en instructies en waarschuwingen van het cabinepersoneel rustig te gaan zitten en niet meer op te staan, door meerdere malen op te staan en constant rond te lopen en meerdere medepassagiers lastig te vallen en

- vervolgens geen gehoor gegeven aan de schriftelijke door het cabinepersoneel aan hem uitgereikte "Notice of violation",

- voornoemde[slachtoffer 5] bij zijn rechterarm gepakt en hem naar beneden getrokken en

- zijn rechterarm om de nek van voornoemde[slachtoffer 5] geslagen en

- met zijn linkerhand tegen de schouder van voornoemde[slachtoffer 5] geduwd tengevolge waarvan[slachtoffer 5] viel en

- zich met kracht verzet tegen een of meer leden van het cabinepersoneel en/of een of meer medepassagiers toen deze verdachte tot rust en onder controle wilden brengen en/of in opdracht van de gezagvoerder tie-wraps aanbracht en

daarbij (dreigend)

- geschreeuwd en

- slaande bewegingen gemaakt en

- speeksel in het gezicht van een medepassagier gespuugd en

- speeksel en bloed in het gezicht van voornoemde[slachtoffer 5] gespuugd en

- tegen een stoel en een raam geschopt

waardoor gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is geweest, immers heeft hij, verdachte, de veiligheid van het luchtvaartuig en de passagiersveiligheid, in gevaar heeft gebracht door het niet opvolgen van de aanwijzingen van het cockpit en cabinepersoneel en door voornoemde handelingen, te weten nu:

- het cabinepersoneel (voornoemde [slachtoffer 8]en voornoemde[slachtoffer 5] en voornoemde[slachtoffer 6]) zich gedurende lange tijd heeft moeten bezighouden met de verdachte (in de gaten houden en aanwijzingen geven en in bedwang houden en tie-wraps aanleggen) en

- de gezagvoerder (voornoemde[slachtoffer 7] de cockpit heeft moeten verlaten om te informeren naar de toestand van verdachte en

- voornoemd cabinepersoneel verbaal en fysiek werd aangevallen,

waardoor voornoemd(e) gezagvoerder en cabinepersoneel zich niet volledig kon richten op de normale werkzaamheden in het kader van de vliegveiligheid aan boord;

Hetgeen primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Bespreking van de verweren van de raadsman

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van het ten laste gelegde een aantal verweren gevoerd.

Allereerst voert de raadsman aan dat het geweld in de zin van artikel 385b Wetboek van Strafrecht (Sr) gericht moet zijn tegen het cockpitpersoneel. In dit geval gaat het om cabinepersoneel en om die reden kan dat bestanddeel niet worden bewezen en dient de verdachte te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. In artikel 385b Sr staat “Hij die opzettelijk een daad van geweld begaat tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig in de vlucht bevindt’. De door de raadsman aangebrachte beperking in de reikwijdte van de strafrechtelijke bepaling vindt geen steun in de wet. Het verweer wordt derhalve verworpen.

De raadsman heeft ter zitting in hoger beroep voorts aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken, omdat niet is voldaan aan de wettelijke bewijsminima. Alleen aangever[slachtoffer 5] verklaart over schoppen en slaan door de verdachte. Deze verklaring wordt op het onderdeel schoppen en slaan niet ondersteund door ander bewijsmateriaal en daarom moet een vrijspraak volgen.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Naar het oordeel van het hof is sprake van deugdelijke bewijslevering zodra de verklaring van de aangever (inhoudelijk) wordt ondersteund door concrete feiten en omstandigheden die op relevante wijze in verband staan met de inhoud van die verklaring. Aan deze eis van inhoudelijk verband is voldaan nu de verklaring van[slachtoffer 5] (steward) wordt ondersteund door de verklaringen [slachtoffer 6] (gezagvoerder), die in het gedrag van de verdachte aanleiding zag om hem te boeien, [slachtoffer 8](purser), die hoorde dat de verdachte steeds agressiever werd en dat Bart (het hof begrijpt:[slachtoffer 5]) door de verdachte was gestompt en[slachtoffer 6] (steward), die verklaart dat de verdachte agressief en handtastelijk was. Dat zij niet verklaren over het schoppen en slaan doet daaraan niet af. Het hof vindt de verklaring van[slachtoffer 5] daarom toereikend om ook wat betreft die onderdelen van de tenlastelegging tot het wettig en overtuigend bewijs te komen.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het primair bewezen verklaarde levert op:

Opzettelijk een daad van geweld begaan tegen iemand die zich aan boord van een luchtvaartuig bevindt, terwijl daarvan gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het primair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 180 dagen, waarvan 164 voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, een taakstraf voor de duur van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis en toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 1.919,73, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 29 dagen hechtenis

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte is aan boord van een luchtvaartuig, [type] met aan boord 138 passagiers en 6 bemanningsleden, tijdens de vlucht onder invloed van alcoholhoudende drank tussen 18.20 en 23.10 uur fysiek en verbaal tekeer gegaan tegen een aantal bemanningsleden en medepassagiers. Hij was gedurende een deel van de tijd niet te stoppen in zijn agressieve handelingen en uitlatingen. Ook een uitreiking van een ‘Notice of Violation’ aan de verdachte namens de gezagvoerder heeft de verdachte zijn handelen niet doen staken. De verdachte heeft een steward geduwd, getrapt en speeksel, vermengd met bloed, in zijn linkeroog en mond gespuugd. Hierdoor is de steward wekenlang gedwongen geweest medicijnen te slikken ter voorkoming van eventuele besmetting met het HIV-virus. De verdachte heeft zich op dusdanige wijze misdragen dat het noodzakelijk was om tie-wraps bij hem aan te leggen waarbij hij zich hevig heeft verzet en medepassagiers te hulp moesten schieten om de verdachte in bedwang te houden. Tijdens zijn verzet heeft hij herhaaldelijk tegen de stoel en het vliegtuigraam geschopt.

De verdachte heeft drie leden van het boordpersoneel, een onaanvaardbaar lange tijd ervan weerhouden om de hen voorgeschreven werkzaamheden en taken op het gebied van de veiligheid van het luchtvaartuig en de medepassagiers ten volle uit te voeren. Zij waren immers door het gedrag van verdachte genoodzaakt om zich intensief met hem en de door hem teweeg gebrachte situatie bezig te houden. Als gevolg daarvan heeft de gezagvoerder gedurende vijf minuten de cockpit moeten verlaten en zelfs overwogen om een tussenlanding te maken in [stad]

Daden van geweld in een besloten ruimte als de cabine in een luchtvaartuig in vlucht, brengen snel gevoelens van grote onveiligheid teweeg bij medepassagiers en boordpersoneel die daarvan getuige zijn. De beslotenheid van de ruimte tijdens de vlucht maakt immers dat men zich niet aan de ontstane situatie kan onttrekken. Daarbij komt dat de mogelijkheid van escalatie van het geweld, waarbij meer personen betrokken kunnen raken, een nog grotere bedreiging voor de veiligheid van het luchtvaartuig en de inzittenden kan vormen.

Het hof rekent het de verdachte zwaar aan dat door zijn geweld en misdragingen aan boord van het luchtvaartuig in vlucht, gevaar voor de veiligheid van het luchtvaartuig te duchten is geweest waarbij bij realisatie van dat gevaar de gevolgen voor inzittenden en anderen en hun omgeving catastrofaal hadden kunnen zijn.

Het hof is van oordeel dat het opleggen van een taakstraf gecombineerd met een deels voorwaardelijke gevangenisstraf geen recht doet aan de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder het is begaan. Op grond van het vorenoverwogene is het hof van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van nader te noemen duur moet worden opgelegd. Het hof zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren. Hiermee beoogt het hof te voorkomen dat de verdachte opnieuw een dergelijk strafbaar feiten begaat.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 10 januari 2014 is de verdachte eerder onherroepelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij[slachtoffer 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 3.607,21. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.919,73. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het primair bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Naar redelijkheid en billijkheid is het hof van oordeel dat een bedrag van € 2.000,-aan immateriële schade toewijsbaar is, gezien het door verdachtes tegen de benadeelde partij uitgeoefende geweld bij het uitvoeren van diens werkzaamheden als steward met inbegrip van de bij hem onstane vrees voor besmetting met een ernstige ziekte. De materiële schade is toewijsbaar met inbegrip van de post telefoonkosten die naar het oordeel van het hof voldoende is toegelicht. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is uit het onderzoek ter terechtzitting onvoldoende gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden. Verdachte is in zoverre niet tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering voor het overige zal worden afgewezen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 385b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het primair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1][slachtoffer 5]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1]ter zake van het primair bewezen verklaarde tot het bedrag van € 2.419,73 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding voor het overige af.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd[slachtoffer 1].[slachtoffer 5], een bedrag te betalen van € 2.419,73 (tweeduizend vierhonderdnegentien euro en drieënzeventig cent) bestaande uit € 419,73 (vierhonderdnegentien euro en drieënzeventig cent) materiële schade en € 2.000,00 (tweeduizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 34 (vierendertig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 5 november 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.D.L. Nuis, mr. A.P.M. van Rijn en mr. F.L. Muskens, in tegenwoordigheid van mr. A.J.E. Schouten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 januari 2014.