Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1984

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
21-05-2013
Datum publicatie
05-06-2013
Zaaknummer
200.098.673/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klagers verwijten de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verlijden van de uiterste wil van erflaatster op 6 februari 2008, in het bijzonder ten aanzien van de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflaatster. Door klagers is gesteld dat er verschillende indicatoren aanwezig waren om aan te nemen dat sprake was van een verminderde wilsbekwaamheid van erflaatster en dat deze indicatoren voor de notaris aanleiding hadden moeten zijn om het stappenplan toe te passen. Naar het oordeel van het hof leiden de gestelde feiten en omstandigheden niet tot de conclusie dat de notaris aanwijzingen had – ook niet in onderling verband bezien – dat erflaatster bij het verlijden van haar testament niet volledig wilsbekwaam was. Bovendien was het merendeel van die omstandigheden de notaris niet bekend. Het hof bekrachtigt de beslissing waarvan beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2013/307
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

____________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.098.673/01 NOT

zaaknummer eerste aanleg : KLN.10.19

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 21 mei 2013

inzake

1. [ APPELLANT ],

wonende te [ plaatsnaam ],

vertegenwoordigd door: [ naam ],

2. [ APPELLANT ],

wonende te [ plaatsnaam ],

3. [ APPELLANT ],

wonende te [ plaatsnaam ],

4. [ APPELLANT ],

wonende te [ plaatsnaam ],

APPELLANTEN,

APPELLANTEN,

gemachtigde: mr. E.R.T.A. Luijten te Heerlen,

t e g e n

[ NOTARIS ],

notaris te [ plaatsnaam ],

GEÏNTIMEERDE,

gemachtigde: mr. B. Haaijer te Eerbeek.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellanten, verder klagers, is bij een op 12 december 2011 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift, tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te ‘s-Hertogenbosch, verder de kamer, van 17 november 2011, waarbij de kamer de klacht van klagers tegen geïntimeerde, verder de notaris, op alle onderdelen ongegrond heeft verklaard.

1.2. Van de zijde van klagers is op 28 december 2011 een aanvullend beroepschrift – met een usb-stick met daarop een geluidsopname – ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. Van de zijde van de notaris is op 14 februari 2012 een verweerschrift ter griffie van het hof ingekomen.

1.4. Van de zijde van klagers is op 27 september 2012 een aanvullende productie – met 8 bijlagen – ter griffie van het hof ingekomen.

1.5. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 11 oktober 2012. De gemachtigde van klager sub 1., klagers sub 2. tot en met 4., de gemachtigde van klagers en de notaris, vergezeld van haar gemachtigde zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de gemachtigde van klagers en de gemachtigde van de notaris aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

3.1. De feiten zoals door de kamer in de bestreden beslissing vastgesteld, worden door klagers ten dele betwist. Voor zover noodzakelijk, zal het hof de bezwaren die door klagers zijn gemaakt tegen de wijze waarop de feiten door de kamer zijn vastgesteld en tegen de feiten zelf, mede in zijn beoordeling betrekken.

3.2. Onbetwist staat vast dat op 26 april 2008 te Eindhoven is overleden mevrouw [ naam ], hierna te noemen erflaatster. Erflaatster heeft bij uiterste wil verleden op 19 november 2003 ten overstaan van mr. [ naam ], notaris te Geldrop en kantoorgenote van de notaris, over haar nalatenschap beschikt. Vervolgens heeft erflaatster op 5 februari 2008 in het Hospice De Regenboog te Eindhoven met de notaris haar voornemen besproken die uiterste wil te wijzigen. Op 6 februari 2008 heeft erflaatster in voormeld hospice bij uiterste wil, verleden ten overstaan van de notaris, met herroeping van alle ‘voor vandaag door mij gemaakte uiterste wilsbeschikkingen’ en ‘eerder door mij gemaakte codicillen’, over haar nalatenschap beschikt.

4. Het standpunt van klagers

De klacht van klagers luidt – kort samengevat – als volgt.

4.1. Klagers verwijten de notaris dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verlijden van de uiterste wil van erflaatster op 6 februari 2008, in het bijzonder ten aanzien van de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflaatster. Klagers stellen dat bij de totstandkoming van de uiterste wilsbeschikking van erflaatster verschillende indicatoren van het “Stappenplan beoordeling wilsbekwaamheid ten behoeve van notariële dienstverlening” (verder het stappenplan) aan de orde waren, hetgeen voor de notaris aanleiding had moeten zijn het stappenplan toe te passen voor een nadere beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflaatster. Nu de notaris het stappenplan niet heeft toegepast en ook overigens een nader onderzoek naar de wilsbekwaamheid van erflaatster achterwege heeft gelaten, heeft zij tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

4.2. Daarnaast verwijten klagers de notaris dat zij het testament niet heeft opgesteld naar aanleiding van een handgeschreven briefje van erflaatster van 2 februari 2008, terwijl het de notaris volstrekt duidelijk moet zijn geweest dat de inhoud van dit briefje anders luidde dan erflaatster als haar uiterste wil opgaf. Ook dat had aanleiding moeten zijn het stappenplan te volgen.

5. Het standpunt van de notaris

De notaris heeft de klacht van klagers gemotiveerd betwist en zich als volgt verweerd.

5.1. De notaris stelt dat zij bij de totstandkoming van de uiterste wilsbeschikking van 6 februari 2008 van erflaatster wel zorgvuldig te werk is gegaan en terecht geen aanleiding zag om het stappenplan toe te passen. Zowel tijdens het eerste gesprek met erflaatster op 5 februari 2008 als tijdens het passeren van haar testament op 6 februari 2008 was er geen enkele reden om de wilsbekwaamheid van erflaatster in twijfel te trekken. In beginsel mag een notaris ervan uitgaan dat een cliënte haar uiterste wil onafhankelijk en zonder beïnvloeding van derden (in dit geval haar zuster en schoonzuster) kan bepalen en uiten. Eerst wanneer een cliënt ongebruikelijk reageert en er mitsdien aanleiding is tot een nader onderzoek naar diens wilsbekwaamheid, dient het stappenplan te worden toegepast. Nu die aanleiding er niet was (erflaatster was niet zichtbaar onder invloed van medicamenten, kwam heel helder over en gaf een duidelijke toelichting op haar motieven om haar testament te wijzigen) was er geen reden om het stappenplan toe te passen.

5.2. De notaris heeft een briefje van erflaatster onder ogen gekregen tijdens de korte bespreking met haar zuster en schoonzuster op haar kantoor op 31 januari 2008 en heeft op dat moment direct aangegeven dat dit handgeschreven briefje geen geldig testament was. De notaris heeft het briefje voor wat betreft de inhoud van de te maken uiterste wilsbeschikking als niet relevant beschouwd en tijdens de bespreking met erflaatster in het hospice is het geen onderwerp van gesprek meer geweest.

6. De beoordeling

6.1. Van de zijde van de notaris is bezwaar gemaakt tegen het inbrengen in deze procedure door klagers van de geluidsopnamen op de usb-stick die op 28 december 2011 ter griffie van het hof is ingekomen. Deze geluidsopnamen zijn gemaakt zonder voorafgaand overleg met en/of instemming van de notaris en vormen een doorbreking van de notariële geheimhoudingsplicht. Daardoor, aldus de notaris, betreft het hier onrechtmatig verkregen en dus ontoelaatbaar bewijs.

Tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep is door klagers erkend dat de geluidsopnamen zonder medeweten en instemming van de notaris zijn gemaakt. In aanvulling daarop heeft klager sub 3. op vragen van het hof geantwoord dat de geluidsopnamen oorspronkelijk bedoeld waren om één van de erfgenamen (in het buitenland woonachtig) goed te kunnen informeren. Pas naderhand hebben klagers besloten deze geluidsopnamen tevens in te brengen in deze procedure.

Gezien het feit dat thans vaststaat dat de geluidsopnamen zijn gemaakt buiten medeweten en zonder instemming van de notaris, heeft het hof bij de mondelinge behandeling beslist (en aan partijen medegedeeld) dat deze wijze van totstandkoming en inbreng van de geluidsopnamen in strijd zijn met een goede procesorde en dat het deze geluidsopnamen daarom buiten beschouwing zal laten en niet in zijn beoordeling zal betrekken.

6.2. Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel, zoals weergegeven hiervoor onder 4.1., overweegt het hof het volgende. Door klagers is gesteld dat er verschillende indicatoren aanwezig waren om aan te nemen dat sprake was van een verminderde wilsbekwaamheid van erflaatster en dat deze indicatoren voor de notaris aanleiding hadden moeten zijn om het stappenplan toe te passen. Als feitelijke omstandigheden hebben klagers het volgende aangevoerd:

- erflaatster was het zorgenkindje van de familie en is altijd beschermd tegen de buitenwereld; alles werd voor haar geregeld;

- er is eerder sprake geweest van het onder bewind laten stellen van de goederen die toebehoorden aan erflaatster;

- de afspraak voor het bespreken van het testament is niet door erflaatster zelf gemaakt maar door anderen;

- erflaatster was ten tijde van het opstellen en ondertekenen van het testament ernstig ziek, verzwakt en gebruikte medicijnen;

- de notaris heeft de inhoud van het testament met erflaatster besproken en ondertekend in een hospice, zonder aanwezigheid van getuigen;

- in het testament zijn familieleden die zich hebben bemoeid met het realiseren van dat testament, die in een eerder testament niet als begunstigde waren aangewezen als begunstigden toegevoegd en is om onduidelijke redenen een familielid uitgesloten die juist altijd heel veel voor erflaatster heeft gedaan en betekend; de inhoud van het testament week dus sterk af van haar eerdere testament;

- de notaris heeft het testament opgemaakt aan de hand van een briefje dat vooraf is voorgeschreven door een schoonzuster van erflaatster en onder haar invloed is overgeschreven door erflaatster, zonder met erflaatster verder over de inhoud van het briefje te hebben gesproken.

6.3. Naar het oordeel van het hof leiden vorenstaande feiten en omstandigheden niet tot de conclusie dat de notaris aanwijzingen had – ook niet in onderling verband bezien – dat erflaatster bij het verlijden van haar testament niet volledig wilsbekwaam was. Bovendien was het merendeel van die omstandigheden de notaris niet bekend. De gezondheidstoestand van erflaatster op dat moment, noch de inhoud van de door haar voorgestelde testamentwijziging gaven op zichzelf aanleiding tot extra behoedzaamheid. De notaris was naar ’s hofs oordeel niet gehouden om in haar bespreking met erflaatster in het hospice te onderzoeken welke (overige) indicatoren aanwezig zouden kunnen zijn, nu de inhoud van het gesprek alsmede de wijze waarop erflaatster zich presenteerde daartoe aan de notaris geen aanleiding gaven. De notaris heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij zowel tijdens de voorbespreking als tijdens het passeren van het testament (onder vier ogen met erflaatster) voldoende alert is geweest op de mate van wilsbekwaamheid van erflaatster en dat zij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Het feit dat de notaris onder deze omstandigheden het Stappenplan niet heeft toegepast acht het hof derhalve niet tuchtrechtelijk laakbaar.

Het eerste klachtonderdeel is ongegrond.

6.4. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel, zoals weergegeven hiervoor onder 4.2. overweegt het hof het volgende. De notaris heeft tijdens de mondelinge behandeling ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat zij inderdaad een briefje in ontvangst heeft genomen van de zuster en schoonzuster van erflaatster, toen zij op 31 januari 2008 op het kantoor van de notaris langskwamen. Buiten een opmerking tegen deze zuster en schoonzuster dat dit briefje geen geldig testament was, en zij voor het maken van een testament persoonlijk contact met hun (schoon-)zuster zou moeten hebben, heeft de notaris naar eigen zeggen geen acht geslagen op (de inhoud van) dit briefje en heeft zij dit tijdens de voorbespreking met erflaatster in het hospice ook niet met erflaatster besproken..Mede gezien het feit dat het overgelegde briefje van 2 februari 2008 een andere inhoud en strekking had (het nalaten van haar bezittingen aan broers, zusters en schoonzuster) dan de inhoud van het gepasseerde testament (waarin de broers van erflaatster niet waren opgenomen) en dat van een ander briefje niet is gebleken, ziet het hof geen aanleiding om aan deze lezing van de notaris te twijfelen.

Het tweede klachtonderdeel is eveneens ongegrond.

6.5. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht, kan als in het voorgaande reeds behandeld dan wel als thans niet ter zake dienend buiten beschouwing blijven.

6.6. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

7. De beslissing

Het hof:

- bekrachtigt de beslissing waarvan beroep.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.L.G.A. Stille, A.M.A. Verscheure en

A.H.N. Stollenwerck en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 21 mei 2013 door de rolraadsheer.

KLN 10.19

17 november 2011

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT 's-HERTOGENBOSCH

neemt de navolgende beslissing op de klacht van de heer [ naam ], hierna te noemen klager, tegen [ notaris ], notaris te Geldrop-Mierlo, hierna te noemen de notaris.

1. De procedure

1.1 Op 3 december 2010 heeft klager, mede namens [ naam ], [ naam ], [ naam ], [ naam ], [ naam ] en [ naam ], een klacht geformuleerd tegen de notaris.

1.2 Op 14 januari 2011 heeft de notaris op de klacht gereageerd.

1.3 Op 24 februari 2011 heeft klager gerepliceerd.

1.4 Op 5 mei 2011 heeft de notaris gedupliceerd.

1.5 Op 30 juni 2011 en op 4 augustus 2011 heeft klager de schriftelijke machtigingen van zijn medeklagers aan de kamer van toezicht gezonden.

1.6 De plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht heeft de zaak verwezen naar de volle kamer.

1.7 De kamer van toezicht heeft de klacht behandeld ter openbare vergadering van 20 oktober 2011. De notaris is verschenen samen met gemachtigde mr. B. Haaijer.

Klager is eveneens verschenen en is bijgestaan door raadsman mr. E.R.T.A.R. Luijten.

2. De feiten

2.1 De tante van klager, mevrouw [ naam ] (hierna erflaatster te noemen), is op 26 april 2008 in Eindhoven overleden.

2.2 Erflaatster had aanvankelijk een testament opgemaakt waarvan de akte is verleden op 19 november 2003 op het kantoor van notaris mr. [ naam ] te Geldrop, kantoorgenote van de notaris.

2.3 De notaris heeft op 5 februari 2008 met erflaatster gesproken over het opmaken van een gewijzigd testament. Dat gesprek vond plaats in het hospice De Regenboog aan de Aalsterweg te Eindhoven waar erflaatster gelet op haar slechte gezondheidstoestand sinds kort verbleef.

2.3 Op 6 februari 2008 is het gewijzigde testament van erflaatster opgemaakt en verleden ten overstaan van de notaris. Ook dit vond plaats in voormeld hospice.

3. De klacht en het verweer daartegen

3.1 Klager stelt, zakelijk weergegeven, het navolgende.

De notaris heeft gehandeld in strijd met haar zorgplicht. Klager verwijt de notaris partijdigheid, onzorgvuldig handelen, onzorgvuldig formuleren, niet voortvarend handelen en een niet correcte bejegening van haar cliënten. Deze punten zijn uitvoerig besproken in het kader van de essentie van de klacht, te weten dat de notaris een testament van erflaatster heeft opgemaakt en de akte hiervan heeft gepasseerd, terwijl erflaatster naar de mening van klager hiertoe niet wilsbekwaam kon worden geacht. Zij was op dat moment ernstig ziek. De tante van klager is door twee zussen van haar naar het kantoor van de notaris gebracht. De wens van het wijzigen van het testament uit 2003 is volgens klager afkomstig van de zussen van tante. Zij zouden een handgeschreven briefje met betrekking tot het testament hebben opgemaakt, aan de hand waarvan de tante haar testament heeft laten wijzigen. Na de wijziging is [ naam ] (broer van erflaatster, vader van [ naam ] en oom van klager), zus [ naam ] en oom [ naam ] uitgesloten als erfgenaam van erflaatster. Door deze wijziging zijn klager en zijn medeklagers benadeeld.

Daarnaast bevat het testament onjuistheden en slordigheden.

De notaris heeft zich voorts onvoldoende rekenschap gegeven van de wilsbekwaamheid van erflaatster op het moment dat zij het nieuwe/gewijzigde testament liet opmaken. De tijd tussen het aanvragen en opmaken van het testament en het passeren van de akte was zeer kort, terwijl op dat moment nog niet te verwachten was dat erflaatster binnen korte tijd zou komen te overlijden. Niet is gebleken dat de notaris het hiervoor bestemde stappenplan heeft doorlopen. Daarmee heeft de notaris naar de mening van klager laakbaar gehandeld.

3.2 De notaris heeft, zakelijk weergegeven, het navolgende aangevoerd.

3.2.1 De heer [ naam ] dient in deze klacht niet-ontvankelijk te worden verklaard, omdat hij geen belanghebbende is in onderhavige zaak.

Voorts dienen mevrouw [ naam ], de heer [ naam ] en mevrouw [ naam ] niet-ontvankelijk te worden verklaard omdat zij door erflaatsters laatste testament niet zijn benadeeld en om die reden geen belang hebben om op dit punt een klacht tegen de notaris in te dienen.

3.2.2 De notaris is van mening dat zij niet klachtwaardig heeft gehandeld. Op 31 januari 2008 heeft zij op haar kantoor een korte bespreking gehad met mevrouw [ naam ], zus van erflaatster, haar echtgenoot de heer [ naam ] en mevrouw [ naam ], eveneens zus van erflaatster. Zij lieten de notaris een briefje lezen dat was geschreven door erflaatster. De notaris heeft meteen aangegeven dat het handgeschreven briefje geen geldig testament was en heeft dat briefje voor kennisgeving aangenomen. Verder heeft de notaris aan de zussen van erflaatster aangegeven dat als hun zus een testament wilde maken, de notaris hun zus daarvoor moest bezoeken. Dat is gebeurd op 5 februari 2008. Er is toen gesproken over wijziging van het testament. Op 6 februari 2008 is het testament na een nadere bespreking, na voorlezing en na het geven van uitleg door zowel erflaatster als de notaris ondertekend. De notaris had op 5 februari 2008 geen enkele reden om aan de wilsbekwaamheid van erflaatster te twijfelen. Tijdens de inhoudelijke bespreking van de notaris met erflaatster zijn geen andere personen aanwezig geweest. Er is ook niet gesproken over het door klager bedoelde briefje. Erflaatster kon haar wil op niet mis te verstane wijze kenbaar maken en gaf duidelijk aan wat zij in haar testament gewijzigd wilde hebben en waarom. De reden waarom [ naam ] niet langer als erfgenaam moest worden opgenomen heeft erflaatster duidelijk verwoord, maar de notaris mag hier geen mededelingen over doen omdat zij gehouden is aan haar geheimhoudingsplicht ten opzichte van erflaatster.

De notaris heeft op basis van het gesprek op 5 februari 2008 en met als vertrekpunt het testament uit 2003 een nieuw testament opgesteld. Op 6 februari 2008 vond de tweede bespreking plaats in het hospice. De notaris had ook toen geen enkele twijfel aan de wilsbekwaamheid van erflaatster. Naast het bespreken van de inhoud en het geven van een toelichting in begrijpelijk Nederlands is het testament door de notaris en erflaatster ondertekend. Het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid van de KNB houdt in dat eerst indien daartoe aanleiding bestaat, de wilsbekwaamheid van een cliënt uitgebreider dient te worden onderzocht. De tante van klager was zo duidelijk in staat haar wil te bepalen dat er geen aanleiding bestond tot een nader onderzoek naar haar wilsbekwaamheid. Dat in een kort tijdsbestek van twee dagen de aanvraag tot het wijzigen van het testament en het passeren van de akte van het gewijzigde testament plaatsvond is in de gegeven situatie niet uitzonderlijk. Integendeel, erflaatster was opgenomen in een hospice en dat is doorgaans des te meer reden om snel te handelen.

De notaris heeft naar haar mening zorgvuldig gehandeld en verzoekt de kamer van toezicht de klacht op alle onderdelen ongegrond te verklaren.

4. De beoordeling

4.1 Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de medeklagers overweegt de kamer van toezicht als volgt. Namens de notaris is aangevoerd dat de betrokken medeklagers geen belang zouden hebben bij het indienen van de klacht. De kamer van toezicht is van oordeel dat de genoemde medeklagers wel als belanghebbenden zijn aan te merken in de onderhavige klacht. De klacht gaat immers over de inhoud van het gewijzigde testament van erflaatster, waarbij één van de eerder in het testament uit 2003 genoemde erfgenamen wordt uitgesloten. Hierdoor wordt de hoogte van het erfdeel van de benoemde erfgenamen gewijzigd. De klacht is gericht tegen de wijze waarop het nieuwe testament van erflaatster tot stand is gekomen, zodat alle klagers hierbij een belang hebben. De kamer van toezicht is dan ook van oordeel dat de klacht met betrekking tot alle klagers ontvankelijk is.

4.2 Klager stelt dat het testament onjuistheden en slordigheden bevat. De kamer van toezicht merkt in dit kader op dat de inhoud van dat testament wordt beoordeeld in het licht van het handelen en/of nalaten van de notaris, zodat het mogelijk opnemen van onjuistheden en slordigheden niet als afzonderlijk klachtonderdeel wordt geoordeeld.

De kamer van toezicht overweegt met betrekking tot de klacht dat deze in wezen is beperkt tot de volgende punten:

1. de notaris heeft ten onrechte meegewerkt aan het uitsluiten van [ naam ] als erfgenaam in het testament;

2. het testament is opgemaakt aan de hand van een handgeschreven briefje afkomstig van twee zussen van erflaatster;

3. erflaatster heeft het testament laten opstellen en ondertekend terwijl zij hiertoe ten tijde van belang niet compos mentis geacht diende te worden en de notaris heeft dat onvoldoende onderzocht.

4.2.1 De kamer van toezicht overweegt ten aanzien van het onder rechtsoverweging 4.2 onder de punten 1 en 2 vermelde dat klager het onacceptabel acht dat de heer [ naam ] niet als erfgenaam is opgenomen in het testament van 2008, terwijl dit in het testament uit 2003 wel het geval was. Dit zou zijn gebeurd aan de hand van een handgeschreven briefje van de zussen van erflaatster.

De kamer van toezicht is van oordeel dat gelet op de inhoud van het klachtdossier en het verhandelde ter zitting genoegzaam aannemelijk is gemaakt dat het schrappen van de heer [ naam ] uit het testament van erflaatster, de tante van klager, de uitdrukkelijke wil is geweest van erflaatster. De kamer van toezicht ziet onvoldoende redenen om te twijfelen aan het gestelde door de notaris dat zij inhoudelijk niet over de inhoud van het testament heeft gesproken met de twee zussen van erflaatster en dat zij een afspraak heeft gemaakt met de tante van klager om enkel met haar het voornemen tot het wijzigen van het testament uit 2003 te bespreken. De klacht wordt op dit onderdeel ongegrond verklaard.

4.2.2 De kamer van toezicht overweegt ten overvloede dat het -gegeven de omstandigheden- wellicht in de rede had gelegen dat de notaris het door klager bedoelde handgeschreven briefje nadrukkelijk had besproken met erflaatster. De notaris heeft op dit punt aangevoerd dat erflaatster haar wil echter zo duidelijk kenbaar maakte dat zij geen aanleiding zag tot het bespreken van het bestaan van dat briefje. Gelet hierop acht de kamer van toezicht het niet bespreken van de inhoud van dat briefje met erflaatster niet zodanig laakbaar dat er in casu sprake is van klachtwaardig nalaten door de notaris. De kamer van toezicht neemt hierbij ook in beschouwing dat mevrouw [ naam ] in de betreffende procedure bij de sector civiel van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch (over de kwestie van het uitsluiten van [ naam ] als erfgenaam) als getuige heeft verklaard dat de tekst van dat briefje door haar is opgesteld en toen slechts door erflaatster is overgeschreven. In dat briefje stond broer [ naam ] impliciet wel als erfgenaam vermeld. Uit de tekst van dat briefje valt dus niet op te maken dat het de bedoeling was om de heer [ naam ] niet meer als erfgenaam aan te merken.

4.2.3 De kamer van toezicht overweegt ten aanzien van het onder rechtsoverweging 4.2 onder punt 3 het volgende. Klager heeft gesteld dat er meerdere omstandigheden aanwezig waren om aan te nemen dat sprake was van een verminderde wilsbekwaamheid van erflaatster en dat deze omstandigheden de notaris ertoe hadden moeten bewegen om Het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid te hanteren en nader onderzoek te verrichten. Klager wijst op de navolgende omstandigheden.

• De invloed en bemoeienissen van andere familieleden terzake;

• Toevoeging in het testament van familieleden die zelf daarmee bemoeienis hebben gehad;

• Uitsluiting in het testament van een erfgenaam waar een familielid over is begonnen;

• De omstandigheden waarin erflaatster destijds verkeerde;

• Erflaatster was een persoon met een groot medisch dossier en met veel medicatie;

• De haast die gemaakt is met het opstellen van het testament;

• Het briefje dat op 31 januari 2008 is gezien, maar een datum heeft van 2 februari 2008;

• Het bestaan van een briefje met vermelding broers, zussen en schoonzussen.

Naar het oordeel van de kamer van toezicht leidt de aanwezigheid van deze feiten en omstandigheden niet zonder meer tot de conclusie dat erflaatster bij het opstellen van haar testament niet volledig wilsbekwaam kan zijn geweest. Bovendien was het merendeel van die omstandigheden de notaris niet bekend. Het briefje en de omstandigheden waarin erflaatster ten tijde van belang verkeerde geven weliswaar aanleiding voor behoedzaamheid, maar indien de inhoud van het gesprek alsmede de wijze waarop de tante van klager zich daarbij presenteerde geen reden geven aan haar wilsbekwaamheid te twijfelen dan is verdere actie van de notaris niet noodzakelijk.

De kamer van toezicht is van oordeel dat de notaris voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij tijdens de voorbespreking en bij het passeren van de akte voldoende alert is geweest op de wilsbekwaamheid van erflaatster en dat zij onvoldoende aanleiding had om aan deze wilsbekwaamheid te twijfelen. Het niet verder toepassen van Het Stappenplan Beoordeling Wilsbekwaamheid kan de notaris in de gegeven situatie dan ook niet worden verweten. De kamer van toezicht merkt in dit verband op dat de civiele rechter van de rechtbank te

’s-Hertogenbosch in haar uitspraak van 21 april 2010 tot de conclusie is gekomen dat de door klager gestelde feiten en omstandigheden niet de conclusie rechtvaardigen dat erflaatster leed aan een geestelijke stoornis. De klacht wordt ten aanzien van dit onderdeel ongegrond verklaard.

4.3 De kamer van toezicht is van oordeel dat hetgeen verder door klager is gesteld en door de notaris gemotiveerd is weersproken, ook overigens niet leidt tot een ander oordeel. De klacht wordt dan ook op alle onderdelen ongegrond verklaard.

5. De beslissing

De kamer van toezicht:

verklaart de klacht op alle onderdelen ongegrond.

Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch door mr. H.A.W. Snijders, voorzitter,

mr. M.A.M. Kessels, J.J.G.M. Kuijpers, leden, mr. H.G. Robers en mr. P.G. Heeringa, plaatsvervangende leden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 november 2011,

in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.