Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:1518

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
29-04-2014
Datum publicatie
13-10-2014
Zaaknummer
200.112.536-01
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verzoek tussentijds cassatieberoep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RBP 2015/3

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.112.536/01

zaak- en rolnummer rechtbank Amsterdam: 499089/HA ZA 11-2455

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 29 april 2014

inzake

de vennootschap naar Frans recht

POTASSE & PRODUITS CHIMIQUES S.A.S.,

gevestigd te Thann Cedex, Frankrijk,

appellante,

advocaat: mrs. A.I.M. van Mierlo te Rotterdam,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ICP-IL EUROPE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. A. Knigge te Amsterdam.

1 Het verdere verloop van het geding

In deze zaak heeft het hof op 8 april 2014 een tussenarrest gewezen, waarbij het hof de zaak naar de rol heeft verwezen teneinde PPC - het hof houdt in dit arrest dezelfde benamingen aan - in de gelegenheid te stellen bij akte gemotiveerd en voorzien van bewijsstukken aan te geven welke bestellingen in de periode van 28 mei 2008 tot 6 september 2010 niet (volledig) zijn geleverd door ICL, terwijl zij de contractuele besteltermijn van 90 dagen dan wel 180 dagen, indien aan de voor deze termijn geldende voorwaarden is voldaan, wel in acht had genomen.

Bij ter griffie op 16 april 2014 binnengekomen fax heeft mr. M.E. Koppenol-Laforce, advocaat te Rotterdam, namens ICL het hof verzocht te bepalen dat tegen het arrest van dit hof van 8 april 2014 tussentijds cassatieberoep kan worden ingesteld.

Bij ter griffie op 17 april 2014 binnengekomen fax van haar voornoemde advocaat heeft PPC verzocht het verzoek af te wijzen.

2 Beoordeling

2.1

Het hof is van oordeel, gezien het verzoek en de daartegen ingebrachte stellingen en na afweging van de betrokken belangen over en weer, in het bijzonder het belang bij voortgang in deze instantie enerzijds en het belang bij mogelijke besparing van (proces)kosten anderzijds, dat het bieden van de mogelijkheid van tussentijds cassatie, in deze zaak processueel beleidsmatig passend is.

3 Beslissing

Het hof:


bepaalt dat tegen het in deze zaak gewezen arrest van 8 april 2014 tussentijds beroep in cassatie kan worden ingesteld.

Dit arrest is gewezen door mrs. E.E. van Tuyll van Serooskerken - Röell, D.J. Oranje en J.W.M. Tromp en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 29 april 2014.