Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2014:1033

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
25-02-2014
Datum publicatie
14-04-2014
Zaaknummer
23-002633-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bewijs winkeldiefstal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 23-002633-13

datum uitspraak: 25 februari 2014

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Haarlem van 20 januari 2011 in de strafzaak onder parketnummer 15-174603-10 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2014.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 3 september 2010 te Haarlem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, in elk geval eenmaal, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen en/of geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en wel:

- in/uit een winkel van Kruidvat, gelegen aan de Generaal Cronjéstraat, een hoeveelheid verzorgingsartikelen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Kruidvat en/of

- in/uit een winkel van Van Beem Parfumerie, gelegen aan de Generaal Cronjéstraat, een hoeveelheid parfum, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Van Beem Parfumerie.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan in gevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Bewijsoverweging

De raadsvrouw van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep het verweer gevoerd dat de diefstal bij het Kruidvat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden – kort gezegd – op de grond dat de verdachte tijdens zijn verhoor bij de politie niets over Kruidvat heeft verklaard, maar wel over Etos. Verdachte dient derhalve van dit feit te worden vrijgesproken, aldus de raadsvrouw.

Het hof verwerpt het verweer en neemt hierbij het volgende in aanmerking:

  • -

    Namens Kruidvat is aangifte gedaan van diefstal op vrijdag 3 september 2010, waarbij door aangeefster [aangeefster] is verklaard dat zij op opnamen van het beveiligingssysteem – kort gezegd – twee mannen heeft gezien die bij het vak foundation hun mandje vulden met artikelen uit het schap en voorts dat zij heeft waargenomen dat de betreffende mannen de winkel verlieten zonder te betalen (dossierpagina 48 e.v);

  • -

    De aangehouden verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zijn door politieambtenaren herkend als de mannen die op de beveiligingsbeelden van het Kruidvatfiliaal te zien zijn (dossierpagina 52);

  • -

    De verdachte heeft verklaard ook in een andere winkel (dan, naar het hof begrijpt: Van Beem Parfumerie) te zijn geweest waar hij vier make-up doosjes heeft gestolen (dossierpagina 28);

  • -

    Medeverdachte [medeverdachte] verklaarde bij de politie te denken dat hij samen met de verdachte

in twee winkels is geweest (dossierpagina 45).

In samenhang bezien leiden deze feiten en omstandigheden het hof tot de conclusie dat het tenlastegelegde, ook waar dit de winkel van Kruidvat betreft, wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht. Hieraan doet niet af dat de verdachte als winkelnaam Etos heeft genoemd.

Evenmin doet hieraan af dat, als aangevoerd door de raadsvrouw, de verbalisanten niet op camerabeelden hebben gezien dat de verdachten daadwerkelijk goederen in een tas deponeerden, te minder nu deze verbalisanten wel hebben gezien dat de betreffende mannen bezig waren elkaar te beschermen en zij handelingen verrichtten die overeenkwamen met iets in een tas doen.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 3 september 2010 te Haarlem, tezamen en in vereniging met een ander telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen geheel toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), en wel:

- in een winkel van Kruidvat, gelegen aan de Generaal Cronjéstraat, een hoeveelheid verzorgingsartikelen, geheel toebehorende aan Kruidvat en/of

- in een winkel van Van Beem Parfumerie, een hoeveelheid parfum, geheel toebehorende aan Van Beem Parfumerie.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

het bewezen verklaarde levert telkens op:

diefstal door twee of meer verenigde personen.

meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Haarlem heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich samen met een ander op georganiseerde wijze – men had een geprepareerde tas bij zich – schuldig gemaakt aan twee winkeldiefstallen op dezelfde dag. Daardoor hebben zij inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de betreffende winkelbedrijven. Winkeldiefstallen zijn hinderlijke, overlast en schade opleverende, feiten.

Blijkens een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 28 januari 2014 is de verdachte eerder voor een vermogensdelict onherroepelijk veroordeeld.

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw van de verdachte verzocht een geheel, subsidiair gedeeltelijk, voorwaardelijke straf op te leggen.

Gelet op de georganiseerde werkwijze van verdachte en diens mededader, alsmede de aanzienlijke waarde van de weggenomen goederen bij Van Beem Parfumerie kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een geheel of gedeeltelijk voorwaardelijke (gevangenis)straf dan wel een lagere straf dan de hieronder vermelde.

Het hof acht, alles afwegende, de door de politierechter opgelegde gevangenisstraf passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) week.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. E. de Greeve en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van M.C. Lieberwirth, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 februari 2014.

=========================================================================

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...].