Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:1380

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
04-04-2014
Datum publicatie
15-11-2017
Zaaknummer
23-001692-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Strafprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

klachtdelict. Klacht niet tijdig ingediend. Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in de vervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-001692-13

datum uitspraak: 4 april 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 maart 2013 in de strafzaak onder parketnummer

15-740232-12 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

adres: [adres 1] ,

postadres: [adres 2] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van

21 maart 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij in of omstreeks de periode van 13 oktober 2011 tot en met 10 december 2011 te Haarlem, in elk geval in Nederland, en/of te Paramaribo, Suriname, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [slachtoffer 1] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij verdachte

- veelvuldig telefonisch contact gezocht met voornoemde [slachtoffer 1] ;

- meermalen, althans eenmaal, voornoemde [slachtoffer 1] op haar werkadres ge- en/of bezocht;

- meermalen, althans eenmaal, [slachtoffer 2] (zijnde de zus van [slachtoffer 1] ) en/of dier moeder gebeld en/of haar/hun gezegd: "jullie gaan huilen" en/of "Ik ga [slachtoffer 1] neersteken" en/of "ik ga haar opensnijden als jullie [slachtoffer 1] niet naar mij terugsturen" en/of "jullie gaan echt huilen want ik ga haar met messen open maken en ik ga haar doorboren"

en/of

hij in of omstreeks de periode van 8 november 2011 tot en met 4 december 2011 te Haarlem, in elk geval in Nederland, en/of te Paramaribo, Suriname, [slachtoffer 1] een- of meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk [slachtoffer 2] (zijnde de zus van [slachtoffer 1] ) en/of dier moeder, telefonisch dreigend de woorden toegevoegd: "jullie gaan huilen" en/of "Ik ga [slachtoffer 1] neersteken" en/of "ik ga haar opensnijden als jullie [slachtoffer 1] niet naar mij terugsturen" en/of "jullie gaan echt huilen want ik ga haar met messen open maken en ik ga haar doorboren", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van de ten laste gelegde bedreiging en veroordeeld ter zake van belaging tot een werkstraf van 80 uren, subsidiair 40 dagen hechtenis, waarvan 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Niet-ontvankelijk verklaring

Belaging

Aan de verdachte is mede ten laste gelegd de belaging van aangeefster [slachtoffer 1] in de periode van

13 oktober 2011 tot en met 10 december 2011. Belaging is een klachtdelict. Vervolging kan dientengevolge enkel plaatsvinden op grond van een tijdig door de klachtgerechtigde ingediende klacht.

Het hof stelt vast dat aangeefster op 9 november 2011 aangifte heeft gedaan van belaging. Eerst op 27 augustus 2012 heeft zij een klacht ingediend tegen de verdachte met het verzoek om tot vervolging over te gaan. Op grond van artikel 66, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht dient een klacht binnen drie maanden na de dag waarop de tot klacht gerechtigde kennis heeft genomen van het gepleegde feit te worden ingediend. Nu deze termijn (ruim) is overschreden, kan het openbaar ministerie niet worden ontvangen in de vervolging. Het openbaar ministerie zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in de vervolging van de ten laste gelegde belaging.

Vrijspraak

Bedreiging

Het hof is met de raadsman en het openbaar ministerie van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte aangeefster [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht in de ten laste gelegde periode, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart het openbaar ministerie ter zake van de ten laste gelegde belaging niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde bedreiging heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. D.J.M.W. Paridaens-van der Stoel en mr. J.G.W. Willems-Morsink, in tegenwoordigheid van mr. A.T. de Muinck - Dezentje, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 4 april 2014.

Mr. J.G.W. Willems-Morsink is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

=========================================================================

[…]