Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3543

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
01-05-2013
Datum publicatie
18-06-2013
Zaaknummer
106.000.666/01ta2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Zie eindarrest d.d. 18 juni 2013 LJN:3545

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

GERECHTSHOF TE AMSTERDAM

EERSTE MEERVOUDIGE BURGERLIJKE KAMER

ARREST

in de zaak van:

de GEMEENTE HAARLEM,

zetelend te Haarlem,

APPELLANTE IN DE HOOFDZAAK, VERWEERSTER IN HET INCIDENT,

advocaat: mr. A. Knigge te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[ X ] B.V.,

gevestigd te [ plaatsnaam ],

GEÏNTIMEERDE IN DE HOOFDZAAK, EISERES IN HET INCIDENT,

advocaat: mr. G.C.W. van der Feltz te Den Haag.

De partijen worden hierna de Gemeente en [ X ] genoemd.

1. Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

Voor het verloop van het geding tot het tussenarrest van 27 december 2011 verwijst het hof naar dat arrest.

Ingevolge voornoemd tussenarrest heeft mr. M.E. Biezenaar, advocaat van de Gemeente, bij brief van 23 januari 2012, ingekomen ter griffie van het hof op 24 januari 2012, een tweetal stukken aan het hof doen toekomen.

Vervolgens heeft de Gemeente met instemming van [ X ] bij akte nadere stukken in het geding gebracht.

2. De verdere beoordeling in het incident

2.1 Bij arrest van dit hof van 27 december 2011 is de Gemeente bevolen uitsluitend aan het hof ter vertrouwelijke kennisne¬ming de volledige inhoud te doen toekomen van het Convenant tussen de Staat der Nederlanden, de provincie Noord-Holland en de Gemeente van 1995 (verder wederom: het Convenant) en de Nota Kostenverhaal Bodemsanering van 19 november 1996 met twee bijbehorende bijlagen (verder wederom: de Nota Kostenverhaal), aan welk bevel de Gemeente heeft voldaan bij voornoemde brief van 23 januari 2012.

2.2 Bij akte van 3 april 2012 heeft de Gemeente een besluit van het College van B & W van de Gemeente van 13 maart 2012 in het geding gebracht, waarbij dit college heeft besloten de geheimhouding op grond van artikel 55 Gemeentewet van bijlage 1 en bijlage 2 van de Nota Kostenverhaal gedeeltelijk op te heffen in die zin dat de geheimhouding van bijlage 1 gedeelte¬lijk en die van bijlage 2 niet wordt opgeheven. Wat de gedeel¬telijke opheffing van de geheimhouding van bijlage 1 betreft geldt dat deze bijlage in zijn geheel openbaar is gemaakt met uitzondering van dat gedeelte van de tekst die betrekking heeft op de locatie De Appelaar dat de weergave vormt van een document waarop artikel 11 lid 1 Wob van toepassing is (bijlage 2) en dat volgens de Gemeente een persoonlijke beleidsopvatting betreft van de landsadvocaat (het gedeelte vanaf "aan een alternatieve invulling verbonden zijn." tot en met "(zie bijlage 2).").

2.3 Het hof dient te beslissen of de vordering van [ X ] krachtens artikel 843a lid 1 Rv tot inzage van het thans nog ontbrekende gedeelte uit bijlage 1 en de inhoud van bijlage 2 van de Nota Kostenverhaal alsmede de ontbrekende gedeeltes uit het Convenant moet worden toegewezen.

2.4 Het hof heeft in rov. 2.12 van zijn arrest van 27 december 2011 overwogen dat het,

"alvorens het beroep van de Gemeente op geheimhouding ervan te beoordelen, allereerst [zal] bezien of, zoals de Gemeente heeft gesteld, de ontbrekende gedeeltes van deze stukken uitsluitend betrekking hebben op de bodem onder het [ X ]-complex zelf en niet op die onder omliggende terreinen die aan de Gemeente toebehoren (in het bijzonder de bodem onder de Bakenessergracht). Is dit niet of niet volledig het geval, dan zal het hof aan de hand van een afweging van de belangen in de concrete omstandigheden van het onderhavige geval beoordelen of de belangen die de Gemeente heeft aangevoerd voor haar beroep op vertrouwelijk¬heid zwaarder moeten wegen dan het zwaarwegende maatschappe¬lijke belang dat in rechte de waarheid aan het licht komt."

2.5 Het hof komt, na kennisneming van de volledige inhoud van het Convenant en de Nota Kostenverhaal, tot de conclusie dat de vordering van [ X ] in het incident tot volledige inzage van het Convenant en de Nota Kostenverhaal dient te worden afgewezen. De ontbrekende gedeeltes van deze stukken hebben uitsluitend betrekking op de bodem onder het [ X ]-complex zelf althans hebben geen betrekking op de bodem onder omliggende terreinen die aan de Gemeente toebehoren (in het bijzonder de bodem onder de Bakenessergracht), onderwerp zijn van de onderhavige procedure en ter zake waarvan sanerings¬kosten door de Gemeente van [ X ] worden gevorderd. Dit betekent dat [ X ] geen belang heeft bij haar vordering als in evengenoemd arrest onder 2.3 is omschreven en dat het hof niet aan een belangenafweging als bedoeld in rov. 2.12 van datzelfde arrest kan toekomen.

2.6 De beslissing omtrent de proceskostenveroordeling in het

incident zal worden aangehouden tot de eindbeslissing in de hoofdzaak.

2.7 Met het oog op het verdere verloop van de procedure in de hoofdzaak is het volgende van belang. Het hof heeft in rov. 2.10 van zijn arrest van 27 december 2011 onder meer reeds overwogen dat als de rechter na kennisneming van de stukken, tot het oordeel komt dat geheimhouding om gewichtige redenen gerechtvaardigd is - zoals in het onderhavige geval -, de verplichting tot het overleggen van die stukken weliswaar vervalt maar de partij die op grond van dit oordeel niet verplicht is tot het overleggen van die stukken, desgewenst kan mededelen dat, met het oog op de beoordeling van de vordering, uitsluitend de rechter kennis zal mogen nemen van de van haar verlangde stukken. Daarbij geldt dat de rechter in dat geval niet mede op grond van die stukken uitspraak zal mogen doen dan nadat de wederpartij ondubbelzinnig toestemming daartoe heeft verleend en dat de rechter die het geding verder behandelt, uit het niet verlenen van die toestemming de gevolgtrekking zal kunnen maken die hij geraden acht. Voorts heeft het hof overwogen dat in het geval dat de eerder bedoelde mededeling niet door eerstbedoelde partij wordt gedaan, of dat bedoelde toestemming niet door haar wederpartij wordt verleend, dan wel in het geval dat de rechter heeft geoordeeld dat geen gewichtige redenen aanwezig zijn voor de weigering doch de betrokken partij daarin volhardt, de eisen van een behoorlijke rechtspleging meebrengen dat de rechter die over de geheimhouding heeft beslist en in dat verband heeft kennisgenomen van de betrokken stukken, niet deelneemt aan de verdere behandeling van het geding en dat eventueel aan deze rechter ter beschikking gestelde stukken aan de partij die ze heeft verstrekt worden teruggegeven.

2.8 In verband met het voorgaande dient, alvorens verder kan worden geprocedeerd, de Gemeente bij akte zich erover uit te spreken of zij al dan niet de in rechtsoverweging 2.7 genoemde mededeling doet. Zij dient zich er dus over uit te laten of zij al dan niet wenst dat de litigieuze stukken onderdeel worden van de stukken waarop het hof uitspraak doet. [ X ] zal in de gelegenheid worden gesteld hierop bij akte te reage¬ren. Indien de Gemeente de bedoelde mededeling doet, dient [ X ] in het bijzonder aan te geven of zij ondubbelzinnig toestemming verleent voor het doen van een uitspraak door dit hof die mede op die stukken is gebaseerd. Voor de goede orde merkt het hof daarbij op dat reeds nu vaststaat dat geen van de raadsheren die de onderhavige uitspraak hebben gewezen zal deelnemen aan de verdere behandeling van het onderhavige geding.

2.9 Het hof zal elke verdere beslissing aanhouden.

3. De beslissing

Het hof:

in het incident:

wijst de vordering van [ X ] af;

houdt de beslissing omtrent de proceskostenveroordeling in het incident aan tot de eindbeslissing in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak:

verwijst de zaak naar de rol van 15 mei 2012 voor akte uitlating aan de zijde van de Gemeente als bedoeld onder 2.8, waarna [ X ] daarop bij akte mag reageren;

houdt elke verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. D.J. van der Kwaak, G.J. Visser en A.M.A. Verscheure en op 1 mei 2012 in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer.