Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:1349

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
17-04-2014
Datum publicatie
23-05-2014
Zaaknummer
23-000521-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Schennis van de eerbaarheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-000521-13

datum uitspraak: 17 april 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2013 in de strafzaak onder parketnummer 13-674240-11 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1945,

adressen:

[adres 1];

[adres 2]

[adres 3]

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 april 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank toegelaten wijziging is aan de verdachte ten laste gelegd dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 12 mei 2011 en/of 16 mei 2011 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, zich (telkens) opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten tijdens de busrit lijn 47 en/of Wethouder Insingerstraat, eenmaal of meermalen over zijn geslachtdeel heeft gewreven en/of daarbij heeft gezegd: "spelen, spelen", althans woorden van die aard en/of strekking en/of met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewijsoverwegingen

Het hof overweegt dat de aangifte van [aangeefster] omtrent het gebeurde op 12 mei 2011 wordt ondersteund door de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep, inhoudende dat hij de man is die op camerabeelden van 12 mei 2011 om 16.07 uur te zien is terwijl hij de bus instapt. Voorts vindt de aangifte naar het oordeel van het hof steun in hetgeen is gebleken omtrent een vergelijkbaar incident in de bus op 16 mei 2011, zoals het hof hierna overweegt.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij de persoon is, die te zien is op de camerabeelden van 16 mei 2011. Ten aanzien van zijn gedragingen in de bus op 16 mei 2011 heeft de verdachte verklaard dat hij in de bus aan zijn penis voelde.

Ter terechtzitting zijn de camerabeelden van 16 mei 2011 getoond. Het hof heeft als gedragingen van de verdachte op deze beelden waargenomen dat hij herhaaldelijk met zijn hand op- en neergaande bewegingen maakt ter hoogte van het kruis. Vele malen maakt de verdachte bewegingen die het hof omschrijft als aftrekbewegingen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 12 mei 2011 en 16 mei 2011 te Amsterdam, zich telkens opzettelijk oneerbaar op een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten tijdens de busrit lijn 47, meermalen over zijn geslachtdeel heeft gewreven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het bewezen verklaarde levert op:

schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan voorwaardelijke 25 uren, subsidiair 13 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren, onder bijzondere voorwaarden.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, waarvan voorwaardelijke 25 uren, subsidiair 12 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren, maar – anders dan door de politierechter opgelegd – zonder bijzondere voorwaarden.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich twee keer schuldig gemaakt aan schennis van de eerbaarheid, door in een bus en in het zicht van medepassagiers seksueel suggestieve bewegingen te maken. De verdachte lijkt zich hier met name tot meisjes te hebben gericht. Het gedrag van de verdachte wordt als onfatsoenlijk en aanstootgevend beschouwd en is in strijd met de publieke moraal. Voor toevallig aanwezigen kan het hinderlijk en zelfs angstaanjagend zijn om geconfronteerd te worden met iemand die onverhoeds seksueel getinte handelingen voor hun ogen verricht. Deze momenten blijven de slachtoffers vaak nog lange tijd bij. De verdachte heeft niet stil gestaan bij de mogelijke gevoelens van anderen en heeft slechts gehandeld ter bevrediging van zijn eigen kennelijke drang tot het in het openbaar verrichten van dergelijke handelingen.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 20 maart 2014 is de verdachte niet eerder strafrechtelijk veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een geheel voorwaardelijke taakstraf van na te melden duur passend en geboden, teneinde de verdachte ervan te weerhouden zich nogmaals aan een dergelijk strafbaar feit schuldig te maken.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 239 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. T.A.C. van Hartingsveldt en mr. D.C. van Reekum, in tegenwoordigheid van mr. S. Ourahma, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 april 2014.

Mr. D.C. van Reekum is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.