Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ8885

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
26-04-2013
Datum publicatie
26-04-2013
Zaaknummer
23-002662-12
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6148, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Cassatie: ECLI:NL:HR:2014:2668
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Roberts M. is veroordeeld tot 19 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging ter zake van vele gevallen van seksueel misbruik met zeer jonge kinderen en het vervaardigen, verspreiden en bezit van een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. De dagvaarding is nietig ten aanzien van de afbeeldingen die niet nader feitelijk zijn omschreven. De feiten zijn voor het overige bewezen. Bij de doorzoeking van de woning heeft een vormverzuim plaatsgevonden, maar daaraan worden geen consequenties verbonden. Ook verweren met betrekking tot het vereiste minimumbewijs, de verspreiding van kinderporno en het Salduz-verweer zijn verworpen. De ouders zijn niet erkend als slachtoffer in de zin van art. 51a e.v.; dat is aan de wetgever. Alleen de immateriële schade van de kinderen komt (grotendeels) voor vergoeding in aanmerking. Bij de strafoplegging heeft alleen de (enigszins) verminderde toerekenbaarheid een strafverminderend effect gehad. Het hof ziet geen aanleiding te adviseren de TBS eerder te doen aanvangen dan nadat twee-derde van de gevangenisstraf is geëxecuteerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2013/160
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 23-002662-12

datum uitspraak:

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 21 mei 2012 in de strafzaak onder parketnummer 13/661226-10 tegen

Roberts M.,

geboren in 1983 te Riga (Letland),

thans gedetineerd.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 15 november 2012 en 5, 7, 8, 12, 14, 19, 21, 22, 26 en 28 maart 2013 en 19 april 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzittingen in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaten-generaal en van hetgeen door de verdachte en zijn raadslieden naar voren is gebracht. Voorts heeft het hof kennisgenomen van hetgeen door en namens de benadeelde partijen naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Het aan de verdachte ten laste gelegde is op de zitting in eerste aanleg van 25 november 2011 nader omschreven. Deze tenlastelegging is als bijlage I bij dit arrest gevoegd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof op onderdelen tot andere beslissingen komt dan de rechtbank.

Geldigheid van de inleidende dagvaarding

De in de tenlastelegging onder 81 en 82 vermelde feiten zien op artikel 240b Wetboek van Strafrecht (Sr). De in die strafbepaling voorkomende term “afbeelding van een seksuele gedraging” komt op zichzelf onvoldoende feitelijke betekenis toe. Zonder feitelijke omschrijving van de bedoelde afbeelding in de tenlastelegging voldoet de dagvaarding niet aan de eisen van artikel 261 lid 1 Wetboek van Strafvordering (Sv) met betrekking tot de opgave van het feit. Dit geldt ook indien de tenlastelegging betrekking heeft op meer afbeeldingen.

Aan de verdachte is ten laste gelegd het vervaardigen, het verspreiden en het (medeplegen van het) in bezit hebben van (gegevensdragers met) afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij minderjarigen waren betrokken, en daarvan een gewoonte maken. In de feitelijke uitwerking van dit verwijt heeft het openbaar ministerie zich gebaseerd op de series van foto’s en filmopnamen van het seksuele misbruik van kinderen door de verdachte en op de grote hoeveelheid overige foto’s en filmopnamen die op diverse gegevensdragers in de woning van de verdachten zijn aangetroffen. In de tenlastelegging is per serie en per verzameling overige bestanden aangeduid uit hoeveel foto- en filmbestanden deze bestaan en is vervolgens steeds een beperkt aantal seksuele gedragingen nader omschreven, onder verwijzing naar bijbehorende specifieke bestanden. Daaraan is telkens toegevoegd dat die nader omschreven “selectie als representatieve weergave” van alle bestanden in de serie of in de specifieke verzameling moet worden beschouwd.

Het is onmiskenbaar de bedoeling van het openbaar ministerie geweest dat bewezenverklaring van de geselecteerde, nader feitelijk omschreven, afbeeldingen automatisch bewezenverklaring van de series en overige verzamelingen in hun geheel zou meebrengen. Maar de enkele verwijzing naar het representatieve karakter van de selecties is onvoldoende om dat resultaat te bewerkstelligen.

Het voorgaande moet tot het oordeel leiden dat de dagvaarding nietig is voor zover in feit 81 en feit 82 de afbeeldingen van seksuele gedragingen niet nader feitelijk zijn omschreven.

Naar het oordeel van het hof is het openbaar ministerie door deze beslissing overigens niet in zijn belangen geschaad doordat het hof bij bewezenverklaring van de geselecteerde afbeeldingen in de straftoemeting rekening kan houden met het grootschalige karakter van het misdrijf, dat op de terechtzittingen in eerste aanleg en in hoger beroep aan de orde is geweest, en aldus het totale aantal afbeeldingen kan meewegen.

Verweren inzake onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal

De verdediging heeft aangevoerd dat het bij de doorzoeking in de nacht van 7 op 8 december 2010 vergaarde bewijsmateriaal dient te worden uitgesloten van het bewijs. Zij heeft hiertoe allereerst betoogd dat de verdachte, voordat hem om toestemming voor de doorzoeking werd gevraagd, in de gelegenheid had moeten worden gesteld om met een raadsman te overleggen (Salduz-verweer). Voorts heeft zij betoogd dat door M. en Van O. geen onvoorwaardelijke toestemming is gegeven voor de doorzoeking.

Salduz-verweer

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte, voordat hem om toestemming voor de doorzoeking werd gevraagd, in de gelegenheid had moeten worden gesteld een raadsman te consulteren, nu hij reeds uitdrukkelijk te kennen had gegeven van het consultatierecht gebruik te willen maken. In dit verband heeft de verdediging gesteld dat de Salduz-doctrine niet alleen geldt voor het verhoor van de aangehouden verdachte maar ook voor “any other investigative or evidence-gathering act” waarvoor de aanwezigheid of toestemming/medewerking van de verdachte nodig is, of waarbij de verdachte aanwezig mag zijn, zodat de Salduz-regeling van toepassing is op alle opsporingshandelingen en handelingen die dienen tot het vergaren van bewijs, waaronder het doorzoeken van een woning moet worden begrepen. Dit zou blijken uit rechtspraak van het Europese Hof van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EHRM), in het bijzonder diens uitspraak van 13 september 2011 in de zaak Öner v. Turkije (appl.nr. 50356/08). De situatie in de zaak Öner komt in grote lijnen overeen met die van de verdachte, zo stelt de verdediging.

Voorts baseert zij haar standpunt op het gewijzigde Voorstel voor een Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en betreffende het recht op communicatie bij aanhouding.

Het openbaar ministerie heeft zich op het standpunt gesteld dat de Salduz-doctrine volgens de Hoge Raad niet van toepassing is bij het vragen om toestemming voor een doorzoeking in de woning en dat uit de uitspraak van het EHRM in de zaak Öner en de genoemde concept-Richtlijn evenmin een consultatierecht in die situatie valt af te leiden.

Het hof stelt voorop dat de Hoge Raad in zijn uitspraak van 27 maart 2012, NJ 2012, 440, heeft uitgemaakt dat het recht een raadsman te consulteren niet geldt in de situatie dat een verdachte slechts om toestemming voor een doorzoeking in zijn woning wordt gevraagd. Door de verdediging is dat ook niet betwist, maar zij meent dat een uitzondering op die regel moet worden gemaakt vanwege de vooraf geuite wens van de verdachte een raadsman te consulteren.

Anders dan de verdediging heeft betoogd, kan voor die opvatting geen steun worden gevonden in het arrest van het EHRM in de zaak Öner. Die zaak betrof een verdachte die na zijn aanhouding meermalen werd gehoord zonder dat hij toegang had tot een raadsman, terwijl hij tijdens zijn voorarrest ook moest deelnemen aan een Oslo-confrontatie, op de resultaten waarvan Öners veroordeling in belangrijke mate was gebaseerd. Hierdoor was Öner volgens het EHRM “undoubtedly affected by the restrictions on his access to a lawyer during the preliminary investigation”. Op grond daarvan kwam het EHRM tot het oordeel dat artikel 6 EVRM was geschonden.

Het kenmerkende onderscheid tussen de situatie in de zaak Öner en die van de verdachte is naar het oordeel van het hof, dat in verdachtes zaak bewijsmateriaal reeds bestond en kon worden vergaard zonder dat daarvoor de aanwezigheid of medewerking van de verdachte noodzakelijk was, terwijl in de zaak Öner bewijsmateriaal eerst ontstond door de aanwezigheid en medewerking van de verdachte. De bij pleidooi naar voren gebrachte stelling dat het - in de zaak Öner toepasselijke - Turkse recht waarschijnlijk voorziet in de mogelijkheid een verdachte te dwingen zich te onderwerpen aan bijvoorbeeld een identificatiecontrole, maakt dit niet anders. Gelet op dit onderscheid valt uit de uitspraak van het EHRM niet af te leiden dat de politie de verdachte voorafgaand aan het vragen om zijn toestemming tot de doorzoeking in de gelegenheid had moeten stellen met een raadsman te overleggen. De enkele omstandigheid dat de verdachte tevoren reeds uitdrukkelijk had verzocht een raadsman te mogen consulteren, brengt niet mee dat alsnog moet worden geconcludeerd dat artikel 6 EVRM ten aanzien van de verdachte is geschonden.

Voor wat betreft voormelde concept-Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad stelt het hof voorop dat daaraan niet rechtstreeks rechten kunnen worden ontleend door de verdachte, nu deze Richtlijn nog niet is vastgesteld, laat staan in werking getreden. Het hof ziet evenmin ruimte voor een op de inhoud van die concept-Richtlijn vooruitlopende interpretatie van de aard en omvang van het consultatierecht, nu de definitieve inhoud van de Richtlijn nog ongewis is.

Het hof merkt voorts, en ten overvloede, op dat uit de tekst van de concept-Richtlijn geen recht op consultatie van een raadsman voorafgaand aan het vragen om toestemming voor een doorzoeking in de woning kan worden afgeleid. Die concept-Richtlijn houdt immers in dat het aan de Lidstaten wordt overgelaten te bepalen ten aanzien van welke opsporingshandelingen het recht op aanwezigheid van een raadsman moet gelden en dat dit recht in ieder geval moeten worden gegarandeerd bij confrontaties en bij reconstructies van de plaats delict, indien deze zijn voorzien in het nationale recht van de Lidstaten en de aanwezigheid van de verdachte daarbij vereist is (zie artikel 3). Nu de doorzoeking van een woning niet afzonderlijk wordt genoemd in de concept-Richtlijn en naar Nederlands recht verdachten niet verplicht noch gerechtigd zijn tot aanwezigheid bij een doorzoeking in hun woning, terwijl ook elders in de concept-Richtlijn niet wordt gerept van toegang tot een raadsman in zo’n sitiuatie, kan de verdachte daaraan geen consultatierecht ontlenen.

Onvoorwaardelijke toestemming doorzoeking?

De verdediging heeft betoogd dat M. en Van O. ieder voor zich aan hun toestemming voor de doorzoeking in hun woning de voorwaarde hebben verbonden dat de ander daarvoor eveneens toestemming gaf, en aan deze voorwaarde werd niet voldaan doordat beiden slechts voorwaardelijke toestemming hadden gegeven. Bovendien had Van O. slechts te kennen gegeven geen bezwaar te maken tegen de doorzoeking, hetgeen niet voldoende is om te kunnen gelden als het geven van toestemming daarvoor.

Het openbaar ministerie heeft primair betoogd dat onder geen bezwaar hebben het geven van toestemming kan worden verstaan en dat door M. en Van O. geen voorwaarde is verbonden aan de verleende toestemming; subsidiair heeft het aangevoerd dat de consequentie van het gestelde vormverzuim niet bewijsuitsluiting zou moeten zijn.

Het hof overweegt als volgt.

Juridisch kader

Uit de relevante bepalingen in de Grondwet en het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) volgt dat iedereen het recht heeft op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer, waartoe in het bijzonder zijn woning behoort. Op dat recht kan binnen wettelijke grenzen inbreuk worden gemaakt. Reeds uit de gebruikte woorden “eerbiediging” en “respect” in de Grondwet en het EVRM blijkt echter, dat in beginsel aan de bewoner de keus wordt gelaten inmenging in zijn persoonlijke levenssfeer toe te staan of niet. Dit is dan ook uitgangspunt in het Wetboek van Strafvordering, waar het gaat om het betreden en doorzoeken van plaatsen. Zo bepaalt artikel 96c Sv dat de (hulp)officier van justitie ter inbeslagneming elke plaats kan doorzoeken “met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner”. Dat wil zeggen dat de (hulp)officier van justitie een woning wel mag doorzoeken, indien de bewoner toestemming geeft. Alleen voor het geval dat de bewoner geen toestemming geeft, is bij wet geregeld door wie en onder welke omstandigheden in dit opzicht inbreuk op genoemd grondrecht mag worden gemaakt; hierbij is de rechter-commissaris dan de centrale autoriteit .

Hieruit volgt dat de verdediging uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, voor zover zij heeft aangevoerd dat een recht bestaat op doorzoeking onder leiding van de rechter-commissaris. Het geven van toestemming voor een doorzoeking behelst dus ook niet het doen van afstand van zo’n recht, zodat hetgeen hieromtrent door de verdediging is aangevoerd verder onbesproken kan blijven.

Aan de wijze waarop de toestemming wordt gegeven worden in de toepasselijke bepalingen geen voorwaarden gesteld. Met de advocaten-generaal is het hof van oordeel dat de mededeling dat men geen bezwaar heeft een algemeen geaccepteerde manier is om kenbaar te maken dat men ergens toestemming voor geeft.

Feitelijke gang van zaken

In de avond van 7 december 2010 betraden politieambtenaren onder leiding van de hulpofficier van justitie, inspecteur B., de woning van de verdachte en diens echtgenoot. M. werd aangehouden en overgebracht naar het politiebureau; Van O. bleef achter in de woning. Volgens het door B. op 8 december 2010 van de doorzoeking opgemaakte proces-verbaal zei Van O. ten overstaan van haar en brigadier vdB. dat hij geen bezwaar had tegen het doorzoeken van zijn woning. Voorts vermeldt dit proces-verbaal dat inspecteur vdH. op het politiebureau aan M. had gevraagd om toestemming voor het doorzoeken van de woning en dat M. had geantwoord daartegen geen bezwaar te hebben. Vervolgens is onder leiding van B. de woning doorzocht en zijn onder meer computers en andere gegevensdragers in beslag genomen. Hierop bleken later kinderpornografische bestanden te staan.

Op 1 maart 2011 heeft vdH. een proces-verbaal van ‘bevindingen bij toestemming doorzoeking’ opgemaakt. Dit houdt in dat hij op het politiebureau samen met hoofdinspecteur V. met M. had gesproken en dat hij M. had gevraagd of deze toestemming gaf voor doorzoeking van zijn woning. Daarbij had vdH. aan M. uitgelegd dat zijn gehele woning zou worden doorzocht op goederen die in relatie stonden tot de zaak waarvoor hij was aangehouden en voorgeleid en dat deze goederen in beslag konden worden genomen. Het proces-verbaal houdt voorts in:

De verdachte vroeg aan ons of zijn echtgenoot Richard van O. toestemming had gegeven. Het was ons bekend dat Richard van O. toestemming had gegeven tot doorzoeking van genoemde woning en wij hebben dit aan de verdachte medegedeeld. De verdachte antwoordde hierop dat hij eveneens toestemming gaf tot het doorzoeken van zijn woning aan de b-straat 00 te Amsterdam.

Op 2 maart 2011 heeft ook B. een proces-verbaal van ‘bevindingen bij toestemming doorzoeking’ opgemaakt. Dit houdt in dat de officier van justitie voorafgaand aan de aanhouding van M. had medegedeeld dat de woning kon worden doorzocht als M. en Van O. daarvoor beiden toestemming zouden verlenen. Het proces-verbaal houdt voorts in:

Ik vroeg de betrokkene Van O. in bijzijn van verbalisant A. vdB., of hij toestemming wilde verlenen om zijn woning te laten doorzoeken. Ik vertelde hem dat wij de woning zouden doorzoeken naar gegevensdragers en andere goederen die te herleiden zijn naar het opsporingsonderzoek naar zijn partner M. De betrokkene Van O. verklaarde dat hij hier geen bezwaar tegen had. (...) Voordat wij gestart zijn met de doorzoeking (...) heb ik, verbalisant, gewacht op de toestemming van de verdachte M. Aangezien de verdachte M. vervoerd werd naar het Hoofdbureau heb ik telefonisch contact gehad met mijn collega J. vdH. Hij zou de verdachte M. deze vraag stellen. Mijn collega vdH. belde mij na ongeveer tien minuten terug en verklaarde dat hij M. had gesproken en dat hij geen bezwaar had tegen de doorzoeking. Na deze bevestiging ben ik met politiemedewerkers van de zedenpolitie gestart met de doorzoeking van de woning.

In januari 2013 heeft de raadsheer-commissaris de verbalisanten B., vdB., vdH. en V. als getuigen gehoord. B. heeft toen consequent verklaard zich niet te kunnen herinneren dat Van O. enig voorbehoud bij zijn toestemming had gemaakt. VdB. heeft na doorvragen verklaard dat haar er wel iets van bijstaat dat Van O. zijn toestemming liet afhangen van het antwoord op de vraag of M. toestemming gaf voor de doorzoeking. VdH. heeft verklaard dat hij telefonisch van B. had vernomen dat Van O. toestemming gaf voor de doorzoeking en dat hij dat - al dan niet desgevraagd - had meegedeeld aan M. Na doorvragen heeft vdH. vervolgens eerst verklaard dat hij niet van B. had begrepen dat Van O. voorwaarden aan zijn toestemming had verbonden en vervolgens dat hem dat toch niet onbekend voorkwam en dat dat zo zou kunnen zijn geweest. V. heeft verklaard dat M., toen hem door vdH. om toestemming voor de doorzoeking werd gevraagd, vroeg wat zijn partner daarvan vond, dat vdH. dat telefonisch besprak met B. en vervolgens aan M. doorgaf dat Van O. toestemming had verleend, en dat M. vervolgens toestemming gaf.

Beoordeling

De processen-verbaal van voornoemde politieambtenaren bieden op zichzelf geen aanknopingspunt voor de stelling van Van O. dat hij zijn toestemming afhankelijk maakte van het antwoord op de vraag of M. toestemming verleende. Het hof merkt voorts op dat juist B. - die niet alleen ter plaatse de leiding had maar die ook persoonlijk Van O. om diens toestemming heeft gevraagd, met vdH. heeft getelefoneerd en de processen-verbaal hieromtrent heeft opgemaakt -, ook in haar verklaring tegenover de raadsheer-commissaris consequent heeft volgehouden dat van een voorwaardelijke toestemming door Van O. geen sprake is geweest. Bovendien is gebleken dat de reeds vooraf gemaakte afspraken met de officier van justitie ertoe strekten dat (ook al volstond wettelijk de toestemming van één bewoner) beide bewoners om toestemming zou worden gevraagd. Dat ook aan M. toestemming is gevraagd, biedt dan ook evenmin steun aan de gestelde voorwaardelijke toestemming door Van O.. Indien derhalve louter op voormelde feiten en omstandigheden wordt afgegaan, staat geenszins vast dat Van O. die voorwaarde heeft gesteld.

Echter, naar het oordeel van het hof laten de verklaringen van vdB. en vdH. ruimte voor twijfel op dit punt. Daarbij betrekt het hof dat het op zichzelf bepaald niet onwaarschijnlijk moet worden geacht dat Van O. - ervan uitgaande dat hij wist dat M. grote hoeveelheden kinderporno in zijn bezit had -, gesteld voor de keuze al dan niet toestemming te verlenen voor de doorzoeking, eerst zou willen weten of zijn echtgenoot dat goed vond. Dit zou ook in lijn zijn met de bij Van O. gediagnosticeerde afhankelijkheidsstoornis, die een belangrijke rol speelde in zijn relatie met M. Dat Van O. verder niet heeft geprotesteerd toen de doorzoeking plaatsvond, en dat hij pas veel later heeft aangevoerd dat hij een voorwaarde aan zijn toestemming had verbonden, ontkracht de door Van O. gestelde gang van zaken - anders dan door de advocaten-generaal is betoogd - naar het oordeel van het hof niet. Van O. mocht er immers op vertrouwen dat de politie een door hem gestelde voorwaarde zou respecteren. Pas veel later kan hem zijn gebleken dat M. op zijn beurt stelde dat hij pas toestemming had gegeven voor de doorzoeking na te hebben vernomen dat Van O. dat ook had gedaan.

Bij de aldus bestaande twijfel zal het hof hierna in het voordeel van de verdachte uitgaan van de juistheid van de stelling van Van O., dat hij zijn toestemming voor de doorzoeking afhankelijk heeft gemaakt van de toestemming van M.

Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of de door Van O. gestelde voorwaarde is vervuld, dat wil zeggen of M.’s toestemming voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Dit is naar het oordeel van het hof niet het geval. Immers, uit het proces-verbaal van vdH. en uit diens verklaring en die van V. tegenover de raadsheer-commissaris blijkt het volgende. Toen aan M. werd gevraagd of hij toestemming gaf voor de doorzoeking van zijn woning, heeft hij laten blijken dat voor zijn antwoord van belang was of Van O. toestemming verleende. Pas nadat hem was meegedeeld dat Van O. die toestemming had gegeven, gaf ook M. toestemming. Dat slechts sprake was van voorwaardelijke toestemming van Van O., was M. echter niet meegedeeld.

Nu de verdachten niet zonder meer toestemming wilden geven voor de doorzoeking, maar dit afhankelijk maakten van de toestemming van de ander, kan niet worden gezegd dat sprake was van een doorzoeking van de woning met toestemming van de bewoner(s). In dat geval had alleen de rechter-commissaris kunnen beslissen tot doorzoeking van de woning. Deze is echter niet bij de doorzoeking betrokken. Dat wil zeggen dat sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek. Dit kan niet meer worden hersteld door de rechter-commissaris alsnog in te schakelen, aangezien de doorzoeking reeds heeft plaatsgevonden.

Rechtsgevolg van het vormverzuim?

Nu de rechtsgevolgen van dit vormverzuim niet uit de wet blijken, ligt op grond van artikel 359a Sv aan het hof ter beoordeling voor of en, zo ja, welke rechtsgevolgen aan het verzuim moeten worden toegekend. Daarbij houdt het hof rekening met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor is veroorzaakt.

Het geschonden voorschrift dient ter bescherming van de grondwettelijk en verdragsrechtelijk gewaarborgde persoonlijke levenssfeer en het huisrecht: het belang daarvan is zeer groot. Het verzuim betreft de echtelijke woning van M. en Van O., zodat zij beiden in dit belang zijn getroffen.

Het hof overweegt dat niet aannemelijk is geworden dat de politieambtenaren hebben beoogd inschakeling van de rechter-commissaris te omzeilen noch dat anderszins bij hen sprake is van een grote mate van verwijtbaarheid ten aanzien van het verzuim. Uitgaande van de door Van O. aan zijn toestemming verbonden voorwaarde lijkt veeleer sprake van betreurenswaardige onvolkomenheden in de communicatie tussen B. en vdH. Voorts moet bij de waardering van de ernst van het verzuim worden bezien of de rechter-commissaris, indien de officier daartoe een vordering zou hebben gedaan, tot (het afgeven van een machtiging tot) doorzoeking van de woning zou zijn overgegaan. Daartoe zijn de volgende feiten en omstandigheden, die de officier van justitie, naar moet worden aangenomen, aan de vordering ten grondslag zou hebben gelegd, van belang.

Op in de Verenigde Staten van Amerika aangetroffen afbeeldingen en filmpjes was te zien dat een ongeveer tweejarig jongetje door een volwassen man ernstig seksueel werd misbruikt. Onderzoek naar het truitje van het jongetje leverde het sterke vermoeden op dat het om een Nederlands jongetje ging. In de avond van 7 december 2010 werden foto’s van onder meer het gezicht van het jongetje getoond in de tv-uitzending van Opsporing Verzocht. Het jongetje werd herkend en de moeder nam contact op met de politie. Zij verklaarde te vermoeden dat het om seksueel misbruik ging en dacht daarbij aan haar oppas Rob. Deze Rob was ongeveer 25 tot 30 jaar oud, afkomstig uit Riga, werkte destijds bij het Hofnarretje en was getrouwd met een buschauffeur. Na de derde keer oppassen had haar zoontje ineens tegen haar gezegd: “Rob grote piemel, (naam kind) kleine piemel”. Zij verklaarde ook dat Rob de wens had om een kinderdagverblijf te beginnen.

Enkele dagen eerder was een melding binnengekomen van de politie in Zweden over een aldaar aangehouden verdachte van seksueel misbruik. Er waren aanwijzingen dat deze verdachte deel uitmaakte van een internationaal pedofielennetwerk. Uit onderzoek door de Zweedse politie bleek dat deze verdachte in de zomer van 2009 een ontmoeting had gehad met onder meer een Nederlander die in zijn telefoon stond aangeduid als “Robert x”. Het bijbehorende telefoonnummer bleek te behoren bij M., wiens voornaam, leeftijd en afkomst uit Riga overeenstemden met de door de moeder van het jongetje verstrekte gegevens. Bovendien bleek uit onderzoek dat hij getrouwd was met Van O. en dat deze buschauffeur was. Ook bleek uit onderzoek op internet dat M. in 2010 meldde dat hij “X Childcare” was gestart. Ten slotte bleek dat eerder onderzoek had uitgewezen dat in 2006 via de internetaansluiting van Van O. kinderpornografische bestanden waren gedownload.

Gelet op deze feiten en omstandigheden bestond in de avond van 7 december 2010 een zodanige verdenking van ernstige strafbare feiten, gepleegd door M., dat naar het oordeel van het hof de rechter-commissaris zonder enige twijfel desgevorderd tot doorzoeking ter inbeslagneming zou zijn overgegaan of een machtiging daartoe zou hebben verstrekt.

Al met al is het verzuim naar het oordeel van het hof niet ernstig te noemen.

Voor de beoordeling van het nadeel dat door het verzuim is veroorzaakt, is onder meer van belang of en in hoeverre de verdachte door het verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad. Daarbij moet worden vooropgesteld dat volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad het belang van de verdachte dat het gepleegde feit niet wordt ontdekt, niet kan worden aangemerkt als een rechtens te respecteren belang en hier dus niet ter zake doet. Enig ander nadeel ten opzichte van de situatie dat de doorzoeking zou zijn geleid door de rechter-commissaris is niet gesteld. Evenmin is aangevoerd of aannemelijk geworden dat de verdachte anderszins door het vormverzuim in zijn verdediging is geschaad of dat inbreuk is gemaakt op zijn recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM.

Bewijsuitsluiting, zoals door de verdediging is bepleit, kan als op grond van artikel 359a lid 1 Sv voorzien rechtsgevolg uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en komt slechts in aanmerking indien door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden. Gelet op hetgeen hiervoor met betrekking tot de ernst van het verzuim is overwogen, is van een aanzienlijke mate van schending geen sprake. Het door de doorzoeking verkregen materiaal kan dan ook meewerken tot het bewijs.

Nu niet aannemelijk is dat de verdachte daadwerkelijk nadeel heeft ondervonden van het vormverzuim, ziet het hof ook overigens geen aanleiding aan het vormverzuim enig rechtsgevolg te verbinden.

Verspreiding van kinderpornografische afbeeldingen (feit 81)

De verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte van het onder 81 ten laste gelegde verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen moet worden vrijgesproken, op grond van het navolgende.

Het vervaardigen en bezit van de ten laste gelegde selecties uit de aangetroffen series impliceert dat ook de overige bestanden in de series kinderpornografisch van aard zijn, maar de vaststelling dat de verdachte uit die series afbeeldingen heeft verzonden en dat derden enkele fotoseries hebben herkend kunnen niet leiden tot de conclusie dat hij de geconcretiseerde selecties heeft verzonden. En omdat het verspreiden van de selecties niet kan worden bewezen, kan het verspreiden van ander materiaal evenmin worden bewezen.

Het openbaar ministerie heeft naar aanleiding van dit verweer betoogd dat het hof in de bewezenverklaring geen keuze hoeft te maken tussen de in de tenlastelegging alternatief vermelde kwalificaties - vervaardigen, in bezit hebben en verspreiden - omdat die keuze niet van belang is voor de strafrechtelijke betekenis van het feit, nu het strafmaximum bij elk van die gedragingen hetzelfde is. Het hof kan derhalve volstaan met bewezen te verklaren dat de verdachte kinderpornografisch materiaal “in bezit heeft gehad en/of heeft verspreid en/of vervaardigd”, ook al is niet precies vast te stellen welke bestanden zijn verspreid, aldus het openbaar ministerie.

Het hof overweegt als volgt.

De verdachte heeft uitvoerige verklaringen afgelegd over de opnamen die hij maakte van het seksueel misbruik van kinderen. Hij heeft in dit verband verteld hoe hij ter plaatse gemaakte opnamen thuis verwerkte op de computer en ze opsloeg in een map waaraan hij een naam gaf die hij associeerde met het desbetreffende kind. Aldus beschikte hij over een serie afbeeldingen (foto’s en/of filmpjes) van het kind, welke serie, mede afhankelijk van het aantal keren dat een kind door de verdachte werd misbruikt, heel omvangrijk kon zijn. Van al deze series is in het onder 81 ten laste gelegde feit steeds een selectie afbeeldingen nader omschreven.

De verdachte heeft desgevraagd tevens verklaard dat hij afbeeldingen van zijn misbruik van kinderen ook verstuurde naar anderen. Tot de reguliere “afnemers” van de verdachte behoorden diverse personen in het buitenland, van wie “Kabelman” (in de VS woonachtig) de belangrijkste was. De verdachte heeft een aantal keren verklaard dat “Kabelman” alles van hem kreeg. Het hof heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van deze uitlating.

Dit brengt mee dat als vaststaand kan worden aangenomen dat de verdachte alle afbeeldingen van alle series heeft verzonden naar “Kabelman”, waarmee bewezen is dat hij de ten laste gelegde selecties heeft verspreid.

Bij die stand van zaken kan de juistheid van de stelling van het openbaar ministerie ten aanzien van de niet-verplichte keuze tussen de verschillende gedragingen in het midden blijven.

Het hof verwerpt derhalve het verweer.

Unus-verweer, bewijsminimum

De verdediging heeft betoogd dat ten aanzien van de meeste ten laste gelegde feiten die zien op seksueel misbruik en waarvoor naast de bekennende verklaringen van de verdachte geen voor het bewijs bruikbare chatlogs of afbeeldingen voorhanden zijn, vrijspraak moet volgen. Zij heeft dat betoog als volgt onderbouwd.

Artikel 341 lid 4 Sv verbiedt het bewijs uitsluitend te baseren op de verklaring van de verdachte. Een gelijksoortig verbod is vervat in artikel 342 lid 2 Sv waar het gaat om bewijs dat louter is te ontlenen aan de verklaring van één getuige; ook dat is onvoldoende voor een bewezenverklaring. Gelet op de overeenkomst tussen beide bepalingen moet worden aangenomen dat de strenge eisen die de Hoge Raad tegenwoordig stelt aan het aanvullende bewijs - dat van voldoende gehalte moet zijn om als steunbewijs samen met de verklaring(en) van de getuige de bewezenverklaring te kunnen dragen - ook van toepassing zijn op het steunbewijs dat de bekennende verklaring(en) van de verdachte aanvult. En dat betekent dat in de eerdergenoemde gevallen van seksueel misbruik onvoldoende steunbewijs voorhanden is, nu de enkele verklaring van de ouders dat de verdachte bij hen thuis oppaste op het kind in kwestie of dat hun kind de crèche bezocht waar de verdachte werkte niet aan die strenge eisen voldoet.

Het openbaar ministerie heeft bij repliek betwist dat sprake is van onvoldoende steunbewijs, naast de bekennende verklaringen van de verdachte. Subsidiair hebben de advocaten-generaal betoogd dat gebruik kan worden gemaakt van schakelbewijs.

Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Aan de verdediging kan worden toegegeven dat de overeenkomst tussen de beide bewijsminimumvoorschriften in respectievelijk artikel 341 lid 4 en 342 lid 2 Sv zou kunnen impliceren dat het benodigde steunbewijs in beide situaties aan dezelfde eisen moet voldoen. Niettemin is het hof van oordeel dat deze voorschriften niet over één kam geschoren kunnen worden, in aanmerking genomen dat de verklaring van een verdachte een geheel eigensoortig bewijsmiddel is en wezenlijk verschilt van de verklaring van een getuige vanwege de verschillende posities die een verdachte en een getuige innemen in het strafproces. Dat verschil tussen beide procesdeelnemers werkt door in de bewijswaarde die valt toe te kennen aan door hen afgelegde verklaringen. Zo kan bijvoorbeeld de verklaring van een verdachte die naar het oordeel van de rechter kennelijk leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen, bij de bewijsvoering worden gebruikt, terwijl dat bij de verklaring van een getuige niet mogelijk is.

In de onderhavige zaak is de verdachte meer dan 30 keer verhoord door de politie, heeft hij zeer veel feiten bekend en daarover zeer gedetailleerde verklaringen afgelegd. Bij de berechting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft de verdachte verklaard te persisteren bij die verklaringen, is door zijn raadslieden de waarachtigheid of betrouwbaarheid daarvan niet wezenlijk ter discussie gesteld en ziet het hof ook anderszins geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid ervan. De bij pleidooi aangehaalde rechtspraak betreft steeds zaken waarin van een geheel andere situatie sprake is. Het gaat daarbij immers om gevallen waarin de desbetreffende verdachte had ontkend zich aan het strafbare feit te hebben schuldig gemaakt en waarin het gebruik van ander bewijs om die reden noodzakelijk was om tot een bewezenverklaring te komen. Het hof is dan ook, met de rechtbank, van oordeel dat bij een verdachte die zichzelf welbewust in gedetailleerde verklaringen belast, het steunbewijs niet aan de eisen hoeft te voldoen die gelden bij toepassing van artikel 342 lid 2 Sv.

Overigens is het hof van oordeel dat in een groot aantal gevallen van aan de verdachte ten laste gelegd seksueel misbruik meer bewijs voorhanden is dan de bekennende verklaringen van de verdachte en de verklaring van een of beide ouders dat hun kind bij de verdachte op de crèche had gezeten of dat de verdachte bij hen thuis had opgepast.

Afgezien van het voorgaande overweegt het hof het navolgende.

In eerste aanleg is de vraag aan de orde geweest of de rechtbank gebruik zou maken van zogeheten schakelbewijs bij de feiten waar geen beelden, chatlogs of getuigenverklaringen het door de verdachte erkende seksueel misbruik konden bevestigen. Van schakelbewijs is sprake indien de rechter voor het bewijs van een feit gebruikt maakt van de bewezenverklaring van een ander feit en/of de daaraan ten grondslag gelegde bewijsmiddelen in het geval de door de verdachte gehanteerde modus operandi bij die feiten in essentie dezelfde is.

De rechtbank heeft voormelde vraag ontkennend beantwoord omdat zij in de verklaringen van de ouders voldoende aanvullende bewijs zag. Onbetwist is dat in elk van die verklaringen enig aanvullend bewijs kan worden gevonden voor het desbetreffende ten laste gelegde feit. Maar het hof heeft de overtuiging dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle hem ten laste gelegde gevallen van seksueel misbruik in het bijzonder bekomen door het volgende. Ten aanzien van de aan hem ten laste gelegde feiten met betrekking tot seksueel misbruik heeft de verdachte, zoals gezegd, gedetailleerde bekennende verklaringen afgelegd. Uit deze verklaringen blijkt de modus operandi die de verdachte hanteerde bij dat misbruik - zoals de selectie van zijn slachtoffers op hun (jonge) leeftijd en op hun verbale ontwikkeling, het benutten of creëren van mogelijkheden om een kind te betasten, het aftasten of de kinderen “interesse” hadden, de aard en opeenvolging van de zes door hem onderscheiden handelingen, het geregelde gebruik van hulpmiddelen (“speeltjes”) - met welke modus operandi de verdachte zich duidelijk onderscheidt. Deze handelwijze van de verdachte bij het seksueel misbruik wordt ten aanzien van de feiten waarvan opnamen bestaan en waarop de chatlogs en/of de verklaringen van kennissen/internetcontacten betrekking hebben, door deze opnamen, chatlogs en verklaringen bevestigd. Met name de opnamen leggen daarbij gewicht in de schaal, nu deze onafhankelijk van de eigen verklaringen van de verdachte tot stand zijn gekomen.

Dit brengt het hof ertoe om de feiten waarvoor het bewijs gevonden kan worden in de bekennende verklaring(en) van de verdachte en in opnamen deze eveneens voor het bewijs te gebruiken bij de andere feiten.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals in de bewezenverklaring is opgenomen. De bewezenverklaring is als bijlage II aan dit arrest gehecht en geldt als hier ingevoegd.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

Ten aanzien van de feiten 1, 6, 7, 12, 13, 15, 20, 32, 34, 35, 36, 37, 41, 43, 44, 50, 53, 66, 76 en 80 telkens:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van de feiten 5 en 73 telkens:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

Ten aanzien van de feiten 8, 17, 23, 25, 27, 30, 31 en 40 telkens:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 18:

Medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

Ten aanzien van de feiten 19, 47, 59, 64, 65 en 77 telkens:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

Ten aanzien van feit 54:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

Ten aanzien van de feiten 14, 16, 21, 22, 33, 42, 46, 48, 49, 52, 55, 57, 58, 60, 62, 63, 67, 68, 69, 71 en 78 telkens:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van de feiten 38, 51, 56, 61, 70, 72, 75 en 79 telkens:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen;

Ten aanzien van de feiten 24, 26, 28 en 29 telkens:

Medeplegen van met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige;

Ten aanzien van feit 74:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van de feiten 2, 4, 9 en 39 telkens:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd (voor zover het feit is begaan vóór 1 januari 2010)

en

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd (voor zover het feit is begaan vanaf 1 januari 2010);

Ten aanzien van feit 3:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd (voor zover het feit is begaan vóór 1 januari 2010)

en

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd (voor zover het feit is begaan vanaf 1 januari 2010);

Ten aanzien van feit 10:

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd (voor zover het feit is begaan vóór 1 januari 2010)

en

Met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd (voor zover het feit is begaan vanaf 1 januari 2010);

Ten aanzien van feit 11:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd (voor zover het feit is begaan vóór 1 januari 2010)

en

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd (voor zover het feit is begaan vanaf 1 januari 2010);

Ten aanzien van feit 45:

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen (voor zover het feit is begaan vóór 1 januari 2010)

en

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, en het feit begaan tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige (voor zover het feit is begaan vanaf 1 januari 2010);

Ten aanzien van feit 81:

Een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verspreiden en vervaardigen,

en

Een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben;

en van het plegen van deze misdrijven een gewoonte maken,

Ten aanzien van feit 82:

Medeplegen van een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, in bezit hebben, en van dit misdrijf een gewoonte maken.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien jaar, met aftrek van voorarrest, met onttrekking aan het verkeer en verbeurdverklaring van in beslag genomen voorwerpen en met beslissingen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen als in de bijlagen bij het vonnis vermeld. Voorts heeft de rechtbank gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld met bevel dat hij van overheidswege wordt verpleegd.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.

De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het hof de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren met aftrek van voorarrest, met onttrekking aan het verkeer en verbeurdverklaring van in beslag genomen voorwerpen zoals door de rechtbank beslist met uitzondering van het SPW-diploma, dat verbeurdverklaard moet worden, en met beslissingen omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen zoals neergelegd in de bij het schriftelijk requisitoir gevoegde bijlage 4. Voorts hebben de advocaten-generaal oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege gevorderd.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft in een periode van ongeveer vier jaar zeer vele, jonge tot zeer jonge, kinderen seksueel misbruikt, sommigen vele malen en gedurende een lange periode. Zijn slachtoffers varieerden in leeftijd van nog geen drie weken tot hooguit ongeveer vier jaar oud. Zijn keuze voor kinderen uit deze specifieke leeftijdscategorie werd naast zijn seksuele voorkeur mede ingegeven door zijn angst tegen de lamp te lopen. Hij misbruikte daarom het liefst kinderen die nog niet konden praten, zodat de kans op ontdekking gering zou zijn. Tegen de tijd dat een bepaald kind begon te praten, beëindigde de verdachte het misbruik, omdat het dan voor hem te riskant werd daarmee door te gaan.

De aard van het misbruik van de kinderen varieerde van betasten en stimuleren van geslachtsdelen, besmeuren van lichaam en gezicht met sperma tot en met penetratie van anus, vagina en mond. Soms werd een kind meermalen per dag misbruikt. De verdachte liet zich niet door pijn of angsten van kinderen weerhouden om zijn seksuele behoeften te bevredigen, ook niet als het betreffende kind huilde of kermde, of duidelijk te kennen gaf het niet te willen. De verdachte heeft hiermee het welzijn van de aan zijn zorg toevertrouwde kinderen volstrekt ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn seksuele behoeften.

Aannemelijk is, gelet op hetgeen door de deskundigen Landsmeer-Beker, Lamers-Winkelman en Vogtländer in hun rapporten is gesteld en hetgeen zij ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep naar voren hebben gebracht, dat het misbruik gedurende lange tijd zeer schadelijke psychische gevolgen voor kinderen, hun ouders en hun omgeving zal hebben. Ter zitting hebben veel ouders verklaard dat hun leven verregaand wordt beheerst door hetgeen hun kind en daardoor henzelf is aangedaan en de grote angst en onzekerheid over de toekomst van hun kind en dat zij daarop nauwelijks vat krijgen. Voor de ouders is niets meer hetzelfde als vóór het misbruik van hun kind.

De verdachte ging berekenend te werk. De oppasadressen werden door hem bekeken op geschiktheid voor te plegen misbruik, bijvoorbeeld om te bezien of er een geschikte kamer aanwezig was, of er gordijnen waren die dicht konden en daardoor inkijk beletten, of de commode de juiste hoogte had en of er cola in huis was om eventuele geuren/sporen van het misbruik te verdoezelen. Ook kwam het voor dat hij tijdens het oppassen een broek voorzien van speciale zakken droeg, waarin hij zakjes met glijmiddel kon verstoppen. In een aantal gevallen liet hij de ouders ruim voordat zij thuiskwamen hem daarover berichten, zodat het risico op betrapping was uitgesloten.

Hij heeft bij de politie verklaard dat hij tijdens zijn werk op de crèches bewust een vertrouwensband met een aantal ouders opbouwde, waarna hij door die ouders ook als oppas bij hen thuis werd gevraagd. Het door de ouders in hem gestelde vertrouwen werd vervolgens door hem op een uiterst pijnlijke manier beschaamd.

Uit enkele politieverhoren en uit de in het dossier aanwezige weergave van een aantal chats komt verder het beeld naar voren dat de verdachte trots was op zijn op grote schaal gepleegde misbruik. Zo merkte hij op dat hij anderen versloeg wat betreft aantallen misbruikte kinderen, legde hij aan andere pedoseksuelen uit hoe ze - net als hij - konden bewerkstelligen toegang te krijgen tot zeer jonge kinderen, op welke wijze ze seksueel contact met een kind konden praktiseren en hoe ze dat konden verhullen. Herhaaldelijk nodigde de verdachte zelfs anderen uit om, al dan niet tegen betaling, samen met hem een oppaskind te misbruiken; in een paar gevallen heeft dit ook daadwerkelijk tot gezamenlijk misbruik van een kind met een andere man geleid.

Door aldus te handelen heeft de verdachte de lichamelij¬ke en seksuele integri¬teit van deze kinderen op de meest grove wijze geschonden. Voorts heeft de verdachte in veel gevallen foto- en filmbeelden van het door hem gepleegde misbruik gemaakt en deze beelden via het internet verspreid, waarmee hij ook het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van die kinderen heeft geschonden. De ouders van de kinderen hebben gesproken over hun grote angst dat de betreffende beelden ook in de toekomst nog zichtbaar zullen zijn.

De verdachte was bovendien in bezit van een enorme hoeveelheid kinderpornografisch materiaal. Kinderen behoren ongestoord te groeien naar volwassenheid, ook in seksueel opzicht. Het is niet aan volwassenen dit proces uit eigen genotzucht te verstoren en het kind daardoor een deel van zijn of haar jeugd te ontnemen. Door dit handelen heeft de verdachte ernstig inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de kinderen, wier afbeeldingen het betreft. Naar de ervaring leert ondervinden slachtoffers van dit soort delicten veelal nog lange tijd de nadelige psychische gevol¬gen daarvan. Door feiten als de onderhavige wordt bovendien onrust veroorzaakt in de samen¬leving.

De verdachte is eerder (in Duitsland) veroordeeld voor de verspreiding en het bezit van kinderporno.

Het hof is van oordeel dat al het voorgaande maakt dat deze strafzaak naar aard en omvang nauwelijks te vergelijken valt met enige andere. In beginsel doet daarom slechts de maximale gevangenisstraf die voor deze feiten kan worden opgelegd, te weten voor de duur van 20 jaar, recht aan de ernst van de feiten.

De verdediging heeft, deels onder verwijzing naar jurisprudentie, aangevoerd dat de volgende factoren een matigende invloed dienen te hebben op de strafmaat.

1. De persoon van de verdachte

De strijd die de verdachte heeft gevoerd om niet toe te geven aan zijn pedoseksuele verlangens heeft hij verloren, omdat hij destijds geen mogelijkheden zag om hulp in te roepen.

2. De coöperatieve houding van de verdachte

De verdachte heeft na zijn aanhouding gekozen voor het belang van de kinderen. Hij heeft de feiten erkend en de wachtwoorden van zijn computer aan de politie gegeven.

3. De detentiesituatie van de verdachte

De verdachte verbleef van 7 december 2010 tot 18 februari 2011 in alle beperkingen en er bestond een 24-uurs cameratoezicht in de PI Vught tot 25 november 2011. Als gevolg daarvan is de detentie van de verdachte gedurende lange tijd extreem zwaar geweest.

4. De grote mate van publiciteit en de eventuele consequenties daarvan

Het publiceren van de foto van de verdachte zonder balkje voor de ogen dient geen redelijk doel en is daarom onrechtmatig. Bovendien maakt dit een eventuele terugkeer van de verdachte in de samenleving vrijwel onmogelijk.

5. De wijze van berichtgeving in de media

In de media verschenen specifieke berichten die alleen uit de verhoren van de verdachte afkomstig konden zijn. Die berichten bevatten bovendien voor hem zeer nadelig commentaar, waarbij ervan uit werd gegaan dat de verdachte schuldig en onverbeterlijk was en alleen TBS aangewezen was, omdat die maatregel de mogelijkheid gaf tot levenslange opsluiting. Gelet op de extreme mate van publiciteit is strafverlaging op zijn plaats.

6. De rol van de autoriteiten/politici rond dit proces

Er is geen grote terughoudendheid betracht ten aanzien van de onschuldpresumptie van de verdachte, gelet op de uitlating van burgemeester Van der Laan dat er zoveel bewijs is dat daar geen zorgen over hoeft te worden gemaakt en het twitterbericht van de politicus Wilders dat misbruik van ruim 30 peuters walgelijk is en de dader nooit meer mag vrijkomen.

7. Verminderde toerekenbaarheid

De deskundigen Stam en Van Gestel achten de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar.

Het hof oordeelt hieromtrent als volgt.

Ad 1

Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij eenmaal zijn huisarts heeft geconsulteerd met een verzoek om libidoremmende middelen. De verdachte heeft tegen die huisarts echter niet gezegd dat hij sterke pedoseksuele gevoelens koesterde voor zeer jonge kinderen, omdat hij begreep dat, als dit bekend zou worden, hij niet meer in een kinderdagverblijf zou kunnen werken of anderszins oppaswerkzaamheden zou kunnen verrichten. Daar komt bij dat die gestelde consultatie van de huisarts plaatsvond, naar de verdachte zelf heeft verklaard, ruim twee jaar vóórdat het ten laste gelegde misbruik aanving, en dat de verdachte in de tussentijd of nadien geen enkele inspanning heeft verricht om hulp te zoeken. Het hof acht dan ook niet aannemelijk dat de verdachte een serieuze poging heeft gedaan om weerstand te bieden aan zijn pedoseksuele gevoelens en bereid was daar daadwerkelijk hulp voor te zoeken. De feitelijke gang van zaken nadat de verdachte vanuit Duitsland naar Nederland was gekomen, schetst een ander beeld. De verdachte heeft in Nederland een opleiding gevolgd die hem in staat stelde in kinderdagverblijven te werken. Eenmaal werkzaam in een kinderdagverblijf heeft de verdachte, als de gelegenheid daarvoor gunstig was, gebruik gemaakt van de mogelijkheden kinderen te misbruiken. De verdachte heeft het vertrouwen van ouders voor zich gewonnen en heeft zich als oppas aangeboden. In de woningen van de ouders had de verdachte alle tijd en gelegenheid kinderen te misbruiken; vervolgens heeft hij het misbruik uitgebreid op beeldmateriaal vastgelegd, het beeldmateriaal gedeeld met gelijkgestemden en er in chats verslag van gedaan. Al deze aspecten leveren niet het beeld op van iemand die een strijd voerde tegen zijn pedoseksuele verlangens, maar juist het beeld van iemand die doelbewust heeft gezocht naar mogelijkheden om kinderen te misbruiken en daarin ook is geslaagd.

Ad 2 tot en met 6

Aan de verdediging kan worden toegegeven dat de verdachte in grote mate heeft meegewerkt aan het opsporingsonderzoek. Zonder de uitgebreide en gedetailleerde verklaringen van de verdachte over het misbruik en zonder de door hem verstrekte wachtwoorden waarmee kinderpornografisch materiaal kon worden achterhaald, zou deze strafzaak bij lange na niet in de huidige omvang aan de orde zijn geweest. In zijn algemeenheid is goed voorstelbaar dat een dergelijke mate van medewerking een enigszins strafmatigende werking heeft. Daarvan kan hier echter geen sprake zijn. Deze strafzaak betreft immers zo vele kinderen, die in totaal zo verschrikkelijk vele malen ernstig seksueel zijn misbruikt en waarvan zulke enorme hoeveelheden kinderpornografisch materiaal zijn gemaakt, dat de medewerking van de verdachte daartegen geenszins kan opwegen. Tegen die achtergrond bezien valt de coöperatieve houding van de verdachte na diens aanhouding in het niet. Datzelfde geldt voor de overige door de verdediging aangedragen punten. Het hof acht daarom geen ruimte aanwezig voor strafmatiging.

Ad 7

Zoals hieronder zal worden overwogen neemt het hof het advies van de deskundigen Stam en Van Gestel over om de verdachte de onder 1 t/m 80 bewezen verklaarde feiten slechts in verminderde mate, en de onder 81 en 82 bewezen verklaarde feiten slechts in enigszins verminderde mate toe te rekenen. Hierin vindt het hof aanleiding om de gevangenisstraf te matigen tot 19 jaar.

TBS met dwangverpleging

De advocaten-generaal hebben gevorderd dat de verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging wordt opgelegd.

De verdediging heeft het hof in overweging gegeven aan de verdachte terbeschikkingstelling met voorwaarden op te leggen.

Het hof overweegt als volgt.

De maatregel van terbeschikkingstelling (TBS) kan door de rechter worden opgelegd indien is voldaan aan de in artikel 37a Sr gestelde voorwaarden. Eén van die voorwaarden houdt in dat bij de verdachte ten tijde van het begaan van het feit een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Daarnaast dient het door de verdachte begane feit (voor zover in deze zaak van belang) een misdrijf te zijn waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en dient de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel te eisen. Indien het hiervoor bedoelde gevaar voor recidive van ernstige aard is kan tevens worden bevolen dat de verdachte van overheidswege zal worden verpleegd (artikel 37b lid 1 Sr). Voor oplegging van de maatregel is voorts vereist dat de rechter beschikt over een advies van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, onder wie een psychiater, die de verdachte hebben onderzocht. Dit advies mag in beginsel niet eerder dan een jaar vóór de aanvang van de terechtzitting zijn opgemaakt, tenzij de verdachte en het openbaar ministerie instemmen met het gebruik daarvan.

De verdachte is van 3 augustus 2011 tot 21 september 2011 opgenomen geweest in het Pieter Baan Centrum (PBC) ten behoeve van een onderzoek naar zijn geestvermogens, hetgeen heeft geresulteerd in een rapport van 4 november 2011, opgemaakt door H.A. van Kempen, klinisch psycholoog, en M. Drost, psychiater. De verdachte heeft geweigerd medewerking te verlenen aan het onderzoek, maar de onderzoekers zijn op grond van de hun beschikbare informatie gekomen tot de volgende, in hun rapport neergelegde, bevindingen:

Bij betrokkene is sprake van pedofilie, gericht op zeer jonge kinderen. De extreme mate waarin betrokkene seksuele bevrediging zocht kan als hyperseksualiteit benoemd worden. Betrokkene is in het verleden behandeld wegens suïcidaliteit en psychose, maar er zijn geen aanwijzingen dat deze problematiek de afgelopen jaren aan de orde is geweest.

De persoonlijkheid is door de weigerende opstelling van betrokkene beperkt onderzoekbaar gebleken. Er zijn aanwijzingen voor persoonlijkheidsproblematiek, met name voor narcistische trekken en in mindere mate voor antisociale kenmerken. Op grond van het huidige onderzoek kan niet goed worden vastgesteld of deze trekken een duurzaam patroon vormen en of ze een pathologisch niveau bereiken.

De pedofilie was de pathologische drijfveer achter het grote aantal zaken waarvan betrokkene verdacht wordt. Dat neemt niet weg dat hij bij de uitwerking van zijn gedrag berekenend te werk ging, zodat dat deels een bewuste keuze was. Op grond van de pedofilie alleen is niet geheel te verklaren dat betrokkene ook beeldmateriaal verspreidde, ook persoonlijkheidsaspecten (zoals een drang zijn ervaringen te delen of om bewondering en waardering te verkrijgen) kunnen daarin een rol spelen. Maar ook aan deze feiten ligt primair de pedoseksuele preoccupatie ten grondslag. Geadviseerd wordt betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De kans op herhaling van soortgelijke feiten als aan de verdachte zijn ten laste gelegd, wordt door de onderzoekers groot geacht. Voor verdere diagnostiek en behandeling achten zij een klinisch verblijf van lange duur noodzakelijk, dat huns inziens het best kan plaatsvinden in het kader van de maatregel van TBS met dwangverpleging.

De rechtbank heeft op 15 december 2011 ingestemd met het verzoek van de verdediging deskundigen te benoemen teneinde door hen het PBC-rapport te laten beoordelen. Deze deskundigen, forensisch psycholoog J.J. Baneke en psychiater M.J. van Weers, hebben elk een rapport uitgebracht, beide gedateerd 29 februari 2012, waarin zij de aan hen gestelde vragen over de al dan niet wetenschappelijk verantwoorde wijze van het PBC-onderzoek en de in het PBC-rapport vermelde conclusies en adviezen, positief hebben beantwoord.

Ter terechtzitting in eerste aanleg van 30 maart 2012 zijn de PBC-onderzoekers gehoord.

De verdediging en het openbaar ministerie hebben ter terechtzitting in hoger beroep van 15 november 2012 desgevraagd medegedeeld in te stemmen met het gebruik van het PBC-rapport door het hof.

In hoger beroep heeft het hof op verzoek van de verdediging een nieuw onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte gelast door hem ter observatie te doen opnemen in de TBS-kliniek Oldenkotte te Rekken en hem daar te doen onderzoeken door E. Stam, psycholoog, en C.J. van Gestel, psychiater. Deze deskundigen hebben hun bevindingen en conclusies neergelegd in een rapport van 25 februari 2013. Dit rapport behelst tevens de neerslag van de observatie van de verdachte door medewerkers van Oldenkotte, alsmede informatie van E.D.M. Masthoff, behandelend psychiater in de penitentiaire inrichting in Vught, waar de verdachte verbleef. Informatie van Masthoff is tevens vervat in een door het openbaar ministerie aan het hof overgelegde brief van Masthoff van 14 februari 2013.

De verdachte heeft volledige medewerking verleend aan het onderzoek in Oldenkotte.

De bevindingen van de psycholoog E. Stam houden onder meer het volgende in:

Betrokkene presenteert zichzelf als slachtoffer van zijn pedoseksuele gevoelens en externaliseert de oorzaken van zijn pedoseksuele gedrag (…). Hij verbaliseert normbesef, maar lijkt zijn normoverschrijdingen met behulp van denkfouten weg te rationaliseren (…). Het overgaan tot pedoseksueel gedrag wijt hij vooral aan het falen van anderen (…). Op cognitief niveau is hij in staat normen te begrijpen. Hij is echter ook in staat met zijn geweten te dealen teneinde over te gaan tot crimineel gedrag ten gunste van zijn eigen genoegens. Daarna vergoeilijkt hij dit gedrag door te laten weten dat hij zo min mogelijk dwang heeft gebruikt.

Betrokkene is een bovengemiddeld intelligente man die is grootgebracht in een door hem ervaren onveilige opvoedingssituatie (…). Hij creeerde een context waarbinnen hij steeds moeilijker zijn pedoseksuele gevoelens kon controleren. Daarnaast lijkt sprake te zijn van een sterke seksuele drive die opgevat kan worden als hyperseksualiteit. Deze drive stuwde de seksuele gevoelens sterk op. Zijn coping schoot tekort en hij ging over tot pedoseksueel gedrag. Toen de controle eenmaal was verloren, leek hij helemaal geen controle meer te hebben over het seksuele gedrag. Hij zocht gelegenheden op, maakte beeldmateriaal en deelde zijn ervaringen met anderen. Het pedoseksuele gedrag hanteerde hij voor zichzelf door cognitieve vervormingen van dit gedrag (dichtte de kinderen volwassen seksualiteit, dichtte ze wederzijdse seksualiteit toe (…). Op gedragsniveau is sprake van een persoonlijkheidsstoornis vanwege het vastlopen op verschillende levensgebieden. Hij is niet in staat wederkerige volwassen seksuele relaties aan te gaan. Hij gebruikt anderen instrumenteel, heeft een opgeblazen zelfgevoel, gebrek aan empathie, toont hooghartig gedrag, conformeert zich niet aan de geldende normen, spijtgevoelens ontbreken, hij uit emoties oppervlakkig en heeft een instabiel zelfbeeld. De gedragingen zijn onvoldoende om te komen tot de classificatie narcistische persoonlijkheidsstoornis, maar wel voldoende om te komen tot een persoonlijkheidsstoornis NAO (hof: Niet Anders Omschreven) met narcistische, antisociale, theatrale en borderline trekken, waarbij met name de narcistische trekken lijken te leiden tot interactieproblemen.

Psychiater C.J. van Gestel heeft onder meer het volgende gerapporteerd:

De persoonlijkheidsontwikkeling van betrokkene is gehinderd door verschillende factoren. Er lijkt sprake te zijn geweest van (ernstige) verwaarlozing in het ouderlijk gezin, als ook van mishandeling, met name door zijn moeder. Tevens was er bij betrokkene al vroeg de notie dat hij kleine kinderen leuk vond in seksuele zin, waarvan hij snel de risico’s zag. Seksuele activiteiten volgden al snel voornoemde notie.

Betrokkene kwam, als enig kind in huis en later ook op school en in andere sociale verbanden, steeds meer in een geïsoleerde uitzonderingspositie terecht. Centraal daarin stonden zijn seksuele impulsen, zijn “vloek” en groot geheim. Betrokkene vermeed in dit isolement gevoelens van krenking, verlating, depressie en angst door de voor hem gevaarlijke buitenwereld te devalueren en zijn bijzonderheid te culti¬veren. Betrokkene beschikte over voldoende (intellectuele) vaardigheden om ook bijzonder te kunnen zijn. Hij zocht aansluiting bij organisaties die zich met kinderen of kinder¬rechten bezighielden. Dit was zijn poging zijn seksuele impulsen ogenschijnlijk te beheersen, te sublimeren en zich altruïstisch in te zetten voor kinderen (…). Hij vond het best aansluiting bij een anonieme internationale gemeenschap van mensen met dezelfde seksuele voorkeur. Zijn eerste psychi¬sche decompensatie ontstond, naar eigen zeggen, toen hem die mogelijk¬heid ontnomen werd. Gaandeweg nam de drang om zijn impulsen verder uit te leven verder toe. Betrokkenes gewetensfuncties waren onvoldoende om dit te voorkomen. De afweer die hem beschermd had tegen eerdere gevoelens van verlating, depressie en angst, stond toenemend ten dienste van het uitleven van zijn impulsen (…).

Samenvattend staat bij betrokkene op basis van vermoede onveilige hechting en de al vroeg bestaande buitensporig intense en problematisch gerichte sek¬suele strevingen een narcistisch gekleurde dynamiek op de voorgrond. In deze dynamiek worden een negatief zelfbeeld en intense gevoelens van verlaten¬heid afgeweerd middels uitvergroting van de eigen bijzonderheid.

De door de deskundigen Stam en Van Gestel gezamenlijk opgestelde beantwoording van de hun voorgelegde vragen luidt als volgt:

Bij betrokkene is sprake van pedofilie, gecompliceerd door hyperseksualiteit, van een persoonlijkheidsstoornis ‘niet anders omschreven’ en van een aanpassingsstoornis in remissie.

Ten tijde van de tenlastegelegde gedragingen waren de pedofilie, inclusief de hyperseksualiteit, en de persoonlijkheidsstoornis aanwezig. Ten aanzien van het seksueel misbruik is de pedofilie, versterkt door een grote seksuele drive, van belangrijke invloed geweest op het handelen van betrokkene. Zijn persoonlijkheidsstoornis verminderde het vermogen tot adequate coping en had derhalve een versterkend effect. Ten aanzien van het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen speelt zijn pedofilie in eerste aanleg wanneer hij beelden maakt om daadwerkelijk seksueel misbruik verder te voorkomen. Hij merkt snel dat dit eigenlijk helemaal niet werkt voor hem. Dat hij met dit gedrag doorgaat, hangt vervolgens meer samen met zijn persoonlijkheidsstoornis, op grond waarvan hij het opnemen en verspreiden van beeldmateriaal tot een goede daad voor de gemeenschap van pedoseksuelen herlabelt.

Onderzoekers adviseren betrokkene verminderd toerekeningsvatbaar te achten voor het seksueel misbruik en hem enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten voor het vervaardigen, verspreiden en in bezit hebben van kinderpornografisch beeldmateriaal.

De onderzoekers schatten de kans op recidive als hoog in.

De behandeling van betrokkene moet intensief en langdurig zijn en moet gepaard gaan met zorgvuldig veiligheidsmanagement. Dat betekent dat deze in een dwingend kader moet plaatsvinden en zonder tijdsdruk. Terbeschikkingstelling met voorwaarden biedt onvoldoende mogelijkheden en te veel risico’s; andere maatregelen hebben eveneens deze beperkingen. Dan blijft terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege over.

Ter terechtzitting in hoger beroep van 7 maart 2013 zijn de deskundigen uitvoerig gehoord over hun rapport. Zij hebben bij die gelegenheid gepersisteerd bij hun bevindingen en conclusies.

Het hof constateert dat de vaststellingen in het PBC-rapport en in het rapport van Stam en Van Gestel ten aanzien van de psychische gesteldheid van de verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten grotendeels overeenkomen. Het gegeven dat de PBC-onderzoekers geen uitsluitsel hebben kunnen geven over een al dan niet bij de verdachte bestaande persoonlijkheidsstoornis, valt te verklaren uit de destijds beperkte onderzoekbaarheid van de verdachte vanwege zijn weigering mee te werken aan het onderzoek. De omstandigheid dat de verdachte wel heeft meegewerkt aan het onderzoek van Stam en Van Gestel brengt naar het oordeel van het hof mee dat hun advies aangaande de toerekenbaarheid van de feiten - dat overigens slechts in zeer geringe mate verschilt van het advies in het PBC-rapport - beter gefundeerd moet worden geacht dan het PBC-advies.

Op grond van het voorgaande neemt het hof aan dat bij de verdachte ten tijde van de ten laste gelegde feiten sprake was van pedofilie, hyperseksualiteit en een persoonlijkheidsstoornis NAO (niet anders omschreven) en komt het hof tot het oordeel dat hem deswege de onder 1 t/m 80 bewezen verklaarde feiten slechts in verminderde mate, en de onder 81 en 82 bewezen verklaarde feiten slechts in enigszins verminderde mate kunnen worden toegerekend.

Het hof stelt vast dat alle bewezen verklaarde feiten zijn bedreigd met een maximumgevangenisstraf van meer dan vier jaar. Het hof is voorts van oordeel dat vanwege de aard en omvang van de gepleegde feiten, de bij de verdachte geconstateerde stoornissen, de door voormelde deskundigen hoog geschatte kans op recidive en de noodzaak van een intensieve en langdurige klinische behandeling, de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van TBS met verpleging van overheidswege eist. Met een lichtere variant van de TBS, te weten de TBS met voorwaarden, kan niet worden volstaan aangezien deze een voor de benodigde behandeling te weinig dwingend kader biedt en de maatschappij daardoor onvoldoende zou worden beschermd.

Het hof overweegt tevens dat het door de verdachte vele malen gepleegde seksuele misbruik (de onder 1 t/m 80 bewezen verklaarde feiten) gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van de misbruikte kinderen.

Met betrekking tot de aanvang van de TBS is het navolgende van belang.

Indien aan een verdachte, naast TBS met dwangverpleging, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd, vangt de tenuitvoerlegging van de terbeschikkingstelling in de regel aan op het moment dat twee derde van de gevangenisstraf is geëxecuteerd.

Ingevolge artikel 37b lid 2 Sr kan de rechter in zijn uitspraak een advies opnemen omtrent het tijdstip waarop de TBS volgens de rechter zou dienen aan te vangen. De verdediging heeft het hof verzocht van deze bevoegdheid gebruik te maken en als advies in het arrest op te nemen dat de TBS van de verdachte op een veel vroeger tijdstip moet aanvangen dan het tijdstip waarop twee derde van de op te leggen gevangenisstraf is geëxecuteerd.

Het hof onderkent dat de behandeling van de verdachte zeer waarschijnlijk effectiever en succesvoller zal zijn indien deze op (relatief) korte termijn aanvangt. Voormelde deskundigen Stam en Van Gestel hebben hierover in hun rapport het volgende opgemerkt:

Vanuit gedragskundig oogpunt is het wenselijk zo vroeg mogelijk na vaststelling van een stoornis over te gaan tot behandeling. Dit vergroot de kans op succes, vanuit forensisch perspectief met name ten aanzien van het recidiverisico, en kan ook de duur van de behandeling bekorten. Een langdurige gevangenisstraf hoeft een succesvolle behandeling niet uit te sluiten, maar kan van negatieve invloed zijn op de kans op succes en op de duur van de behandeling.

Masthoff heeft zich op dit punt als volgt uitgelaten:

Bij dhr. M. wordt thans voldaan aan een aantal voorwaarden om te komen tot een potentieel doelmatige behandeling (…). Of deze gunstige factoren toekomstbestendig zijn valt a priori niet (met zekerheid) vast te stellen, echter aannemelijk is dat een lange gevangenisstraf deze variabelen negatief zal beïnvloeden. Verder is het van belang op te merken dat binnen de detentiesetting (thans binnen een PPC) weliswaar in bepaalde mate diagnostiek en behandeling geboden kan worden (en momenteel ook aan de verdachte geboden wordt), doch dat hieraan een evident plafond zit. Met andere woorden: een PPC kan specifiek gericht op de problematiek van dhr. M. niet het optimale behandeltraject bieden, hoogstens een aanzet daartoe (…). Indien het penologische perspectief buiten beschouwing zou worden gelaten, ware het vanuit behandelperspectief het beste dat dhr. M. zo spoedig mogelijk zou kunnen aanvangen met een passend klinisch TBS-traject.

Zoals uit voornoemde citaten naar voren komt, vloeit de gestelde wenselijkheid van een spoedige behandeling louter voort uit het door de deskundigen gehanteerde behandelperspectief en zijn andere factoren, bijvoorbeeld de ernst van de feiten, door hen - terecht - buiten beschouwing gelaten. Het hof kan aan dergelijke andere factoren evenwel niet voorbijgaan. In het bijzonder de ernst van de feiten, de omvangrijke schaal waarop die hebben plaatsgevonden, de schade die aan kinderen is berokkend en het leed dat gezinnen is aangedaan, brengen naar het oordeel van het hof mee dat moet worden afgezien van een advies dat strekt tot aanvang van de TBS voordat de verdachte twee derde van de op te leggen gevangenisstraf heeft uitgezeten.

De door de verdediging aangehaalde jurisprudentie kan niet tot een ander oordeel leiden, omdat de daarin aan de orde zijnde gevallen zodanig afwijken van de onderhavige zaak – voor wat betreft de soort strafbare feiten, de al dan niet bestaande grootschaligheid, de aard van de stoornis(sen) - dat die daarmee niet op één lijn kunnen worden gesteld.

Onttrekking aan het verkeer

Onder de verdachte zijn onder meer telefoons en camera’s in beslag genomen, alsmede computers, externe harde schijven, USB-sticks, geheugenkaarten, cd’s en cd-roms, videobanden en diskettes, welke nog niet zijn teruggegeven. De verdachte heeft naar eigen zeggen telefoons en camera’s gebruikt om zijn seksueel misbruik van kinderen op te nemen, waarna de beelden werden opgeslagen op gegevensdragers. Op grond hiervan beschouwt het hof voormelde voorwerpen als een gezamenlijkheid van voorwerpen met betrekking tot welke het onder 81 bewezen verklaarde feit is begaan, welke gezamenlijkheid van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Deze voorwerpen zulllen worden onttrokken aan het verkeer.

Verbeurdverklaring

Onder de verdachte zijn voorts in beslag genomen seksspeeltjes, een tube glijmiddel en een flesje glijmiddel, die nog niet zijn teruggegeven aan de verdachte. Dit zijn voorwerpen die de verdachte zo nu en dan gebruikte bij het misbruik, zodat deze zullen worden verbeurdverklaard op de grond dat met behulp daarvan een aantal van de feiten 1 tot en met 80 is begaan.

Het diploma SPW, de verklaring omtrent het gedrag en het diploma eerste hulp aan kinderen zijn in beslag genomen voorwerpen die aan de verdachte toebehoren en die hij in het kader van de voorbereiding van het misbruik heeft verworven, zodat deze zullen worden verbeurdverklaard op de grond dat met behulp daarvan de feiten 1 tot en met 80 zijn voorbereid.

De in beslag genomen 6 bankpassen/creditcards die op de beslaglijst onder nummer 4064401 zijn vermeld, zijn volgens de verdediging reeds teruggegeven aan de verdachte, zodat het hof daarover geen beslissing meer hoeft te nemen.

De vorderingen tot schadevergoeding van de ouders

Inleidende opmerkingen

Het is onmiskenbaar dat de handelingen van de verdachte een enorme impact hebben gehad - en nog steeds hebben - op de gezinnen waartoe de misbruikte kinderen behoren. De lichamelijke en seksuele integriteit van de kinderen is ernstig geschonden en vele kinderen zijn psychisch mogelijk voor het leven getekend. Voor de ouders is de wetenschap van het misbruik van hun kind een traumatische aangelegenheid, ook in de gevallen dat bij de desbetreffende kinderen destijds en momenteel geen fysieke afwijkingen of gedragsveranderingen waarneembaar zijn. Hun schuldgevoel is groot, hoe onterecht dat gevoel ook is. Velen van hen hebben posttraumatische stressklachten ontwikkeld, tal van ouders hebben zich onder behandeling moeten stellen. De zware emotionele belasting heeft voor veel ouders (soms blijvend) negatieve gevolgen gehad op het gebied van werk en opleiding, de onderlinge relatie tussen de ouders en de relaties met familie en vrienden zijn onder druk komen te staan, hun vertrouwen in de medemens is sterk afgenomen en de opvoeding van de kinderen heeft een beladen dimensie gekregen. Vele ouders hebben aan het leed dat zij hebben ondervonden en nog steeds ondervinden, op indrukwekkende wijze uiting gegeven ter terechtzitting in hoger beroep bij gelegenheid van de uitoefening van hun spreekrecht.

Door kinderarts Landsmeer-Beker, kinderpsycholoog Lamers-Winkelman en kinderpsychiater Vogtländer is vanuit hun expertise verslag gedaan van de mogelijke gevolgen van seksueel misbruik van zeer jonge kinderen, waarbij onder meer is ingegaan op de symbiotische verhouding tussen ouders en kinderen beneden de twee/drie jaar, op de invloed die seksueel misbruik op zeer jeugdige leeftijd kan hebben op de ontwikkeling van de hersenen van het kind, en op de noodzaak van adequate psychosociale behandeling en begeleiding van de ouders om hen in staat te stellen te zorgen voor het welzijn van hun misbruikte kind.

In de ruime zin van het woord zijn de ouders dan ook zonder meer als slachtoffer te beschouwen en het hof wenst te beklemtonen dat de ouders daarin alle erkenning en respect verdienen. Dat geldt ook voor de ouders die zich niet hebben willen mengen in de strafprocedure en zich daarom niet hebben laten vertegenwoordigen door een advocaat of door slachtofferhulp, geen gebruik hebben gemaakt van het spreekrecht en geen vordering tot schadevergoeding hebben ingediend.

Vanwege de bijzondere positie van de ouders wier kinderen de ten laste gelegde feiten betreffen, heeft het hof een aanzienlijk deel van de behandeling besteed aan de bespreking van de gevolgen van het seksueel misbruik van kinderen voor de ouders en andere gezinsleden. Gedurende drie dagen heeft het hof de ouders gelegenheid gegeven hun spreekrecht uit te oefenen. Ook zijn de drie hiervoor genoemde deskundigen uitvoerig gehoord ter terechtzitting in hoger beroep, nadat zij reeds in eerste aanleg deskundigenrapporten hadden uitgebracht en op de terechtzitting van de rechtbank zijn bevraagd. Aan de toelichting van de vorderingen tot schadevergoeding door de advocaten is eveneens een zittingsdag besteed. Ter vergelijking: de bespreking van de feiten met beide verdachten en de behandeling van hun persoonlijke omstandigheden, inclusief het horen van twee deskundigen, heeft drie dagen in beslag genomen.

Het moge derhalve duidelijk zijn dat het hof recht heeft willen doen aan de grote impact die deze zaak niet alleen op de kinderen maar ook op de ouders heeft gehad. De bereidheid daartoe is overigens van de kant van het openbaar ministerie niet minder geweest.

De door vele ouders ingediende vorderingen tot schadevergoeding zien op geleden materiële en immateriële schade die aan de ouders en hun kinderen is toegebracht door de verdachte. Daaraan is in het bijzonder ten grondslag gelegd dat de verdachte door zijn handelen inbreuk heeft gemaakt op in het EVRM gegarandeerde grondrechten. Dergelijke vorderingen tot schadevergoeding zijn bij uitstek civielrechtelijk van aard. Het is het civiele ofwel burgerlijk (proces)recht dat voorziet in de regels voor de vaststelling van de rechtsverhouding tussen burgers onderling en de eventueel daaruit voortvloeiende verplichting tot schadevergoeding. Het strafrecht ziet niet op de verhouding tussen burgers onderling. In de strafrechtelijke procedure is weliswaar voorzien in een rechtsingang voor de beoordeling van civielrechtelijke vorderingen, maar deze rechtsingang heeft slechts een beperkt bereik: zij staat alleen open voor slachtoffers van strafbare feiten. Voordat het hof in deze strafzaak kan toekomen aan de vraag of aan de ouders of de kinderen naar burgerlijk recht een aanspraak op schadevergoeding toekomt, moet dus eerst worden beoordeeld of zij voldoen aan de specifieke criteria voor slachtofferschap als bedoeld in het Wetboek van Strafvordering. Dat dit voor de kinderen het geval is, staat buiten kijf en behoeft dan ook geen nadere bespreking. De vraag of ook de ouders slachtoffer zijn, zal het hof hierna bespreken.

De civielrechtelijke positie van de ouders

Inzake het vorderen van schadevergoeding ter zake van de door M. gepleegde feiten zijn voor wat betreft de ouders drie civielrechtelijke posities te onderscheiden:

a. namens hun kind(eren) ter zake van de door het kind zelf geleden immateriële schade en vermogensschade; de ouders treden hier op als de wettelijke vertegenwoordigers van het kind;

b. voor zichzelf, op de grond dat de verdachte (ook) jegens de ouders onrechtmatig heeft gehandeld;

c. voor zichzelf, op de grond dat de ouders als gevolg van de feiten kosten hebben gemaakt ten behoeve van hun kind(eren), waarbij het gaat om kosten die het kind, als het ze zelf zou hebben gemaakt, van de verdachte had kunnen vorderen (de zogenaamde verplaatste schade).

Niet in geschil is dat de ouders in hun hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger schadevergoeding kunnen vorderen (positie a).

De advocaten-generaal hebben zich op het standpunt gesteld dat de ouders geen slachtoffer zijn in de zin van het Wetboek van Strafvordering en dat zij daarom geen aanspraak kunnen doen gelden op vergoeding van eigen schade (positie b). Wel zouden naar het oordeel van de advocaten-generaal veel door de ouders gemaakte kosten binnen het strafproces vergoed kunnen worden als verplaatste schade (positie c). Zij hebben daartoe verwezen naar een arrest van de Hoge Raad van 2 juli 2002, LJN AE2642. Naar het oordeel van het hof miskennen zij daarmee echter dat - ook blijkens genoemd arrest - moet worden onderscheiden tussen enerzijds de civielrechtelijke mogelijkheden tot schadevergoeding (voor de verplaatste schade betreft dit artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek) en anderzijds de beperkte mogelijkheden om die civielrechtelijke aanspraken binnen een strafrechtelijke procedure geldend te maken (de criteria voor slachtofferschap van de artikelen 51a e.v. Sv). In het genoemde arrest valt niet te lezen dat volgens de Hoge Raad vergoeding van verplaatste schade zonder meer binnen een strafrechtelijke procedure kan worden gevorderd.

Dit brengt mee dat de vorderingen van de ouders die zien op zowel positie b als positie c bezien moeten worden in het licht van het antwoord op de vraag of de ouders voldoen aan de strafvorderlijke criteria voor slachtofferschap.

Zijn de ouders slachtoffer in de zin van het Wetboek van Strafvordering?

Namens een groot deel van de ouders is door mr. Korver betoogd dat de ouders als slachtoffer moeten worden beschouwd in de zin van de artikelen 51a e.v. Sv. Blijkens zijn betoog gaat het hem er in het bijzonder om dat de ouders in de hoedanigheid van slachtoffer recht hebben op vergoeding van geleden materiële en immateriële schade en derhalve als benadeelde partij kunnen optreden en dat de erkenning van de ouders als slachtoffer bijdraagt aan de verwerking van hun leed.

Het openbaar ministerie en de verdediging hebben betoogd dat de ouders geen slachtoffer in de zin van artikel 51a e.v. Sv zijn, hetgeen ertoe leidt dat zij in hun vorderingen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard voor zover deze niet de zogeheten verplaatste schade betreffen. De raadslieden hebben voorts de niet-ontvankelijkheid bepleit op de grond dat de beoordeling van de vorderingen vanwege de gecompliceerde civielrechtelijke problematiek een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Voor de beoordeling van deze kwestie is het van belang te bezien wat de achtergrond is van de huidige wettelijke regeling en hoe de begrippen slachtoffer en benadeelde partij zich tot elkaar verhouden.

Wettelijk kader

In artikel 51a lid 1 Sv is, met de inwerkingtreding op 1 april 1993 van de zogeheten Wet Terwee , de benadeelde partij als procesdeelnemer geïntroduceerd. Voordien heette deze “beledigde partij”.

Artikel 51a lid 1 Sv kwam als volgt te luiden:

“Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces”.

In de Memorie van Toelichting is over deze bepaling opgemerkt:

“Volgens dit artikel kan degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit zich terzake van zijn vordering voegen in het strafproces (…). Van rechtstreekse schade is sprake indien iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden strafbepaling wordt beschermd. In het algemeen beschermen strafbepalingen niet het belang van rechtsopvolgers noch dat van derde belanghebbenden, zodat doorgaans alleen het slachtoffer zelf zich als benadeelde partij kan voegen in het strafproces”.

Daaraan is toegevoegd dat het wetsvoorstel op dit punt geen wijziging bracht ten opzichte van de positie van de beledigde partij.

Op aandringen van de vaste kamercommissie van Justitie is, voor het geval het slachtoffer door het strafbare feit was overleden, de kring van voegingsgerechtigden uitgebreid tot de directe nabestaanden en degenen die met het slachtoffer in gezinsverband samenwoonden mits het slachtoffer geheel of grotendeels in hun levensonderhoud voorzag. De minister van Justitie overwoog daarbij:

“Hoewel de overtreden strafbepaling wellicht niet primair hun belangen beoogt te beschermen, maakt het delict daar wel inbreuk op. Het leven van de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van het overleden slachtoffer kan drastisch worden gewijzigd door het delict”.

In 2005 is het spreekrecht ingevoerd voor slachtoffers van bepaalde ernstige strafbare feiten. Daarmee werd het slachtoffer wettelijk toegelaten als procesdeelnemer in de strafrechtelijke procedure. Over de kring van spreekgerechtigden houdt de Memorie van Toelichting het volgende in:

“Het slachtoffer is de eerst aangewezene om van het spreekrecht gebruik te maken.

Volgens het Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie is een slachtoffer:

‘De natuurlijke persoon die als direct gevolg van het handelen of nalaten dat in strijd is met de strafwetgeving van een lidstaat schade, met inbegrip van lichamelijk of geestelijk letsel, geestelijke pijn en economische schade, heeft geleden’. Is het slachtoffer overleden, dan komt aan de nabestaanden dat recht toe (…)”.

In zijn reactie op het advies van de Raad van State heeft de indiener van het wetsvoorstel dat leidde tot de invoering van het spreekrecht - toenmalig Tweede Kamerlid Dittrich - zich als volgt uitgelaten over het slachtoffer (aan wie het spreekrecht zou toekomen):

“In de tekst van de toelichting is verwerkt dat voor wat betreft de reikwijdte van het begrip slachtoffer wordt aangeknoopt bij degene, die ingevolge de notitie van de minister van justitie van 26 juni 2000 (…) als slachtoffer wordt beschouwd. In beginsel is dit degene, jegens wie de verdachte het misdrijf heeft gepleegd. Bij geweldsdelicten is dit degene, die de verwondingen heeft opgelopen. Bij zedenzaken is het degene, tegen wiens lichaam het seksueel misbruik zich heeft gericht. Bij levensdelicten is het slachtoffer degene die vermoord is of gedood. Bij een misdrijf ex art. 6 Wegenverkeerswet is het slachtoffer degene, die als gevolg van de gedraging in het verkeer de dood heeft gevonden”.

Het spreekrecht kreeg zijn beslag in artikel 302 Sv. In artikel 336 Sv is de groep van nabestaanden omschreven en één van hen was bevoegd het spreekrecht uit te oefenen als het slachtoffer was overleden. De tekst van artikel 51a Sv bleef ongewijzigd.

De (beperkte) groep spreekgerechtigde nabestaanden, uit wier midden één persoon het woord mocht voeren, kwam niet geheel overeen met de (beperkte) groep nabestaanden die zich als benadeelde partij met een vordering tot schadevergoeding in het strafproces kon voegen. Daardoor was het mogelijk dat de spreekgerechtigde nabestaande niet dezelfde was als de nabestaande(n) die zich met een vordering tot schadevergoeding in het strafproces voegde(n).

Op 1 januari 2011 werden het slachtoffer en de benadeelde partij ondergebracht in één Titel in het Wetboek van Strafvordering. De desbetreffende bepalingen kwamen, voor zover hier van belang, als volgt te luiden:

- artikel 51a lid 1 Sv:

“Als slachtoffer wordt aangemerkt degene die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit vermogensschade of ander nadeel heeft ondervonden. Met het slachtoffer wordt gelijkgesteld de rechtspersoon die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit vermogensschade of ander nadeel heeft ondervonden.”

- artikel 51e lid 1 Sv:

“Het slachtoffer of een nabestaande kan op de terechtzitting een verklaring afleggen over de gevolgen die de strafbare feiten genoemd in het vierde lid bij hem teweeg hebben gebracht.”

- artikel 51f lid 1 Sv:

“Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit, kan zich terzake van zijn vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij voegen in het strafproces.”

De wetswijziging in 2011 was gestoeld op de gedachte dat de positie van het slachtoffer diende te worden versterkt, hetgeen ertoe leidde dat een aantal rechten die eerder uitsluitend toekwamen aan de benadeelde partij als rechten van slachtoffers in het algemeen zijn gaan gelden: recht op informatie over de procedure, recht op inzage in het dossier, recht op rechtsbijstand en bijstand van een tolk. Daaraan werd toegevoegd het recht op toevoeging van stukken aan het dossier, zoals schriftelijke slachtofferverklaringen.

Voor wat betreft het begrip slachtoffer is in de Memorie van Toelichting gewezen op het hiervoor al genoemde EU-Kaderbesluit en de daarin opgenomen definitie. Het gaat dan, zoals ook naar oud recht het geval was, om degene die rechtstreeks door het strafbare feit is getroffen. En van rechtstreekse schade is sprake als iemand is getroffen in een belang dat door de overtreden bepaling wordt beschermd, hetgeen in het algemeen niet het geval is bij rechtsopvolgers of derdebelanghebbenden.

Die omschrijving van het begrip slachtoffer is nadien niet gewijzigd. Wel is op 1 september 2012 de kring van spreekgerechtigden uitgebreid, waardoor thans de ouders van jeugdige slachtoffers ter terechtzitting een eigen spreekrecht kunnen uitoefenen , maar daarmee is de groep slachtoffers niet verruimd. In de Memorie van Toelichting is ten aanzien hiervan opgemerkt:

“Met dit spreekrecht worden de ouders niet erkend als (indirect) slachtoffer, maar krijgen zij (…) een gelijkwaardig recht als het slachtoffer”.

Beoordeling

De voorgaande weergave van de wetsgeschiedenis kan, voor zover hier van belang, als volgt worden samengevat.

Slachtoffers van delicten zijn sinds 2011 als afzonderlijke procesdeelnemers in het Wetboek van Strafvordering opgenomen. De hun toegekende rechten kunnen in beginsel alleen door henzelf worden uitgeoefend, al dan niet via een advocaat die hen bijstaat of iemand die hen vertegenwoordigt. Daarop bestaan twee uitzonderingen: 1) ook anderen dan de slachtoffers kunnen het spreekrecht uitoefenen, en 2) indien het slachtoffer is overleden, komen bepaalde rechten aan de nabestaanden toe. Het is alleen het slachtoffer dat een vordering tot schadevergoeding kan indienen.

Zoals uit de wetgeschiedenis naar voren komt, heeft de wetgever aan het begrip slachtoffer een beperkte betekenis toegekend door alleen degene die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit schade heeft geleden, dat wil zeggen degene die getroffen is in het belang dat de overtreden bepaling beoogt te beschermen, als slachtoffer te beschouwen. Deze (beperkte) uitleg heeft tijdens de parlementaire behandeling van de onderscheiden wetsvoorstellen nimmer ter discussie gestaan.

Uit het voorgaande volgt dat het bij de slachtoffers van misdrijven als de onderhavige slechts kan gaan om de minderjarigen die fysiek misbruikt zijn (de misdrijven van de artikelen 244 en 247 Sr) en de kinderen van wier misbruik beeldopnamen bestaan (het misdrijf van artikel 240b Sr). Uit tekst noch wetsgeschiedenis van deze strafbepalingen kan volgen dat met deze strafbaarstellingen tevens is beoogd de belangen van de ouders, zoals het recht op respect voor hun familieleven, waarop in deze zaak een beroep wordt gedaan, te beschermen.

De door mr. Korver voorgestane grammaticale interpretatie van de artikelen 51a e.v. Sv kan alleen dan het door hem gewenste effect bewerkstelligen indien een extensieve opvatting van het begrip “rechtstreeks” in de artikelen 51a lid 1 en 51f lid 1 Sv wordt gehanteerd met volledig voorbijgaan aan de totstandkoming van die bepalingen en de bedoeling van de wetgever. Dat is een wijze van interpretatie waaraan geen legitieme betekenis kan worden gehecht. Ook in de door mr. Korver gevolgde redenering dat de ouders als rechtstreeks gevolg van de misdrijven schade hebben geleden en om díe reden slachtoffer zijn als bedoeld in de artikelen 51a e.v. Sv - voor welke redenering hij steun vindt in de opinies van vele deskundigen - worden de wetgeschiedenis en bedoeling van de wetgever opzij gezet.

De omstandigheid dat het in de visie van de wetgever nodig was de positie van de nabestaanden afzonderlijk te regelen, duidt erop dat de nabestaanden zonder een dergelijke regeling niet als slachtoffer c.q. benadeelde partij zouden kunnen worden beschouwd. Daaruit volgt dat het ontbreken van een soortgelijke wettelijke voorziening voor ouders niet mag worden omzeild door uitbreiding van de groep slachtoffers naar analogie. Dit wordt niet anders indien, zoals door mr. Korver naar voren is gebracht, moet of kan worden aangenomen dat de schade van het kind ook de schade van de ouders is, gezien de onlosmakelijke verbondenheid tussen ouders en kinderen.

Mr. Korver heeft in zijn betoog gewezen op een uitspraak van de Hoge Raad over de benadeelde partij in het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen (SvNA). Artikel 206 lid 1 van dat Wetboek houdt in dat “ieder, die door het strafbare feit van een ander schade heeft geleden”, zich kan opgeven als benadeelde partij. Daarin ontbreekt dus de beperkende voorwaarde dat sprake is van schade die het rechtstreekse gevolg is van het strafbare feit. De Hoge Raad overwoog hieromtrent:

“Aan de geschiedenis van de totstandkoming van de regeling in het Wetboek van Strafvordering van de Nederlandse Antillen vallen geen aanknopingspunten te ontlenen dat, niettegenstaande de tekst, de wetgever heeft beoogd eenzelfde beperking aan te brengen als voorzien in (de voorlopers van) het Nederlandse art. 51f Sv. Ook het systeem van de wettelijke regeling noopt niet ertoe aan te nemen dat zodanige beperking is bedoeld. Het voorgaande brengt mee dat ook een nabestaande/erfgenaam van het slachtoffer van een strafbaar feit van een ander zich kan opgeven als benadeelde partij indien deze nabestaande/erfgenaam door dat strafbare feit schade heeft geleden als bedoeld in art. 206 SvNA.”

Het is derhalve het ontbreken van voornoemde beperking die het mogelijk maakt het begrip slachtoffer in artikel 206 lid 1 SvNA ruimer op te vatten dan dat begrip in de artikelen 51a e.v. Sv. De omstandigheid dat het recht van de voormalige Nederlandse Antillen ook op dit punt anders luidt dan het Nederlandse recht is inherent aan de staatsrechtelijke inrichting van het Koninkrijk. Steun voor het standpunt van mr. Korver valt dus aan dit arrest van de Hoge Raad niet te ontlenen.

De conclusie uit het voorgaande moet zijn dat het aan de wetgever is te bepalen of de ouders als slachtoffer hebben te gelden. Het hof zou zijn (rechtsprekende) bevoegdheid te buiten gaan als het op eigen houtje de ouders als zodanig zou beschouwen.

Door mr. Korver is nog een beroep gedaan op internationale regelgeving, een internationaal advies en een aangekondigde wijziging van het Wetboek van Strafvordering. Het hof overweegt hieromtrent als volgt.

Op 15 november 2012 is de EU-Richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten van slachtoffers van strafbare feiten van 25 oktober 2012 (2012/29/EU) in werking getreden. Deze Richtlijn dient uiterlijk 16 november 2015 te zijn geïmplementeerd in het Nederlandse recht. Die Richtlijn kan derhalve thans niet worden geacht rechtstreekse werking te hebben, maar het hof hecht eraan de Richtlijn toch inhoudelijk te bezien.

In artikel 2 lid 1 sub a van de Richtlijn wordt het begrip slachtoffer als volgt gedefinieerd:

i) een natuurlijke persoon die als rechtstreeks gevolg van een strafbaar feit schade, met inbegrip van lichamelijke, geestelijke of emotionele schade of economische nadeel, heeft geleden;

ii) familieleden van een persoon wiens overlijden rechtstreeks veroorzaakt is door een strafbaar feit en die schade hebben geleden als gevolg van het overlijden van die personen.

Geconstateerd kan worden dat de definitie van het begrip slachtoffer onder i) zeer nauw aansluit bij de omschrijving in artikel 51a Sv en dat daarnaast alleen nabestaanden als slachtoffer worden erkend. Het hof ziet dan ook niet in hoe de Richtlijn er desalniettemin toe zou nopen de ouders als slachtoffer te beschouwen. Een niet-bindend advies van een internationale organisatie als het Europees Economisch en Sociaal Comité, dat ervoor pleit het begrip slachtoffer ruimer te definiëren , kan niet meebrengen dat op voorhand wordt afgeweken van hetgeen de Richtlijn bepaalt of van hetgeen rechtens is in Nederland. Het vóór de EU-Richtlijn geldende Kaderbesluit noopt naar het oordeel van het hof evenmin tot de door de mr. Korver bepleite uitleg.

Bij brief van 22 februari 2013 heeft de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie zijn visie op het slachtofferbeleid van de overheid op hoofdlijnen uiteengezet. In dat verband heeft hij de Tweede Kamer aangekondigd in 2013 een wetsvoorstel te zullen indienen waarin de ouders van minderjarige slachtoffers de mogelijkheid krijgen zich te voegen in het strafproces. Door mr. Korver is betoogd dat op deze voorgenomen wetswijziging kan worden geanticipeerd, zodat op basis daarvan de ouders ook naar huidig recht als slachtoffer kunnen gelden.

Het hof stelt voorop dat het hier niet meer betreft dan de aankondiging van een wetsvoorstel door de Staatssecretaris. Dat wetsvoorstel is er nog niet, laat staan dat de Eerste en Tweede Kamer daarmee hebben ingestemd, terwijl de parlementaire besluitvorming ook tot een geheel ander eindresultaat kan leiden dan de Staatssecretaris voor ogen stond. De bepleite anticiperende interpretatie vindt dan dus plaats in het luchtledige en komt neer op ontoelaatbare bemoeienis van het hof met het wetgevingsproces.

De stelling dat de wetgever niet had kunnen bevroeden dat een zaak van de aard en omvang als de onderhavige zich ooit in Nederland zou voordoen en de bewering dat thans “sprake is van een omslag” in de samenleving, kunnen juist zijn, maar dat zijn juist argumenten die door de wetgever moeten worden gewogen, het zijn geen argumenten om de rechter op de stoel van de wetgever te doen plaatsnemen. Het hof brengt in herinnering dat bij de uitbreiding van het spreekrecht in 2012 bewust niet is gekozen voor uitbreiding van de kring van slachtoffers tot de ouders. En terzijde zij opgemerkt dat de aankondiging van de Staatssecretaris impliceert dat a) in zijn ogen de ouders niet als slachtoffer een vordering tot schadevergoeding kunnen indienen, en b) het aan de wetgever is daar verandering in te brengen.

Slotsom

Het voorgaande brengt mee dat ouders in de onderhavige strafrechtelijke procedure niet kunnen worden ontvangen in hun eigen vorderingen. Dit betekent geenszins dat de verdachte niet aansprakelijk zou zijn voor de door de ouders in zoverre gestelde schade, maar dat het aan de burgerlijke rechter is om die aansprakelijkheid vast te stellen. Dit geldt zowel voor de schade die de ouders zelf hebben geleden als voor de kosten die zij ten behoeve van de kinderen hebben gemaakt en die als zogeheten verplaatste schade als bedoeld in artikel 6:107 van het Burgerlijk Wetboek voor vergoeding in aanmerking zouden kunnen komen. Aangezien het ook bij een op die bepaling gebaseerde vordering gaat om een vordering van de ouders uit eigen hoofde en niet om een vordering van de kinderen zelf, staat ook hier de omstandigheid dat de ouders geen slachtoffer zijn in de zin van de artikelen 51a e.v. Sv in de weg aan de ontvankelijkheid van hun vorderingen in zoverre.

Op grond van het hiervoor overwogene moet geconcludeerd worden dat het hof slechts bevoegd is de vorderingen tot vergoeding van de door de kinderen geleden immateriële schade - welke vorderingen door de ouders als hun wettelijke vertegenwoordigers zijn ingediend - inhoudelijk te beoordelen. De toe te kennen schadevergoeding moet daardoor noodzakelijkerwijs aanzienlijk lager uitvallen dan de gevorderde bedragen. Bovendien zal daardoor slechts in beperkte mate gebruik kunnen worden gemaakt van de in artikel 36f lid 6 Sr voorziene voorschotregeling. Het hof kan zich voorstellen dat dit als teleurstellend en frustrerend zal worden ervaren door de ouders en anderen, temeer nu ook het hof van oordeel is dat de ouders in de ruime zin van het woord als slachtoffers van de bewezen verklaarde feiten moeten worden beschouwd. Dat neemt echter niet weg dat het hof gehouden is tot toepassing van de thans geldende, beperkte opvatting van slachtofferschap in het Wetboek van Strafvordering.

Het hof hecht eraan in dit verband nog op te merken dat weliswaar het recht op een door de Staat te verstrekken voorschot aan slachtoffers op grond van artikel 36f lid 6 Sr aan beperkingen onderhevig is, maar dat het de Staat vanzelfsprekend vrijstaat buiten die bepaling om te voorzien in een (voorschot op een) tegemoetkoming in de schade van de ouders.

De vorderingen tot schadevergoeding van de kinderen

In de vorderingen tot vergoeding van immateriële schade van de kinderen is onderscheid aangebracht tussen schending van de lichamelijke integriteit van het kind en schending van het recht op privacy. De ouders zijn in zoverre ontvankelijk in de vorderingen, aangezien dit immateriële schade betreft die door het kind rechtstreeks is geleden door de door M. en - deels door - Van O. gepleegde feiten. Het vaststellen van de geleden schade levert geen onevenredige belasting van het strafgeding op.

Het hof is van oordeel dat causaal verband bestaat tussen het bewezen verklaarde handelen van M. en de schade van elk kind, zoals hierna zal worden toegelicht.

De vorderingen op grond van schending van de lichamelijke integriteit van het kind

Het hof is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier en (de beschrijving van) de beelden van het seksueel misbruik kan worden aangenomen dat de zeer jeugdige kinderen door het seksuele misbruik door M. in hun persoon zijn aangetast en als gevolg daarvan leed hebben ondervonden. Het is immers evident dat M. de lichamelijke integriteit van de kinderen op zeer grove wijze heeft geschonden.

Waar sprake is geweest van seksueel binnendringen als bedoeld in artikel 244 Sr, zullen de onderscheiden vorderingen op dit onderdeel integraal worden toegewezen; veelal

gaat dit om een bedrag van € 8.000,- per kind. Indien sprake is geweest van ontuchtige handelingen als bedoeld in artikel 247 Sr, zullen de vorderingen gedeeltelijk worden toegewezen, waarbij het hof rekening heeft gehouden met de aard en ernst van de gepleegde ontuchtige handelingen. Daarbij zal per kind een ondergrens van € 2.000,- worden gehanteerd en een bovengrens van € 6.000,-.

De vorderingen op grond van schending van het recht op privacy

Door het maken, bezitten en verspreiden van afbeeldingen van seksuele gedragingen met een kind is inbreuk gemaakt op het recht op het privéleven van het kind dat wordt beschermd in artikel 8 lid 1 van het EVRM. Het op deze grond gevorderde bedrag (per kind veelal € 8.000,-) komt geheel voor toewijzing in aanmerking, met name omdat de afbeeldingen zijn gedeeld met derden en niet valt uit te sluiten dat die beelden langdurig zullen blijven bestaan op het internet.

In de gevallen waarin bij Van O. wettig en overtuigend bewezen wordt geacht dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan medeplegen van het misdrijf van artikel 240b Sr, zal hij worden veroordeeld tot betaling van € 500,- per kind, nu het bij hem uitsluitend het bezit van het kinderpornografisch materiaal betreft en niet ook het maken of verspreiden ervan. Tot betaling van dit bedrag van € 500,- zullen beide verdachten hoofdelijk worden veroordeeld, met dien verstande dat indien en voor zover een van hen aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd.

Kosten van rechtsbijstand

De op dit onderdeel gevorderde bedragen voor de rechtsbijstand die door onderscheidenlijk mrs. Korver, Soeteman en Julius is verleend, zullen worden toegewezen. Het hof ziet, anders dan door de verdediging is bepleit, geen aanleiding het liquidatietarief toe te passen, aangezien dit standaardtarief onvoldoende recht doet aan de uitzonderlijke aard en omvang van deze zaak. Het hof acht geen der gevorderde bedragen buitensporig en door de specificaties en declaraties is genoegzaam aangetoond dat deze kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.

Wettelijke rente

Het hof acht de vorderingen ten aanzien van de wettelijke rente toewijsbaar. Als ingangsdatum zal worden uitgegaan van de datum van het seksueel misbruik in het geval dat dat eenmalig op een vast te stellen dag heeft plaatsgevonden; in de andere gevallen wordt de ingangsdatum bepaald op de laatste dag van de bewezen verklaarde periode waarin het misbruik heeft plaatsgevonden.

De schadevergoedingsmaatregel

Het hof zal de maatregel van artikel 36f Sr aan M. opleggen met betrekking tot de toe te wijzen onderdelen van de vorderingen als extra waarborg dat de schadevergoeding daadwerkelijk zal worden betaald.

Het hof ziet, evenals de rechtbank heeft gedaan, in de duur van de op te leggen sancties en de daarmee verband houdende te verwachten beperkte financiële ruimte van M. voor het betalen van de toegewezen bedragen, aanleiding af te wijken van de maximaal toegestane vervangende hechtenis van 365 dagen. De vervangende hechtenis zal per benadeelde partij steeds op één dag worden gesteld, om te voorkomen dat de vervangende hechtenis niet meer het karakter draagt van extra waarborg voor de betalingsverplichting, maar eerder als punitieve vrijheidsbeneming moet worden aangemerkt.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straffen en maatregelen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a (oud), 36b en 36b (oud), 36c, 36f (oud), 47, 57, 240b en 240b (oud), 244, 247 en 248 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.

Verklaart de inleidende dagvaarding, voor zover in feit 81 en feit 82 de afbeeldingen van seksuele gedragingen niet nader feitelijk zijn omschreven, nietig.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 19 (negentien) jaar.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Gelast de terbeschikkingstelling van de verdachte met bevel tot verpleging van overheidswege.

Beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

3975720 2 x Sandisk SD kaart

3975723 6 x cd

3975727 VHS videoband

3975763 5 x cd

3975770 74 x diskette/floppy

3964636 Coolermaster PC

3964644 Lenovo Thinkpad laptop

3964649 Asus laptop wit

3964652 PC Eee wit, X12

3964655 externe harddisk Xcraft

3964661 Samsung telefoon

3964682 Seagate harde schijf

3964958 usb-stick KvK

3964963 usb-stick KvK

3964969 geheugenkaart Emtec Class 4gb

3964977 videocamera Canon Legriafs20

3964987 Fujitsu Siemens Pocket loox

3964993 geheugenkaart Kingston 2gb

3964996 harddisk M100710030810

3964998 fotocamera Canon

3965000 geheugenkaart Sandisk Ultra 2gb

3965004 telefoon Sony Ericsson

3965007 telefoon Nokia, zwart

3965008 telefoon Nokia, N86

3965010 geheugenkaart Nokia 256mb

3965012 telefoon Panasonic, grijs

3965013 cd-rom RW 700MB

3965043 78 x cd-rom

3965061 5 x dvd uit tv-meubel

3965065 4 x videoband uit tv-meubel

3965077 155 x cd-rom uit tv-meubel

4080833 114 x dia, inclusief fotoserie baby

4080746 Acer Aspire Notebook (computer)

4076263 cd-rom, wit, info Yahoo uit USA

4064400 cd

Verklaart verbeurd:

3975775 buttplug, geel

4045415 dildo, geel/transparant, uit tasje

4045418 tube, Bio glide anal

4045419 plastic flesje Eros glijmiddel

4064399 diploma SPW, verklaring omtrent het gedrag en diploma eerste hulp aan kinderen

Gelast de teruggave aan de verdachte van:

3976320 paspoort M. met visum Kenia

haa21 kopie hypotheekdossier b-straat 00

3975734 Samsung mediaspeler

3975746 tas

3975748 map met administratie

3975756 draagdoek

3975760 2 x knuffel

3975785 doos vol administratie

3975792 5 x foto uit Kenia

3975797 2 x groepsfoto

3975799 artikel Parool over kinderopvang

3964941 Nintendo wii, wit

3964947 telefoonlader

3965018 brief van Raad voor de Kinderbescherming

3965019 stickers kinderopvang

3965021 riem (zwart) met opschrift 836

3965024 ring, goudkleurig, inscriptie R en R

3965025 map met foto’s

3965057 9 x mapje met foto’s uit cd-rek

4002045 horloge, Casio Protek

4080840 2 x dvd kindertheater Communityschool 2005/2006

4064397 7 x namenlijsten

4064398 7 x foto behorende bij werkstuk van kinderen

4064400 zak met medicatie, LG doosje, cadeaubon, papieren, polsbandjes voor kinderen

4064422 10 x pasjes kaartjes overige

4064424 brief adoptievoorzieningen

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

3975778 114 x tijdschrift m.b.t. pedofilie

Wijst toe de vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen tot de bedragen als genoemd in de aan dit arrest gehechte bijlage III.

Tot betaling van een gedeelte van € 500,-, dat is begrepen in de - in die bijlage III genoemde -bedragen ter zake van “Bij M. toegewezen immateriële schade” worden de verdachte en zijn mededader hoofdelijk veroordeeld, met dien verstande dat indien en voor zover een van hen aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd.

Tot betaling van een gedeelte van € 1.500,-, dat is begrepen in het - in die bijlage III genoemde bedrag ter zake van “Bij M. toegewezen immateriële schade” voor wat betreft kind 27 worden de verdachte en zijn mededader hoofdelijk veroordeeld, met dien verstande dat indien en voor zover een van hen aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, de ander daarvan in zoverre zal zijn bevrijd.

Vermeerdert de toegewezen vorderingen met de wettelijke rente vanaf de datum zoals in voormelde bijlage vermeld tot aan de dag van de algehele voldoening

Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partijen gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan deze uitspraak begroot op € 95.307,57.

Legt aan de verdachte voorts op de verplichting tot betaling aan de Staat van de toegewezen bedragen aan immateriële schade, zoals vermeld in de als bijlage III aan dit arrest gehechte lijst.

Beveelt voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van de verschuldigde bedragen volgt, dat hechtenis zal worden toegepast van 1 (één) dag per toegewezen vordering, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de hiervoor vermelde verplichting niet opheft.

Bepaalt dat, indien en voor zover de verdachte heeft voldaan aan een van voornoemde verplichtingen tot betaling, daarmee de andere is vervallen.

Wijst de vorderingen van de benadeelde partijen ter zake van immateriële schadevergoeding van de kinderen voor het overige af.

Verklaart de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. W.M.C. Tilleman, mr. A.M. van Woensel en mr. N. van der Wijngaart, in tegenwoordigheid van R.A.M. Truijens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 april 2013.

BIJLAGE II - bewezenverklaring

feit 1 (kinddossier 1)

hij op tijdstippen in de periode van 1 december 2008 tot en met 31 mei 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 1, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 1 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 1 getoond en/of

- zijn stijve penis tegen de mond van kind 1 gehouden en/of

- de penis van kind 1 betast en aan de penis van kind 1 getrokken en/of

- aan de penis van kind 1 gelikt en de penis van kind 1 in de mond genomen en

- zijn stijve penis en vingers in de anus van kind 1 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de buik van kind 1;

feit 2 (kinddossier 2)

hij op tijdstippen in de periode van 1 mei 2009 tot en met 3 december 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 2, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 2 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 2 getoond en/of

- zijn stijve penis tegen de mond of de billen of de balzak van kind 2 gehouden en/of

- de penis of anus of billen van kind 2 betast of aan de penis van kind 2 getrokken en /of

- aan de penis van kind 2 gelikt en de penis van kind 2 in de mond genomen en/of

- zijn stijve penis of een buttplug in de mond van kind 2 gebracht en/of

- zijn stijve penis en vinger of een vibrator of een buttplug in de anus van kind 2 geduwd en/of

- geëjaculeerd in de mond en/of op het gezicht of in/op de anus van kind 2,

terwijl kind 2 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 3 (kinddossier 3)

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 3 december 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 3, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 3 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 3 getoond en

- de penis en billen van kind 3 betast en aan de penis van kind 3 getrokken en

- geëjaculeerd op de penis en de buik van kind 3,

terwijl kind 3 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 4 (kinddossier 4)

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2009 tot en met 19 juni 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 4, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 4 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte ,

- zijn penis aan kind 4 getoond en/of

- zijn stijve penis tegen de billen van kind 4 gehouden en/of

- de penis en/of anus van kind 4 betast en aan de penis van kind 4 getrokken en/of

- aan de penis van kind 4 gelikt en gezogen en de penis van kind 4 in de mond genomen en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 4 gebracht en/of

- zijn stijve penis en vingers en/of een vibrator in de anus van kind 4 geduwd en bewogen en/of

- geëjaculeerd in de mond en/of op de penis van kind 4,

terwijl kind 4 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 5 (kinddossier 5)

primair

hij op 2 december 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 5, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 5 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 5 getoond en

- de clitoris en schaamlippen van kind 5 betast en de schaamlippen van kind 5 uit elkaar geduwd en

- zijn stijve penis tegen het gezicht en tegen de vagina van kind 5 bewogen en

- met zijn tong aan de vagina van kind 5 gelikt en

- zijn tong tegen de clitoris van kind 5 geduwd en

- zijn stijve penis tegen de clitoris en tussen de schaamlippen van kind 5 geduwd en bewogen,

terwijl kind 5 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 6 (kinddossier 6)

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2008 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 6 werd opgevangen, en in de woning van verdachte (a-straat 00), telkens met kind 6 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 6 getoond en/of

- de penis en billen van kind 6 betast en/of

- aan de penis van kind 6 gelikt en de penis van kind 6 in de mond genomen en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 6 gebracht en/of

- zijn stijve penis en vingers in de anus van kind 6 geduwd en bewogen en/of

- geëjaculeerd in/op de mond en/of de anus van kind 6;

feit 7 (kinddossier 7)

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 maart 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 7, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 7 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 7 getoond en/of

- zijn stijve penis tegen de mond van kind 7 bewogen en /of

- de penis van kind 7 betast en/of

- aan de penis van kind 7 gelikt en de penis van kind 7 in de mond genomen en

- zijn stijve penis in de mond van kind 7 gebracht en/of

- geëjaculeerd in de mond en/of op het gezicht of op/bij de penis van kind 7;

feit 8 (kinddossier 10)

hij op tijdstippen in de periode van 1 november 2010 tot en met 7 december 2010 te Amstelveen, in de woning van kind 10 en in de woning van kind 28 en kind 29, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 10 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte ,

- zijn penis aan kind 10 getoond en/of

- zijn stijve penis tegen de anus en de billen van kind 10 bewogen en/of

- de penis van kind 10 betast en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 10 gebracht en/of

- zijn stijve penis in de anus van kind 10 geduwd en/of

- geëjaculeerd in de mond of in het gezicht van kind 10,

terwijl kind 10 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 9 (kinddossier 13)

hij op tijdstippen in de periode van 1 mei 2009 tot en met 31 maart 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 13, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 13 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn stijve penis tegen de billen van kind 13 bewogen en/of

- aan de penis van kind 13 gezogen en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 13 gebracht en/of

- zijn vingers in de anus van kind 13 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de penis of in de mond van kind 13,

terwijl kind 13 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 10 (kinddossier 14)

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2008 tot en met 31 maart 2010 te Amsterdam in de woning van kind 14, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 14 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn stijve penis in de mond van kind 14 gebracht en/of

- zijn stijve penis en vingers in de anus van kind 14 geduwd,

terwijl kind 14 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 11 (kinddossier 14)

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 maart 2010 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 14 werd opgevangen terwijl hij, verdachte daar aan het werk was, en in de woning van kind 14 terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 14 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 14 getoond en

- zijn stijve penis tegen de billen van kind 14 gehouden en

- de penis en/of balzak en/of anus e/of billen van kind 14 betast

- aan de penis van kind 14 gelikt en de penis van kind 14 in de mond genomen en

- geëjaculeerd op de penis en/of de buik van kind 14,

terwijl kind 14 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 12 (kinddossier 15)

hij op tijdstippen in de periode van 18 april 2008 tot en met 31 juli 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 15, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 15 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 15 getoond en/of

- de penis en van kind 15 betast en/of

- aan de penis van kind 15 gelikt en de penis van kind 15 in de mond genomen en

- zijn stijve penis en vingers in de mond en/of anus van kind 15 geduwd en/of

- geëjaculeerd in de mond of in het gezicht van kind 15;

feit 13 (kinddossier 16)

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2008 tot en met 30 september 2008 te Amsterdam, in de woning van kind 16, terwijl hij, verdachte daar oppaste, met kind 16 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte telkens

- zijn stijve penis in de mond van kind 16 gebracht en/of

- zijn stijve penis en vingers in de anus van kind 16 geduwd en bewogen en/of

- geëjaculeerd in de mond van kind 16;

feit 14 (kinddossier 16)

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2008 tot en met 30 september 2008 te Amsterdam, in de woning van kind 16, terwijl hij, verdachte daar oppaste, met kind 16 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 16 getoond en

- zijn stijve penis tegen de penis en de anus van kind 16 bewogen en

- de penis en billen van kind 16 betast en

- aan de penis van kind 16 gelikt en de penis van kind 16 in de mond genomen en

- geëjaculeerd op de penis van kind 16;

feit 15 (kinddossier 17)

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2008 tot en met 30 september 2008 te Amsterdam, telkens met kind 17 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, in de woning van kind 17, terwijl hij, verdachte daar oppaste, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn stijve penis in de mond van kind 17 gebracht en/of

- zijn stijve penis en/of vinger in de anus van kind 17 geduwd en/of

- geëjaculeerd in de mond van kind 17;

feit 16 (kinddossier 17)

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2007 tot en met 31 december 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 17 werd opgevangen en in de woning van kind 17, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 17 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen,

- zijn penis aan kind 17 getoond en

- de penis en/of anus van kind 17 betast en

- aan de penis van kind 17 gelikt en de penis en/of balzak van kind 17 in de mond genomen en

- geëjaculeerd op de penis of hand van kind 17;

feit 17 (kinddossier 18)

hij op tijdstippen in de periode van 24 februari 2010 tot en met 29 november 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 18, terwijl hij, verdachte daar oppaste, telkens met kind 18 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 18 getoond en/of

- zijn stijve penis tegen de penis van kind 18 bewogen en /of

- de penis van kind 18 betast en/of

- aan de penis van kind 18 gelikt en de penis van kind 18 in de mond genomen en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 18 gebracht en/of

- zijn stijve penis en vinger en/of een vibrator in de anus van kind 18 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de penis en/of buik van kind 18,

terwijl kind 18 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 18 (kinddossier 18)

hij op een tijdstip in de periode van 9 juli 2010 tot en met 26 juli 2010 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, in de woning van kind 18, terwijl hij, verdachte daar oppaste, met kind 18 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte en zijn mededader C

- de penis en anus van kind 18 betast en

- aan de penis van kind 18 gelikt en gezogen en de penis van kind 18 in de mond genomen en

- zijn stijve penis en vinger in de anus van kind 18 geduwd en

- geëjaculeerd op de buik van kind 18,

terwijl kind 18 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 19 (kinddossier 19)

hij op een tijdstip in de periode van 16 oktober 2008 tot en met 27 februari 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 19, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 19 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte,

- zijn penis aan kind 19 getoond en

- de penis van kind 19 betast en

- aan de penis van kind 19 gelikt en de penis van kind 19 in de mond genomen en

- zijn stijve penis in de mond van kind 19 gebracht en

- geëjaculeerd in de mond van kind 19;

feit 20 (kinddossier 20)

hij op tijdstippen in de periode van 26 januari 2008 tot en met 27 februari 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 20, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 20 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte ,

- zijn penis aan kind 20 getoond en/of

- zijn stijve penis tegen de balzak en de billen van kind 20 gehouden en/of

- de penis van kind 20 betast en/of

- aan de penis van kind 20 gelikt en de penis van kind 20 in de mond genomen en

- zijn vinger in de anus van kind 20 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de billen en/of de penis en/of de anus van kind 20,

feit 21 (kinddossier 21)

hij op tijdstippen in de periode van 18 oktober 2008 tot en met 19 januari 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 21, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 21 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 21 getoond en

- zijn stijve penis tegen de balzak en de billen en/of de hand van kind 21 bewogen en/of gehouden en

- de penis van kind 21 betast en

- aan de penis van kind 21 gelikt en de penis van kind 21 in de mond genomen en

- geëjaculeerd op de hand van kind 21;

feit 22 (kinddossier 23)

hij op tijdstippen in de periode van 20 december 2008 tot en met 13 februari 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 23, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 23 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte

- de vagina en schaamlippen van kind 23 betast en

- met vingers de buitenste schaamlippen van kind 23 geopend en opzij gehouden en

- zijn stijve penis tegen de vagina en schaamlippen van kind 23 bewogen en

- geëjaculeerd in de mond van kind 23;

feit 23 (kinddossier 25)

hij op tijdstippen in de periode van 26 maart 2010 tot en met 30 november 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 25, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 25 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 25 getoond en/of

- de penis van kind 25 betast en/of

- aan de penis van kind 25 gelikt en de penis van kind 25 in de mond genomen en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 25 gebracht en/of

- zijn vinger en/of een vibrator in de anus van kind 25 geduwd en/of

- geëjaculeerd in de mond en/of op de penis kind 25,

terwijl kind 25 toen telkens aan zijn verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 24 (kinddossier 25)

hij op 11 juli 2010 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, in de woning van kind 25, terwijl hij, verdachte daar oppaste, met kind 25 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte en zijn mededader C,

- de penis van kind 25 betast en

- aan de penis en balzak van kind 25 gelikt en penis van kind 25 in de mond genomen en

- geëjaculeerd op de buik van kind 25,

terwijl kind 25 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 25 (kinddossier 26)

hij op tijdstippen in de periode van 26 maart 2010 tot en met 30 november 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 26, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 26 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 26 getoond en/of

- de penis van kind 26 betast en/of

- aan de anus en/of balzak en penis van kind 26 gelikt en de penis van kind 26 in de mond genomen en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 26 gebracht en/of

- zijn stijve penis en vingers en/of een vibrator in de anus van kind 26 geduwd en bewogen en/of

- geëjaculeerd over/op het gezicht en/of in de mond en/of in de anus en/of op de billen en/of de penis van kind 26,

terwijl kind 26 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 26 (kinddossier 26)

hij op 11 juli 2010 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, in de woning van kind 26, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 26 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte en zijn mededader C,

- aan de penis van kind 26 gelikt en de penis van kind 26 in de mond genomen en

- geëjaculeerd op het lichaam van kind 26,

terwijl kind 26 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 27 (kinddossier 27)

hij op tijdstippen in de periode van 18 februari 2010 tot en met 16 september 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 27 terwijl hij, verdachte, daar oppaste en in de woning van hem, verdachte (b-straat 00), telkens met kind 27 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 27 getoond en/of

- zijn stijve penis tegen het gezicht van kind 27 gehouden en/of

- de vagina en/of clitoris van kind 27 betast en/of de vagina van kind 27 geopend en/of

- aan de vagina van kind 27 gelikt en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 27 gebracht en/of

- zijn stijve penis of zijn vinger of een vibrator in de vagina / tussen de schaamlippen en/of zijn vinger in de anus van kind 27 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de buik of tussen de benen of in/bij de mond van kind 27,

terwijl kind 27 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 28 (kinddossier 27)

hij op een tijdstip in de periode van 9 juli 2010 tot en met 26 juli 2010 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, in de woning van hem, verdachte, terwijl hij, verdachte daar oppaste, met kind 27 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte en zijn mededader C

- hun stijve penis tegen de clitoris van kind 27 gewreven en

- geëjaculeerd op de buik en de schaamlippen van kind 27,

terwijl kind 27 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 29 (kinddossier 27)

hij op een tijdstip in de periode van 1 april 2010 tot en met 1 juni 2010 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander (F), in de woning van hem, verdachte, terwijl hij, verdachte daar oppaste, met kind 27 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt

- zijn tong in de mond van kind 27 gehouden en

- de vagina en clitoris van kind 27 betast en

- aan de vagina en clitoris van kind 27 gelikt,

terwijl kind 27 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 30 (kinddossier 29)

hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2010 tot en met 7 december 2010 te Amstelveen, in de woning van kind 29, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 29 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 29 getoond en/of

- de penis van kind 29 betast en/of

- aan de penis van kind 29 gelikt en/of de penis van kind 29 in de mond gebracht en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 29 gebracht en en/of

- zijn vingers en/of stijve penis in de anus van kind 29 gebracht en/ofbewogen en/of

- geëjaculeerd op het gezicht of op de penis of in de anus of in de mond van kind 29,

terwijl kind 29 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 31 (kinddossier 30)

hij op tijdstippen in de periode van 11 juni 2010 tot en met 12 september 2010 te Amsterdam, telkens met kind 30 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, in de woning van kind 30, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 30 getoond en/of

- de penis van kind 30 betast en/of

- aan de penis van kind 30 gelikt en/of de penis van kind 30 in de mond genomen en

- zijn vinger in de anus van kind 30 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de penis van kind 30,

terwijl kind 30 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 32 (kinddossier 31)

hij op tijdstippen in de periode van 1 november 2007 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 31 werd opgevangen, telkens met kind 31 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 31 getoond en/of

- zijn stijve penis tegen de penis van kind 31 gehouden en/of

- de penis van kind 31 betast en/of

- aan de penis van kind 31 gelikt en gezogen en de penis van kind 31 in de mond genomen en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 31 gebracht en/of

- zijn vinger in de anus van kind 31 gebracht en/of

- geëjaculeerd op de penis en/of tussen de billen van kind 31;

feit 33 (kinddossier 32)

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2007 tot en met 9 mei 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 32 werd opgevangen, en in de woning van kind 32 terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 32 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 32 getoond en/of

- de penis van kind 32 betast en

- aan de penis van kind 32 gelikt en/of de penis van kind 32 in de mond genomen en

- geëjaculeerd op het gezicht van kind 32;

feit 34 (kinddossier 33)

hij op tijdstippen in de periode van 1 november 2008 tot en met 9 mei 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 33, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 33 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 33 getoond en/of

- de clitoris en de schaamlippen van kind 33 betast en/of de schaamlippen van kind 33 uit elkaar geduwd en/of

- aan de vagina van kind 33 gelikt en

- zijn stijve penis in de mond van kind 33 gebracht en/of

- zijn stijve penis tussen de schaamlippen van kind 33 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de schaamlippen en/of tussen de benen van kind 33;

feit 35 (kinddossier 34)

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2009 tot en met 31 augustus 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 34, terwijl hij, verdachte daar oppaste, telkens met kind 34 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 34 getoond en/of

- zijn stijve penis bij de mond van kind 34 gehouden en/of

- de penis van kind 34 betast en

- zijn penis in de mond van kind 34 geduwd en/of

- geëjaculeerd in de mond van kind 34;

feit 36 (kinddossier 36)

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2007 tot en met 31 augustus 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 36, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 36, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 36 getoond en/of

- de clitoris van kind 36 betast en/of de vagina van kind 36 met zijn, verdachtes vingers geopend en/of

- aan de vagina van kind 36 gelikt en/of

- zijn stijve penis in de mond van kind 36 gebracht en/of

- zijn stijve penis en/of vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van kind 36 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de schaamlippen of de rug of de buik van kind 36;

feit 37 (kinddossier 37)

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2008 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 37 werd opgevangen, telkens met kind 37 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 37 getoond en/of

- zijn stijve penis bij de mond van kind 37 gehouden en/of

- de penis van kind 37 betast en/of

- aan de penis van kind 37 gelikt en de penis van kind 37 in de mond genomen en

- zijn stijve penis in de mond van kind 37 gebracht en/of

- geëjaculeerd in de mond van kind 37;

feit 38 (kinddossier 37)

hij in de periode van 1 maart 2009 tot en met 24 oktober 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 37, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 37 die toen de leeftijd van zestien nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 37 getoond en

- de penis van kind 37 betast en

- geëjaculeerd op de penis van kind 37;

feit 39 (kinddossier 38)

hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 30 november 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 38 terwijl hij, verdachte, daar oppaste en in het kinderdagverblijf K, waar kind 38 werd opgevangen terwijl hij, verdachte, daar aan het werk was, telkens met kind 38 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- de penis van kind 38 betast en/of

- aan de penis van kind 38 gelikt en/of de penis van kind 38 in de mond genomen en

- zijn stijve penis en/of vingers en/of een vibrator in de anus van kind 38 gebracht en/of

- geëjaculeerd op de buik of de penis of in de anus van kind 38

terwijl kind 38 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 40 (kinddossier 39)

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 23 juni 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 39, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 39 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 39 getoond en/of

- zijn stijve penis tussen de billen van kind 39 gehouden en/of

- de penis en billen van kind 39 betast en/of

- aan de penis van kind 39 gelikt en/of de penis van kind 39 in de mond genomen en/of

- een buttplug in de mond van kind 39 gebracht en/of

- zijn stijve penis en/of vinger in de anus van kind 39 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de buik of de penis of de billen en/of in/bij de anus van kind 39,

terwijl kind 39 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 41 (kinddossier 42)

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2007 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 42 werd opgevangen, telkens met kind 42 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 42 getoond en/of

- de penis van kind 42 betast en/of

- aan de penis van kind 42 gelikt en /of de penis van kind 42 in de mond genomen en

- zijn stijve penis in de mond van kind 42 gebracht en/of

- geëjaculeerd in de mond van kind 42;

feit 42 (kinddossier 42)

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2007 tot en met 31 juli 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 42, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 42, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte

- zijn stijve penis tegen de billen en de penis van kind 42 gehouden en

- meermalen de penis en/of de balzak van kind 42 betast en/of

- geëjaculeerd op de penis van kind 42;

feit 43 (kinddossier 43)

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2009 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in de woning van kind 43, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, telkens met kind 43, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 43 getoond en/of

- de penis van kind 43 betast en

- zijn stijve penis en/of vinger in de anus van kind 43 geduwd en/of

- geëjaculeerd op de buik of op de penis van kind 43;

feit 44 (kinddossier 47)

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2006 tot en met 30 juni 2007 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 47 werd opgevangen, telkens met kind 47 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn stijve penis in de mond van kind 47 gebracht en

- geëjaculeerd in de mond of op de neus van kind 47;

feit 45 (kinddossier 48)

hij op een tijdstip in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 31 januari 2010 te Amsterdam, in kinderdagverblijf K, waar kind 48 werd opgevangen, terwijl hij, verdachte daar aan het werk was, met kind 48 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 48 getoond en

- de penis van kind 48 betast,

terwijl kind 48 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 46 (kinddossier 50)

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2006 tot en met 30 september 2007 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 50 werd opgevangen, met kind 50 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 50 getoond en in de richting van het gezicht van kind 50 bewogen en

- de clitoris en schaamlippen van kind 50 betast;

feit 47 (kinddossier 51)

hij op een tijdstip in de periode van 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 51 werd opgevangen, met kind 51 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 51 getoond en

- de penis van kind 51 betast en

- zijn stijve penis in de mond van kind 51 gebracht;

feit 48 (kinddossier 54)

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2007 tot en met 30 juni 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 54 werd opgevangen, met kind 54 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 54 getoond en

- de clitoris en/of schaamlippen van kind 54 betast;

feit 49 (kinddossier 55)

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2007 tot en met 30 juni 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 55 werd opgevangen, met kind 55 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 55 getoond en

- de penis van kind 55 betast en

- geëjaculeerd op de neus of op de handen van kind 55;

feit 50 (kinddossier 57)

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 1 januari 2009 te Amsterdam, in vestigingen van kinderdagverblijf H, waar kind 57 werd opgevangen, telkens met kind 57 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 57 getoond en/of

- de penis en billen van kind 57 betast en

- zijn stijve penis en vingers in de anus van kind 57 geduwd;

feit 51 (kinddossier 60)

hij op een tijdstip in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 31 januari 2010 te Amsterdam, in kinderdagverblijf K, waar kind 60 werd opgevangen, terwijl hij, verdachte, daar aan het werk was, met kind 60 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte

- zijn stijve penis aan kind 60 getoond en

- de clitoris en/of schaamlippen van kind 60 betast en

- zijn stijve penis in de hand van kind 60 gehouden,

terwijl kind 60 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 52 (kinddossier 61)

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2009 tot en met 16 maart 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 61 werd opgevangen, met kind 61 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 61 getoond en

- de clitoris en/of schaamlippen van kind 61 betast;

feit 53 (kinddossier 65)

hij op tijdstippen in de periode van 01 augustus 2007 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 65 werd opgevangen, telkens met kind 65 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 65 getoond en/of

- de clitoris en/of schaamlippen van kind 65 betast en

- zijn stijve penis in de mond van kind 65 gebracht en

- geëjaculeerd in de mond van kind 65;

feit 54 (kinddossier 67)

hij op een tijdstip in de periode van 1 juni 2007 tot en met 30 september 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 67 werd opgevangen, met kind 67 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte zijn stijve penis en vingers in de anus van kind 67 geduwd;

feit 55 (kinddossier 67)

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2007 tot en met 30 september 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 67 werd opgevangen, met kind 67 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 67 getoond en

- de penis van kind 67 betast en

- geëjaculeerd in de mond van kind 67;

feit 56 (kinddossier 72)

hij op een tijdstip in de periode van 1 april 2008 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 72 werd opgevangen, met kind 72 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt een ontuchtige handeling heeft gepleegd, hebbende verdachte de penis van kind 72 betast;

feit 57 (kinddossier 81)

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2006 tot en met 13 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 81 werd opgevangen, met kind 81 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn stijve penis aan kind 81 getoond en

- de penis van kind 81 betast en

- geëjaculeerd op de neus of op de wang van kind 81;

feit 58 (kinddossier 83)

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 83 werd opgevangen, met kind 83 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 83 getoond en

- de penis van kind 83 betast;

feit 59 (kinddossier 86)

hij op een tijdstip in de periode van 1 april 2009 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 86 werd opgevangen, met kind 86 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn stijve penis in de mond van kind 86 gebracht en

- geëjaculeerd in de mond van kind 86;

feit 60 (kinddossier 86)

hij op tijdstippen in de periode van 1 april 2009 tot en met 31 juli 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 86 werd opgevangen, met kind 86 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 86 getoond en

- de clitoris en/of schaamlippen van kind 86 betast en

- met zijn tong aan de vagina van kind 86 gelikt en

- geëjaculeerd op de mond of op de buik en tussen de benen van kind 86;

feit 61 (kinddossier 87)

hij op een tijdstip in de periode van 1 september 2007 tot en met 31 augustus 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 87 werd opgevangen, met kind 87 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt een ontuchtige handeling heeft gepleegd, hebbende verdachte de penis van kind 87 betast;

feit 62 (kinddossier 90)

hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 28 februari 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 90 werd opgevangen, met kind 90, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 90 getoond en

- de clitoris en/of schaamlippen van kind 90 betast en

- geëjaculeerd op de handen van kind 90;

feit 63 (kinddossier 96)

hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2009 tot en met 18 december 2009 te Amsterdam, in kinderdagverblijf K, waar kind 96 werd opgevangen, met kind 96 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- de penis van kind 96 betast en

- aan de penis van kind 96 gelikt en/of de penis van kind 96 in de mond genomen;

feit 64 (kinddossier 99)

hij op een tijdstip in de periode van 1 juni 2008 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 99 werd opgevangen, met kind 99 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- de penis van kind 99 betast en

- zijn stijve penis in de mond van kind 99 gebracht en

- zijn stijve penis en vingers in de anus van kind 99 geduwd en

- geëjaculeerd op het lichaam van kind 99;

feit 65 (kinddossier 106)

hij op een tijdstip in de periode van 1 mei 2009 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 106 werd opgevangen, met kind 106 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- de penis van kind 106 betast en

- zijn vinger in de anus van kind 106 geduwd en

- geëjaculeerd op het lichaam van kind 106;

feit 66 (kinddossier 107)

hij op tijdstippen in de periode van 31 juli 2009 tot en met 31 augustus 2009 te Amsterdam, in kinderdagverblijf T, waar kind 107 werd opgevangen, telkens met kind 107 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 107 getoond en

- zijn stijve penis in de mond van kind 107 gebracht en/of

- geëjaculeerd in de mond en op de neus van kind 107;

feit 67 (kinddossier 109)

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2007 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 109 werd opgevangen, met kind 109 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 109 getoond en

- de penis van kind 109 betast en

- geëjaculeerd op de hand van kind 109;

feit 68 (kinddossier 111)

hij op tijdstippen in de periode van 01 januari 2008 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 111 werd opgevangen, met kind 111 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 111 getoond en

- de penis van kind 111 betast

- geëjaculeerd op de penis en de balzak van kind 111;

feit 69 (kinddossier 118)

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2006 tot en met 31 augustus 2007 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 118 werd opgevangen, met kind 118 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 118 getoond en

- de penis van kind 118 betast;

feit 70 (kinddossier 119)

hij op een tijdstip in de periode van 1 januari 2007 tot en met 30 november 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 119 werd opgevangen, met kind 119 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt een ontuchtige handeling heeft gepleegd, hebbende verdachte

- de penis van kind 119 betast;

feit 71 (kinddossier 120)

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2007 tot en met 31 december 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 120 werd opgevangen, met kind 120 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 120 getoond en

- de penis van kind 120 betast en

- aan de penis van kind 120 gelikt en/of de penis van kind 120 in de mond genomen en

- geëjaculeerd op de penis en de balzak van kind 120;

feit 72 (kinddossier 122)

hij op een tijdstip in de periode van 1 april 2007 tot en met 30 september 2008 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 122 werd opgevangen, met kind 122 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt een ontuchtige handeling heeft gepleegd, hebbende verdachte de clitoris en/of schaamlippen van kind 122 betast;

feit 73 (kinddossier 124)

hij op een tijdstip in de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 april 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 124, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 124 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn vingers en stijve penis in de anus van kind 124 geduwd en

- geëjaculeerd in de anus van kind 124,

terwijl kind 124 toen aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 74 (kinddossier 124)

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2010 tot en met 30 april 2010 te Amsterdam, in de woning van kind 124, terwijl hij, verdachte, daar oppaste, met kind 124 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd,

hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 124 getoond en

- de clitoris en/of schaamlippen van kind 124 betast en

- geëjaculeerd op het lichaam van kind 124,

terwijl kind 124 toen telkens aan zijn, verdachtes, zorg en waakzaamheid was toevertrouwd;

feit 75 (kinddossier 125)

hij op een tijdstip in de periode van 20 juli 2007 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 125 werd opgevangen, met kind 125 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt een ontuchtige handeling heeft gepleegd, hebbende verdachte

- de penis van kind 125 betast;

feit 76 (kinddossier 128)

hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 28 februari 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 128 werd opgevangen, telkens met kind 128, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt,

handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 128 getoond en/of

- de clitoris en/of schaamlippen van kind 128 betast en/of

- met zijn tong aan de vagina van kind 128 gelikt en

- zijn stijve penis in de mond van kind 128 gebracht en/of

- geëjaculeerd in de mond en/of op de neus of bij de vagina van kind 128;

feit 77 (kinddossier 136)

hij op een tijdstip in de periode van 1 februari 2007 tot en met 30 juni 2007 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 136 werd opgevangen, met kind 136 die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handeling(en) heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 136 getoond en

- zijn stijve penis in de mond van kind 136 gebracht en

- geëjaculeerd in de mond van kind 136;

feit 78 (kinddossier 138)

hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2006 tot en met 31 augustus 2007 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 138 werd opgevangen en in de woning van kind 138, met kind 138, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte meermalen

- zijn penis aan kind 138 getoond en

- de penis en van kind 138 betast;

feit 79 (kinddossier 139)

hij op een tijdstip in de periode van 1 juni 2007 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in een vestiging van kinderdagverblijf H, waar kind 139 werd opgevangen, met kind 139, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte

- zijn penis aan kind 139 getoond en

- de penis van kind 139 betast en

- geëjaculeerd in de mond en op de neus van kind 139;

feit 80 (kinddossier 140)

hij op tijdstippen in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 30 juni 2009 te Amsterdam, in vestigingen van kinderdagverblijf H, waar kind 140 werd opgevangen, met kind 140, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die telkens bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, hebbende verdachte

- één maal zijn stijve penis in de mond van kind 140 gebracht en geëjaculeerd in de mond van kind 140 en

- één maal zijn stijve penis en vingers in de anus van kind 140 geduwd en bewogen en geëjaculeerd in de anus van kind 140;

feit 81

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 7 december 2010 te Amsterdam gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, in bezit heeft gehad

en

afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, heeft verspreid en vervaardigd,

van welke misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt,

welke gegevensdragers bestonden uit

- een of meer harde schijven van een computer, A, met daarop een aantal (hieronder per kinddossiernummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 10, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 23, 25, 26, 27, 29, 30, 31, 33, 34, 36, 37, 38, 39, 42 en 43 omschreven) fotobestanden en filmbestanden, afkomstig van de versleutelde virtuele machine op voormelde computer, en

- een of meer harde schijven van een computer, laptop, met daarop een aantal (hieronder per kinddossiernummers 5, 6 en 26 omschreven) fotobestanden en filmbestanden, afkomstig van de Truecrypt-container op voormelde computer.

en welke afbeeldingen bestonden uit

voor wat betreft kinddossier 1

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/B, waarop is te zien is dat de verdachte kind 1, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn stijve penis tegen de mond van kind 1 houdt en de penis van kind 1 betast en aan de penis van kind 1 trekt en ejaculeert op de penis van kind 1;

voor wat betreft kinddossier 2

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/C, waarop is te zien dat de verdachte kind 2, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn vinger en een buttplug en een vibrator, en een buttplug in de mond van kind 2 houdt en zijn stijve penis naast het gezicht en de balzak en in de mond van kind 2 houdt en de penis en de billen en de anus van kind 2 betast en ejaculeert in de mond en op het gezicht van kind 2;

voor wat betreft kinddossier 3

fotobestanden, aangetroffen in de map A/D, waarop is te zien dat de verdachte de billen van kind 3, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, betast;

voor wat betreft kinddossier 4

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/E, waarop is te zien is dat de verdachte kind 4, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn vinger en de penis van kind 4 betast en in de mond neemt en aan de penis van kind 4 trekt en zijn stijve penis tegen het gezicht en de hand en de anus en de billen van kind 4 houdt en de billen en de anus van kind 4 likt en betast en ejaculeert op de penis van kind 4;

voor wat betreft kinddossier 5

fotobestanden en een filmbestand, aangetroffen in de map A/F, waarop is te zien dat de verdachte zijn stijve penis tegen de vagina en tussen de schaamlippen van kind 5, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, drukt en met zijn hand de schaamlippen van kind 5 uit elkaar duwt;

voor wat betreft kinddossier 6

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/G, waarop is te zien dat de verdachte kind 6, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn stijve penis tussen de billen en tegen de anus van kind 6 drukt en de penis en de billen van kind 6 betast en ejaculeert op de penis van kind 6;

voor wat betreft kinddossier 7

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/H, waarop is te zien dat de verdachte zijn stijve penis in en tegen de mond en tegen de billen en de anus van kind 7, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, houdt en ejaculeert in de mond en op het gezicht van kind 7 en de billen van kind 7 betast;

voor wat betreft kinddossier 10

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/I, waarop is te zien dat de verdachte zijn stijve penis in de mond van kind 10, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, houdt en kind 10 anaal penetreert met zijn stijve penis en ejaculeert in het gezicht van kind 10 en zijn penis tegen de balzak van kind 10 houdt en waarbij op de buik van kind 10 een witte emulsie zichtbaar is, lijkend op sperma;

voor wat betreft kinddossier 13

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/J, waarop is te zien dat de verdachte kind 13, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn vinger en de penis van kind 13 betast en ejaculeert in het gezicht en tussen de billen van kind 13;

voor wat betreft kinddossier 14

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/K, waarop is te zien is dat de verdachte kind 14, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn vinger en zijn stijve penis en de billen en de penis van kind 14 betast;

voor wat betreft kinddossier 15

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/L, waarop is te zien dat de verdachte kind 15, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn vinger en zijn stijve penis en zijn stijve penis tegen en tussen de billen en tegen de anus en in de mond van kind 15 houdt en de penis van kind 15 betast en in het gezicht van kind 15 ejaculeert;

voor wat betreft kinddossier 16

filmbestanden, aangetroffen in de map A/M, waarop is te zien dat de verdachte kind 16, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn vinger en zijn stijve penis naast de hand en in de mond van kind 16 houdt en ejaculeert in het gezicht en in de mond van kind 16 en zijn stijve penis tegen de billen en de anus van kind 16 drukt en de penis en de billen van kind 16 betast;

voor wat betreft kinddossier 17

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/N, waarop is te zien dat de verdachte kind 17, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn vinger en ejaculeert op de penis en de balzak van kind 17 en zijn stijve penis tegen de billen en de anus en de balzak en de penis van kind 17 duwt en zijn stijve penis naast en in de mond van kind 17 houdt;

voor wat betreft kinddossier 18

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/O, waarop is te zien dat

de verdachte kind 18, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn vinger en zijn stijve penis en een vibrator en zijn stijve penis voor de billen en tegen de hand en tegen de mond van kind 18 houdt en aan de penis van kind 18 trekt en ejaculeert op de buik en de penis van kind 18 en een andere volwassen man, C, de penis van kind 18 betast, terwijl de verdachte tegelijkertijd kind 18 anaal penetreert met zijn penis, en die andere man zijn stijve penis tegen de billen en de anus van kind 18 houdt;

voor wat betreft kinddossier 19

fotobestanden, aangetroffen in de map A/P, waarop is te zien dat de verdachte zijn stijve penis bij en tegen en in de mond van kind 19, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, houdt;

voor wat betreft kinddossier 20

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/Q, waarop is te zien dat

de verdachte zijn stijve penis tegen de billen en de balzak van kind 20, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, houdt en kind 20 met zijn vinger anaal penetreert en de penis en de billen en de anus van kind 20 betast en ejaculeert tegen de anus van kind 20;

voor wat betreft kinddossier 21

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/R, waarop is te zien dat

de verdachte zijn stijve penis in de richting van en tegen de hand en onder de balzak en tegen de billen van kind 21, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, houdt en de luier van kind 21 opzij houdt, waardoor de penis van kind 21 duidelijk zichtbaar in beeld wordt gebracht en de penis van kind 21 betast;

voor wat betreft kinddossier 23

fotobestanden, aangetroffen in de map A/S, waarop is te zien dat de verdachte zijn stijve penis tegen de schaamlippen van kind 23, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, houdt en zijn stijve penis bij het gezicht van kind 23 houdt en de schaamlippen van kind 23 betast;

voor wat betreft kinddossier 26

een filmbestand, aangetroffen in de map A/T, waarop is te zien dat

de verdachte kind 26, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud , anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn vinger;

voor wat betreft kinddossier 27

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/U, waarop is te zien dat

de verdachte kind 27, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, vaginaal penetreert met een vibrator en zijn vinger en zijn stijve penis tussen de schaamlippen en bij en in de mond en tegen de vagina van kind 27 houdt en een vibrator tussen de schaamlippen van kind 27 houdt en de vagina van kind 27 betast en ejaculeert op het gezicht en bij de mond van kind 27;

voor wat betreft kinddossier 29

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/V, waarop is te zien dat de verdachte kind 29, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn vinger;

voor wat betreft kinddossier 30

fotobestanden, aangetroffen in de map A/W, waarop is te zien dat de verdachte kind 30, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn vinger en de billen van kind 30 betast en spreidt;

voor wat betreft kinddossier 31

fotobestanden en een filmbestand, aangetroffen in de map A/X, waarop is te zien dat de verdachte de penis van kind 31, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, betast en de onderbroek van kind 31 opzij houdt, waardoor de penis van kind 31 zichtbaar wordt;

voor wat betreft kinddossier 33

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map A/Y, waarop is te zien dat de verdachte kind 33, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, vaginaal penetreert met zijn stijve penis en zijn stijve penis naast de hand en tussen de schaamlippen en in de mond van kind 33 houdt en de vagina van kind 33 betast en ejaculeert tussen de schaamlippen van kind 33;

voor wat betreft kinddossier 34

fotobestanden, aangetroffen in de map A/Z, waarop is te zien dat de verdachte zijn stijve penis bij en in de mond van kind 34, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, houdt;

voor wat betreft kinddossier 36

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map B/A, waarop is te zien dat

de verdachte kind 36, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, vaginaal penetreert met zijn vinger en zijn stijve penis en zijn stijve penis tegen de hand en de mond en tussen de schaamlippen en tegen de vagina van kind 36 houdt;

voor wat betreft kinddossier 37

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map B/B, waarop is te zien dat de verdachte zijn stijve penis tegen de hand en tegen en in de mond van kind 37, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, houdt;

voor wat betreft kinddossier 38

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map B/C, waarop is te zien dat de verdachte kind 38, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en een vibrator en zijn stijve penis tegen de anus van kind 38 houdt en de penis van kind 38 betast;

voor wat betreft kinddossier 39

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map B/D, waarop is te zien dat

de verdachte kind 39, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn vinger en een buttplug in de mond van kind 39 houdt en zijn stijve penis tussen de billen en onder de anus en bij de penis van kind 39 houdt en op de penis en de anus van kind 39 een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is en de verdachte zijn vinger tussen de billen van kind 39 houdt en de penis van kind 39 betast;

voor wat betreft kinddossier 42

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map B/E, waarop is te zien dat de verdachte zijn stijve penis bij de billen en tegen de balzak en de penis van kind 42, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, houdt en op de balzak van kind 42 een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is en de verdachte de penis en de balzak van kind 42 betast;

voor wat betreft kinddossier 43

fotobestanden en filmbestanden, aangetroffen in de map B/F, waarop is te zien dat

de verdachte kind 43, in de leeftijd tussen de 0 en 4 jaar oud, anaal penetreert met zijn stijve penis en zijn vinger en de billen en de penis van kind 43 betast;

feit 82

hij in de periode van 1 januari 2006 tot en met 7 december 2010 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, in bezit heeft gehad, van welke misdrijf hij, verdachte en zijn mededader een gewoonte heeft gemaakt,

welke gegevensdragers bestonden uit

- een computer, A en

- een harddisk, B en

- een computer, laptop, C en

- een harddisk, D en

- 166 CD-roms, en

- een computer, laptop, E

en welke afbeeldingen bestonden uit

voor wat betreft partitie a van de computer A

fotobestanden en filmbestanden waarop de navolgende seksuele gedragingen zijn te zien:

Fotobestanden

- het geheel naakt poseren van een negroïde meisje met de geschatte leeftijd tussen de 4 en 7 jaar waarbij door het camerastandpunt en de pose van dat meisje nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft,

- het vasthouden en/of in de mond nemen van de penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het anaal penetreren met de penis door een volwassen man van het lichaam van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 4 en 7 jaar,

- het anaal penetreren met een wattenstokje door een volwassen man van het lichaam van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 1 en 3 jaar,

- het geheel naakt poseren van meisjes die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de onnatuurlijke pose van die meisjes nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben,

- het houden van de penis van een volwassen man tegen de vagina van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het anaal penetreren met de vinger(s) door een volwassen persoon van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het anaal penetreren met een flesje door een jongen met de leeftijd tussen 5 en 7 jaar van zijn eigen lichaam,

- het houden van een penis naast het gezicht of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, terwijl op dat gezicht of lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is,

- het houden van de penis van een volwassen man tegen de balzak en/of penis van een jongen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het in de mond nemen van de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen 4 en 8 jaar door een volwassen man,

- het vaginaal penetreren met de vinger door een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 8 en 10 jaar van het lichaam van een volwassen vrouw,

- het in de mond nemen van de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 8 en 11 jaar door een andere jongen met de geschatte leeftijd tussen 8 en 11 jaar,

- het houden van de penis van een volwassen man tegen de mond van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 4 en 7 jaar;

Filmbestanden

- het betasten van de billen en het uit elkaar halen van de billen van een jongen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een volwassen man,

- het betasten van de penis of balzak en het trekken aan de penis van een jongen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een volwassen persoon,

- het uit elkaar houden van de billen van een jongen met de geschatte leeftijd tussen 4 en 7 jaar en het anaal penetreren met de vinger van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 3 en 7 jaar door een volwassen persoon,

- het vaginaal penetreren met de penis door een volwassen man van het lichaam van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereik en het vaginaal penitereren door een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt van het lichaam van een ander meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en het likken van de vagina van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een ander meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en het ejaculeren op de vagina van een meisje dat kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een volwassen man,

- het in de mond nemen van de penis van een volwassen man door een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 3 en 6 jaar,

- het betasten van de vagina en het ejaculeren op de vagina van een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 6 en 8 maanden door een volwassen man,

- het betasten van de penis en de billen van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 1 en 3 jaar door een volwassen man,

- het anaal penetreren met een vibrator en de penis door een volwassen man van het lichaam van een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 4 en 7 jaar,

- het betasten van de vagina van een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 4 en 16 maanden door een volwassen man,

- het anaal penetreren met de vinger door een volwassen man van het lichaam van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 1 en 2 jaar,

- het in de mond nemen van de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen 6 en 12 jaar door een volwassen man

- het urineren op het lichaam van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 1 en 1,5 jaar door een volwassen man,

- het in de mond nemen van de penis en de tong van een volwassen man door een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 3 en 5 jaar en het betasten van de vagina van dat meisje door die volwassen man en houden van de penis van die volwassen man tegen de vagina van dat meisje,

- het betasten van de penis van een volwassen man door een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 1 en 2 jaar,

- het urineren in het gezicht van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 9 en 18 maanden door een volwassen man,

- het ejaculeren in de mond van een jongen met de geschatte leeftijd tussen 1 en 2 jaar door een volwassen man en het houden van een penis van een volwassen man tussen de billen van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 0 en 2 jaar en het in de mond nemen van de penis van een volwassen man door een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 1 en 2 jaar;

voor wat betreft de partitie b van de computer A

fotobestanden waarop de navolgende seksuele gedragingen zijn te zien:

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 7 en 10 jaar en een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 10 en 12 jaar waarbij door het camerastandpunt en de pose van die meisjes nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben,

- het likken van de vagina van een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 7 en 11 jaar door een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 7 en 11 jaar;

voor wat betreft de partitie c van de computer A

fotobestanden en filmbestanden waarop de navolgende seksuele gedragingen zijn te zien:

- man X die een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 2 en 4 jaar anaal penetreert met zijn vingers en zijn penis tegen de billen van die jongen drukt en aan de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 3 en 6 jaar likt en de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 1 en 3 jaar betast en de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 3 en 5 jaar betast,

- man Y die een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 0 en 2 jaar oud anaal penetreert met zijn vinger en op het lichaam van die jongen ejaculeert en zijn stijve penis tegen de mond van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 1 en 2 jaar duwt en de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 1 en 3 jaar in zijn mond neemt en aan de penis van die jongen zuigt en zijn stijve penis in de richting van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 0 en 2 jaar houdt,

- man Z die de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 2 en 4 jaar in de mond neemt en aan de penis van die jongen zuigt en zijn penis naast het gezicht van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 3 en 5 jaar houdt en het hoofd van die jongen naar zijn penis beweegt en een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 3 en 5 jaar anaal penetreert met een lolly en de penis van die jongen betast en aan de penis van die jongen likt en op het lichaam van die jongen ejaculeert en een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 2 en 4 jaar anaal penetreert met een vibrator en een vibrator in de mond houdt van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 2 en 4 jaar en de billen van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 2 en 4 jaar betast en een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 2 en 5 jaar anaal penetreert met een lolly,

- een jongen met de geschatte leeftijd tussen 7 en 10 jaar die in bad zijn eigen penis betast en een volwassen man die zijn penis tegen de anus van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 7 en 11 jaar drukt;

voor wat betreft partities d en e van de hard disk B

fotobestanden waarop de navolgende seksuele gedragingen zijn te zien:

- het vasthouden en/of in de mond nemen van de stijve penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het anaal penetreren met de penis door een volwassen man van het lichaam van een jongen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van meisjes en jongens die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de pose van die jongens en meisjes nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben,

- het betasten van de penis van een jongen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een volwassen man,

- het houden van een penis tegen/bij het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, terwijl op het lichaam of gezicht van die persoon een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is,

- het betasten van de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 3 en 7 jaar door een andere jongen met de geschatte leeftijd tussen 3 en 5 jaar,

- het vasthouden en/of in de mond nemen van de penis van een jongen met de geschatte leeftijd tussen de 4 en 6 jaar of van een volwassen man door een meisje die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een meisje en jongens die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de pose van die jongens en dat meisje nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben,

- het houden van een penis bij het gezicht van een meisje met de geschatte leeftijd tussen de 4 en 8 jaar, terwijl op het gezicht van dat meisje een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is;

voor wat betreft de hard disk D

fotobestanden waarop de navolgende seksuele gedragingen zijn te zien:

- het in de mond nemen van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt door een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de pose van die persoon nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft,

- het anaal penetreren met de penis door een volwassen man of door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

- het drukken van een penis tegen de anus van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het betasten van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een volwassen man;

voor wat betreft de True Crypt container van hard disk D

fotobestanden en filmbestanden waarop de navolgende seksuele gedragingen zijn te zien:

Fotobestanden

- het masturberen door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt.

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de pose van die persoon nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft,

- het anaal penetreren met de penis of de vinger door een volwassen man of door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

- het houden van een penis naast het gezicht van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt,

- het in de mond nemen van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt;

Filmbestanden

- het gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de pose van die persoon nadrukkelijk het ontblote geslachtsdeel in beeld gebracht wordt en de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft,

- het anaal penetreren met de penis en de vinger door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt,

- het betasten van de penis en de anus en de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een volwassen man,

- het masturberen door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het vasthouden en in de mond laten nemen van de penis van een volwassen man door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

voor wat betreft PP.com, aangetroffen op Harddisk D

fotobestanden waarop de navolgende seksuele gedraging(en) is/zijn te zien:

- het gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de pose van die persoon nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft;

voor wat betreft de CD-roms

fotobestanden en een filmbestand waarop de navolgende seksuele gedraging(en) is/zijn te zien:

Fotobestanden

het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en de pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft;

Filmbestand

het in de mond nemen en likken van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en het anaal penetreren met de penis door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en het masturberen van de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt;

voor wat betreft de True Crypt container, aangetroffen op de laptop E

fotobestanden en filmbestanden waarop de navolgende seksuele gedraging(en) is/zijn te zien:

Fotobestanden

- het geheel of gedeeltelijk naakt poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft,

- het in de mond nemen van en/of zuigen aan de penis van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt of van een volwassen man door een persoon die eveneens kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het anaal penetreren met de vinger door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt van zijn eigen lichaam;

Filmbestanden

- het betasten van de billen van een jongen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt door een volwassen man,

- het masturberen en/of ejaculeren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt,

- het naakt poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt, waarbij door het camerastandpunt nadrukkelijk de ontblote geslachtsdelen in beeld gebracht worden en de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft.

Kind

doss 244/247 Sr Totaal

gevorderde immateriële schade in euro Bij M.

toegewezen

immateriële

schade in euro’s

Bij Van O. toegewezen

Immateriële schade in euro’s

Wettelijke rente met ingang van Kosten

rechtsbijstand

in euro’s

M.

1 244+240b 32.000 16.000

500

31/5/2009 6.731,69

2 244+240b 16.000 16.000 500 3/12/2010

3 247+240b 16.000 12.000 500 3/12/2010

4 244+240b 24.000 16.000 500 19/6/2010

5 244+240b 24.000 16.000 500 2/12/2010

9 247+240b 16.000

plus 50 materiële schade 4.000

plus 50 materiële schade 31/10/2008

10 244+240b 24.000 16.000 500 7/12/2010

13 244+240b 24.000 16.000 500 31/3/2010

14 244+240b 24.000 16.000 500 31/3/2010

15 244+240b 24.000 16.000 500 31/7/2009

16 244+240b 20.000 16.000 500 30/9/2008

17 244+240b 20.000 16.000 500 31/12/2008

18 244+240b 24.000 16.000 500 29/11/2010

19 244+240b 24.000 16.000 500 27/2/2009

20 244+240b 24.000 16.000 500 27/2/2009

21 247+240b 24.000 14.000 500 19/1/2009

23 247+240b 24.000 14.000 500 13/2/2009

25 244+240b 16.000 16.000 500 30/11/2010

26 244+240b 16.000 16.000 500 30/11/2010

27-M 244+240b 24.000 16.000 16/9/2010

27-vO 247/48+240b 24.000 1.500 16/9/2010

29 244+240b 24.000 16.000 500 7/12/2010

30 244+240b 24.000 16.000 500 12/9/2010

31 244+240b 24.000 16.000 500 30/6/2009

32 247+240b 12.000 4.000 9/5/2009

33 244+240b 24.000 16.000 500 9/5/2009

34 244+240b 24.000 16.000 500 31/8/2009

36 244+240b 24.000 16.000 500 31/8/2009

37 244+240b 16.000 16.000 500 24/10/2009

38 244+240b 24.000 16.000 500 30/11/2010 10.745,71

43 244+240b 24.000 16.000 500 30/6/2009

Ki

dos 244/247 Sr Totaal

gevorderde immateriële schade in euro’s Bij M.

toegewezen

immateriële

schade in euro’s

Wettelijke rente met ingang van Kosten

rechtsbijstand

in euro’s

M.

47 244 16.000 8.000 30/6/2007 6.784,80

51 244 16.000 6.000 30/6/2009

54 247 12.000 4.000 30/6/2008 896,84

55 247 12.000 6.000 30/6/2008 896,84

60 247 16.000 4.000 31/1/2010

61 247 16.000 4.000 16/3/2009 7.700,05

65 244 16.000 8.000 30/6/2009

67 244 16.000 8.000 30/9/2008

72 247 16.000 4.000 30/6/2009 9.867,93

81 247 16.000 6.000 13/6/2009 7.609,46

86 244 16.000 8.000 31/7/2009

87 247 16.000 4.000 31/8/2008 5.194,80

90 247 16.000 6.000 28/2/2008 3.204,97

99 244 24.000 8.000 30/6/2009 7.431,41

106 244 16.000 8.000 30/6/2009

107 244 16.000 8.000 31/8/2009

109 247 16.000 6.000 30/6/2009

119 247 24.000 2.000 30/11/2008 6.000,00

120 247 16.000 6.000 31/12/2008

124 244 16.000 8.000 30/4/2010 11.520,40

125 247 16.000 2.000 30/6/2009

128 244 16.000 8.000 28/2/2009

136 244 16.000 8.000 30/6/2007

138 247 16.000 4.000 31/8/2007

139 247 16.000 6.000 30/6/2009 11.002,67