Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1982

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
07-05-2013
Datum publicatie
05-06-2013
Zaaknummer
200.104.224/01 NOT
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Klager verwijt de notaris dat hij heeft gehandeld in strijd met zijn zorgplicht bij de beschrijving van de onverdeelde boedel van de nalatenschap van de vader van klager. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt. Het hof bevestigt de bestreden beslissing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

____________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.104.224/01 NOT

zaaknummer eerste aanleg : KLN 11.22

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 7 mei 2013

inzake:

[ APPELLANT ],

wonende te [ plaatsnaam ],

APPELLANT,

t e g e n

[ NOTARIS ],

notaris te [ plaatsnaam ],

GEÏNTIMEERDE.

1. Het geding in hoger beroep

1.1. Van de zijde van appellant, verder klager, is bij een op 21 maart 2012 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift tijdig hoger beroep ingesteld tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer van toezicht over de notarissen en kandidaat-notarissen te ‘s-Hertogenbosch, verder de kamer, op 15 maart 2012 gewezen onder het hierboven genoemde zaaknummer, waarbij de kamer de klacht van klager tegen geïntimeerde, verder de notaris, ongegrond heeft verklaard.

1.2. Van de zijde van de notaris is op 10 mei 2012 een verweerschrift – met één bijlage – ter griffie van het hof ingekomen.

1.3. De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 28 februari 2013. Klager en de notaris zijn verschenen en hebben het woord gevoerd, beiden mede aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnotities.

2. De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3. De feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

4. De standpunten van partijen

De standpunten van partijen blijken uit de beslissing waarvan beroep.

5. De beoordeling

5.1. Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot de vaststelling van andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de kamer, waarmee het hof zich verenigt.

5.2. Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

6. De beslissing

Het hof:

- bevestigt de bestreden beslissing.

Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, A.M.A. Verscheure en

A.H.N. Stollenwerck en in het openbaar uitgesproken op dinsdag 7 mei 2013 door de rolraadsheer.

KLN 11.22

15 maart 2012

DE KAMER VAN TOEZICHT OVER DE NOTARISSEN EN KANDIDAAT-NOTARISSEN IN HET ARRONDISSEMENT 's-HERTOGENBOSCH

neemt de volgende beslissing op de klacht van de heer […], hierna te noemen klager, tegen mr. […], notaris te […], hierna te noemen de notaris.

1. De procedure

1.1 Op 8 september 2011 heeft klager de klacht tegen de notaris geformuleerd.

1.2 Op 11 oktober 2011 heeft de notaris op de klacht gereageerd.

1.3 Klager heeft op 15 oktober 2011 gerepliceerd.

1.4 Op 9 november 2011 heeft de notaris gedupliceerd.

1.5 De plaatsvervangend voorzitter van de kamer van toezicht heeft de zaak verwezen naar de volle kamer.

1.6 De kamer van toezicht heeft de klacht behandeld ter openbare vergadering van 16 februari 2012. Klager is verschenen. De notaris is eveneens verschenen.

2. De feiten

2.1 De vader van klager, de heer […], is overleden op 25 juli 1993.

2.2 De notaris is bij beschikking van de kantonrechter te [plaats] van [datum] aangewezen om een boedelbeschrijving op te maken in de nalatenschap van de vader van klager.

2.3 Ten tijde van de behandeling van de klacht op de zitting van 16 februari 2012 heeft de notaris nog geen volledige boedelbeschrijving opgemaakt. De notaris heeft een aantal deelonderwerpen geformuleerd en is met betrekking tot negen deelonderwerpen tot een conclusie gekomen.

3. De klacht en het verweer daartegen

3.1 Klager stelt, zakelijk weergegeven, het volgende.

De notaris heeft gehandeld in strijd met zijn zorgplicht bij de beschrijving van de onverdeelde boedel van de nalatenschap van de vader van klager. De vader van klager is in 1993 overleden. Het beschrijven van de boedel duurt te lang en daarom is klager van mening dat de notaris de beschrijving van de boedel niet met ‘bekwame spoed’ afwerkt. Ten tijde van het indienen van de klacht is de notaris in zes deelonderwerpen tot een conclusie gekomen. Met betrekking tot de overige onderwerpen heeft de notaris niet eens een concept aan klager toegezonden. Klager stelt dat dit komt omdat de notaris bij elk onderwerp een voorbehoud maakt voor nieuwe argumenten.

Met subjectieve conclusies gooit de notaris water op het vuur tussen de deelgenoten. De conclusies die de notaris opstelt over de deelonderwerpen voldoen volgens klager niet aan de voorwaarden die in artikel 672 Rv en volgende aan een boedelbeschrijving worden gesteld. De notaris heeft voorts te weinig gedaan om de beschrijving van de boedel te bevorderen. De notaris had partijen kunnen wijzen op de mogelijkheid om bij de kantonrechter te verzoeken tot zekerheidstelling, of te waarschuwen voor het risico om in de legitieme gesteld te worden of zelf het erfdeel te verbeuren op grond van artikel 3:194 lid 2 BW. De notaris had partijen ook kunnen attenderen op artikel 4:183 BW. Doordat de boedelbeschrijving zo lang op zich laat wachten, heeft de notaris naar de mening van klager onzorgvuldig gehandeld.

3.2 De notaris heeft, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd.

De notaris is van mening dat hij niet klachtwaardig heeft gehandeld. De notaris is op [datum] door de kantonrechter te [plaats] aangewezen voor het opmaken van een boedelbeschrijving in de nalatenschap van de vader van klager. De vader van klager was onder het stelsel van vruchten en inkomsten getrouwd met mevrouw […], die op 25 februari 2010 is overleden. Uit het huwelijk zijn acht kinderen geboren, waaronder klager. Tussen de erfgenamen bestaan er veel meningsverschillen over uiteenlopende onderwerpen. De vraagstukken in de te beschrijven boedel zijn mede zo complex doordat in het verleden geen aaneensluitende en ordelijke boekhouding is opgesteld. Het verleden moet worden gereconstrueerd aan de hand van de beschikbare documenten. De notaris stelt dat de meningen van de afzonderlijke erfgenamen over uiteenlopende onderwerpen zo divers zijn dat hij niet anders kan dan een eigen visie te beschrijven over de gebeurtenissen met de daaruit voortvloeiende juridische gevolgen. De discussie tussen enkele deelgenoten blijft echter voortduren, waarbij telkens weer nieuwe argumenten op tafel worden gelegd. De deelgenoten stellen veel vragen aan de notaris over tal van zaken. Zodra op een verzoek van een deelgenoot een door de notaris juridisch onderbouwde mening wordt geformuleerd, komen andere deelgenoten daartegen direct in verweer. De beschrijving vraagt op deze wijze veel tijd, omdat de notaris in de enorme hoeveelheid informatie zeer secuur te werk moet gaan. De notaris heeft de boedelbeschrijving ontleed in deelonderwerpen, waarvan er inmiddels negen gereed zijn. De andere deelonderwerpen zijn nog in voorbereiding. De notaris heeft naar zijn mening in de gegeven uitzonderlijke situatie juist buitengewoon zorgvuldig gehandeld en verzoekt de kamer van toezicht de klacht ongegrond te verklaren.

4. De beoordeling

4.1 De kamer van toezicht is van oordeel dat het betrekkelijk lang duurt voordat de notaris tot afronding van de door hem op te maken boedelbeschrijving in de nalatenschap van de vader van klager kan overgaan. De notaris is op dit moment drie jaar daarmee bezig. Hij heeft tijdens de behandeling van de klacht op de zitting van de kamer van toezicht van 16 februari 2012 gesteld dat het mogelijk zou moeten zijn om de boedelbeschrijving binnen een half jaar af te ronden. Gelet op de door de notaris gestelde en door klager niet betwiste feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het formuleren van een conclusie op elk van de deelonderwerpen van de boedelbeschrijving is de kamer van toezicht van oordeel dat het een ingewikkelde zaak betreft en dat het verklaarbaar is dat de beschrijving van de boedel in dit geval zoveel tijd in beslag neemt en ook nog wel enige tijd zal vergen. De kamer van toezicht merkt daarbij wel op dat de afhandeling meer voortvarend en doortastend ter hand had kunnen worden genomen. De notaris had bijvoorbeeld met (een deel van) de opdracht terug kunnen gaan naar de kantonrechter. Het siert de notaris overigens wel dat hij zo nauwkeurig en zorgvuldig mogelijk invulling probeert te geven aan de opdracht.

4.2 De notaris heeft bij de behandeling van de klacht toegezegd dat de boedelbeschrijving binnen een half jaar afgerond zou kunnen worden. Dan heeft de notaris in totaal 3,5 jaar aan de boedelbeschrijving gewerkt. Gelet op de complexiteit van de te beschrijven boedel en de omstandigheden waaronder deze opgesteld dient te worden is dat op zich geen onredelijk lange termijn. De notaris heeft immers tijd nodig gehad om de benodigde informatie te verkrijgen, die te verifiëren en in deelrapporten te verwerken. Niet gebleken is dat de notaris in de afgelopen drie jaren geen of onvoldoende werkzaamheden heeft verricht.

In verband hiermee en waar ook het overigens door klager naar voren gebrachte niet tot een ander oordeel van de kamer van toezicht leidt, wordt de klacht ook ongegrond verklaard.

5. De beslissing

De kamer van toezicht:

verklaart de klacht ongegrond.

Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch door mr. H.A.W. Snijders, voorzitter,

mr. M.A.M. Kessels, mr. M.H.G. Giesbers, J.J.G.M. Kuijpers, leden, mr. H.G. Robers, plaatsvervangend lid, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2012,

in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen vorenstaande beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift binnen dertig dagen na dagtekening van het aangetekend schrijven waarbij van deze beslissing is kennis gegeven - bij het gerechtshof te Amsterdam, postadres: postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.