Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:1617

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
06-05-2014
Datum publicatie
13-05-2014
Zaaknummer
200.136.591-01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klager verwijt de notaris dat het gearceerde gedeelte op de kaart die is opgenomen bij de akte van 15 februari 2008, niet aansluit op het gearceerde gedeelte op de kaart die is opgenomen bij de akte van 20 augustus 2007 (de akte van klager). De kamer heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Wetsverwijzingen
Wet op het notarisambt
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.136.591/01 NOT

nummer eerste aanleg : AL/2013/35

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 6 mei 2014

inzake

[klager],

wonend te [plaatsnaam],

appellant,

tegen:

[notaris],

notaris te [plaatsnaam],

geïntimeerde.

1 Het geding in hoger beroep

1.1.

Van de zijde van appellant (hierna: klager) is bij een op 4 november 2013 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift – met één bijlage – tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden (hierna: de kamer) van 10 oktober 2013, waarbij de klacht van klager tegen de notaris ongegrond is verklaard.

1.2.

Van de zijde van de notaris is op 3 januari 2014 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.3.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 20 februari 2014. Klager en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, klager aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2 De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 De feiten

3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1

Projectontwikkelaar “[BV]” (hierna: de projectontwikkelaar) heeft een kavel grond (destijds kadastraal bekend als gemeente [plaatsnaam], sectie [letter], perceel [nummer]) gesplitst in twee delen ten behoeve van de bouw van twee vrijstaande woningen. Klager is met de projectontwikkelaar op 19 juli 2007 overeengekomen het noordelijk deel van die kavel te kopen. Op 20 augustus 2007 heeft [kandidaat-notaris], als waarnemer van notaris [notaris], de akte van levering gepasseerd. De akte betrof een levering onder ontbindende voorwaarden.

3.2.2.

Op 15 februari 2008 is het zuidelijk deel van genoemde kavel en een kavel van ongeveer vijf are, verkocht aan de heer en mevrouw [X] (hierna: [X]). De desbetreffende akten van levering zijn op 15 februari 2008 en 21 november 2008 verleden voor de notaris. Het betrof hier eveneens levering onder ontbindende voorwaarden.

3.2.3.

Bij akte van 21 november 2008 heeft de notaris aan klager geleverd een strook grond, aan klager verkocht bij koopovereenkomst van 20 augustus 2007, grenzend aan de door hem eerder verkregen kavel.

3.2.4.

Bij akten van 14 juli 2010, verleden voor [kandidaat-notaris], is vastgesteld dat de ontbindende voorwaarden definitief niet waren vervuld. Bij die gelegenheid hebben zowel klager als [X] de koopsommen betaald.

3.2.5

De erfgrens tussen de kavels van klager en [X], zoals ingetekend op de bij de akten behorende kadastrale kaarten, is op die kadastrale kaarten verschillend ingetekend. In november 2010 heeft kadastrale uitmeting plaatsgevonden. Tussen partijen (en de gemeente [gemeente]) is op 20 juli 2012 een vaststellingsovereenkomst gesloten ter beëindiging van een juridische procedure, waarin de erfgrens tussen de percelen is vastgesteld en een nieuwe inmeting door het kadaster is aangevraagd.

4 De standpunten van partijen

De standpunten van partijen blijken uit de beslissing waarvan beroep en het door ieder hunner gestelde in de stukken van de procedure in appel.

5 De beoordeling

5.1.

De klacht van klager komt er in de kern op neer dat het gearceerde gedeelte op de kaart opgenomen bij de akte van 15 februari 2008 (hierna: de akte [X]) niet aansluit op het gearceerde gedeelte op de kaart opgenomen bij de akte van 20 augustus 2007 (hierna: de akte van klager). Volgens klager had de notaris de kaarten moeten vergelijken alvorens de akte [X] te passeren.

5.2.

Het hof is van oordeel dat de notaris, in de gegeven omstandigheden, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Alhoewel het kantoor van de notaris bij het passeren van beide akten betrokken was, heeft de notaris alleen de akte [X] gepasseerd. Nu de tekeningen ten behoeve van beide akten waren aangeleverd door een professionele partij (verkoper, tevens bouwprojectontwikkelaar) en schetsmatig van karakter waren, was er geen (strikte) noodzaak voor de notaris om de beide tekeningen naast elkaar te leggen en met elkaar te vergelijken. Zoals blijkt uit de beide akten betrof het in beide gevallen de levering van een stuk grond waarvan de omvang “ongeveer” werd aangegeven met daarbij de aantekening zoveel meer als minder als na kadastrale uitmeting ter plaatse blijken zal. Voorts is ook uit beide akten af te leiden dat de arcering op de bijgevoegde kaarten “globaal” en “schetsmatig” van karakter is. De notaris behoefde ten tijde van het passeren van de akte [X] er dan ook niet vanuit te gaan dat de beide kavelgedeelten elkaar zouden overlappen. Evenals de kamer komt het hof dan ook tot de slotsom dat de klacht ongegrond is.

5.3.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan onbesproken blijven omdat het niet kan leiden tot een andere beslissing.

6 De beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.H.N. Stollenwerck en G. Kleykamp-van der Ben en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 6 mei 2014 door de rolraadsheer.